← Table of contents
Reisjes in Zuid-Vlaanderen

XIX. Geeraardsbergen.

Reading edition

Geraardsbergen — Grammont — is een lief steedje, gelegen op de helling van den Ouden-berg. De Dender verdeelt de plaats in eene boven- en eene benedenstad. Het zicht op de bovenstad is waarlijk schoon, prachtig.

Geeraardsbergen ontstond in het jaar 1068, onder de regeering van Boudewijn van Bergen, graaf van Vlaanderen en Henegouw. De stad werd gesticht op eenen vrijen grond, toebehoorende in Hunnegem aan zekeren Geeraard, en mag beschouwd worden als eene eerste allodiale bezitting der Vlaamsche vorsten.

Misschien wilde Boudewijn, op de grenzen zijner twee staten, een bolwerk opwerpen tegen den moedwil zijner Waalsche onderdanen. Hoe het zij, Geeraardsbergen was de eerste Vlaamsche gemeente, die eene keure kreeg. Ziehier enkele bepalingen uit dit oude wetboek:

«Alwie in Geeraardsbergen erf koopt en zich aan de stedelijke wet, volgens het oordeel der schepenen, onderwerpt, wordt vrij, al was hij dat vroeger ook niet.

»Elke burger van Geeraardsbergen heeft het recht de stad te verlaten en zijne woonstede elders te kiezen, mits hij geene schulden nalate.

»Geen burger mag gedwongen worden tot het tweegevecht, noch tot het ondergaan van vuur- of waterproef.

»Wie geene erfgenamen heeft, mag zijne goederen, zoo roerende als onroerende, vermaken aan de kerk of aan den arme.

»Een burger, die weigert zijne schulden te betalen, zal, na uitspraak der schepenen, door 's graven hulp en macht, daartoe gedwongen worden.

»Wie een ander doodt of verminkt, zal, buiten het geval van eigen verwering, hoofd voor hoofd, lid voor lid geven.»

Dank aan die keure, zegt D^r Moroy, bezat het ontluikend Geeraardsbergen op korten tijd de drie dingen, die eigenlijk de stedelijke gemeente uitmaakten: eene parochiekerk en een plaatselijk schependom, met muren en vestingen.

Deze waren bijzonder sterk aan den kant van Henegouw, alwaar twee stevige torens, die nog gedeeltelijk bestaan, de Pussemijpoort beheerschten en beschermden. Men noemt ze den Pijntoren en den Dierenkost. In de Pussemijstraat, derwaarts leidende, stond de eerste pusseme of woekerbank, de eerste Lombard.

Na de nederlaag der Vlamingen te Kassel, op den 20 Augustus 1328, werden onze vaderen streng gestraft. Te Brugge en te Ieperen alleen koos men 1400 gijzelaars. Willem de Deken, oudburgemeester van Brugge, stierf als martelaar den 15 December 1328. Een andere Bruggeling duidde twee mannen van Geeraardsbergen als medeplichtigen aan: Hendrik van Kerreghem en Jan Blondeel. De genaamde Jan le Clerc, die in vroegere jaren te Geeraardsbergen een openbaar ambt bekleedde, onderteekende zijne onderwerping daags vóor St-Michielsdag in 1329. Hij beleed misdaan te hebben «en ces derraines esmeutes.»

Tijdens de regeering van Lodewijk van Male heerschten er nogmaals groote onlusten in Vlaanderen: een krijg tusschen de burgerij en den adel. De Witte Kaproenen bezetteden in 1380 de vier Ambachten, haalden Ieperen voor hunne zaak over en wonnen bovendien Dendermonde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen.

In de maand Maart van het volgende jaar werd de worsteling met nieuwen drift hernomen. Vijf krijgsbenden trokken uit Gent, zich richtende naar verschillende gewesten, als wilden zij toonen, dat hunne stad machtig genoeg was om over heel het graafschap te heerschen. Die stoutmoedigheid had nochtans jammerlijke gevolgen; want terwijl de eenen voordeel haalden, werden de anderen deerlijk geslagen.

Het was in die omstandigheden, dat de heer van Edingen — Enghien — een neef van Vlaanderens graaf, op Zondag 7 Juli 1381 heel Geeraardsbergen verwoestte. De ingezetenen werden om hals gebracht, de huizen en de openbare gebouwen door het vuur verslonden.

Philip de Stoute teekende den 18 December 1385 een vredeverdrag, waarbij alle oude voorrechten en vrijheden niet alleen aan Gent, maar ook aan Kortrijk, Deinze, Rupelmonde, Hulst, Axel, Biervliet, Dendermonde, Oudenaarde, Aalst, Ninove en Geeraardsbergen werden weergegeven en bevestigd.

Ook in 1485 en 1491 werd een groot gedeelte van de stad verwoest.

Na de plunderingen der Geuzen stonden er nog honderd drie en zestig bewoonbare huizen recht.

Geen wonder dan, dat Geeraardsbergen niet rijk is, aan oude gebouwen.

Zeer merkwaardig nochtans is de kerk van Hunnegem, deels in Romaanschen, deels in Gothischen stijl opgebouwd. Zij wordt gebruikt door Benedictijner nonnen, en werd gansch geschilderd door L. Bert-de l'Arbre, den geachten voorzitter van het Davids-Fonds aldaar. Boven het altaar bewondert men de vereering der H. Maagd; elders het leven van den insteller der Benedictijnen of, zinnebeeldig, de alledaagsche bezigheden der nonnen: het gebed, het onderwijs en de arbeid.

Op de Markt staat de kerk van Sint-Bartholomeüs, een Gothisch gedenkstuk uit de laatste jaren der XVe eeuw. De predikstoel is een schoon gewrocht, gesneden door Deville. Onlangs heeft M. Bert den tempel prachtig versierd. De edelmoedige kunstenaar schilderde eigenhandig, ter eere Gods, het koor en de beuken in 1896.

Den 16 Juli 1515 bracht men, uit «de prochie van sente Martenslierde, zekere reliquiën van den heylighen Bertolomeux, om die in de prochiekercke» van Geeraardsbergen te stellen, te verheffen en te eeren. De kas, waarin men die kostbare overblijfselen bewaart, is een zilveren juweel van groote waarde.

Vóor de Fransche omwenteling bezat Geeraardsbergen eene vermaarde abdij, toegewijd aan St-Adriaan. Zij dagteekende van het jaar 1081 en stond tusschen de Bergpoort en de poort van Boelare. De monniken besteedden hunnen tijd aan het gebed, aan den arbeid en aan de studie. De kerk was groot en schoon, versierd met prachtige sieraden. In 1519 bezat zij «een stic van den heleghen Cruce, een doren van de dorne croone, een sandael van die heleghe moeder Anna en eenen brief van sent Joannes den Evangelist,» benevens eene menigte overblijfselen van heilige mannen en vrouwen. J. van Coppenolle, prelaat en abt van het klooster, teekende deze bijzonderheden in eene korte «verclaeringhe» aan.

Een pand der abdij is gespaard gebleven.

Het gasthuis is almede zeer oud. Een steen, in den gevel gemetseld, draagt althans het volgende opschrift: «Aen siecken ende weesen hebben zy hunne erve uytgedeeld. Johanna, gravinne van Vlaenderen (1243); — Meester Sechere, pbr., en Claus Cheylinc (1244); — Symoen de Ruwe (1304); — Jan van Culsbrouc ende Geert syn broedere (1406)...»

Meer dan ééne nijverheid heeft Geeraardsbergen verlaten. Nog in de XVIe eeuw telde de stad tapijtwevers, lakenwevers, volders, droogscheerders en linnenwevers. Hun gildehuis stond op den hoek, gevormd door de Begijnhofstraat en de huidige Wijngaardstraat.

Later bloeide de nijverheid der zwarte kanten.

Hedendaags heeft Geeraardsbergen groote werkhuizen, waar men sigaren en zwavelstokjes vervaardigt.

Geeraardsbergen schonk het leven aan Gabriël de Grupello, beeldhouwer, van wien men verdienstelijke werken aantreft in België en in Duitschland; — aan Jan Hauchin, aartsbisschop van Mechelen in de tweede helft der XVIe eeuw; — aan J. Schollaert, dichter, begraven in de St-Bartholomeüskerk, vóor het altaar van St-Elooi; — aan Frans Rens en D^r R. Moroy.

Rens (1805-1874) beoefende met voorliefde de ballade, en leverde in dit vak eenige merkwaardige stukken. Wie de herleving der Vlaamsche letteren na 1830 wil nagaan, doorbladere 's mans letterkundig Jaarboekje; wie de geschiedenis der Vlaamsche beweging wil kennen, raadplege zijne Eendracht.

D^r Moroy, overleden te Moorsel, schreef J. David's leven en belangrijke bijdragen in het Belfort. Voor dit werk leverde hij ons bereidwillig eene menigte aanteekeningen. De begaafde man stierf in 1898.

De stad Geeraardsbergen bezit verscheidene volksscholen voor jongens en meisjes; eene muziekschool; eene nijverheidschool; eene kostschool, gehouden door Josephieten in het voormalige klooster der Karmelieten; een bisschoppelijk college, in het oude klooster der Miniemen.

Twee genootschappen beoefenen de tooneelkunde. Het St-Pietersgilde bloeide reeds in de XVe eeuw. Ten jare 1424 reden «de ghesellen, ghewapent en te peerde, by goeden adviese vóor het heleghe Sacrament in den ommeganc van der processie.» Na den middag «speelden sy up de maerct een spel van batailgen.»

Het grondgebied der stad meet 191 hectaren. Hare bevolking is tot ongeveer 10,400 zielen gestegen.

De Groote Markt ligt 33 meters boven den spiegel der zee. Weinige minuten verder rijst, breed en majestatisch, de Oude Berg, wiens hoogste punt, achter de kapel, 113 meters bereikt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings