← Table of contents
Het boek der Etiquette

DINERS EN PARTIJEN.

Reading edition

Heeft men besloten een diner te geven, dan stuurt men veertien dagen van te voren de uitnoodigingen voor een groot diner, die voor een kleiner diner een week ongeveer te voren rond. Voor groote partijen doet men dit met een gedrukte kaart in de derde persoon gesteld; bij voorbeeld:

De Heer en Mevrouw N.-H. hebben de eer den Heer (of Mejuffrouw) S. uit te noodigen Maandag 20 Maart te 7 uur bij hen te komen dineeren (of — bij hen het middagmaal te komen gebruiken).

V. G. A. voor 15 Maart.

Men antwoordt in de derde persoon als volgt:

De Heer (of Mejuffrouw) S. zal met zeer veel genoegen gebruik maken van de vriendelijke uitnoodiging van den Heer en Mevrouw N.-H. voor 20 Maart a. s., of:

De Heer S. is tot zijnen spijt verhinderd gebruik te maken van de vriendelijke... enz.

voor kleinere met een geschreven invitatie in de derde persoon of per briefje. Men vermeldt natuurlijk het uur, waaraan de gasten zich stipt te houden hebben. Het spreekt van zelf, dat deze de uitnoodiging zoo spoedig mogelijk na ontvangst beantwoorden, ten einde de gastvrouw gelegenheid te geven voor de opengevallen plaatsen nog andere kennissen in te vragen.

De dames verschijnen bij een officieel diner gedecolleteerd, de heeren in rok en witte das.

De gastheer en gastvrouw ontvangen de gasten in het salon; men begroet eerst de gastvrouw, vervolgens haren man en dan de overige gasten, aan wie men, zoo noodig, voorgesteld wordt.

Heeft de meid of knecht gemeld, dat de soep op tafel is, dan biedt de heer des huizes de oudste of aanzienlijkste dame den arm, de gastvrouw gaat het eerst naar de eetkamer geleid door den oudsten of hoogstgeplaatsten heer; de heer des huizes volgt en daarna de overige gasten. Gewoonlijk zegt de gastheer vooruit aan iederen heer, welke dame hij naar tafel geleiden moet.

De heeren geleiden de dames naar haar plaats, en schuiven de stoelen voor haar aan; allen gaan eerst zitten, wanneer de gastvrouw plaats genomen heeft. De plaatsen zijn bij een groot diner door geschreven naamkaartjes op bord of glas aangegeven. De gastheer zit tusschen de twee oudste of aanzienlijkste dames, de gastvrouw tusschen de twee hoogst geplaatste heeren. Komt er echter een jong meisje of een heer bij dit diner voor den allereersten keer bij de familie aan huis, dan zullen zij gewoonlijk hun plaats naast den gastheer of gastvrouw vinden. Bij ieder bord ligt een broodje, meestal op of in het servet. Dit mag men nooit met een mes snijden; men breekt er met de vingers kleine stukjes af. Het servet breidt men over de knieën uit en bevestigt het niet onder de kin, dat is niet geoorloofd. Men zit in een rechte, doch niet stijve houding en eet kalm, met kleine happen en denkt er aan niet met een vollen mond te spreken of te drinken. Vork, mes en lepel houdt men hoog bovenaan den steel vast; men brengt het eten naar den mond en niet den mond omlaag naar het eten. Soep eet men zonder slurpen, van een niet te vollen lepel. Het zijn slechte manieren om van zijn mes te eten, evenals het eten van visch met een stalen mes. Vindt men geen zilveren vischvork en mes naast zijn bord, dan eet men met een gewone vork en met een stukje brood in de linkerhand. Voor en na het drinken veegt men zijn mond aan het servet af.

Men gebruikt den lepel zoo weinig mogelijk en eet bijna alles met de vork, waarmede men ook beentjes uit den mond op het bord legt. Natuurlijk begint men niet te eten, voordat alle gasten bediend zijn en de gastvrouw begint. Wanneer gij niet van wijn houdt of als geheelonthouder nooit wijn gebruikt, moet ge u toch een glas laten inschenken; ge behoeft er immers niet van te drinken. Wordt er een toost gehouden, waarbij men op iemand's gezondheid drinken moet, neem er dan een slokje van. Heeft men een mes of vork of broodje laten vallen, vraag den knecht dan ongemerkt om een ander; ook uw servet moet gij in dat geval niet zelf oprapen.

Tusschen de gerechten in, voert men een aangenaam gesprek, houdt de handen boven tafel, doch zit niet voortdurend met het een of ander te spelen; niets toch is zoo hinderlijk als menschen, die voortdurend armen, handen en voeten bewegen en geen oogenblik stil zitten.

Vruchten schilt men op een vork met het vruchtenmes; abrikozen en perziken schilt men op het bord; druivenschillen neemt men met een lepeltje uit den mond, evenals de pitten van compote.

Vaak bedienen de heeren hunne buurdames van een gerecht, wat deze altijd aannemen. Worden de wijnen niet door den knecht rondgeschonken, dan is het de plicht der heeren in te schenken.

Bij groote diners gebruikt men de koffie na het maal in het salon, bij kleinere wordt deze in de eetkamer aan tafel gedronken. Na afloop van den maaltijd geeft de gastvrouw het sein tot opstaan, waarop de heeren hunne rechter buurdame den arm aanbieden en naar het salon geleiden, waar men zich nog even staande onderhoudt. Hierna trekken de heeren zich terug tot het rooken van een sigaar en blijven de dames in het salon, waar later thee rondgediend wordt. Bij het heengaan geeft een oudere dame het sein tot vertrek, nadat de knecht of meid heeft gemeld, „dat het rijtuig van Mevrouw B. (Mejuffr. X. of den Heer A.) vóór is.” Jonge meisjes of jongelieden mogen nooit het eerst weggaan, alleen wanneer zij door vertrek met den trein aan den tijd gebonden zijn, mag hierop een uitzondering gemaakt worden. De gasten bedanken de gastvrouw voor den aangenamen avond; men geeft de dames een hand, voor de heeren is eene buiging voldoende. Bij het weggaan geeft men aan knecht of meid een fooitje.

Voor de gastvrouw zelve willen wij alleen dit opmerken, dat de tafelversieringen van bloemen tegenwoordig laag zijn en men veel losse bloemen, groene ranken en strikken op tafel legt. Natuurlijk is dit alles ook aan de mode onderhevig. Kaarsenverlichting is weer zeer in zwang en niet te lichte eetkamers, waar alleen de tafel door kaarsen met zacht gekleurde kapjes laag beschenen is, maken een aangenamen indruk. Ook zijn zeer lange menus geheel uit de mode (behalve natuurlijk bij groote en officieële diners); het is tegenwoordig deftiger om weinig gangen van uitgelezen spijzen te geven. De verschillende wijnen hangen van de gerechten af; hoe meer gerechten hoe meer wijnen. Gewoonlijk wordt er reeds bij het vleesch, dus na den visch met zoeten wijn, champagne geschonken, behalve bij kleine dinertjes. Bij de koffie presenteert men eenige soorten likeur.

Nu komen wij tot de andere feestelijkheden, waaronder wij rekenen: het bal en den muziekavond. Bij een bal dragen de dames natuurlijke elegante, gedecolleteerde avondjaponnen, de heeren rok, witte das en witte handschoenen.

Aan jongelieden, die toch niet dansen en slechts tegen een deur geleund, toekijken, heeft men op een bal niet veel.

De gastheer en gastvrouw zorgen er zooveel mogelijk voor, dat de jongelieden aan alle jonge meisjes voorgesteld worden en dat ieder een balboekje met potloodje ontvangt. De jonge meisjes laten zich aan alle getrouwde en oudere dames voorstellen, die zij dan in den loop van den avond even gaan aanspreken.

Het is een plicht der heeren om zooveel mogelijk met alle dames een keer te dansen, dit geldt vooral voor den gastheer. Jongelui zullen een goeden indruk maken, wanneer zij met de echtgenooten en dochters hunner meerderen dansen en zich het lot der arme muurbloempjes aantrekken. Men verzoekt eene dame met eene buiging om het genoegen van een dans, en na afloop brengt men haar weer naar haar plaats terug, waarop men zich met elkander onderhoudt.

Is een jongmensch door den gastheer aan eene dame voorgesteld, dan eischt de beleefdheid, dat hij met haar danst; ook de gastvrouw mag niet overgeslagen worden.

Op een groot bal geldt gewoonlijk de regel, dat een jongmensch niet meer dan twee, hoogstens drie keer met dezelfde dame danst; de extra dansen gelden niet mee, daarin is men vrij. Wordt er later gesoupeerd, dan vraagt men meestal van te voren een dame daarvoor, die men dan op den avond van het bal bloemen stuurt, die zij op het bal medebrengt, de ververschingen worden door knechts rondgediend. Eenvoudiger en dus aangenamer is een buffet, van dranken en sandwiches en andere ververschingen voorzien. De gasten begeven zich daarheen of de heeren halen het gewenschte voor de dames naar den balzaal.

Jongelieden, die niet goed kunnen dansen, moeten er zich liever niet aan wagen, daar zij de dames, die met hen rondspringen, een mal figuur laten slaan.

Heeren laten zich het eerst aan de oudere gasten, daarna aan de jonge dames voorstellen. Danst iemand met een jong meisje, wier ouders aanwezig zijn, dan verzoekt hij haar, hem aan hare ouders voor te stellen. Na de voorstelling moet de meerdere of oudere het gesprek openen en bij de eerste ontmoeting, zoowel als bij het afscheid kan men zeggen, „aangenaam kennis te maken.”

Bij een groot bal wordt meestal tegen middernacht gesoupeerd. Hiervoor zijn in een ander vertrek kleine tafeltjes voor 4, 6 of 8 personen aangericht; slechts zelden echter voor twee. Jongelieden zullen een aangenamen indruk maken, wanneer zij hunne vrienden aan weinig dansende dames voorstellen en haar daardoor dansers bezorgen.

Onder het dansen behoeft men niet te spreken, zoo nu en dan een kleine opmerking is voldoende.

Wordt er een lancier gedanst, dan moet de heer vooraf met drie andere paren afspreken, samen een quadrille te vormen; de heeren en dames eener zelfde quadrille laten zich aan elkaar voorstellen.

Het is niet noodig, dat de dansende paren dadelijk na afloop van den dans met een buiging van elkaar gaan; men kan dan gerust tot de eerste tonen van den volgenden dans met elkaar spreken.

Na afloop van het bal halen de heeren de avondmantels en sorties hunner dames en geleiden hen naar het rijtuig. Is het een groot bal, dan wachten de gasten gekleed in vestibule of kleedkamer tot hun rijtuig door den knecht afgeroepen wordt.

Op gemaskerde bals is ieder ongedwongen en vrij. Men danst met elkaar, zonder voorgesteld te zijn; alleen de heer, met wien gij soupeert, moet zich aan u bekend maken. De toon is vroolijk en los en ieder drage er het zijne toe bij om het plezier en de jolige stemming te verhoogen. Voor het souper, tegen middernacht, worden de maskers gewoonlijk afgenomen.

Men mag nooit zonder handschoenen dansen, zelfs niet, wanneer men onverwacht een dansje begint, zooals na een dinertje.

Heeft men gasten voor een avondpartij zonder dansen, een muziekavond of speelavondje gevraagd, en het uur vermeld, dan wacht de gastvrouw, tot alle gasten aanwezig zijn, waarna men thee laat aanbieden. Is het een muziekavondje, dan luisteren de gasten zwijgend toe, zoolang er muziek gemaakt wordt en onderhouden elkaar in de tusschenpoozen. Zijt gij muzikaal, en vraagt men u om iets te spelen of te zingen, laat u niet lang bidden maar zet u eenvoudig aan de piano en draag zonder verdere woorden iets voor, dat vooral niet te lang moet zijn. Weigert een gast echter, dan mag de gastvrouw er niet verder op aandringen.

Zijn er niet veel gasten, zoodat de gastvrouw zelve thee schenkt, dan is het de plicht der jonge meisjes, haar met het ronddienen hiervan te helpen. Later op den avond wordt er wijn met gebak, sandwiches of vruchten rondgediend.

De speelavondjes, waarop na de thee de kaarten voor den dag komen, zijn langzamerhand uit de mode geraakt; alleen in kleine plaatsen en in gezinnen, waar vele heeren aan huis komen, treft men nog de kaartavondjes aan.

Het is echter steeds raadzaam, om eenige kaartspelen, als whist en bridge, goed te leeren, om in vele gezelschappen geen spelbreker te zijn; bovendien is het voor niemand een genoegen met slechte spelers te spelen. Speelt gij in 't geheel niet, neem de uitnoodiging liever niet aan. Spreken onder het spelen is wel geoorloofd, doch moet men steeds goed op letten. Bij het uitdeelen mag men nooit vinger en duim bevochtigen, dat is zeer onbeschaafd. De gastheer zorge er voor, dat de inzet niet te hoog wordt bepaald; ofschoon spelen om geld steeds laakbaar is en men het liever alleen om de eer moest doen, geeft juist het geld voor vele menschen de bekoring aan het spel en zoo het om lagen inzet gaat, kan men het gerust doen. Het is evenwel de plicht der gastvrouw bij het bepalen van den inzet met de financieele omstandigheden harer gasten rekening te houden.

Niemand mag ooit over zijn verlies boos worden of teleurstelling laten blijken, wanneer men door het slechte spel van zijnen maat verloren heeft. Lieden die niet tegen hun verlies kunnen, bederven vaak de gezellige stemming der anderen, evenals zij, die na ieder geëindigd spel er nog lang en breed over naspreken en redetwisten.

Het is beleefd, met de rechterhand van zich af te coupeeren, al wordt hiertegen veel gezondigd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings