VIJFTIENDE HOOFDSTUK (continued 2)
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Er ontstond een vertraging. Morano, die sedert den vroegen ochtend over de talrijke bijzonderheden waakte, was wanhopig, dat de driedubbele kist nog niet was gekomen. Eindelijk droegen de bedienden die naar boven en kon men beginnen. Kardinaal Boccanera en donna Serafina stonden naast elkaar bij het bed. Pierre en don Vigilio waren ook aanwezig. Victorine begon de twee gelieven in hetzelfde doodskleed, een groot stuk witte zijde te naaien; het was, als kleedde men hen met hetzelfde bruidsgewaad. Dan traden twee bedienden naar voren en hielpen Pierre en don Vigilio hen in de eerste, vurenhouten, met rose zijde gecapitonneerde kist te leggen. Deze was nauwlijks grooter dan gewone kisten—zoo één geworden waren zij in hun liefdesomhelzing. Toen zij er lagen, zetten zij hun eeuwigen slaap voort, terwijl hun hoofden half verdwenen onder het zich door elkaar strengelende haar. En toen de eerste kist in de tweede, van lood, en dan in de derde, van eikenhout, gesloten was, en de drie deksels gesoldeerd en dichtgeschroefd waren, bleef men de gezichten der twee gelieven nog steeds zien door de ronde, met een dik stuk glas voorziene opening, die men volgens de Romeinsche gewoonte in de drie kisten had aangebracht. Voor eeuwig van de levenden gescheiden, alleen in hun driedubbele kist, lachten zij elkaar nog steeds toe, keken zij elkaar nog steeds aan met hun onverzettelijk geopende oogen: zij hadden nu de oneindigheid voor hun oneindige liefde.