OP STRAAT.
Reading edition
Op straat toont de beschaafde mensch zijn manieren door zich te houden aan de voorschriften en wetten, die de overheid voor de veiligheid en het gemak van voetgangers opgesteld heeft. Hoe vaak gebeuren er ongelukken doordat menschen naar den verkeerden kant uitwijken of nog op het laatste oogenblik de straat oversteken! Het verkeer op trottoirs en in straten wordt maar al te dikwijls belemmerd door eenige menschen, die met elkaar blijven staan praten of juffrouwen die met kinderwagens tegen den stroom in rijden. Maar op straat moet men ook de onderlinge beleefdheid nooit vergeten. Zoo moet men een vriend, die blijkbaar haast heeft, niet staande houden; wilt ge hem echter iets mededeelen, loop dan met hem mede. Een heer mag een dame niet ophouden, wel echter met haar meeloopen. Een dame spreekt slechts zelden een heer aan op straat. Op straat behoort men zacht te spreken en vooral nooit hardop namen te noemen, ook luid lachen staat niet voornaam, dat kan men thuis doen.
Men blijft nooit bij oploopjes staan en loopt door zonder om te kijken, ook als is men nog zoo nieuwsgierig om te weten wat er te doen is. Wanneer ge met iemand loopt, die door een u onbekende gegroet wordt, dan buigt gij even mede, als eene beleefdheid tegenover uw metgezel. Een jong meisje wacht natuurlijk totdat een haar bekende heer groet, waarop zij vriendelijk terug groet en hem even aanziet. Komt zij een echtpaar tegen, waarvan de dame ouder is dan zij zelve, dan kan zij het eerst groeten, eenvoudig en vriendelijk. Sommige menschen hebben de slechte gewoonte in de huizen naar binnen te gluren, wat zeer onbescheiden is.
Een jongmensch groet eene dame telkens als hij haar ontmoet, al is het kort na elkaar; bij een heer kan hij in dat geval met één groet volstaan. Wandelt de jonge man met een vriend, die iemand groet, dan moet hij eveneens den hoed afnemen. Spreekt de vriend iemand aan, die het jonge mensch niet kent, dan blijft hij op den achtergrond om het gesprek niet te storen of wandelt langzaam op; bij het verder gaan neemt hij weer den hoed af.
Een heer, die met een dame loopt, moet een handschoen, den linker, aanhebben en in die hand den anderen handschoen dragen. Wanneer hij iemand op straat een hand geeft, reikt hij dus de rechter, onbedekte hand. Een dame moet op straat altijd handschoenen aan hebben, doch daar wordt er in de laatste jaren maar al te dikwijls tegen gezondigd. Over het algemeen letten de Hollandsche dames vaak zeer weinig op haar toilet en meenen, dat het er 's morgens niet op aan komt en dat men dan rustig met slordige, scheefgeloopen schoenen en bloote handen rondloopen kan. Nu zijn echter juist schoenen en handschoenen zeer kenschetsend voor de meer of mindere beschaving eener vrouw en werpen vaak een helder licht op haar karaktereigenschappen. Een dame, die 's morgens boodschappen doet, draagt een eenvoudig costuum met niet te eleganten hoed. 's Middags, wanneer men bezoeken aflegt, wordt het wandeltoilet met goeden hoed aangetrokken. Een heer die met eene dame loopt, mag alleen rooken, wanneer hij haar heel goed kent en zij het hem toestaat.
Komt iemand, die rookt, een kennis tegen, dien hij moet groeten, dan neemt hij de sigaar uit den mond. Men moet er vooral op letten, nooit iemand den rook in het gezicht te blazen. Men houdt bij een gesprek op straat de sigaar in de hand, tot men afscheid heeft genomen en verder gaat.
Voor heeren, die met dames loopen, geldt de volgende regel: de heer gaat links van de dame. Is de straat in het midden met keien bestraat, waar langs een trottoir of bestrating van klinkers, dan laat hij de dame op de kleine steentjes loopen.
Het maakt altijd een aangenamen indruk, wanneer een heer of jonge dame op straat beleefd tegenover oudere lieden zijn, hen helpen bij het oversteken van een drukke straat of als zij een pakje of wandelstok laten vallen, dien voor hen oprapen. Ook is het beleefd, om iemand die u naar den weg vraagt, voorkomend te bejegenen en voort te helpen. Wanneer gij den weg niet duidelijk verklaren kunt, loop dan een eindje met hem mede en leg hem vervolgens den naasten weg eenvoudig en duidelijk uit; ingewikkelde en omslachtige verklaringen zijn verwarrend. Moet men zelf naar den weg vragen, dan neemt men eerst den hoed af, alvorens iemand aan te spreken.
Wanneer een dame in een volle tram komt, zal het haar aangenaam zijn, wanneer een heer haar zijn plaats afstaat; hij neemt daarbij den hoed af, waarop de dame even buigt en hem bedankt.
Bij het winkelen mag men rustig voor de winkeluitstallingen blijven staan. Gaat men met andere personen een theater, concertgebouw, station, postkantoor of ander gebouw binnen, dan eischt de beleefdheid dat men de deur even voor de volgende persoon open houdt. Bij zulke gelegenheden laten de heeren de dames natuurlijk voorgaan.