Een en twintigste tooneel.
H. C. (Hendrik Clemens) Muller translation
De worstverkooper. Het koor.
Worstverkooper.
Elk zwijge aandachtig en sluite den mond, weg met alle getuigenverhooren,
Men sluite terstond alle rechtbanken ook, waarin deze stad zich verlustigt,
En over ons onverhoopte geluk juich’ de heele schouwburg van blijdschap!
Kooraanvoerder.
O morgenlicht voor het heilig Atheen, o aller eilanden toevlucht,
1320Wat brengt gij ons voor voorspoedig bericht, dat de straten zich vullen met vetdamp?
Worstverkooper.
Heer Volk heb ik door koken verjongd—van een leelijkert maakte ik een prachtvent.
Kooraanvoerder.
En waar is hij thans, o menschenvriend van bewonderenswaardige vinding?
Worstverkooper.
Hij woont in ons viooltjesbekranst, in ons oud eerwaardig Athene.
Kooraanvoerder.
Hoe hem te zien? hoe is hij gekleed? wat is hij voor kerel geworden?
Worstverkooper.
1325Zooals hij met Aristides eens, met Miltiades aanzat ten maaltijd,
Aanschouwt hem zelf, want ik hoor reeds gedruisch van een plechtig geopende voorpoort.
Juicht allen in koor bij het blijde gezicht van het oud eerwaardig Athene,
Elks lofzang, ieders bewondering waard, waar het roemruchte Volk nu gaat wonen.
Kooraanvoerder.
O gezondheidstralend, viooltjesbekranst, en benijdenswaardig Athene,
1330Toon ons wie nu over Hellas alleen en ook over dit land zal gebieden.