XVI. Nestje.
Reading edition
In 't hazelarenhout Daar is een nest gebouwd Van mos en veer en strootjes; 't Schuilt onder 't groene dak, 't Rust op een slanken tak, 't Wiegt boven 't blanke vlak Der sloot—met lichte stootjes. Het is een koningshuis Bij 't zachte windgeruisch, Dat gaat door struik en boomen; Vijf koningskindren gaan Zacht deinend af en aan, Terwijl vier oogen staan Te waken voor hun droomen.