Tiende tooneel.
H. C. (Hendrik Clemens) Muller translation
Dezelfden.
Paphlagoniër.
Het was me niet ontgaan, dat jullie de heele zaak
Heel netjes in elkaar getimmerd hadt,
Maar ik wist wat te beklinken en te spijkeren was.
Worstverkooper.
465’t Ontgaat me óók niet, al wat jij in Argos doet,
(tot het publiek:)
Hij maakt ons schijnbaar het volk van Argos tot bondgenoot,
Maar steunt daar op eigen houtje de Lacedæmoniërs.
Tweede Slaaf
(tot den worstverkooper)
Kan jij ook niet tegen hem spreken als een timmerman?
Worstverkooper
(tot den Paphlagoniër).
Ik weet wel, hoe die dingen samengeklonken zijn,
Zij worden bedisseld ten bate van de gevangenen!
Tweede Slaaf.
470Goed zoo! spreek jij van „smeden” als hij „spijkeren” zegt!
Worstverkooper.
De mannen van daar, die hameren mee aan ’t zelfde slot.
Al biedt je mij nóg zooveel goud of zilvergeld,
Al stuur je je vrienden, toch verhinder je mij niet
Om dat bekend te maken aan ’t Atheensche volk.
Paphlagoniër.
475En ik zal daadlijk mij begeven naar den raad,
En daar vermelden hoe gij allen samenzweert,
En hoe gij ’s nachts hier op den burg tezamenkomt,
En hoe gij aan den koning der Persen ons verraadt,
En—hoe j’ons kaas wilt geven uit Boeotië!
Worstverkooper.
480Hoe duur zou wel die kaas zijn uit Boeotië?
Paphlagoniër.
Bij Herkules! ’k zal maken dat je onderligt!
(Af.)