Zeventiende tooneel.
H. C. (Hendrik Clemens) Muller translation
Dezelfden.
Volk.
Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijk
Een goede burger, zooals nimmer nog voorheen
945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.
Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,
Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!
Geef dus je zegelring terug, je mag niet meer
Voor mij blijven zorgen.
Paphlagoniër
(
geeft den ring terug
).
Voor mij blijven zorgen. Dáár, ’k verzeker u alleen
Dat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,
950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.
Volk.
’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeft
De mijne niet is, er staat een ander zegel op,
Of ’k zie niet goed.
Worstverkooper.
Of ’k zie niet goed. Laat zien aan mij, wat stond er op?
Volk.
Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.
Worstverkooper.
955Dat staat er niet.
Volk.
Dat staat er niet. Zie jij geen deeg, wat staat er dan?
Worstverkooper.
Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.
Volk.
O wee.
Worstverkooper.
O wee. Wat is er?
Volk.
O wee. Wat is er? Gooi dien ring maar heel gauw weg,
’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,
Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.
(Hij geeft hem een anderen)
Paphlagoniër.
960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,
Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.
Worstverkooper.
Hoor dan ook de mijne.
Paphlagoniër.
Hoor dan ook de mijne. Als je luistert naar dièn vent,
Dan wordt je kaal.
Worstverkooper.
Dan wordt je kaal. Wanneer je doet wat hij verlangt,
Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.
Paphlagoniër.
965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,
Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.
Worstverkooper.
En in de mijne, dat jij in een purperkleed,
Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,
En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.
Kooraanvoerder.
970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheer
Ze kan vernemen.
Worstverkooper.
Ze kan vernemen. Zeker.
Volk
(
tot den Paphlagoniër
).
Ze kan vernemen. Zeker. Breng de uwe ook!
Paphlagoniër.
Vooruit.
Worstverkooper.
Vooruit. Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.
(Beiden af)
Koor
(
eerste helft
).
Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,
Welk een vreugde voor gansch Atheen,
975Voor den vreemdeling, voor elkeen,
Ging slechts Kléon te gronde!
Maar er zijn ouderen van jaar,
Die hem helpen, alsof ’t hier waar
Altijd een Dertigprocesbazaar—
980Ons bestrijden—’t is zonde!
Want hij zorgt, dus zeurt men wat,
Dat Atheen twee dingen bevat,
Die onmisbaar zijn in een stad:
’n Lepel is ’t, en een stamper....
(Tweede helft)
985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:
Wat vertelt ons de jeugd, die toch
Met hem op school ging, toen hij nog
Was een kleine slampamper?
Dat hij eeuwig en altijd maar
990Streek op één en dezelfde snaar,
Of geen andere toon er waar’,
Zonder andre talenten—
Tot zijn leeraar, te goeder stond’,
Hem als onleerzaam naar huis toe zond,
995Daar er voor hem geen klank bestond,
Dan het gerol van centen!