X. Naar Tiegem.
Reading edition
Vacantie!
Dat woord klinkt aangenaam in de ooren der schooljeugd, die een jaar lang, van half negen 's morgens tot half vijf 's avonds, moest stil zitten, en luisteren en leeren; aangenaam ook in de ooren der onderwijzers, die dag aan dag hun hoofd moeten breken om het jonge volkje, aan hunne zorgen toevertrouwd, de eerste beginselen van allerhande wetenschappen in te planten.
Vacantie, tijd van ontspanning en verzet voor velen, tijd van nieuwe bezigheden voor anderen, wees gegroet!
Wij hadden Lier bezocht, waar wij over dertig jaren studeerden, en daar eenen geliefden oud-leeraar — M. Troch — de hand gedrukt; wij hadden den hooggeleerden patroon van het Davids-Fonds op zijn arduinen voetstuk zien staan; wij hadden een paar dagen overgebracht in de tentoonstelling van Brussel, en besloten nu onze uitstapjes in de Vlaamsche Ardennen te hernemen.
Den 9 September 1897, in den voormiddag, stoomden wij naar Ansegem, om van daar naar Tiegem te wandelen.
Ansegem heeft drie spoorhallen: aan den Sterhoek, bij het dorp en langs den ouden Heirweg, in de richting van Waregem.
Het koor, de kruisbeuk en de toren der kerk zijn zeer oud; de beuken dagteekenen van 1828. Benoorden de kerk rijst het aloude kasteel van Hemsrode.
Een klimmende weg loopt naar Kaster. De spits van den toren steekt boven eenen heuvel uit.
Bij de kerk van Kaster — een werk van L. Vuylsteke, uit Geluwe — blikt men op Kerkhove in de diepte, op den Kluisberg over de Schelde.
Aan het gemeentehuis van Kaster loopt een zijweg naar Tiegem, een dorp van nagenoeg 2,000 zielen.
Tiegem is maar 769 hectaren groot. Het ligt op twee heuvels, waarvan de voornaamste eene hoogte van 70 meters bereikt.
Hedendaags is Tiegem een lief, eigenaardig dorp, met schoone steenwegen, met fraaie kasteelen en lusthuizen. De meeste oude woningen zijn hersteld geworden en prijken met bevallige puntgeveltjes.
De kerk is een klein juweel, over weinige jaren hersteld en herbouwd door Aug. van Assche, uit Gent. Goethals schilderde den tempel; Bourdon verrijkte hem met een merkwaardig altaar.
De voormalige burcht stond tusschen Tiegem, Avelgem en Waarmaarde. Op dezelfde plaats vindt men thans de «S. Aernoutscapelle,» herbouwd in 1854, en den «S. Aernoutswal.»
In de tweede helft der XVIe eeuw plunderden «de Waelen de prochie ende heerlichede.» In 1581 kon men niet meer dan «het zesde of het zevende deel der landen» bezaaien.
Tiegem is de geboorteplaats van S. Arnold, den beschermheilige der gemeente. Zijn vader behoorde tot het adellijk geslacht der heeren van Pamele en Oudenaarde; zijne moeder sproot uit het huis der graven van Leuven.
Als ridder en krijgsman verwierf de jonge Arnold eenen grooten roem. Later begaf hij zich naar de abdij van den H. Medardus, te Soissons, en trok daar het kloosterkleed aan.
Het duurde niet lang, of men benoemde den nederigen man tot bisschop in dezelfde stad. Hij vroeg echter zijn ontslag, en kwam naar Vlaanderen terug. Hij predikte te Torhout, te Gistel en te Veurne, bouwde een klooster te Oudenburg, in het Brugsche, en stierf aldaar in 1087, in den ouderdom van 47 jaren.
De kerk van Tiegem bezit een bovenarmbeen van Vlaanderens grooten apostel.