← Table of contents
Het boek der Etiquette

BEZOEKEN AFLEGGEN EN ONTVANGEN.

Reading edition

Bezoeken komen in ieders leven bijna dagelijks voor, en de verschillende soorten van bezoeken stellen alle weer andere eischen aan beleefdheid en beschaving; daarom juist wordt er zooveel tegen gezondigd.

De meeste menschen beschouwen bezoeken afleggen als een vervelende, maar zoo nu en dan noodzakelijke plicht, die zij uitstellen, totdat de beleefdheid er hen toe dwingt.

Men onderscheidt officiëele visites, gelegenheidsbezoeken, digestiebezoeken en de gezellige bezoekjes bij vrienden.

De officiëele visites worden met groote tusschenpoozen bij deftige kennissen afgelegd. Zij moeten zoo kort mogelijk, nooit langer dan een kwartier of twintig minuten duren.

Heeren maken dadelijk na het aanvaarden eener nieuwe betrekking een visite bij hunne meerderen en collega's. Dit geldt voor heeren, die op hetzelfde kantoor of aan dezelfde rechtbank werken en voor officieren van een garnizoensplaats. Men draagt dan de gekleede jas met hoogen hoed en gekleurde handschoenen, officieren in groot tenue. Verhuist een jongmensch naar een andere woonplaats, dan maakt hij natuurlijk bij alle kennissen een afscheidsbezoek; wordt hij niet ontvangen, dan geeft hij een visitekaartje af met in den linker benedenhoek p. p. c. erop. Ook maakt een heer een visite voordat hij op reis gaat. Men vermijde bezoeken af te leggen kort voor St.-Nicolaas, Kerstmis en Paschen, daar de meeste menschen het juist van te voren dan zeer druk hebben. Jongelieden leggen slechts zeer zelden 's morgens bezoeken af; dit is in Holland geen officiëele bezoektijd en slechts bij uitzondering geoorloofd.

Meestal zijn het de dames, die de visites maken; zij dragen daartoe (tenminste voor de officieele bezoeken) een gekleed wandeltoilet met onberispelijk schoone handschoenen en nette schoenen. Men veegt zijne voeten flink op de mat en laat overschoenen en parapluie in de gang staan. Heeren trekken hun overjas uit en komen alleen met den hoed binnen.

Tegenwoordig komen de vaste ontvangdagen of „jours” bijna overal voor; men houdt ze op een vasten dag elke week of om de veertien dagen. Op dien dag ontvangt de vrouw des huizes alleen of met hare dochters, de heer des huizes ontvangt gewoonlijk alleen Zondags mede. Van af twee uur kan men op zulk een „jour” verschijnen, ook heeren worden dan ontvangen. Tegen vier uur schenkt de gastvrouw thee; zij doet alleen den thee in de kopjes, die zij op een blaadje met melkkannetje, suikerpotje en lepelvaasje aanbiedt.

Men kan tot 5 uur toe bezoeken afleggen, daar de meeste menschen tegenwoordig om 6 uur of later eten.

Onder gelegenheidsbezoeken verstaat men visites ter gelegenheid van de geboorte van een kind, de kraamvisites, die alleen door dames worden afgelegd, waarbij het kindje vertoond wordt, en de baker daarvoor een fooi krijgt. Verder andere felicitatiebezoeken voor verjaardagen, die ongeveer tien minuten duren. En ten slotte condoleantiebezoeken, waarbij men vaak niet ontvangen wordt. Als dit onder de annonce in de courant vermeld is, dan behoeft ge alleen een kaartje in de bus te werpen. Als het goede kennissen van u zijn, die een verlies geleden hebben, dan schrijft ge dadelijk een kort briefje van deelneming en gaat er na tien of veertien dagen nog eens heen. Digestie-bezoeken brengt men na het ontvangen eener uitnoodiging voor een diner, bal, muziekavond, of wanneer iemand u door het geven van concert- of comedieplaatsen eene vriendelijkheid bewezen heeft. Dit bezoek is meestal stijf en moet op den tweeden of derden Zondag na den datum van het feest plaats hebben. Heeft de gastvrouw een „jour”, dan bezoekt men die de tweede week na het feest; hiertoe is men verplicht, ook al heeft men voor de uitnoodiging bedankt.

Contra- of tegenbezoeken brengt men binnen de 6 weken; met contra-rouwbezoeken kan men drie maanden wachten.

Wordt men door iemand uitgenoodigd haar eens te bezoeken of hebt gij zelf gevraagd om eens te mogen komen, dan eischt de goede vorm, dat ge uwe visitie binnen drie weken maakt.

Ten slotte hebben wij de bezoeken bij vrienden gemeld. Welnu, hiervoor bestaan geen bepaalde regels; gij gaat, wanneer ge er lust toe gevoelt en blijft zoolang gij wilt.

Nu nog een enkel woord over de visitekaartjes. Treffen wij iemand niet thuis, dan geven wij een kaartje aan een der hoeken omgevouwen, voor de geheele familie één kaartje.

Daar in iedere stad en vooral in kleinere plaatsen weer andere wetten en regels gelden voor het brengen van kaartjes bij aankomst en vertrek, moet men zich daarvan eerst op de hoogte stellen.

Stuurt men een kaartje om iemand geluk te wenschen, dan schrijft men er op p. f. (pour feliciter) of in 't Hollandsch m. h. g. (met hartelijken gelukwensch). Als condoleantie zet men p. c. (pour condoler) of m. d. (met deelneming). Om iemand voor eene beleefdheid te bedanken p. r. (pour remercier) of o. t. b. (om te bedanken).

Heeren, die bij oppervlakkige kennissen geen contra-bezoek wenschen te maken, kunnen alleen een kaartje afgeven; voor dames is dit echter onbeleefd. Men stuurt kaartjes, alleen met bovenstaande letters als drukwerk; zoodra er meer op wordt geschreven, gelden zij als brief.

Niet ieder kan goed bezoeken ontvangen en een aangename gastvrouw zijn.

De gastvrouw zorge er voor op tijd gekleed te zijn, om hare gasten niet te laten wachten. Door kalmte en rust zet de gastvrouw hare bezoekers op hun gemak en brengt een prettigen toon in den kring. Wanneer een dame of oude heer binnenkomt, dan gaat de gastvrouw hen tegemoet; oudere dames verzoekt men op de sofa, oude heeren in een gemakkelijken stoel plaats te nemen. Voor jonge meisjes en heeren behoeft de gastvrouw slechts op te staan en hen een paar pas tegemoet te treden. Op haar jour mag de gastvrouw wel een handwerk opnemen, dat zij echter neerlegt zoodra er visite komt; zij draagt een eenvoudige middagjapon.

Alle aanwezigen staan mede op, wanneer een nieuwe gast de kamer binnenkomt. De laatst-binnengekomene begroet de gastvrouw, vraagt naar haar welzijn, begroet de aanwezigen die hij kent en laat zich aan de anderen voorstellen. Het voorstellen gebeurt, door de namen der personen op te noemen. Stelt men een heer aan een dame voor, dan noemt men eerst zijn naam, dan den hare. Een jong meisje stelt men aan een oudere dame voor door eerst haar naam te noemen. Dus steeds eerst den naam van den jongere of minder hoog geplaatste. Moet men een heer aan vele anderen voorstellen, dan zegt men: „Mijnheer N.—Mevrouw A, Mejuffrouw B, Mijnheer C. enz.” Stelt men een getrouwde nicht of tante voor, dan zegt men dit er bij, „Mag ik u mijne tante, Mevrouw D. voorstellen?” Doet men dit niet, dan kunnen er licht verwarringen ontstaan.

De heeren brengen hun hoed mede, dien zij onder hun stoel of ongemerkt op een anderen stoel leggen. De gastvrouw vraagt aan een officier of hij zijn sabel niet wil afleggen. Wordt de heer voorgesteld, dan maakt hij een buiging: bij het weggaan kan men elkaar de hand reiken. Hij wacht echter, totdat de dame hem haar hand toesteekt; de jongere heer wacht, tot de oudere dit doet, de jonge dame tot de oudere dame haar de hand reikt.

De beleefdheid verlangt, dat de gasten recht en toch ongedwongen op hun stoel zitten, men mag vooral niet lui achterover leunen, met den stoel wippen, met de beenen over elkaar zitten of met de kwasten aan stoelarmen spelen.

Zijn er nog andere gasten, dan kan de gastvrouw natuurlijk niet zelf uitlaten. Ze staat op, wanneer de gast opgestaan is, reikt hem of haar de hand en schelt de meid om uit te laten. De gast buigt voor de anderen, en knikt de gastvrouw, die tot de deur medegaat, nog eens toe. Gewoonlijk laat men echter goede vrienden en kennissen zelf uit.

Wanneer een heer met een dame een visite maakt, schelt hij aan en laat haar 't eerst naar binnen gaan. De dame geeft het teeken om weg te gaan en neemt het eerst afscheid. Bij het opgaan van een trap gaat de heer vooruit, bij het afgaan de dame. Laat een heer eene dame uit, dan volgt hij haar tot aan haar rijtuig, dat hij sluit; eene dame zal dit echter niet van een ouden heer verlangen.

Dit zijn de voornaamste wenken, die u als bezoeker nuttig kunnen zijn. Indien gij ze opvolgt, zult gij u zeker gemakkelijk en rustig in het salon uwer kennissen bewegen en een welopgevoeden, beschaafden indruk maken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings