← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

INLEIDING.

Reading edition

De Namenkunde vormt een belangrijk onderdeel van de Taalkunde in haren grootsten omvang, en staat tevens in menigvuldige betrekking tot Geschiedenis en Volkenkunde.

Een zestal van die verhandelingen, uit den aard der zaak weinig bekend, heb ik uitgekozen, en, ten deele aangevuld, vermeerderd, verbeterd, hier opnieuw doen afdrukken. Een grooter opstel, over de Spotnamen van steden en dorpen, het hoofdnummer van dezen bundel, heb ik daarbij gevoegd. Dat verschijnt hier voor ’t eerst in ’t licht.

Deze verschillende verhandelingen hangen slechts los te zamen; slechts in zooverre als ze allen een onderwerp van Namenkunde behandelen. Overigens niet.

Millioenen namen, mans- en vrouwen-vóórnamen in honderderlei vormen en vervormingen, oorspronkelijk volkseigene en vreemde, zoowel als geslachts- en plaatsnamen, eveneens in honderderlei vormen, en die voor een groot deel van die vóórnamen zijn afgeleid—inderdaad millioenen namen zijn over alle Nederlanden verspreid, bij het Nederlandsche volk in gebruik. Elke naam heeft zijnen eigenen, bijzonderen oorsprong, zijne geschiedenis, zijne beteekenis, en zeer vele namen zijn in hunnen oorsprong, in hunne geschiedenis en beteekenis belangrijk en merkwaardig. Elke naam kan met andere soortgelijke in verschillende groepen vereenigd worden, en al die namengroepen afzonderlijk in wetenschappelijken zin beoefend en behandeld worden. Welk een arbeidsveld! En, voor zooveel het onze Nederlandsche namen betreft, is dat veld nog zoo weinig ontgonnen!

Ik heb slechts hier en daar een greep kunnen doen in deze rijke stof, die zoo ruimschoots voorhanden, en voor iedereen toegankelijk is; slechts hier en daar een greep ter verklaring van sommige namengroepen en namen.

Mogen de volgende studiën, die uit den aard der zaak slechts in zeer beperkten en beknopten vorm sommige namengroepen behandelen, den lezer welkom zijn, en zijne belangstelling opwekken! En mogen velen, door de lezing en de beoefening dezer verhandelingen zich aangespoord gevoelen om al mede aan dit onderwerp, aan de Namenkunde, hunne krachten te wijden; en moge onze vaderlandsche wetenschap daardoor grootelijks verrijkt en gebaat worden!

Den vriendelijken lezer een vriendelijke groet van

Johan Winkler.

Haarlem, 1900.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings