← Table of contents
Reisjes in Zuid-Vlaanderen

XXIV. Naar het bosch-Joly.

Reading edition

Ja, Ronse heeft eene heerlijke omgeving.

In de stad slenterend, kan men ze hier en daar, door eene zacht klimmende straat, reeds bewonderen.

Den Broel voorbij gaande, bereikt men het bosch-Joly, een half uurtje buiten de stad, op het hoogste van Hoogerlucht, tusschen de Kruisen en den Muziekberg.

Eene statige eikenlaan loopt naar den ingang.

De boomen ruischen in den zoelen wind en toonen, door de openingen tusschen hunne stammen, een prachtig landschap in de verte, beheerscht door den zwaren toren der St-Hermeskerk.

De heer Joly heeft het bosch als warande ingericht. Het meet ten minste twintig hectaren.

Overal kreupelhout en varens; overal schoone, krachtige boomen: eiken en esschen, olmen en beuken, berken en dennen, overal dalende en klimmende wegen.

Rechts is de geliefkoosde verblijfplaats der konijnen. Nu en dan wipt er een van die bevallige knagertjes in of uit zijne pijp.

Verder ontmoet de wandelaar eenen vijver, tintelend in den glans der zonne.

Rondom dien vijver vindt men ruwe rustbanken, verscheidene rotsen en bronnen. Groen mos bedekt de rotswanden.

Midden in den vijver staat de Menhir, eenzaam, maar fier en pal. Zijne voeten steken in het slijk, maar zijn kop glanst in het zonnelicht. Een beeld van den denkenden, maar ondeugenden mensch...

Twee bronnen versierde men met bouwstoffen van het voormalige slot der stad, weshalve zij eenen historischen naam kregen: de bron van Nassau en de Kasteelbron.

Zuidwaarts springt de bron der Reuzen tusschen verscheidene groote rotsblokken.

Een murmelend beekje leidt het overtollige water weg.

Niet verre van de bron der Reuzen kan men, in een allerliefst prieeltje, eenige oogenblikken uitrusten.

Onder het rooken van eene lekkere pijp en het beschouwen van den weelderigen plantengroei hoort men den koekoek roepen: «Koekoek! hier is het goed!»

Opklimmende, komt men vóor het eigenlijke park. Daar vindt men een fraai paviljoen, eene schilderachtige grot, eenige kleinere bronnen en een donkergroen mastbosch. O die smakelijke lucht!

Een zeer merkwaardig voorwerp is een «dolmen,» door den heer Joly op de kruin van den Muziekberg ontdekt. Twintig paarden trokken dien reusachtigen steen naar de plaats, die hij thans bekleedt. Hij is inderdaad omtrent 0m,70 dik, en 1m,80 lang en breed. Kon hij maar vertellen uit den voortijd, toen onze vaderen nog omdoolden in de duisternissen van het heidendom!

Men heeft het Joly-bosch weleens met het woud van Fontainebleau vergeleken. In alle geval kan men er eenen halven dag heel genoeglijk overbrengen. Een onzer vrienden, die ons derwaarts vergezelde, zong gedurig met zijne helderklinkende stem het Duitsche lied:

In het woud daar wou ik leven Bij heeten zonneschijn.

En vraagt de maag eenige verversching of versterking — want de mensch leeft toch ook niet van poëzie alleen! — zoo kan men in de eene of andere herberg het verlangde bekomen.

Een blik op de stad en het omliggende landschap zal tevens de oogen verzadigen.

Bij de poort leest men in groote letters en in onze twee landtalen:

Verboden ingang! Entrée interdite!

Maar de heer Joly is een vriendelijk man, en verschaft den nieuwsgierigen wandelaar gaarne eene toegangskaart.

Terugkeerende naar de stad, maakten wij de bemerking, dat wij in Zuid-Vlaanderen, voor weinig geld en in korten tijd, toch zoo schoone uitstapjes kunnen doen met onze familie. En wij voegden er bij, dat de mensch, die goed ziet en goed hoort, een bevoorrechte sterveling is.

Toen wij bij onzen vriend te huis kwamen, wachtte ons een smakelijk avondmaal.

En de lieve huisvrouw speelde eene prachtige sonate van Beethoven; en de vriend vergastte ons op het prachtige lied van Karel Mestdagh:

Door de Nederlanden, Naar de wijde, diepe zee, Stroomt de schoone Schelde...

Panorama op den HOOTOND

Panorama op den HOOTOND
Panorama op den HOOTOND
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings