← Table of contents
Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst

ALGEMEENE INHOUD.

Reading edition

A.

Aardgeesten 105.

Achthoven 91.

Afgescheidenen (Christelijk) 233.

Agnes, (convent van Sinte) 225–230.

Alblas 146.

Alkmaar 375, 376, 425, 432.

Alluvium 7–35.

Alphen 146, 401, 512.

Amersfoort 233, 397, 414.

Amsterdam 289, 362, 363, 375, 376, 425, 440, 485, 491, 492.

Armhuis 251, 261.

Arminius (Jacobus) 314, 315, 361–365.

Arsenaal 281.

Asperen 146, 149.

B.

Baale (J.) 366.

Bank van Leening, zie Lombard.

Balder 43, 44, 67, 119.

Baljuw 332, 337.

Barak 282–283.

Barwoutswaarder 21, 81–82.

Begrafenisplegtigheden bij de Ouden 116–123 en nu 126–130.

Begrafenisvereenigingen 250, 252.

Benscop 78, 447.

Bevolking (Oudste) 135.

Berkenwoude 401.

Bewijzen, dat de plaats en omtrek der groote kerk en toren, waarschijnlijk eertijds aan heidensche eerdienst waren gewijd, er echter stellig een heidensche begraafplaats was 118–125.

Bierenpoortje 264.

Bommel 445.

Bodegraven 63, 97, 105, 419, 420, 499.

Bouwaarde, zie Humus.

Breda 425, 445.

Briel 439, 441.

Broekerpoort 265, 266.

Brouwershaven 401.

Buren 149, 445.

Burgemeesters 337–340.

C.

Catachiseermeesters 196, 198.

Caninefaten 149, 150.

Cattenbroek 79.

Caserne 282, 283.

Casteel of slot 277.

Celten 135–139.

Conventen, zie op kloosters.

Culenborg 149.

D.

Dagvaarten, zie op Oudewaters regt etc.

Delft 149, 289, 318, 375, 376, 395, 420, 425, 434, 440, 456, 472, 475, 483.

Derrie 12–14.

Diluvium 4–7.

Diemerbroek 79, 265, 513.

Dierendienst 100.

Doele 283–287.

Doodmaal, zie begrafenisplegtigheden.

Doopvont (merkwaardig) 176.

Dordrecht 195, 375, 376, 380, 384, 393, 395, 405, 410, 412, 440, 482, 495.

Drietallen bij de heidenen 107–112.

Drinkplegtigheden 111, 112, zie voorts begravenisplegtigheden.

Droes 106.

Dwergen. 105.

Dijken, wanneer beginnen te maken 164.

E.

Eed van magistraatspersonen en van beheerders van liefdadige gestichten 338, 339, 340.

Eijermaandag 49, 68.

F.

Feesttijden en feesten. 40–72. Algemeene opmerkingen 40–45. Zie verder op Nieuwjaarsdag, Vastenavond, Eijermaandag, Meifeest, Midzomerfeest, vuige Pinksteren, kaaloorsche kermis, oestwagen.

Franciscanen, Zie kloosters.

Freija, zie drietallen.

G.

Gasthuis 261–263.

Gebouwen, (merkwaardige) 165–319.

Geertruidenberg 375, 376, 413, 424, 482, 487, 498, 514, 525.

Gevangentoren 271–276.

Gerverskop 78.

Gewigt, Zie Heksenwaag.

Goujanversluis 16, 26, 424, 453, 503.

Gorinchem 149, 384, 440.

Gravenhage 82, 84, 225, 242, 243, 290, 385, 386, 391, 422.

Gouda 16, 25, 30, 59, 67, 149, 195, 197, 291, 292, 303, 383, 399, 401, 420, 425, 454, 456, 475, 485, 514, 532.

Grafmonumenten, 179–185.

Grondhout 32 en 33.

H.

Haarlem 83, 250, 375, 376, 395, 401, 440, 452.

Haastrecht 26, 27, 62, 73, 74, 228, 236, 381, 389.

Heilig woud bij Oudewater 32, 56, 80, 82, 84–89.

Hekendorp 6, 32, 56, 58, 69, 79, 97, 99, 339, 427.

Heksenwaag 291–314. Ligging 291, iets over den tijd van bouw 291, privilegie van het zuiver gewigt der waag 291–292, algemeen doel der waag 292, bijzonder doel tot het wegen van heksen 292, bijgeloof voor heen en later 292–307, verbazend getal menschen om hekserij ter dood gebragt 296, pijnbank 296, ordal, vuurproeven, naalden proeven 297, strijd tegen het geloof aan heksen en door wie 297–302, schets van het verbranden eener heks 300–301, geschiedenis van het wegen der heksen in Oudewater 302–306, authentieke bepaling van de kosten voor het wegen eener heks 306, naamlijst van personen van tooverij beschuldigd en op de waag gewogen 307–308, processen verbaal voor het wegen der heksen die zij vertoonden om vrij van vervolging te zijn 309–312, bezoek van den Kroonprins in de waag 314.

Heeswijck 73–75.

Helletje (Het) in Oudewater 98, 123.

Hela, (Godin) 98, 117.

Herfstnachtevening 65.

Heuckelum 149.

Honkoop 6, 7, 62, 7, 8, 102, 503.

Hofwaarder 91.

Hoofdwacht 276.

Humus of Bouwaarde 12–33.

Huisgeesten 107.

Huizinge, (Tegenwoordige) voor Nonnen van St. Franciscus-orde 249, 250, vanwaar de nonnen gezonden en wanneer 250, haar opzigt en aard harer bezigheden 250.

Huizinge, der St. Jan Ridders, waar eertijds gelegen 255, een straat naar hen genaamd 255.

I.

Jaargedingen, bij de ouden en eertijds bij ons ter stede 65, 67, 68.

Inleiding tot de Geologie 1–4.

Inleiding» tot de Mythologie 37–40.

Israëlieten, waar zij vergaderen 223.

Jutphaas, 411, 487.

K.

Kaaloorsche kermis 62, 70.

Katwijck 23.

Kaserne 282, 283.

Kerk der Protestanten met den toren 165–211, De standplaats van kerk en toren 166–167, De tuf of cementsteen aan den toren 167, 169, De hooge ligging der kerk 169, Wien de kerk eertijds was toegeweid 169, 171, Bouworde en constructie van kerk en toren 171–190, Altaren in de kerk 172–174, en hoegenaamd 173–174, Merkwaardig doopvont 176, Muur en gewelfschildering 176, 177, Oud orgel 173 en 178, Nieuw orgel 178, Ingangen der kerk 168, 179, Grafmonumenten 179–185 o. a. van, 1o. Rud. Snellius van Rooijen 179–182, 2o. Dirk Tromper en gade 182, 3o. Cornelus Jacob van der Hoef 183–184, 4o. Den Ridder en Luitenant Colonel Johann Gibson; was onder het leger van den koning van Groot-Brittanie en kapitein ten dienste der staten Generaal 184, 5o. Oude muursteenen waarop namen van overlijden 185, Ao. 1734 octrooi der Staten tot reparatie van kerk en toren 186–189, De gedaante en de klokken des torens 190–193, Opschriften en versierselen 192–193, Oudheid der kerk 193–195, Bediening der kerk 195–198, Bedienaars der kerk 198–200, Vicarijen en Vicarissen 198–200, Priesters in de groote kerk 200–203, Predikanten 203–209.

Kerk (Heeren) 216.

Kerk (Boeren) 216.

Kerk Oude der R. C. 221, Tegenwoordige 221–223.

Kerk der Bisschoppelijke Clerezie 222–223.

Kermis Oudewatersche wanneer eertijds 65 en nu 70.

Kienhout, zie Grondhout.

Kralingen 146.

Kruidhuis 282.

Klooster van St. Agnes 225–230, hoe en waar dit ter dezer stede werd gevestigd 227–230, de nonnen nemen eene andere orde aan 230.

Klooster» van nonnen naar den 3den regel van St. Franciscusorde van penitentie 230–250, stichting, wanneer en waar 231, 231, beheer 231, de nonnen zijn genoodzaakt te gaan vlugten en wat daarvan de reden was 232–234, waarheen 234–238, er komen andere nonnen van die orde binnen de stad 238, wanneer 238–239, Grave Philips weert de erfenissen van de geordenden 240–242, bloei van het convent 243, het klooster en zijne bezittingen worden eigendom der stad 243, voorwaarden waarop de conventualen zouden onderhouden worden 243–247, naamlijst der nonnen 244, eervolle onderscheiding die men de procuraatster bewees 244, bijzonderheden omtrent het gebouw 247, 249.

L.

Latijnsche school 287–288.

Lee (N. J. van der) 366.

Leerdam 149.

Leiden 6, 146, 149, 234, 235, 237, 238, 273, 287, 318, 360, 362–365, 375, 386, 401, 409, 410, 420, 434, 440, 445, 472, 473, 488, 505.

Linschoten 6, 15, 76, 108, 109, 278, 339, 379, 427, 434, 443.

Linschoterpoort 266–267.

Lombarden 288–291.

Luïscius Abraham van Steprian 365–366.

Luchtgeesten 105.

Lijkenbrand 119–123.

M.

Maandag, vereering daarvan in het heidendom en later 71.

Maanvereering 108.

Magazijn van oorlog 281–282.

Mannen, (Beroemde en vermaarde) binnen Oudewater geboren 354–366.

Marienpoel 235–236.

Marken, wat die bij onze vaderen waren 160–162, Eene mark bij Oudewater 162, Bijzonderheden daarover 163–164.

Menonieten 223, kwamen hier eertijds in stilte bijeen ter uitoefening hunner eerdienst 223.

Meifeesten 50–58.

Meivuren 51–55.

Michiel (St.) 63, eertijds patroon der groote kerk 66, 171.

Middelburg 375–480.

Midwinter-feest 45, wat dit bij de heidenen was, hoe de oude Friezen dit noemden 45, en waarom dit bij de Christenen overging op eene ander feest 66.

Midzomer-feest bij de ouden en bij ons 59–63.

Montfoort 25, 30, 31, 67, 75, 76, 108, 146, 149, 280, 308, 378, 386, 398, 410, 412, 414, 416, 420, 426, 434, 443, 450, 497, 501, 508, 512, 513.

Moordrecht 26.

Muiden 406, 425, 440, 523.

Muiderberg 419.

Muur en gewelfschildering in de groote kerk 176–178.

N.

Naamsoorsprong van Oudewater, 19–22, verschillende meeningen daarover 20–22.

Naarden 381, 406, 415, 440, 525, 529.

Nachtmerrie 106.

Namen onzer voorouders in deze oorden 133–153.

Nechsendorp 99.

Nieuwjaarsdag 45, hoe bij onze vaderen gevierd en hoe nu 45–47, 68.

Nikkersloot bij Schoonhoven 91, 99.

Nieuwerbrug 497, 512.

Nieuwpoort 149, 421.

Noodmunten, Zie op Oudewater, 1575.

Nonnen, Zie op kloosters en huizingen.

Nijmegen 82, 146, 167, 498.

O.

Ostera feesten 52, wat de eigenschappen dezer godin waren 54–55, Waarom dit feest etc. bij de christenen overging 56–67.

Oestwagen 63–65.

Oudewater, Over den naamsoorsprong van 19, 22, 26, Verschillend gebied waartoe het behoorde 152–153.

Opkomst der stad tot aan de eerste bescheiden 157–164.

Oostpoortje 264.

Oudewater Zijn vroeger regt van rang en zitting in de Staatsvergadering van Holland 345–354.

Oudewater» Waar en wanneer gedeputeerden zitting namen 347–353.

Oudewater» en het leven in Oudewater van 1265 tot 1861 368–536.

Oudewater» ligging 368.

1265 Oudewater door H. van Vianden, 38e Bisschop van Utrecht, tot stede verheven 369.

1280 Oudewater» door Jan, grave van Nassou en Bisschop van Utrecht verpand aan grave Florus den V. 368, 369, en behoorde daarna onder Noord Holland de reden 369.

1319 gewag van een Lombardhuis 369.

1321 Grave Willem den III. ordonneert aan den Bisschop van Suden aan Oudewater 200 pond Suarter tornooijen te betalen om de stad te bemuren 369–370.

1322 Grave Willem den III. verleent twee voorname privilegien aan Oudewater 370.

1325 Gewag van het huis der Ridders van St. Jan 370.

1326 privilegie voor Oudewater, dat alle landbouwproducten en met name boter, vallende binnen de landen van Woerden, hier ter markt gebragt moeten worden 370.

1330 Verpachting van des graven Grueten 370.

1340 privilegie van het vrijdom van des graven tollen 370, 371.

1345 Oudewater bekomt het regt keuren te mogen maken 379.

1346 Oudewater wordt door gravinne Margaretha geconformeerd in hare privilegien. Zij belooft, dat het nooit meer van Holland gescheiden zou worden 371.

1349 Oudewater» wordt door Jan van Arkel belegerd 371, ingenomen 372, verbrand en uitgemoord 372, wraak eener vrouw 372, 373.

1349 Oudewater» bezegelt den brief waarin gravin Margaretha, ten behoeve van haren zoon graaf Willem, afstand doet van het beheer dezer landen 375.

1350 Oudewater» wordt door gravin Margaretha van den eed ontslagen aan Willem haren zoon gedaan 375.

1351 Oudewater» houdt de partij van graaf Willem en is dus kabeljaauwsch gezind 476.

1351 Oudewater» blijft met andere steden borg voor den graaf, voor zekere som 377.

1351 Oudewater» sluit echter met 11 andere steden een bijzonder verbond 377.

1355 Oudewater» Gevecht tusschen Oudewater en Montfoort 378.

1371 Oudewater» wordt het maken eener brug vergund over de rivier den Yssel door grave Albrecht 379.

1377 Oudewater» wordt door Albrecht, Ruwaart van Holland bij uitersten wil vermaakt aan den Bisschop van Luik; hij herroept dit, als daartoe geen regt hebbende 379.

1374 Oudewater» wordt belegerd door Bisschop Arend van Utrecht zijn roof en gevangenen 380.

1380 Oudewater» heeft grooten twist met den Burchtgraaf van Leijden 380, 381.

1387 Oudewater» huurt voor den tijd van 5 jaren de markttollen van graaf Albrecht 381.

1388 Oudewater» en den Heer van Arkel worden door tusschenkomst van den Graaf verzoend 381.

1393 Oudewater» wordt bevrijd van het stapelregt te Dordrecht 381.

1392 Oudewater» ligt in tweespalt met den graaf van Holland 382–383.

1393 Oudewater» verzoent met den Graaf 384–385.

1393 Oudewater» geniet een groot bewijs van verzoening van den graaf 385.

1393 Oudewater» is tegenwoordig ter Staten-Vergadering in ’s Gravenhage 385 en geniet eene groote onderscheiding 385, 386.

1394 Oudewater» krijgt vergunning tot het oprigten eener stads school 385.

1399 Oudewater» steigt in bloei 385.

1398–1400 Oudewater» eenige poorters koopen misdaden af bij den graaf 387, 388.

1400 Oudewater» bekomt vrijdom van des graven tollen te Sparendam en ontheffing van den dienst van oost Vriesland 388.

1401 Oudewater» krijgt van graaf Albrecht ordonnantie omtrent het zetten van schepenen en achten, het verkiezen van Burgemeesters, etc. 388.

1401 Oudewater» slaat door de wakkerheid der poorters Jan van Arkel van de stad terug met zijne benden 390.

1405 Oudewater» huldigt Willem den IV. binnen zijne muren zelve 390, 391 en wordt door hem in zijne privilegien bevestigd 391.

1405 Oudewater» bekomt een groot privilegie 391–392 en vergunning tot het zetten van een molen binnen de stad 392.

1407–1408 Oudewater» en Woerden maken verbindtenissen 392.

1415 Oudewater» bekomt weder privilegie van tolvrijdom en verlof tot het zetten van accijns op wijn, etc. 392.

1414 Oudewater» bekomt vergunning om binnen zijne muren een nonnenklooster van St. Franciscusorde te bouwen 392.

1416 Oudewater» erkent Jacoba, dochter van grave Willem, als erfdochter en leenvolgster dezer landen 393.

1417 Oudewater» huldigt gravinne Jacoba 393 en bevindt zich nu aan de zijde der Hoekschen 394.

1418 Oudewater» huldigt den gemaal van Jacoba als graaf van Holland 395.

1420 Oudewater» en Schoonhoven onder brandschatting 397.

1420 Oudewater» en Montfoort. Hevig gevecht tusschen de poorters dier steden 397, Montfoort overwint 398.

1420 Oudewater» Jan van Beijeren benoemt alhier een schout van zijnen aanhang 396 en ten jare 1421 drie kapiteins 397.

1424 Oudewater» herbergt Jacoba in hare vlugt en huldigt haar als gravin 399.

1425 Oudewater» behaalt met twee andere getrouwe steden van Jacoba, voor deze eene groote overwinning bij Alphen 401.

1426 Oudewaters banier wappert voor Haarlem 401.

1428 Oudewater erkent Philips als Ruwaard, daar Jacoba ten zijnen behoeve afstand deed 401–402.

1428 Oudewater» bezit een acte, waarin Philips 7 weken na den afstand van Jacoba voorkomt als Ruwaard.

1428 Oudewater» ondervindt op kerkgebied omtrent dezen tijd het nadeel der scheuring in het Sticht van Utrecht 403.

1438 Oudewater» neemt deel aan buitenlandschen oorlog 405 en levert een schip daarvoor.

1445 Oudewater» wordt door Philips aangeschreven, dat men ter veiligheid van die van Ysselstein bij dag en nacht hen de poorten zal ontsluiten 406.

1446 en 1456 Oudewaters geordenden personen, worden de al te groote erfenissen door Philips geweerd 406.

1463 Oudewater bekomt van Philips een privilegie ten nadeele van het Sticht van Utrecht 406 en 407.

1468 Oudewater» huldigt den nieuwen graaf 407.

1478 Oudewater» wordt in zijne privilegien bevestigd 408.

1479 Oudewater» wordt door loosheden weder aan de Hoeksche zijde gebragt 408.

1480 Oudewater» sluit een verdrag met Utrecht 409.

1480 Oudewater» wordt vruchteloos beproefd weder aan de kabeljaauwsche zijde te brengen 409.

1481 Oudewater» wordt weder van de Hoekschen afgerukt en bezocht door den graaf 410.

1481 Oudewater» is de toevlugtsplaats van een aantal Hollanders na het gevecht bij de Vaart 411.

1481 Oudewater» ontvangt grooter garnizoen 411.

1482 Oudewaters poorters en de stichtsen voeren een hevig gevecht 412–413.

1489 Oudewater wordt door den grave uitgenoodigd tot het beteugelen der hoekschen 415.

1489 Oudewater» slaat den Hoekschgezinden Burchtgraaf van Montfoort met zijne benden van de stad terug 416.

1497 Oudewater» wordt door grave Philips den II. gelast de gevangenen van heer Jan van Vliet op te sluiten 417.

1501 Oudewaters voetboogschutters ontvangen zeker octrooi van den graaf 417.

1507 Oudewater de Gelderschen poogen Oudewater in te nemen, doch worden terug gedreven 419.

1516 Oudewater» en Woerden wordt bevolen, boomgaarden, ruigten en hoogten waarin en waarachter de vijand rondom die steden zou kunnen schuilen, te slechten en uit te roeijen 421–422.

1517 Oudewater» wordt streng bevolen, dat de burgers die ter stede waren uitgetogen, zich weder binnen zijnen muren zullen vestigen 423.

1525 Oudewater» weigert meerdere opbrengsten 424–425.

1527 Oudewater» weigert meerdere garnizoen in te nemen 425–426.

1528 Oudewater» is tegenwoordig ter dagvaart in Utrecht 427.

1530 Oudewater» wordt bevolen, gevangenen van den heer van Montfoort op te sluiten 427.

1533 Oudewater» ontvangt vergunning het slot bij de Linschoterpoort tot poort te mogen inrigten 427.

1542 Oudewater» naamlijst van de weerbare manschappen met hunne hoplieden, om zich op de muren der stad te vervoegen 429–432. opmerking daarover 432–435.

1544 Oudewater» wordt aangemaand beter den impost op te brengen 434.

1566 Oudewater» eerste gewag van het protestantismus binnen Oudewater 437.

1572 Oudewater» kiest de partij van den prins van Oranje; het was de eerste stad in Zuid-Holland ná Brielle 440.

1573 Oudewater» wordt vruchteloos (onder aanvoering van van Bossu met een aantal soldaten) beproefd voor Spanje te herwinnen 441–443, bijzonderheden omtrent zijn togt en moedig gedrag binnen Oudewater, nadeelige aftogt 442–443.

1575 Oudewater» door de Spanjaarden belegerd, ingenomen en bijna uitgemoord 445–469, goeden raad in den wind geslagen 446, de reden 447, aantogt des vijands en van waar 448, pogingen om den spanjaard den aantogt te beletten 448, de boeren nemen de vlugt met hun huisraad maar laten het achter; gezegde van een vlugtenden boer 449, de magt van beide partijen 449–450, eene schans wordt op een onwaardige wijze, den vijand ingeruimd 450, 451, een andere schans nog lafhartiger 451, de aanvoerder der Spanjaarden heeft nu gelegenheid den IJssel langs drie zijden te stoppen 451, Hopman Munter wordt overste binnen de stad 451–452, de belegerden zien van de uitvallen af en waarom 452, men slaat noodmunten 452, en neemt zich voor, de stad tot het uiterste te verdedigen 452, men zendt tijding naar den prins, en verzoekt hulp 452 en 453, avontuurlijke togt van een poorter om tot den prins te gaan 453–454, vuurseinen uit de toren van Gouda, omdat de bode tot dusverre den togt volbragt had 455, hope op ontzetting, spottende ommegang in het gezigt van den Spanjaard; woede daarover in hun leger 455, men zweert wraak te nemen 455, de vijand maakt keerkaden 456, men wordt genoodzaakt te spade de dijken door te steken 456, gaat er dus niet toe over 456, duivenpost 456 en 457, oranje kan geen ontzet zenden 457, de vijand schiet op den toren en om wat reden 457, men poogt die reden te verhinderen 458, de belegeraars maken twee batterijen 458, de stad wordt opgeeischt 458, men verzoekt van binnen tijd van beraad 458–459, twee uren worden toegestaan 459, men heeft dit niet begrepen 459, en de vijand beukt met het geschut op Oudewater 459, 460, zendt een soldaat op de wallen om de bressen in oogenschouw te nemen 460–461, zijn koen gedrag 461, men stopt de bressen 461, brengt brandstoffen naar den wal 461, maakt een Vriesschen Ruiter en andere verdedigings werktuigen 461–462, de vijand neemt deuitwerking des geschuts op en ook de onzen doen dit 463, de Spanjaard onderneemt een noodlottige list 463, onderneemt den aanval 463, en ondervindt geduchten tegenstand 464, de stedelingen tobben zich af 464, de vijand wint de kruin van den wal 464, en stort zich in de nu veroverde veste 465, moord, plundering, brand 465–467, wie aan den moord ontkwamen 467–468, wie van de spaanschen het leven in dit beleg verloren 468, ten jare 1615 of een jaar vroeger, waren er nog 320 personen in leven, die aan den moord ontkwamen, 469, ieder jaar wordt den moord van 1575 herdacht 469–471, bijzonderheden van dien gedenkdag 470–471, houdt een gering getal vijanden in garnizoen 471, dong mede naar het bezit der hoogeschool binnen zijne muren; zij werd in Leiden gesticht en om wat reden 472–473.

1376 Oudewater poogt men weder aan de zijde van oranje terug te brengen 474, koddige wijze waarop dit geschiedde 475–476, de vijand trekt ter poorte uit 476–477.

1578 Oudewater» heeft zeer in het beleg geleden 477–478.

1578 Oudewater» brengt het placcaat op de vicarijen en kerkgoederen in toepassing 479.

1579 Oudewater» ontvangt van Philips den II. privilegie, omdat het twee belegeringen doorstaan, en zeer geleden had, 479.

1582 Oudewater» ontvangt van de staten van Holland subsidie ten behoeve van Stads verbeteringen, 480.

1583 Oudewater» neemt na het jaar 1575 weder voor het eerst zitting in den Hoogen Raad 481.

1584 Oudewater» wordt door den prins aangeschreven alle oproeringen en verdachte personen uit de Stad te bannen etc. 482–483.

1584 Oudewater» behoort onder de steden, die na den dood van den Prins worden opgeroepen om te beraadslagen over de regering des Lands 483.

1585 Oudewater» bekomt ter uitbreiding der stede het Veer 485.

1587–1588 Oudewaters garnizoen is ontevreden 487.

1589 Oudewater ontvangt van Utrecht een missive houdende verzoek een 30 tal spanjaarden op te sporen etc. 487.

1601 Oudewater ontvangt een missive, houdende aanvraag om een naamlijst van al de krijgsgevangenen om te kunnen worden ingewisseld tegen den Admirant van Arragon 488.

1615–1618 Oudewater» (binnen) woedt groote oneenigheid tusschen Remonstranten en contra Remonstranten, en daardoor in den magistraat 490–494.

1608 Oudewater» wordt bezocht door Prins Maurits, die een verandering in de regering brengt 494.

1626 en 1636 Oudewater» gewag van Naamlijsten van personen alhier te huis behoorende en ter zee krijgsgevangenen gemaakt 495.

1637 Oudewater» staat 50 manschappen uit de burgerij af, om te Steenbergen garnizoen te houden 495.

1637 Oudewater» lijdt zeer door de pest 495.

1662 Oudewater» neemt fransche soldaten binnen zijne muren 497–502, staat van hun leger, verblijf binnen de stad, hunnen aftogt 502–507, De grave van Hoorn herneemt de stad voor den prins 507, doet den vijand nazetten, en neemt er een aantal gevangen 508, brandschatting door de franschen op de stad gelegd 509, De prins bezoekt nu en dan de stad en verlevendigt den moed der burgers bij het maken der versterkingen 509, De grave van Hoorn komt met zijn hofhouding binnen de stad 510, men neemt een aantal franschen gevangen bij Woerden, Linschoten 511 en Nieuwerbrug 512.

1673 Oudewater» behaalt weder een groote overwinning op de franschen, 40 dooden, 40 gekwetsten en grooten roof 513–514.

1673 Oudewater» behaalt nogmaals een groote overwinning op den vijand 514.

1707 Oudewater» wordt door de staten van Holland en West Vriesland gemagtigd tot het houden eener loterij ter te gemoetkoming en herstelling der schade in 1672 geleden 515.

1740–1747 Oudewater» wordt zeer versterkt 515.

1746–1750 Oudewater» groote twisten tusschen den magistraat en de predikanten over het nu en dan aan de Lutherschen ten gebruike afstaan der groote kerk 515–524, die twisten worden door twee gemagtigden van den prins bijgelegd 524–525.

1780 Oudewaters gasthuis wordt verbroken 263, 530.

1782 Oudewater wendt zich nevens andere steden met concept-adres tot de staten van Holland met verzoek om met John Adam, minister plenipotentiares een commerciele verbindtenis te sluiten 525.

1787 Oudewater» (nabij) wordt de gemalin van prins Willem den I. op een reis naar Gravenhage gevat en gedwongen terug te keeren.

1795 Oudewater» door de franschen bezet 526.

1798 Oudewater» bouwt een fraaije caserne 527.

1799 Oudewater» schuttersdoele verkocht 530.

1807 Oudewaters caserne huisvest 3 compagniën der koninklijke gardejagers.

1811 Oudewater wordt gepasseerd door Keizer Napoleon die zich eenigen tijd met een deputatie uit de burgerschap onderhoudt 527.

1811 Oudewaters caserne door particulieren bewoond 283, 530.

1820 Oudewaters kruidhuis en magazijn van oorlog geamoveerd, 282, 283, 530.

1829 Oudewaters ziekenhuis verkocht 261, 530.

1834 Oudewater wordt een departement van de maatschappij tot nut van het algemeen 531.

1846 Oudewater» rigt eene werkinrigting voor behoeftigen op 531.

1854 Oudewater» en omstreken wordt eene afdeeling der Hollandsche maatschappij van landbouw 531.

1855 Oudewater» oprigting van de muzijkvereeniging Amicitia.

1857 Oudewater» rigt eene vereeniging op tot kostelooze teraardebestelling, van behoeftige overledenen 531.

1857 Oudewater» oprigting van de Rederijkerskamer, Borger 532.

1857 Oudewater» bekomt een haltplaats van den Nederlandschen Rhijn-Spoorweg 533.

1859 Oudewater» oprigting der Liedertafel Crescendo 532.

1859 Oudewater» getal woningen.

1860 Oudewater» getal inwoners.

1861 Oudewater» iets over de Gilden en overblijfselen daarvan 531.

1861 Oudewater» kanalisatie van den Hollandsche IJssel 533, 536, bloei en vertier 536.

P.

Papekop 6, 7, 5, 78, 513.

Papenhoeve, iets over den naamoorsprong en nog eenige bijzonderheden 90–91.

Palionijdorus, (Johannes) voornaam persoon, alhier het eerste levenslicht aanschouwd 355.

Paddepoel 353.

Peperstraat 9.

Plaatsnamen 72–80.

Planten en boomen dienst 92–96.

Polsbroek 61, 79, 215.

Poorten der stad 263–271.

Predikanten 203–209.

Priesters R. C. in de groote kerk 200–203.

Priesters na 1575 tot 1705–1709 214–218.

Priesters, (orde) aan het Heilig leven 218–220.

Priesters, der Bisschoppelijke Clerezie der kerk aan de markt 220–221.

Proveniershuis, zie Gasthuis.

Putman J. J., oud missionaris op Curacou, in Oudewater geboren 366.

R.

Regeringsvorm en regeringslieden vroegere en tegenwoordige, binnen Oudewater 331–345.

Regt. Iets van het regt dat Oudewater eertijds had om zitting te nemen in de staatsvergadering van Holland 345, 354. Wanneer en waar gedep. staten daarin zitting hebben genomen 347, 355.

Reigerskop, iets over den naamoorsprong 78.

Rivieren, bij de ouden zeer in aanzien 97, 98, 113, 115, 124.

Ridders van St. Jan 253–255, 283–287.

Rivierbezinking 18–35, waarden hierdoor ontstaan is 19, hare dikte in den bodem en oudheid 20, zij geven den naam aan deze stad 20–22, nut der rivierbezinking 27–35, wat de bezinking is en onder wat naam bekend 31, 32.

Rodenburg (de Jong van) beroemd persoon alhier geboren 366.

Roo (Gerardus de) voornaam persoon geboren in Oudewater 360.

Rooijen van (Rud. Snellius) voornaam persoon in Oudewater geboren 360, 361.

Roozendaal 6, 77, 100, 339.

Romeinsche sterkte tusschen Montfoort en Oudewater 146, 147.

Roodstraat en Roodzand 9, 57, iets over den naamoorsprong dezer straatnamen 158.

Rooijen (Rudolphus Snellius van) zijn grafmonument 179–182.

Romeintoren 271–276.

Rhenen 233.

Romeinsche sterkte 146–147.

Romer R. C. H., bekend schrijver, in Oudewater geboren 366.

Ruigeweide, iets over den naamoorsprong 79.

Rijnland 83, 235, 332, 388.

Rotterdam 149, 167, 250, 395, 414, 415, 440.

S.

Sacrum nemus, zie Heilig Woud.

Schagen bij Linschoten 82.

Schakenbosch, bij Oudewater 82, zie verder Heilig Woud.

Schepenen, zie Regeringsvorm en Regeringspersonen.

Secretarissen, zie»Regeringsvorm»en»Regeringspersonen.»

Schiedam 149, 369, 376, 385, 415.

Schilderijen, zie op Weeshuis en Stadhuis.

Schoonhoven 91, 99, 149, 195–225, 228, 236, 239, 368, 373, 374, 397, 399, 400, 401, 406, 408, 411, 414, 417, 421, 426, 440, 443, 471, 480, 521, 532.

Schrijvers (oude) 143–916.

Schuttersdoelen 283–287.

Slot 277.

Snellius van Rooijen, zie onder beroemde personen.

Snelrewaard 6, 21, 339, 427, 434.

Stadhuis 315–319.

Stadswapen, zie op Wapen.

Stavoren 387–388.

T.

Teccop iets over den naamoorsprong 78.

Teelaarde 34.

Terpen 97.

Tiel 149.

Thesoriersambt, zie op regeringsvorm, etc.

Thor, zie drietallen.

Toren, zie kerk der protestanten.

Toren (Romein) 271–276.

Tooverij, zie op Heksenwaag.

U.

Utrechtsche poort 267–269.

Utrecht 25, 30, 99, 146, 149, 163, 164, 170, 195, 232, 233, 239, 240, 254, 255, 268, 269, 308, 359, 361, 368, 369, 371–375, 378, 380, 397, 398, 407, 410, 411, 413, 414, 417, 418, 425–428, 436, 441, 443, 476, 480, 482, 485, 487, 498, 499, 500, 502, 506, 508, 509.

Uitoefening der R. C. eerdienst na 1575 tot 1705–1709 en de priesters die hier leeraarden 212, 218–220.

V.

Valerius Cornelius 355, 359.

Vasten avondpartijen 47, 48, 68.

Veensoorten 11–12.

Veer, zie IJsselveer.

Veerpoort, zie IJsselpoort.

Verroen M. 366.

Vianden, bisschop, (Hendrik van) maakt in 1265 Oudewater tot stede 164.

Vianen 149.

Vicarijen en Vicarissen 198–200.

Vlaardingen 149, 412.

Vliet 77, 78, 97, 277, 339, 503.

Vlietbergen 97.

Vlissingen 439, 480.

Vogelvereering 101–103.

Voorburg 146.

Voorschoten 82, 83, 90.

Vrouwenbrug 109.

Vrijdag 71, 72, wie in het heidendom toegewijd, sporen er van in onzen tijd.

Vriesman J. A. 366.

Vuige pinksteren 59, 62, 70.

Vuurdienst 99–100.

Vuursche 94.

W.

Waag, zie heksenwaag.

Waarder 21.

Waardpoort 267–269.

Wageningen 146.

Wapen van Oudewater 323–330.

Wapens van Delft, Oudewater en Alkmaar, onderzoek naar de redenen, waarom die in deze drie steden, in en aan eenige gebouwen vereenigd worden aangetroffen, en waar aanwezig 320–329.

Weerwolven 106.

Weesboom 94, 95.

Weeshuis 255–260.

Weesmeesters, zie Weeshuis.

Weesp 411, 419, 425, 440, 525.

Weesvaders, zie Weeshuis.

Wieren 97.

Wierksoord 78, 79.

Willeskop 6, 10, 71, 83.

Wodan, zie drietallen.

Woerden 6, 21, 32, 146, 288, 291, 368, 370, 379, 385, 387, 388, 392, 406, 411, 415, 416, 420, 422, 426, 434, 440, 445, 472, 473, 480, 497, 508, 511, 515, 525, 529.

Woudendienst 80–99.

Woudgeesten 106.

Wulverhorst 76, 511.

Wijk bij Duurstede 146, 149, 377.

Wijken 97.

IJ.

IJssel Hollandsche 16, 18–35, van waar zijn oorsprong 19, slibaanvoer 19, en wat daardoor ontstaat 19–32, snelheid van zijnen loop 19 en 25, verandering in denzelve 22–24, plaatsen, die den naamoorsprong doet gelooven aan die rivier verschuldigd te zijn 26, zijn naamoorsprong 26, nijverheid aan den IJssel door de aangevoerde slibbe 27–35, sluis 28–29, kanalisatie 28–30, 98, mythologische vereeringen aan den IJssel 115, en 124.

IJsselmonde 25.

IJzeroer 14–16.

IJsselpoort 264, 265.

IJsselstein 25, 26, 29, 149, 304, 406, 411, 413, 448.

IJsselveere 264, 265, 275, 457, 485.

Z.

Zand (rood) 16–17, van waar aangevoerd 17.

Zandbodem (Diluviale) 4–7.

Zalt-Bommel zonderlinge brief van Simon Jan Verweij, Schoolmeester te Oudewater solliciteerende naar het vacantie voor zangers en kostersambt te Zaltbommel 196, 197.

Zaturdag 72.

Zeden en gewoonten 153–156. a. Zeden en gewoonten onzer voorouders, voor de komst der Romeinen 153–154. b. onzer vaderen verkeer met de Romeinen 153–154. c. Invloed van het Christendom op de zeden 155. d. De handel benevens de tegenwoordige communicatie op zeden en beschaving 155–156.

Zeebezinking 18–35, niet daarvan 27–35, zijn verschil met rivierbezinking 32.

Ziekenhuis 251, 261, ligging 261, verandering van bestemming 261.

Ziekentroosters, 196–198.

Zierckzee 375.

Zondag 71, wat in het heidendom, en nu te dezer stede.

Zutphen 433.

Zwammerdam 381.

Zwartewaal 64.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings