← Table of contents
Sagen van den Rijn

De Jonker van Klochterhof

W. B. Meyen-Barends translation

Op den Klochterhof te Friesdorf bij Bonn moet eens een edel jonker gewoond hebben, die in de omstreken van Bonn algemeen als een groot drinker bekend stond. Eens was jonker Erich vol ijver in het bosch, dat den Godesberg omringt, gaan jagen. Het was een warme dag, hij maakte weinig buit, was zeer vermoeid en had een ontzettenden dorst. De avondzon weerkaatste in den Rijn, toen de heer Erich mismoedig het geweer omgespte en met zijn buit, een vet haasje, naar huis draafde.

Jan en Griet
Jan en Griet

Jan en Griet

Relief op het Jan von Werth-monument te Keulen.

Destijds stond er aan den zoom van het Godesberger bosch een herberg (thans staan er zeer vele), daar trad de jonker van Klochterhof binnen, gaf de waardin den haas en laafde de dorstige keel met parelenden landwijn. Toenmaals moet het druivensap, dat de zon op de Friesdorfer en Godesberger hoogte deed rijpen, veel beter geweest zijn, dan tegenwoordig. Het sappige wild, door de bekwame hand der Bladzijde 233waardin klaar gemaakt, behaagde den jonker zeer, maar nog meer het edele nat, dat de bedrijvige hand van den waard hem inschonk. Menige bokaal goot de dorstige jonker door de verdroogde keel en menige krijtstreep maakte de waard aan den post van de deur.

De nacht drong den heer Erich tot vertrekken. Aangenaam was het zitten, en moeilijk viel het opstaan; de waard, die als een ruwe klant bekend stond, trok een ernstig gezicht: “Twaalf bokalen: Denk ook aan het betalen, mijnheer de drinker!”

Toen zong de jonker met dubbelslaande tong een oud lied, dat in den ouden tijd reeds de groote Pumpus van Perusia gezongen moet hebben.

“Betalen gaat heden niet, omdat ik het geweer niet met penningen laad.”

De ruwe waard griefde het vroolijke antwoord van den drinkebroer. Hij trok een boos gezicht. “Als gij geen geld meer hebt, dan houd ik uw broek tot pand. Kom morgen terug, mijnheer de drinker, en los uw broek en uw schande weer in.”

Naar den Klochterhof bij Friesdorf wankelde met onvaste schreden een man, die te veel gedronken had. Hij had het warm en tegelijkertijd koud. Hij schreed als in den nevel voort, en de dennen van het woud fluisterden elkaar een Bladzijde 234vreemde geschiedenis toe. Er waren er, die zeer lustig suizelden, maar de bejaarde dennen schudden bedenkelijk hun kruinen, evenals de maagdelijke berken, die blozend den nacht dankten, dat hij de oogen van de kuische bloempjes in het woud gesloten....

Of de jonker van Klochterhof ingelost heeft, wat hij verpandde? De sage zwijgt daarover. Bekwame kroniekschrijvers ontkennen het.

Aan den zoom van het Godesberger woud stond langen tijd een herberg “Zum Junkerhof” genaamd, maar de ondeugende nakomelingen van de vrome voorvaderen verdoopten haar “zur Junkerhose” en vertellen elkaar bij den parelenden wijn, dien de zon op de Friesdorfer en Godesberger hoogte laat rijpen, de geschiedenis van de broek van den heer Erich. Bladzijde 235

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings