De gebroeders Montgolfier.
Reading edition
Ernst en Jozef Montgolfier waren zonen van een papierfabrikant, die te Annonay, in Frankrijk, woonde. Ernst had bouwkundige willen worden en was zijn studiën in die richting begonnen, maar zijn vader riep hem naar huis terug, om in de papierfabriek behulpzaam te zijn. Hij had zich echter in zijne afwezigheid veel algemeene kennis verworven, en toonde ook in de fabriek een helder hoofd te bezitten. De papierfabrikage stond in die dagen nog lang niet op de hoogte, die zij in Nederland had bereikt, ook doordat de Hollanders hunne wijze van bereiding zorgvuldig geheim hielden. Maar Ernst gelukte het weldra, papier van dezelfde kwaliteit als het Hollandsche te vervaardigen. Hij bracht er zelfs veel toe bij, dat deze tak van nijverheid te dien tijde in Frankrijk groote vorderingen maakte.
Jozef Montgolfier, zijn broeder, bezat veel minder kennis dan Ernst, en had in zijne jeugd vreemde dingen gedaan. Toen hij tien jaar oud was, vluchtte hij weg van het College te Tournon, waar hij geplaatst was,—met de bedoeling om door te reizen naar de Middellandsche Zee, en daar aan de kust als kluizenaar te gaan leven. Door den honger gekweld, begaf hij zich naar eene boerderij in Languedoc, om een bete broods te vragen. Daar gaf men het kind wel, wat hij wenschte, maar zorgde er tevens voor, dat hij naar het College werd teruggezonden. Van zijn kluizenaarsleven in een hutje aan de zee kwam dus voorloopig niets.
Toen hij wat ouder geworden was, ontvluchtte hij het College ten tweeden male. Hij bereikte de stad Saint-Etienne en betrok daar een armoedig huisje. Om aan den kost te komen, vervaardigde hij Pruisisch blauw en eenige andere zouten, die hij in de omliggende plaatsen ging verkoopen. Verder leefde hij van de vischvangst.
Daar hij zeer weinig behoeften had, hield hij van zijne karige verdiensten nog genoeg over, om boeken en gereedschap te koopen,—ja, om zelfs een reis naar Parijs te doen. Hij wilde trachten, in die stad met de beroemdste geleerden in aanraking te komen, wat hem werkelijk gelukte. Eindelijk werd ook hij door zijn vader naar huis ontboden, om in de fabriek te arbeiden.
Hij had een vindingrijken geest, maar was te ongeduldig van aard, om wàt hij gevonden en uitgedacht had, rustig in toepassing te brengen. Gelukkig oefende zijn broeder Ernst een gunstigen invloed op hem uit, wat eenmaal ten gevolge zou hebben, dat de gebroeders Montgolfier de beroemdste mannen van Frankrijk werden.
Samen bespraken zij dikwijls wetenschappelijke onderwerpen. Een daarvan was het rijzen, zweven en dalen der wolken, en zij meenden, dat het wel mogelijk zou zijn ook wolken te vervaardigen. Zij besloten het te beproeven, en vulden daartoe een licht omhulsel met stoom. Werkelijk verhief zich dit voorwerp van den grond, maar spoedig daalde het weer, tengevolge van de afkoeling in de koude buitenlucht.
Deze uitslag bracht hen op de gedachte lichamen te vervaardigen, die in de lucht zouden kunnen opstijgen.
Zij namen verschillende proeven.
Eerst vulden zij een papieren omhulsel met waterstofgas, maar het papier liet het gas door, zoodat de bol zeer spoedig daalde. Daarna lieten zij vochtig stroo en papier onder een omhulsel verbranden, met het gevolg, dat de ballon zich tot eene hoogte van wel drie honderd meter verhief.
Den 4en Juni 1783 had te Annonay de eerste openbare opstijging plaats van een ballon, door hen van linnen vervaardigd. Hij had een middellijn van 12 meter en was met papier beplakt. Aan den ballon hing een mand van ijzerdraad, die gevuld was met vochtig stroo en wol.
De geheele bevolking van Annonay was samengestroomd om het wonder te zien, ja zelfs was door den Minister eene commissie benoemd, om de zaak aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen.
Toen de ballon opsteeg, barstte een donderend gejuich onder de omstanders los. Zoo iets vreemds, ja wonderbaars, hadden zij nog nooit gezien!
De ballon verhief zich tot eene hoogte van 800 meter, en daalde toen, afgekoeld door de buitenlucht, snel neder.
De naam van de gebroeders Montgolfier ging van mond tot mond en was weldra door geheel Frankrijk bekend.
Zoo’n wonderbaarlijke opstijging wilde men te Parijs natuurlijk ook zien. Professor Faujas de Saint Fond opende eene inschrijving om de noodige gelden bijeen te brengen, met het gevolg, dat hij in enkele dagen 10000 francs voor dat doel in zijn bezit had. Aan de gebroeders Robert werd de vervaardiging van den ballon opgedragen, en Professor Charles hield daarbij het toezicht.
Deze ballon werd gevuld met waterstofgas, dat veertienmaal lichter is dan de lucht.
Het publiek was zoo ongeduldig, dat het slechts met moeite door de politie uit de werkplaatsen teruggehouden kon worden. Den 27 Augustus werd de ballon in den nacht naar het Champ-de-Mars vervoerd, waar hij verder werd gevuld.
Eene ontelbare menigte was van alle kanten in en buiten de stad toegestroomd, om de opstijging bij te wonen, en groote geleerden waren in de torens geklommen, om de bewegingen van den ballon goed te kunnen volgen.
Om vijf uur kondigde een kanonschot de opstijging aan. De koorden werden losgelaten, en de ballon steeg snel omhoog, ademloos nagestaard door de duizenden, die het wonder wel zagen gebeuren, maar het niet konden begrijpen. Men zag den ballon kleiner en kleiner worden, in de wolken verdwijnen, wederom te voorschijn komen en nogmaals verdwijnen. Een groote ontroering maakte zich van hen meester. Velen juichten en jubelden, maar anderen schreiden en vielen elkander met tranen in de oogen in de armen.
Drie kwartier later daalde de ballon langzaam te Écouen neder, op twintig mijlen afstands van Parijs. De boeren daar, die het vreemde voorwerp zagen vallen, waren niet weinig verschrikt, maar toen zij dien schrik te boven waren, vielen zij woedend op het vreemde voorwerp aan en scheurden het aan flarden.
Ernst Montgolfier had de opstijging van dezen ballon bijgewoond, en bleef te Parijs om te voldoen aan eene uitnoodiging van de Academie, die hem verzocht had, in de hoofdstad nogmaals een proef te nemen niet met waterstofgas, maar met verwarmde lucht.
Hij liet een ballon vervaardigen van grooten omvang. Het bovenste gedeelte had den vorm van eene pyramide, het middelste van een prisma en het onderste van een afgeknotten kegel. Het geheel was twee en twintig el hoog, en had een omtrek van dertien el. De stof bestond uit paklinnen en was weer met papier beplakt.
Den 11en September werd de eerste proef genomen. Na verloop van tien minuten was hij reeds zoover gevuld, dat acht mannen nauwelijks in staat waren, hem vast te houden. Den volgenden dag werd de proef herhaald, en zeker zou de ballon hoog de lucht ingegaan zijn, indien er geen bericht van den koning ware gekomen, dat de opstijging plaats moest hebben te Versailles op den 19en September, en dat hij zelf de proef wenschte bij te wonen. Men besloot dus tot zoolang te wachten. Maar het begon geweldig te regenen en er stak een hevige wind op, met het jammerlijke gevolg, dat de ballon scheurde en ten slotte geheel onbruikbaar werd.
Bijgestaan door zijne vrienden werkte Montgolfier met zooveel ijver aan de vervaardiging van een nieuwen ballon, dat deze vijf dagen later reeds geheel voor de opstijging gereed was. Deze was geheel rond, was van sterk katoen vervaardigd en met waterverf beschilderd.
In den morgen van 19 September 1783 werd hij naar Versailles overgebracht, waar alles voor de opstijging gereed was gemaakt. Van alle kanten stroomden de toeschouwers toe, en eindelijk verscheen ook de koning met zijn gezin, en gevolgd door het hof, op de plaats der opstijging. Hij liet zich door Montgolfier de inrichting en de toebereidselen voor de opstijging verklaren.
Om één uur gaf een musketvuur het teeken, dat men met de vulling kon beginnen. Een tweede musketvuur kondigde aan, dat de ballon gereed was om op te stijgen.
Onder aan den ballon was een rieten kooi opgehangen, die de eerste levende luchtreizigers zou bevatten. Montgolfier had namelijk een schaap, een haan en een eend bestemd, om deze luchtreis mede te maken.
Het derde musketsalvo weerklonk, en onder luid gejubel van de toeschouwers steeg de ballon omhoog. Eerst werd hij door den wind in zuidelijke richting gedreven, maar door eene scheur, die bij de opstijging ontstaan was, ontsnapte veel van de verwarmde lucht, zoodat hij spoedig begon te dalen. Wel had hij eene groote hoogte bereikt, maar de opstijging was slechts van korten duur. Na tien minuten reeds daalde hij op 4 mijlen afstands van Versailles neder, in het bosch van Vaucresson, waar hij in de hooge takken der boomen bleef hangen.
De kooi met de luchtreizigers viel op den grond, maar de dieren bleven ongedeerd. Onder de toeschouwers bij den nedergedaalden ballon bevond zich ook een zekere Pilâtre de Rozier, die toen reeds den wensch koesterde eenmaal met een ballon tot hoog in de wolken op te stijgen, een wensch, waarvan de bevrediging hem eenmaal het leven zou kosten.
Ernst Montgolfier besloot thans een ballon te vervaardigen, die geschikt zou zijn om ook menschen met zich mede te voeren in het luchtruim. De ballon was verbazend groot, en had om het buitenste gedeelte van de opening een galerij van riet, waarop een of meer personen konden plaatsnemen. Aan kettingen hing onder aan den ballon een rooster van ijzerdraad, waarop het vuur kon gestookt worden. Op de galerij, die van eene leuning voorzien was, bevond zich een flinke voorraad brandstof, waarmede men onder het stijgen het vuur levendig kon houden.
Pilâtre de Rozier smeekte om de gunst, de eerste te mogen zijn, die zich in een ballon hoog boven de aarde zou verheffen. Eerst maakte men eenige proeftochten, die uitstekend voldeden. De ballon werd aan lange koorden vastgebonden en opgelaten met Pilâtre de Rozier als passagier. Deze was opgetogen van vreugde en toonde zich een handig luchtreiziger. Toen de ballon bij het neerdalen eens op de toppen van eenige boomen terecht kwam en de talrijke toeschouwers vreesden voor het leven van den koenen luchtreiziger, die groot gevaar liep naar beneden te storten, wierp hij doodbedaard een flinken voorraad brandstof op het vuur, en zie—de ballon steeg opnieuw statig omhoog, onder het gejuich van de aanwezigen.
Toen eindelijk het oogenblik genaderd was, dat de ballon, geheel vrij het luchtruim zou ingaan, voelde Montgolfier zich bezwaard over het gevaar, dat de dappere Pilâtre de Rozier zou loopen. Hij vreesde, dat het hem het leven zou kosten, en—verbood hem, de reis mede te maken.
Eene grootere teleurstelling was voor Pilâtre niet te bedenken. Hij smeekte zoo dringend, dat Montgolfier eindelijk zijn toestemming gaf,—maar toen verbood de koning de opstijging. Deze wilde alleen toestaan, dat een of twee ter dood veroordeelde misdadigers de reis zouden meêmaken, omdat hun leven toch verbeurd was.
Dit besluit wekte bij Pilâtre de Rozier de grootste verontwaardiging. “Wat!” riep hij uit. “Zou aan twee misdadigers de groote eer te beurt vallen, de eersten te zijn, die zich in het luchtruim mogen verheffen, terwijl het mij geweigerd wordt!” Maar de koning hield voet bij stuk en bleef weigeren.
Toen wendde Pilâtre zich tot den Markies d’Arlandes, die in den vastgebonden ballon een paar maal met hem opgestegen was, en riep zijne hulp in. Hij smeekte hem, zijne voorspraak bij den koning te zijn. De Markies d’Arlandes voldeed aan dat verzoek en bood zelfs aan, Pilâtre op zijn tocht te vergezellen. Eindelijk bezweek de koning voor zijn aandrang en gaf zijn toestemming.
Den 21en November 1783 namen de beide kloeke mannen op de galerij plaats en steeg de ballon ten aanschouwe van duizenden op. ’t Woei hevig en de lucht was stormachtig, maar de ballon verhief zich toch op majesteuze wijze tot eene hoogte van 70 meter. Ademloos werden de onverschrokken luchtreizigers door de toeschouwers nagestaard.
De ballon steeg steeds hooger, tot eindelijk de mannen op de galerij niet meer te onderscheiden waren. Toen hij begon te dalen, wierpen zij nieuwe brandstof op den rooster, en weer steeg hij hooger. De wind voerde hem over de stad, tot boven het vrije veld.
“Nu naar de aarde terug!” zei d’Arlandes.
Kalm daalde de ballon neder en ongedeerd kwamen de luchtreizigers bij de hunnen terug. De eerste proef was uitstekend geslaagd. De twee luchtreizigers hadden een waagstuk volbracht, dat nog nooit door eenig mensch was gedaan.