UITERLIJK EN KLEEDING.
Reading edition
Aan onze vormen en manieren moet men kunnen zien, dat wij beschaafde menschen zijn, en daarom moeten wij in de allereerste plaats op ons uiterlijk letten. Een der vele bewijzen van beschaving is reinheid en netheid. Wij kunnen hier niet uitwijden over de noodzakelijkheid van veel baden en wasschen en dikwijls schoon ondergoed aantrekken, of over het onderhoud van ons hoofd en het haar. Maar hoe vaak zijn menschen, die zich zelve zeer beschaafd en ontwikkeld vinden, toch slordig in hun uiterlijk en kleeding! Hoe dikwijls ziet men op straat een vuilen of afgetrapten onderrok uit een elegant wandeltoilet komen. Netheid bestaat uit ontelbare kleinigheden, die maar al te vaak verwaarloosd worden. Ons uiterlijk en onze kleeding moeten in de eerste plaats verzorgd zijn. Geen luchtgaatjes in kousen en handschoenen, geen stof op den hoogen hoed, geen vette kraag aan overjas en japon, geen rouwrandjes aan de nagels.
Een waarlijk beschaafd mensch neemt in den huiselijken kring dezelfde vormen en manieren in acht als daar buiten, immers goede manieren zijn geene uiterlijkheden, maar vormen een deel van ons wezen en komen uit ons hart en ons verstand voort. Daarom zal het een waarlijk beschaafde vrouw onmogelijk zijn 's morgens aan het ontbijt hare huisgenooten te vergasten op het leelijke schouwspel van papillotten of krulhaarspelden; om de zelfde reden zal de heer des huizes niet zonder jas of boord in de huiskamer verschijnen. Steeds moet uw uiterlijk zoo zijn, dat, zoo er een onverwacht bezoeker binnentreedt, gij hem zonder onrust of verlegenheid tegemoet kunt treden.
's Morgens moet het toilet der huisvrouw eenvoudig en doelmatig zijn; een peignoir met langen sleep is af te raden, daar hierdoor bij het gaan door keuken en kelder onnoodig stof wordt opgewarreld. Een korte rok (vooral niet te nauw, dat men zich makkelijk kan bewegen) een flanellen blouse met witten boord zijn vooral voor jonge vrouwen en meisjes een passend en geschikt morgencostuum. Af te raden is het, om 's morgens een japon te dragen die voor 's middags niet meer mooi of schoon genoeg is. Een vrouw die 's morgens in een verlepte zijden blouse loopt, maakt geen aangenamen indruk. De kleeding moet zoowel bij mannen als bij vrouwen steeds smaakvol, doch eenvoudig zijn, want overladen, schel gekleurde en te rijk gegarneerde japonnen maken geen voornamen indruk. Hoe eenvoudig zij ook zijn, de japonnen moeten steeds goed zitten en met zorg gekozen worden, zoodat kleur en model bij figuur en gelaat passen.
De kleeding eischt dikwijls veel overleg en nadenken, daar men telkens voor de vraag staat: „Wat zal ik aantrekken? Heb ik een voor deze gelegenheid geschikte japon? Zou dit costuum niet te gekleed of zou deze japon niet te eenvoudig zijn?” Immers wat is onaangenamer dan de eenige te zijn, die op een feestje in een donkere japon verschijnt?
Menschen, die al te zeer aan vormen hechten en op kleeding letten, vinden, dat men voor een uitnoodiging bedanken moet, als men geen passend toilet heeft. Waarom zou men zich niet mogen amuseeren, omdat de jas niet volgens den laatsten snit gemaakt is, of omdat de japon niet de allerlaatste gril van Vrouw Mode weergeeft? Immers, hoe belangrijk ook, de kleeding is toch nooit de hoofdzaak, en menigeen, die minder modieus gekleed is, zal een welkome gast zijn om het aangenaam gesprek dat hij of zij weet te voeren, om den vroolijken toon dien hij weet gaande te houden of om zijne belezenheid.
Het spreekt vanzelf, dat men met een huisjapon niet op straat gaat, tenzij het slecht weer is; hiervoor is het visite- of wandelcostuum aangewezen.
Gaat men naar een diner of soirée, dan trekt men de beste japon aan van lichte dunne stof of zijde. Wanneer men lang van te voren uitgenoodigd is, gaat men gedecolleteerd of hals en armen bedekt met tulle.
Voor hen, die er zich ongerust over maken, dat hun toilet niet mooi genoeg is, heb ik alleen dezen raad: zorg er voor, dat gij er steeds onberispelijk en netjes uitziet en dat er niets aan uw toilet mankeert, dan zult ge er u nooit over behoeven te schamen.
Het wordt over het algemeen niet beschaafd gevonden om zich te blanketten of te verven, hoewel het in groote steden veel gedaan wordt, zelfs door waarlijk deftige dames. Ook met odeur moet men zeer voorzichtig omgaan en nooit twee of meer soorten door elkaar gebruiken. Een heel zachte, nauw merkbare geur kan niemand hinderen en is aangenaam voor de persoon zelve en ook voor anderen.
Voor de heeren is de keuze van toilet gemakkelijker dan voor de dames, daar voor feestelijke gelegenheden in beperkten kring de gekleede jas het aangewezen kleedingsstuk is, indien er meer gasten zijn, de smoking wordt gedragen en als galacostuum de rok dienst doet. Verder bevat een heeren-garderobe een of meer colbert costuums en indien er neigingen voor sport bestaan, een sportcostuum, meestal met korte broek.
Bij den rok moet men zich verder eenvoudig kleeden en vooral geen opvallende overhemdsknoopjes dragen. Er behoort een klein wit strikje als das bij. Bij de smoking draagt men een zwarte das, terwijl de gekleede jas een zwarte of gekleurde das en gekleurde handschoenen vereischt. Bij rok en gekleede jas behoort de hooge hoed. Daar de heerenkleeding over het algemeen niet flatteus is, moet er gelet worden op onberispelijk linnengoed en nette schoenen en laarzen.