← Table of contents
Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag

Tweede Sprookje.

Reading edition

Chresos woonde in Beotie. Van beroep was hy burgemeester van ’n dorpje welks naam ik niet weet. Ook kan ik u niet zeggen hoe hy verdwaald raakte in Beotie, daar z’n familie thuis hoorde in Athene ... ja, ik meende zelfs dat hy verwant was aan Alcibiades, een te vroeg geboren Franschman. Chresos was ’n goed mensch, en leefde tevreden. Hy zorgde voor z’n dorpje zoo goed hy kon, en vermaakte zich in ledige oogenblikken met spelen op de luit. Maar dit deed hy alleen in huis, en nooit viel hy iemand lastig met z’n muziek.

En zie, daar kwamen roovers die geweld-deden aan de bewoners van ’t dorpje, waar Chresos gezag had. Hy legde z’n luit neer, en trachtte de roovers te verjagen. Men zeide hem, dat hy dit niet had moeten doen, omdat de roovers onder de bescherming stonden van den magistraat in de hoofdstad.

Maar Chresos geloofde dit niet, omdat hy ’t àl te erg vond.

Hy ging voort met het bestryden der roovers, en daar zy overmacht hadden, zond hy ’n bode naar Thebe om hulp te vragen.

In-stee van de gevraagde hulp te zenden, antwoordde men hem dat hy ’n onwaardig burgemeester was, en volstrekt niet geschikt om ’n ambt te bekleeden in Beotie. Dit laatste sprak hy niet tegen. Maar na z’n dorpelingen te hebben vermaand tot geduld, begaf hy zich met vrouw en kinderen op weg, niets meenemende dan z’n luit. Z’n huis werd ingenomen door ’n ander burgemeester, die zeker minder onwaardig was in de oogen van den Thebaanschen magistraat, en ook zeer bevriend scheen met de roovers die de domme Chresos had willen uitroeien. Althans men hoorde niet meer klagen over de roovery, schoon de roovers in ’t land bleven.

Met moeite verschafte Chresos zich toegang tot den Areopagus, en verhaalde wat geschied was. Hy wees op z’n gezin, dat omkwam van ellende door ’t misverstand van den magistraat. Nog altyd hield hy de zaak voor misverstand. Ik heb u reeds gezegd dat hy eigenlyk niet thuishoorde in Beotie. Daarom oordeelde hy zoo verkeerd.

Maar de Areopagus antwoordde niet. Chresos vermaande z’n vrouw tot geduld—wat niet noodig was—en troostte zich met spelen op de luit, dat ’n behoefte voor hem scheen. De tonen die hy aansloeg, waren in harmonie met z’n gewaarwordingen. Eigenlyk was hy geen groot muzikant, maar er is wat byzonders in ’t luitspel van ’n vader die z’n kinderen ziet derven. Dáárom en niet omdat Chresos goed speelde, luisterde men naar hem. Er was iets snydends in z’n spel, dat grove ooren kittelde. En er waren veel grove ooren in Beotie.

Als men zeide: “fraai gespeeld Chresos, ga voort!” dan viel z’n hand slap neder, en er blonk hem ’n traan in ’t oog, by de gedachte dat die onbegeerde lof de prys was van den honger zyner kinderen. Liever had hy nog slechter gespeeld, of in ’t geheel, niet, dan zóó! En hy vergeleek z’n ziel by de snaren zyner luit, die gespannen moesten zyn om klank te geven ... ja, gerekt op ’t breken af vóór de hoorders tevreden waren. “Zouden die snaren daarvan gevoel hebben als ik?” dacht hy.

Maar toch speelde hy van-tyd tot-tyd, omdat hy niet anders kòn. En z’n gezin hongerde met geduld.

Telkens weder beriep hy zich op den Areopagus. Eindelyk ontving hy het volgende vonnis:

De Areopagus, enz.

“Gehoord de klachten van den oud-burgemeester Chresos over de rooveryen in ’t dorp ... enz.

“Gehoord zyn verzoek om uitspraak te doen, tusschen hem en den Thebaanschen magistraat ... enz.

“Gelet op de verklaring van gezegden Chresos, dat hy en de zynen verkeeren in zeer dringenden nood, ten-gevolge van een misverstand, dat dien magistraat zou hebben bewogen party te trekken voor de roovers die ’t dorp afloopen, waar gezegde Chresos vroeger burgemeester was.

“Gelet op de verklaring van vele getuigen, die gezegden Chresos hebben hooren spelen op de luit.

“Recht doende, enz.

“Veroordeelt meergenoemden Chresos tot de luit, en de kosten van ’t proces.”

Die Areopagus was omgekocht, en heette Nederland.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings