← Table of contents
Sagen van den Rijn

Burcht Gutenfels

W. B. Meyen-Barends translation

Op een rots bij Kaub stond in de middeleeuwen de burcht van den heer van Falkenburg. Omstreeks het midden der dertiende eeuw werd hij door graaf Philip met zijn zuster Guta bewoond. De jonge gravin Guta was een buitengewoon lieftallige verschijning en vele ridders dongen om haar hand. Maar geen een had succes gehad; de jonkvrouw had volstrekt geen verlangen, het gezellige samenwonen met haar geliefden broeder, voor dat met een anderen man te ruilen.

Eens werd in Keulen een prachtig tournooi gehouden. Uit alle plaatsen van het rijk, zelfs uit Italië en Engeland waren ridders overgekomen. Ontelbaar was de menigte toeschouwers, groot het aantal van hen, die hier om den prijs, welken zij uit een schoone hand ontvangen zouden, met de wapenen streden. Onder hen bevond zich ook een ridder uit Engeland, die vooral door zijn flinke houding en Bladzijde 95prachtige wapenrusting opviel. Hij streed met gesloten vizier en werd door de commissie van het tournooi als de leeuwenridder afgeroepen, want een gouden leeuw versierde zijn schild.

Spoedig ook baarde de Brit door zijn meesterlijke wijze van strijden opzien, en toen het hem gelukte zijn tegenstander, een der meest gevreesde duellisten, met den lans uit den zadel te lichten, ging er een luid gejuich op. Onder de toeschouwers bevond zich ook de ridder van Falkenstein met zijn zuster. Ook Guta had met groote belangstelling den vreemden ridder gedurende het tournooi gadegeslagen, en het speet haar zeer, den gemaskerde niet in het aangezicht te kunnen zien.

Deze gelegenheid deed zich echter spoedig voor, toen de Brit als overwinnaar uit het strijdperk getreden was. Een zeldzaam gevoel, zooals ze vroeger nooit gekend had, kwam over de jonkvrouw, toen ze het mannelijk schoon gelaat van den Engelschman, nu onbedekt, voor zich zag. Haar verwarring steeg nog meer, toen men haar verzocht, den overwinnaar den prijs, een gouden lauwerkrans te overhandigen.

Of de ridder op het gelaat der bekoorlijke jonkvrouw las, wat deze te vergeefs trachtte te verbergen? Of er op het oogenblik, waarop hij voor het bevallige meisje neerknielde en Bladzijde 96zij met bevende hand den krans op zijn hoofd legde, een vonk van de vlam, die plotseling haar binnenste verteerde, flikkerend in zijn ziel gevallen was?

Wie weet het? Hierover zwijgt de sage.

Toen zij echter later tegenover elkaar stonden en verlegen met elkaar spraken, hij haar verstolen bewonderend, en zij haar gevoelens nauwelijks meester, kwam de liefde zacht aangeslopen. En toen ’s avonds de dansmuziek in de feestzaal weerklonk en de schoone Brit niet van Guta’s zijde week, kwam de liefde schroomvallig aangeslopen, eerst verlegen, totdat zij zich eindelijk met gloeiende woorden over de bevende lippen drong, en deze elkaar bekenden, wat de oogen reeds lang verraden hadden.

De trotsche vreemdeling had Guta om haar wederliefde gesmeekt en haar bezworen, hem trouw te blijven. Binnen drie maanden zou hij uit het vaderland, waarheen dringende plicht hem riep, wederkeeren. Eerst dan zou hij openlijk op den burcht haars broeders om haar hand dingen en zijn naam noemen, want een tevoren afgelegde belofte verbood hem dien thans mede te deelen.

Heinrich Frauenlob
Heinrich Frauenlob

Heinrich Frauenlob

Liefde brengt gaarne elk offer; ook Guta nam gewillig de woorden van den geliefden man Bladzijde 97aan, en onder beloften van wederkeerige trouw scheidden de gelukkigen.

Vijf maanden waren sedert dien tijd verstreken. Over het onbeheerde Duitsche rijk was het keizerlooze, verschrikkelijke tijdperk gekomen. In het Zuiden, in Italië stierf Koenraad, de laatste regeerende vorst uit het huis der Staufen en in het Noorden, in Friesland versloegen oproerige boeren zijn tegenkoning Willem van Holland. Weer weerklonk bij de daarop volgende verkiezing van een keizer de kreet: Hier Welf! Hier Waiblinger! En terwijl aan dezen kant Alfons van Castilie tot koning uitgeroepen werd, kozen ze aan gene zijde Richard van Cornwallis, den ridderlijken broeder van den koning van Engeland. Eerstgenoemde Spanjaard is steeds een vorst van het Schimmenrijk gebleven en heeft nooit het land opgezocht, waar men hem een troontje bereid had. Daardoor kreeg Richard nog meer aanhangers, en in Aken werd hij plechtig gekroond. Vanuit de oude keizerstad maakte hij een reis door het Rijnland om de plaatsen, waaraan hij voornamelijk zijn verkiezing te danken had, te begroeten.

De lente had haar intrede in het Rijndal gedaan, en de vloed, de bergen en burchten werden door de heldere zon beschenen. Alleen Bladzijde 98op het gelaat der lieftallige jonkvrouw, die treurig in haar kamer in de vesting van Falkenstein zat, wilde geen zonnestraal verschijnen. Stil verdriet had daarop zijn stempel gedrukt, en sedert twee maanden werden de wangen van de jonkvrouw al bleeker en bleeker. Gedurende dien tijd had het verdriet, haar trouwe metgezel haar zeer dikwijls het beeld van den geliefden man in de meest verschillende gedaanten voor oogen getooverd. Nu eens zag ze hem in een bloedigen veldslag stervende met haar naam op de lippen, dan weer verscheen hij in haar verbeelding schertsend en lachend, met een meisje van het eiland aan den arm, op luchtigen toon spottend over zijn liefje aan den Rijn.

En steeds vervolgden haar deze gedachten, en steeds sterker kwam zij tot de overtuiging, dat de eerste, dien zij haar jonkvrouwelijke liefde geschonken had, haar vreeselijk bedrogen had. Steeds meer stond het verdriet op haar smal gezichtje te lezen, en te vergeefs trachtte Falkenstein zijn zuster op te vroolijken en te verstrooien.

Van den straatweg klonk trompetgeschal, en een groot aantal ridders hield stil voor den burcht. Guta bemerkte den stoet en trad van het venster terug, waar ze met beschreid gelaat Bladzijde 99gezeten had. Met ridderlijke gastvrijheid ontving de graaf de gasten en geleidde hen in de staatsiezaal.

Groot was zijn verbazing, toen hij in een heer van het schitterend gevolg den statigen Brit herkende, den overwinnaar van het tournooi te Keulen—plotseling schoot Falkenstein het bloed naar de wangen—den ontrouwen, in het geheim verloofde van zijn geliefde zuster Guta. De vriendelijkheid, die op zijn trekken lag, maakte plaats voor sombere ontstemdheid. De andere scheen dit te bemerken; hartelijk drukte hij de hand van den burchtheer en zeide tot hem:

“Ik ben Richard van Cornwallis, tot Duitsche keizer gekozen en hierheen gekomen, om u de hand te vragen van uw zuster Guta, die zich vijf maanden geleden te Keulen met mij verloofd heeft. Ik kom mijn belofte wel laat, maar met dezelfde trouw, na. Ik verzoek u, haar mijn aankomst te melden, zonder mijn naam te verraden.”

Diep boog de graaf van Falkenstein zich voor den doorluchtigen gast, en eerbiedig ver wijderde het gevolg zich uit het vertrek. Met onrustigen tred liep de bezoeker op en neer. Daar gingen de vleugeldeuren open en een bekoorlijke gestalte verscheen op den drempel, het Bladzijde 100fijne gelaat door opwindmg hoog gekleurd. Met een zachten kreet wierp Guta zich in de armen van den geliefden man. Minuten van stil geluk verstreken.

Onbemerkt was Falkenstein binnengetreden, die zijn zuster nu mededeelde, wien zij als toekomstigen echtgenoot omarmd hield. Toen kleurden de wangen van de lieftallige jonkvrouw zich door verlegenheid nog donkerder en bedeesd en aarzelend vlogen haar blikken naar den geliefde. Deze echter sloeg de armen om haar heen en verzekerde haar, dat zij alles, dus ook den troon met hem deelen moest.

Eenige weken later werd de bruiloft van koning Richard met keizerlijke pracht op den burcht aan den Rijn gevierd, dien de overgelukkige Falkenstein, ter eere van zijn geliefde zuster Guta, den naam van Gutenfels gegeven had. Bladzijde 101

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings