XXI
Reading edition
De onvruchtbare streek tusschen den Rijn en de Ill, zich uitstrekkende van de heuvels van de Sundgau tot aan de Ried, anders gezegd van Blotzheim en Huningen tot aan de grensscheiding tusschen den Opper- en den Neder-Elzas, draagt den algemeenen naam van de Hart of het Hartwald. In het oud-duitsch beteekent Hart, ook Haardt of Harth gespeld, een bosch of eene boschrijke streek; het woord komt in de samenstelling van verschillende plaatsnamen voor. Op vele plaatsen echter heeft de naam het bosch zelf overleefd; de aanwas der bevolking en de behoefte aan beter verzekerd levensonderhoud dan de jacht kon opleveren, heeft gaandeweg geleid tot het uitroeien der bosschen en de ontginning van alle gronden, die maar eenigszins voor meer winstgevende bebouwing geschikt waren. Zonder op te klimmen tot den tijd, toen de romeinsche heirweg van Augusta Rauracorum naar Argentoratum, langs den Rijn en de Ill, midden door een dubbelen gordel van wouden liep, weten wij dat de Hart van de Sundgau nog in de elfde eeuw uit een onafgebroken bosch bestond, zich uitstrekkende van Bazel tot Blodelsheim en Ruocheim, over eene lengte van acht en eene breedte van twee mijlen. Op de kaart van Daniel Speckle, in 1576 uitgegeven, beslaan de bosschen van de Sundgau, in de streek van de Hart, ook eene veel grootere oppervlakte dan tegenwoordig. Tegen eene geringe betaling verkregen de bewoners der omliggende dorpen van de landheeren de vergunning om den grond te ontginnen: nu slonk weldra het bosch aan alle kanten, en niet zelden wisten de bezitters der aldus ontgonnen gronden, die eigenlijk deel uitmaakten van het landsheerlijk domein, zich als eigenaars te doen erkennen, zij het ook maar krachtens langdurig bezit en overgang van het eene geslacht op het andere. Om een einde te maken aan deze schending van de domaniale bosschen, gelastte koning Lodewijk XV, in den jare 1768, de afbakening der grenzen van de Hart, beslaande ongeveer een-en-dertigduizend bunders, die over de geheele lengte niet meer dan een vierde mijl van den Rijn verwijderd is. De koninklijke ordonnantie spreekt van dit woud, als van “een van de kostbaarte domeinen der kroon, zoowel wat betreft de jaarlijksche opbrengst, als ten opzichte van de voordeelen, die het op kan leveren, hetzij voor de proviandeering van een aantal vestingen in de nabijheid, hetzij om te voorzien in de behoeften des legers in oorlogstijd”.
Tegenwoordig vormt het Hartwald nog een aaneengesloten geheel ter oppervlakte van omstreeks veertienduizend hektaren, bij eene lengte van twee-en-dertig kilometers en eene breedte afwisselende tusschen de twee en twaalf. Ongeveer halverwege de lengte wordt het woud doorsneden door het Rijn-Rhône-kanaal, in de richting van het noorden naar het zuiden, tusschen Munchhausen en het Napoleonseiland, van waar zich een zijtak naar Huningen richt. Het woud grenst aan het rechtsgebied van niet minder dan drie-en-twintig gemeenten, waarvan de bebouwbare gronden langs den zoom van het bosch den gemeenschappelijken naam van Hartfeld dragen. De plattelandsbevolking bestempelt met den naam van Hart de beide kantons Ensisheim en Habsheim in hun geheel, en een deel der kantons Landser en Huningen, waartoe de verschillende gemeenten behooren. Het Kastenwald, naar den kant van Breisach, en andere, minder uitgestrekte in die streek verspreide bosschen, zijn nog overblijfselen van het oude oorspronkelijke Hartwald, die voor ontginning en bebouwing niet geschikt schijnen.—De bosschen van de Hart doen in schoonheid verre onder voor het woud van Hageman en vooral voor de wouden der bergen; zij bestaan hoofdzakelijk uit hakhout van eiken en hagebeuken. In het begin van de vorige eeuw werd het hout om de twee-en-vijftig jaren geveld en verkocht; de hak geschiedde bij partijen van zeshonderd bunders. Tegenwoordig laat men de boomen niet langer dan vijf-en-dertig jaren staan: het gevolg daarvan is, dat het jonge hakhout meer en meer de overhand krijgt en het woud alle karakter verliest. Op verschillende plaatsen, waar het jonge plantsoen niet is opgekomen of het weder inplanten is verzuimd, worden de omgehakte boomen vervangen door welig kreupelhout en struikgewas, dat soms eene hoogte van acht tot tien el bereikt. En daar, waar de eiken zich ter hoogte van eenige ellen boven het hakhout verheffen, wekken die eiken, door hun ziekelijk voorkomen, het aantal doode takken en het schraal gebladerte, veelmeer medelijden dan bewondering. Als die ongelukkige boomen niet tijdig worden geveld, dan beginnen zij in het hart te rotten en verliest het hout voor een goed deel zijne waarde. Misschien ware het raadzaam, hier van het kweeken van eiken af te zien, om zich te bepalen tot het hakhout van hagebeuken; maar de streken, waar de wijnbouw gedreven wordt, vragen van de Hart den noodigen voorraad van eikenhouten staketsels, en om de exploitatie van het bosch zoo voordeelig mogelijk te maken, moet met deze eischen rekening worden gehouden.

Een truffelzoeker.
Waarom groeien de eiken in de Hart- en in het Kastenwald niet zoo goed als elders? Om de eenvoudige reden dat zij uit den schralen, mageren grond geen voldoend voedsel kunnen ontleenen om hun vollen wasdom te bereiken en lang te leven. Op een zekeren leeftijd gekomen, wordt de verdere ontwikkeling der wortels gestuit door de keisteenen, die tot eene vaste, samenhangende massa vereenigd zijn en waar de wortels niet kunnen doordringen. De teelaarde aan de oppervlakte is niet meer dan eene dunne laag, waarin ook de noodige vochtigheid ontbreekt, en die voor bebouwing ongeschikt is. Men heeft het denkbeeld geopperd om het grootste gedeelte van het woud in weiland te herscheppen; maar zoo dit plan eenmaal verwezenlijkt mocht worden, zouden daar toch geene goede uitkomsten van te wachten zijn. Veeleer zou men de ontginningen, die reeds te veel uitbreiding gekregen hebben, moeten staken, en een gedeelte van het thans voor den graanbouw gebruikte land weer met hout beplanten, of althans, met behulp van bevloeiing uit den Rijn, in weiland herscheppen. Een bezoek in eene boerderij van de Hart is voldoende om ieder deskundige hiervan te overtuigen.
Ondanks zijne dorheid en zijn schralen plantengroei heeft het Hartwald, gedurende de laatste tien jaren van het fransche bestuur, aan de schatkist een jaarlijksch inkomen opgeleverd van een half millioen francs, ongerekend het doode hout, dat aan de arme gezinnen in de omliggende dorpen wordt gegeven. Voorts beschermt het woud de stad Mülhausen en de omliggende vlakte tegen de schrale en koude noord-oosten winden; terwijl eindelijk de truffels, die op open plekken rondom de eiken groeien, eene gezochte lekkernij zijn voor de liefhebbers.
Gedurende de maanden September en October houden de bewoners der dorpen van de Hart zich ijverig bezig met het zoeken van truffels. Daar het verboden is met varkens in het bosch te komen, richten de truffelzoekers honden af, om hen bij hunne nasporingen behulpzaam te zijn. Om de scherpte en fijnheid van hun reukorgaan ongeschonden te bewaren, houdt men die honden opgesloten tot de tijd voor het inzamelen der truffels gekomen is. Bij voorkeur worden poedels en mopshonden voor dit werk gebruikt; zij toonen daarbij veel overleg en ijver, en hebben dit voor boven de varkens, dat zij de opgegraven truffels niet opeten.—De truffels van de Hart zijn minder geurig en bleeker van kleur dan die uit het zuiden van Frankrijk. De onderscheidene soorten verschillen aanmerkelijk in waarde en ook in prijs; naar het oordeel der gastronomen zijn die uit de eikenbosschen van den Opper-Elzas de besten.

Raadzaal in het stadhuis te Ensisheim.