← Table of contents
Martelaren van Rusland

VI. Siberië. De Straffen.

S. J. Bouberg Wilson translation

“Hier is de nacht somber als de winter. Hij is droefgeestig, maar indrukwekkend. Wanneer hij verhelderd wordt door het noorderlicht, vertoonen zich aan den donkerblauwen, bijna zwarten hemel duizenden vallende sterren en schijnt hij in vlam te staan. Dit vuur verwarmt niet, verlicht niet. Die sterren zijn zwaarmoedig; men zou ze houden voor de oogen der geesten van veroordeelden, die voor immer dit ongelukstafereel willen vastleggen...

“Kolommen vuurs, vreemdsoortige, verschrikkelijke, majestueuse gedaanten stooten op alle punten van den hemel tegen elkander; men zou zeggen gloeiende houtskolen, bijwijlen stroomen bloeds... Zou de natuur, evenals de mensch, visioenen hebben? Deze Noordsche natuur, misdeeld, ingeslapen, schijnt droomen van ballingen te droomen.”

“Ik wandelde langs de kust der zee, en als het weêr stormachtig werd, zag ik allerlei vreemdsoortige dieren, walvisschen, zeeleeuwen en zeehonden. Soms werd ik door steenen getroffen; beren slingerden die naar mij toe, om mij te wonden en vervolgens aan te vallen. Deze zee heeft in den herfst veel deining; zij breekt met zooveel kracht, dat Kamschatka er tot op zijn grondslagen van trilt. De dagen zijn grauw en de nachten zwart. Als de storm in aantocht is en de Oceaan zijn gerommel doet hooren, huilen de groote troepen honden, die leven van visschen (er zijn er misschien wel twintig duizend) tegen den Oceaan, en tallooze beren geven antwoord door onheilspellend gebrom. Gedurende dien tijd rommelen de vulkanen en braken vlammen en asch. O, wat een helsch schouwspel! en wat is een eerlijk man in een benarden toestand te midden van den tweespalt der toornige elementen!”

Kopec beklaagt zich over de natuur, zelden over de menschen. Toch was hij met groote barbaarschheid behandeld. Gekwetst, ziek, zonder dat men op zijn wonden acht sloeg, die door de kou weêr opengingen, was hij dag en nacht in een koets, van binnen dubbel met ijzer beslagen, voortgesleurd. Geheel uitgeput, vroeg hij den officier, die hem geleidde, eenige rust. “Ik heb order zonder oponthoud verder te gaan, zei deze; ik zal in allen geval uw lijk meêvoeren. U heeft vrijheid onderweg te sterven.”

Wat ook nog erg treurig voor hem was, was dat hij onmetelijke convooien ontmoette van arme Polen, die naar Siberië gevoerd werden, kaal geschoren, met een brandmerk op ’t voorhoofd en een afgehakten neus. Verder voortgaande werd de weg niet anders aangewezen dan door doodsbeenderen van beren, paarden of menschen, en enkele graven van in de woestenij gestorven ballingen, welke afwachtten wie na hen zouden komen.

Bij eene pleisterplaats zag hij een oogenschijnlijk voorname vrouw, die dienstbode was. “Wie is u?” vroeg hij.—“Indertijd echtgenoote van een kolonel, nu van een grofsmid.” En zij verwijderde zich, zonder te zeggen wie ze was.

Kopec scheen een verloren man, voor altijd Siberiër te worden, zonder eenige gelukkige kans. Andere generaals, die men later zocht om ze de vrijheid te hergeven, konden nergens gevonden worden.

“Eens op een dag keek ik, in droefgeestige gedachten, terwijl ik mij op de overblijfselen van een verongelukt schip bevond, naar de zee, die vol was van allerlei monsters. Plotseling ontdek ik een jongen, knappen, statigen man, in een vreemde kleederdracht; de verschijning greep me zeer aan. “Tot welke natie behoort u?” vroeg hij mij.—“Tot het ongelukkig volk.” “O, je bent dus een Pool!... Ik ben koopman... ik ga naar Rusland terug... Schrijf een brief aan de uwen... Ik weet wel wat voor gevaar ik loop... maar dat kan me niet schelen! gauw, ga schrijven.” Hij trotseerde het gevaar, belastte zich met den brief en heeft hem eerlijk bezorgd.”

Maanden en jaren verloopen. Eens op een dag komt de man, bij wien Kopec inwoonde, bleek en ontdaan bij hem in de kamer: “Er is een schip in zee gezien.”—“Nu, des te beter!” gaf de Pool ten antwoord.—“Neen, des te erger,” zei de man. “De kommandant hier zal ons beschuldigen een komplot te hebben gesmeed, zooals hij wel meer doet; hij zal ons goed en leven nemen. Hij weet, dat het drie jaar duurt vóór een klacht te bestemder plaatse komt.”

Het schip bracht de gratie van Kopec, zijn bevrijding. Hij wilde het eerst niet gelooven. Toen hij ’t zelf gelezen had, viel hij in zwijm. Om zich te herstellen, ging hij naar de zee. “Het was stormachtig weêr; de monsters kwamen bij troepen naar de kust toezwemmen. Ik verbeeldde mij menschen te zien, gezichten te herkennen, ik zag tafereelen uit ons volksleven, processies, monniken die mij het kruis tegemoet droegen. Ik wilde mij naar voren werpen... maar werd tegen gehouden.

“Teruggekomen, had ik moeite om mijn kamer binnen te treden. Ieder kwam mij gelukwenschen. De vrouwen brachten mij geschenken, goede en zonderlinge: rum, suiker, waskaarsen (in het land van eindelooze nachten, van alle dingen het meeste waard).

“De geestelijke, een gemoedelijke grijsaard van tachtig jaar, balling als de overigen, kwam in zijn priestergewaad, met zijn koorzangers, zes kinderen van de naburige eilanden, door hem gevormd, die heel goed zongen, bepaald aandoenlijk. Ik stak al mijn kaarsen tegelijk aan. Hun fijne stemmetjes drongen ons tot in het hart. Ik ben altijd spoedig tot tranen geroerd geweest; maar ditmaal barstte ik in snikken uit, of, om ’t juister uit te drukken, in woeste kreten.

“Vervolgens gingen we rondom mijn steenen tafel zitten, en iedereen bleef doorweenen. Ik maakte wat Poolsche punch klaar. Elks gedachten waren bij het vaderland, dat niemand durfde hopen ooit te zullen weêrzien.”

“Gij zijt wel gelukkig,” zeiden ze tot Kopec. “Ge vertrekt in drie jaar.” Het schip lichtte inderdaad eerst het anker na zoo lang in deze kuststreken te hebben vertoefd.

Terwijl alzoo het onpersoonlijke, onverschillige groote slaafsche Rusland zich vermenigvuldigt, vruchtbaar als het gras der steppen en niet minder eentonig dan deze,—verdwijnt de krachtige persoonlijkheid der heldenvolken, bij welke ieders hart warm klopte, wordt ze uitgebluscht, begraven. Siberië bedekt, verbergt zijn schat onder de aarde.

Treffende eigenaardigheid! Wat men niet heeft kunnen geheim houden, wat aan het helderst daglicht gekomen is, dat is niet de weerstand der dapperen, het zijn de bewijzen van toewijding als een natuurlijk uitvloeisel van den band van ’t familieleven. De helden zijn heengegaan; maar de vader, de echtgenoot, de verloofde is gebleven, en de natuur, de wonderen van het hart, de overwinningen van de liefde op de menschelijke wreedheid duren voort.

Laat mij hier een gebeurtenis boekstaven, nog verrukkelijker, maar minder bekend, historisch vaststaande door het getuigenis van een waarheidlievenden mond, die niet in staat was te liegen.—In 1825 werd een jonge Rus (noemen we hem Iwan) naar Siberië gezonden. Hij had lief en werd bemind. Een Fransch meisje, een jeugdige onderwijzeres bij zijn familie, had trouwbelofte van hem. De familie, die dit wist, maar op de verbintenis niet gesteld was, had het jonge meisje verwijderd. Nauwelijks had zij vernomen, dat haar verloofde in ’t ongeluk was gestort en van allen verlaten, dat hij “aan den ketting moest,” of zij liet de haar gedane trouwbelofte gelden. Zij ging zonder schroom naar Sint-Petersburg, regelrecht naar den keizer. Hij dacht dat ze krankzinnig was, trachtte haar van haar voornemen af te brengen, beduidde haar niet te volharden in haar wensch de vrouw te worden van een tot dwangarbeid veroordeelde. Helaas! ’t was zoo gemaklijk hem zijn vrijheid te hergeven... De gunst, die men haar toestond bestond alleen in ’t verlof hem te volgen, met hem te lijden, te sterven. De arme Française werd inderdaad het slachtoffer van haar toewijding; haar zwakke borst kon het verschrikkelijke klimaat niet verdragen; na verloop van een jaar stierf zij. Haar man overleefde haar niet; ’t zij door ellende, ’t zij door smart vergezelde hij haar in ’t graf.

Zij lieten een kind na, een ongelukkige wees, bij zijn geboorte reeds een verschoppeling en geruïneerd. De bezittingen van zijn vader moesten overgaan in de handen van een natuurlijken zoon zijns grootvaders. Doch deze (niets is eervoller voor het Russisch karakter) weigerde voordeel te trekken uit de wreedheid der wet en liet den wees alles behouden.

Een gevaar, dat Siberië meêbrengt, en wel het grootste, is dat men er sterft vóór zijn dood. De oneindige verscheidenheid der lotsbeschikkingen, die men er aantreft, de absolute willekeur waaraan allen daar onderworpen zijn, maakt het maar al te makkelijk zelfs de sterkste zielen te beteugelen, te vernietigen. Rusland heeft niet noodig, zooals Oostenrijk, met zorg ingerichte gevangenissen te bouwen, waar de veroordeelde gedwongen wordt onwaardig werk te verrichten, vrouwenarbeid te doen of met allerlei beuzelingen zich af te geven, die den geest verstompen. Het verlaat zich op het voor den mensch al te ruwe klimaat, dat hem breekt. Het verlaat zich op de beestachtigheid van de militaire geweldenarij, welke iederen veroordeelde van karakter als ’t ware door een molensteen fijnmaalt. De hardvochtige soldaat, die telkens vervangen wordt, maakt den veroordeelde weerloos door die wrijving. Deze wordt hoe langer zoo kleiner gemaakt, verslapt, en verliest ten slotte alle kracht tot verder verzet. Het verstand komt hem te hulp en betoont zich vindingrijk, door hem zich zelf te doen wijsmaken dat hij verkeerd zou handelen met langer tegen te spartelen. Het laat hem zijn beulen rechtvaardigen, vernietigt in hem het begrip van goed en kwaad, maakt hem volkomen onverschillig voor alles, verderft zijn zinnen, doet hem gelooven dat het goed is.

Maar, we zijn het, Goddank, te weten gekomen. We zijn gerustgesteld,—hun ziel is niet dood. Ze hebben haar gaaf behouden, en hun lichaam aan ’t noodlot prijs gegeven.—Sommige dood, de andere stervende: alle zijn ze onwrikbaar gebleven in hun geloof en hun hoop.

Een balling, uit Siberië weêrgekeerd (Piotrowski), heeft ons omtrent hun martelaarschap ingelicht.

In 1837 is de beroemde dichter Sierocinski met drie van zijn lotgenooten bezweken. In 1831 voor ’t gerecht gebracht en veroordeeld, had men hem, niettegenstaande zijn jeugd en zijn ambt (hij was priester), soldaat gemaakt. Te paard gezet, met de lans ter hand, leidde de ongelukkige het ruwe leven der Kozakken uit de grensstreken, die in Siberië jacht maken op de Tartaren, de smokkelaars. De autoriteiten in Siberië echter, verstandiger dan die te Sint Petersburg, meenden dat men meer nut van hem kon trekken als onderwijzer in een militaire school. Dáár beraamde deze zwakke en tengere man, in wiens lichaam evenwel een veerkrachtige ziel huisde, het vermetele plan, de stoutmoedigheid van Beniowski na te volgen en te overtreffen, door in geheel Siberië te bewerken, wat hij alleen voor Kamschatka deed, nl. de veroordeelden en de inwoners tot opstand te brengen. Het land, dat naar gemeentelijke wetten geregeerd wordt, zou ongetwijfeld voordeel hebben getrokken door zich af te zonderen van het groote rijk, dat slechts het Zuidelijk gedeelte koloniseert en het Noorden een wildernis laat. De oude stammen van het Noorden, vroeger tevreden met hun zwervend herdersbestaan, leven, nu zij hun rendierkudden niet meer kunnen weiden, alleen van de jacht, of liever zij sterven uit en verdwijnen als de Roodhuiden van Amerika.

Eindelijk kwam uit Sint-Petersburg het verschrikkelijk vonnis. Verscheiden Polen en een Rus zouden zeven duizend stokslagen krijgen! zonder dat hun er één geschonken mocht worden!—de overigen drie duizend, wat trouwens genoeg is om er aan te bezwijken.—Generaal Gatafiejew werd expresselijk overgezonden om een wakend oog op de terechtstelling te houden. Zijn wreedheid maakte de verontwaardiging zelfs van de Russen gaande.

Bij het aanbreken van den dag schaarden twee voltallige bataillons, elk duizend man sterk, om de slagen te beter te kunnen tellen, zich buiten de stad ieder in één linie. Gatafiejew plaatste zich in het midden van de strafplaats. Voor spitsroeden gebruikte men dikke stokken, en de soldaten werden dicht bij elkaar geposteerd, opdat de slagen te harder konden aangebracht worden.

“Het was heel koud (Maart, in Siberië!) Men ontdeed Sierocinski van zijn kleederen, en plaatste hem vóór den loop van een geweer, met de bajonet tegen zijn borst gekeerd, wat gewoonte is bij zulke straf oefeningen. Daarna werden twee soldaten aan weerskanten gesteld van den veroordeelde, opdat zijn gang tusschen de rijen door noch zou verflauwen, noch versnellen. Toen kwam de bataillonsdokter naderbij, om den patiënt met versterkende droppels op te wekken, want zijn zwak gestel was door drie jaren gevangenis uitgeput, en hij leek meer een schim, dan een mensch; maar hij had zijn zielskracht en zijn wilskracht behouden.

“Men wilde hem weêr overeind richten, maar hij kon niet meer op zijn beenen blijven staan. Een stellage op een sleê was al in gereedheid gebracht. Sierocinski werd er in knielende houding opgeplaatst, zijn handen werden op zijn rug vastgebonden en hij moest zich vooroverbuigen. In deze houding bevestigde men hem aan het stellage, zóó dat hij zich onmogelijk kon bewegen. Op deze wijs begon men hem door de rijen te slepen. Gatafiejew raasde aldoor: “Harder! harder! harder!” Aanvankelijk kermde Sierocinski nog van pijn, maar het werd hoe langer zoo flauwer en zwakker, om eindelijk geheel op te houden.

“Hij ademde nog na vier-duizend slagen ontvangen te hebben; toen gaf hij den geest. De drie-duizend, die overbleven werden aan zijn lijk toegeteld, of liever aan zijn geraamte. Alle veroordeelden, hij vooral, werden zoo met slagen overstelpt, dat, volgens de uitdrukking van ooggetuigen, Polen zoowel als Russen, met wie ik erover gesproken heb, het vleesch bij iederen slag stuksgewijze opzwol; men zag slechts gebroken beenderen. Dit totdusver ongehoorde bloedbad wekte een algemeene verontwaardiging op onder de Polen en zelfs onder de Russen.

“Een tweetal veroordeelden, die op de plaats dood waren gebleven, en zij die nog adem haalden onder de wreedste folteringen, werden naar het hospitaal overgebracht, en dadelijk daarop werden de Polen en een Rus in éénzelfden kuil ter aarde besteld. De Polen kregen verlof een kruis te planten op de laatste rustplaats dezer martelaars, en tot op heden (1846) verheft zich dit gedenkteeken van zwart hout in de eenzame steppen, zijn armen uitbreidende over het graf der slachtoffers, als om ze te beschermen en de barmhartigheid van God over hen in te roepen.”

Illustration from Martelaren van Rusland

Notes in this chapter

Note 1 · Een der grootste Poolsche helden uit den laatsten oorlog tegen Rusland, welke met den val van het land eindigde (1794).Note 2 · Deze was in 1767 door de Russen gevangen genomen.Note 3 · Koning van Zweden, 1697–1718, voerde een aanvankelijk gelukkigen oorlog tegen Rusland, onder Peter den Grooten, maar leed later een gevoeligNote 4 · Prins Troubetskoi nam deel aan de samenzwering van 1825 (zie hoofdstuk VII). Hij werd later begenadigd.Note 5 · De overwonnen Poolsche opstandelingen.Note 6 · 1830.Note 7 · De streken omvattend tusschen de Kaspische Zee en Tibet.Note 8 · [God,] wees mij genadig.Note 9 · Dit is een der trekken van de groote schildering, welke de goede generaal Kopec, metgezel van Kosciusko,1 voor ons heeft ontworpen van OosteNote 10 · Hoeveel treffende geschiedenissen zou de wildernis niet kunnen vertellen, als ze spreken kon! Ze is echter even stom als somber. Deze oceaanNote 11 · Iedereen heeft bij Custine de aandoenlijke geschiedenis gelezen van prinses Troubetskoi,4 die alles verlaten heeft om haar man te volgen, eeNote 12 · Dit is het, wat de vrijheid altijd voor haar aanhangers gevreesd heeft; niet den dood, een edelen en heiligen dood. Dit is het, wat Europa vNote 13 · Peter Wysocki, de jonge held, die den slag van November6 heeft toegebracht door de militaire school tot medewerking te bewegen aan de bevrijNote 14 · Er vormde zich een uitgebreide vereeniging. Het plan stond vast, om, als men niet langer stand mocht kunnen houden, zich gewapenderhand een Note 15 · “Hij wendde het hoofd af, toen de dokter hem de droppels aanbood, en antwoordde: “Drinkt ons bloed en het mijne, ik heb geen behoefte aan uwNote 16 · Het is juist honderd jaar geleden, dat Rusland de doodstraf heeft afgeschaft. Onze wijsgeeren weenden toen tranen van vreugde. Zelfs nu nog
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings