← Table of contents
Mijn Land, 03/11

DE SCHOONHEID VAN HET VLAKKE LAND.

Reading edition

Denk niet, dat Zuid-Holland met haar groote uitgestrektheid vlak land, zonder heuvelen dan alleen in het westen, waar de duinenrij opstulpt tegen den grauw-groenen achtergrond van hei-ige zeelucht, denk niet dat dit vlakke land niet zijn bekoorlijkheden heeft.

Wie er gewandeld heeft en gefietst, maar vooral wie er gevaren heeft, die weet, dat ook dat schijnbaar eentonige vlakke land prachtig mooi kan zijn.

Ik wil er U doorheen voeren, stilstaande bij veel mooie, soms heel oude dingen en nu en dan eens omziende, om toch vooral een sterken indruk te krijgen en te bevestigen, dat dit land van polders en dijken en vaarten overal heel verschillend, maar bijna overal van een pittoreske schoonheid is.

9. BRIELLE, Stil Steegje 10. DELFSHAVEN, Gedempte Achterwater

9. BRIELLE, Stil Steegje
9. BRIELLE, Stil Steegje
10. DELFSHAVEN, Gedempte Achterwater
10. DELFSHAVEN, Gedempte Achterwater

11. ALPHEN AAN DEN RIJN, Brugje 12. LEIDEN, Marekerk

11. ALPHEN AAN DEN RIJN, Brugje
11. ALPHEN AAN DEN RIJN, Brugje
12. LEIDEN, Marekerk
12. LEIDEN, Marekerk

Denk vooral niet, dat ik overdrijf.

Ga dan maar eens staan—zooals ik dat gedaan heb—op een kerktoren midden in dat lage land en overzie het geheel. Bewonder dan—want dat zult ge moeten—de oneindige vergezichten: hier langs een vaartje, dat in de wijde verte door een popperig-lijkend dorp met roodgedaakte huizekes wordt afgesloten; daar langs een dijk, die zich aller-onwaarschijnlijkst kronkelt rond zoo’n polder, waaraan Zuid-Holland ook rijk is.

Het is geen eentonig gezicht: want er is wisseling in kleur en in vorm. En de frissche boerenhuizingen, waarvan er hier zoovele honderden zijn, steken kantig af tegen het geel van den akker of gaan gedeeltelijk schuil in een krans van—meestal hooge—boomen, wier wuivende kruinen wiegen boven hun dak.

Heel ver in de wazige verte, grijs-grauw als in een sluier van mist, ontdekt ge dan de vage omtrekken van een stad.… onwezenlijke contouren tegen den horizon.

Voeg daarbij, dat gedurende den meesten tijd van het jaar de hemel hier bedekt is met een uitgelezen verzameling wolken van allerlei kleur en formatie—de „Hollandsche” lucht bij uitnemendheid—en gij kunt U levendig voorstellen, dat gij van mij niet verwachten moet het Zuid-Hollandsche landschap als niet-mooi of als eentonig te qualificeeren.

Ik zal dan bij de beschrijving van het moois en merkwaardigs, dat deze provincie biedt, allereerst de aandacht vragen voor het vasteland, om dan later over de eilanden te wandelen of te rijden, al naar gelang de schoonheid van het landschap zulks vordert.

Waar kunnen wij onzen rondgang door Zuid-Holland eigenlijk beter aanvangen dan daar waar als het ware het hart van de provincie klopt:

[

Inhoud

]

’s-Gravenhage, de hoofdstad.

De Residentie is de derde stad—wat grootte betreft—van Nederland. Is met koopsteden als Amsterdam en Rotterdam echter in het geheel niet te vergelijken. Heeft een volkomen eigen—deftig—cachet. De regeering van het land is er gevestigd: de ministeries met den aankleve van die; de Staten-Generaal vergadert er: het is een stad der diplomatie, waar alle buitenlandsche gezanten hun zetel hebben, waar de groote conferenties gehouden worden, als Nederland wordt aangewezen om als gastheer op te treden in geval van internationale geschillen-oplossingen als anderszins.

13. HAASTRECHT 14. BRIELLE

13. HAASTRECHT
13. HAASTRECHT
14. BRIELLE
14. BRIELLE

15. OUDE WATER, Stadhuis 16. LEIDEN, Haarlemmer Trekvaart

15. OUDE WATER, Stadhuis
15. OUDE WATER, Stadhuis
16. LEIDEN, Haarlemmer Trekvaart
16. LEIDEN, Haarlemmer Trekvaart

De kern van Den Haag—zooals de stad meestal genoemd wordt—wordt gevormd door het Binnenhof met de Ridderzaal (plaatje 61), die beide nog overblijfselen zijn van het oude grafelijke slot, waar ook later de stadhouders nog verblijf hebben gehouden. Die Ridderzaal is wel een der oudste monumenten van Den Haag, dagteekent reeds uit de dertiende eeuw. De zuilengangen geven ook een sterken indruk van hoogen ouderdom en de toegangspoorten tot het Binnenhof zijn nog vrijwel in denzelfden staat, waarin zij vroeger waren.

Die oude gebouwen en poorten en gangen doen dien heelen belangwekkenden ouden tijd je voor den geest komen. Je gaat er droomen van toen, je ziet er als het ware de pralende edelen en edelvrouwen op hun scharlaken-gedekte rossen uit komen rijden.….!

Hier in de binnenstad is ook het Mauritshuis, vroeger het verblijf van Johan Maurits van Nassau, thans museum; verder de Gevangenpoort, waar eens de gebroeders de Witt werden opgesloten, aleer zij het slachtoffer werden van hun wraakzuchtige vijanden. Daar ligt de Hofvijver nog, als een vergeten water, waar zwanen in ronddrijven, maar dat vroeger de gravenburcht tegen overval beschermde.

In dat oude deel der stad staat het paleis van de Koningin—op het Noordeinde—aan het Voorhout dat van de Koningin-Moeder, terwijl Prinses Juliana daar vlak bij haar woning heeft.

Bijna in de stad nog ligt het fraaie Haagsche Bosch met zijn mooie vijvers: het „Huis ten Bosch” (pl. 69) is daar eertijds voor Amalia van Solms gebouwd.

17. GORINCHEM, Dalemsche Poort 18. RIJSWIJK, Dorpsstraat

17. GORINCHEM, Dalemsche Poort
17. GORINCHEM, Dalemsche Poort
18. RIJSWIJK, Dorpsstraat
18. RIJSWIJK, Dorpsstraat

19. GOUDA, Vischbanken 20. OUD SCHEVENINGEN

19. GOUDA, Vischbanken
19. GOUDA, Vischbanken
20. OUD SCHEVENINGEN
20. OUD SCHEVENINGEN

Naar den Scheveningschen kant toe, daar waar de beroemde Oude Scheveningsche weg begint, staat het meesterwerk van den Franschen bouwmeester Cordonnier: het „Vredespaleis” (pl. 39) de zetel van het Permanente Hof van Internationale Justitie.

Links van dien Ouden Scheveningschen weg ligt het landgoed Zorgvliet (pl. 67), vroeger de woonplaats van Jacob Cats. Het is thans bestemd om villapark te worden, is dat reeds voor een deel.

Den Haag is niet meer te scheiden van Scheveningen, dat is er geheel mee samengegroeid. En alleen nog een klein deel: Oud-Scheveningen, met z’n sloppen en stegen (pl. 20) en zijn, een bijzonder dialect sprekende en nog een eigen kleeding dragende bevolking (pl. 50), staat feitelijk geheel apart.

Scheveningen, dat thans onze meest luxueuze en verreweg drukste badplaats is, ontstond als zoodanig in het begin van de negentiende eeuw. Immers in 1818 werd er een badhuisje opgericht, in 1828 kwam er reeds een groot badhuis, dat in 1883 plaats maakte voor het tegenwoordige Kurhaus, vóór hetwelk in 1901 het „Wandelhoofd Wilhelmina” kortweg Pier genaamd ontstond. (Pl. 71).

De onmiddellijke nabijheid van Den Haag, waarvan het praktisch een deel uitmaakt, is zonder eenigen twijfel mee de oorzaak geweest van den grooten bloei van deze badplaats, waar de diplomaten elkander kunnen ontmoeten en waar allerlei regeeringspersonen komen uitrusten van de vermoeienissen van hun werk.

[

Inhoud

]

Naar de bloembollenstreek.

Wij zwerven nu noordwaarts door het duingebied. Nu eens langs het strand, dat hier wel niet zoo breed is, maar waarvan de wilde schoonheid een prettige tegenstelling biedt tegenover het mondaine strand van Scheveningen, dan weer langs de talrijke binnenpaden door de duinen. Er zijn er van deze nog veel meer, maar jammer genoeg hebben vele eigenaren van duingrond zich verplicht gezien hun bezittingen af te sluiten, ten einde verdere vernieling te voorkomen. Daardoor kan men van de heerlijkheid van dit werkelijk mooie landsdeel maar gedeeltelijk genieten.

21. KLAASWAAL, Havenstraat 22. RIJNSBURG, Grachtje

21. KLAASWAAL, Havenstraat
21. KLAASWAAL, Havenstraat
22. RIJNSBURG, Grachtje
22. RIJNSBURG, Grachtje

23. Reigers in den Polder 24. LEIDEN, Raadhuis

23. Reigers in den Polder
23. Reigers in den Polder
24. LEIDEN, Raadhuis
24. LEIDEN, Raadhuis

Van Den Haag uit hebben wij eerst nog even een kijkje genomen—de weg er heen loopt door het Haagsche Bosch—in Wassenaar. De weg is omzoomd met een groot aantal prachtige buitenplaatsen. Het voormalig kasteel (pl. 63) is thans Hotel: het fraaie park heeft nog niets van zijn oorspronkelijke aantrekkelijkheid verloren. Rechts staan de Eikenhorst en Raaphorst, beide bezittingen van de Koningin, links is in het landgoed de Pauw het raadhuis van de gemeente gevestigd.

Daarna richten wij ons naar de duinen.

Van Den Haag af naar het noorden toe liggen in den duinrand een aantal plaatsjes, die—zoo bescheiden en stil als ze daar thans mogen liggen—in den ouden tijd soms een zeer bijzondere en belangrijke rol hebben gespeeld.

Reken maar eens met een dorpje als Rijnsburg, tusschen Leiden en Katwijk, thans een knus landbouw-dorpje: eertijds het middelpunt van de belangstelling van den adel, omdat daar—dat was in de vroegste middeleeuwen—een abdij stond voor adellijke dames: in 1133 gesticht door Petronella van Saksen.

Van dit pittoreske plaatsje hoort men thans weinig meer: de badgasten gaan naar zee en Rijnsburg ligt te veel naar binnen: toch is het een bezoekje graag waard (pl. 22).

Langs een zeer modernen verkeersweg kunnen wij Katwijk aan Zee bereiken: een eenvoudig visschersdorp, dat in de laatste jaren erg in trek is gekomen als badplaats: mogelijk wel omdat onze Koningin er zooveel belang in stelt en Prinses Juliana er woont.

De goeie ouwe Rijn mondt hier uit in zee, d.w.z. als Katwijksch kanaal met sluizen, voorzien van talrijke zware deuren. Hier wordt Rijnlands boezemwater in de zee geloosd: de werken, die dat mogelijk maken, danken wij aan koning Lodewijk Napoleon, die deze van 1804–1807 liet aanleggen.

25. WOERDEN, De Rijn 26. VIANEN, De Toren

25. WOERDEN, De Rijn
25. WOERDEN, De Rijn
26. VIANEN, De Toren
26. VIANEN, De Toren

27. RIJNSATERSWOUDE 28. LEIMUIDEN

27. RIJNSATERSWOUDE
27. RIJNSATERSWOUDE
28. LEIMUIDEN
28. LEIMUIDEN

Noordwaarts gaan wij nu naar het schoone Noordwijkerhout dat hier tusschen de duinen als gesmeten ligt en naar Noordwijk aan Zee, dat tot de meest moderne en meest bezochte badplaatsen van Nederland behoort. Met de gemeente Voorhout tezamen is dit een der schoonste gedeelten van het Zuidhollandsch duinengebied.

Noordwijk aan Zee is als het ware op en tusschen de duinen gebouwd. Vandaar de grillige loop der straten, die nu eens omhoog voeren om dan weer plotseling in een duinpan te verdwijnen. De vele buitenverblijven, groote en kleine villa’s van allerlei vorm en kleur geven aan dit dorp dien markanten indruk, waardoor Noordwijk zich van alle andere badplaatsen onderscheidt.

Wij gaan nu meer landwaarts in, komen dan op den grooten weg van Haarlem naar Leiden, en gaan via Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest naar de oude Universiteitsstad Leiden.

Wij zijn nu plots midden in het gebied van de bollenkweekers, hier bloeien in het voorjaar tulpen en hyacinthen en narcissen (pl. 60 en 96). Hier is de heele omgeving in dien echten bloembollentijd één kleurrijk schilderij, waarin de duinen als zacht glooiende achtergrond optreden en waarin dan de vele dorpjes en gehuchten met hun keurige huizen en scherp-gelijnde spits-torenige kerkjes, het zoo recht goed doen.

Doorsneden is dit land in allerlei richting van slooten en andere kleine watertjes, noodig voor de bevloeiing die een voornaam deel is van de zorg voor de veel-werk-vragende bollen, die Nederland tot in de uithoeken van de wereld, maar vooral in Amerika, een grooten naam hebben bezorgd.

Hillegom is een van die welvarende dorpen, omringd van bloemvelden, prachtige warmoezerijen, talrijke buitenplaatsen: een toonbeeld van welvaart in deze schoone omgeving. Lisse is almede hetzelfde: ook daar een nijvere bevolking, die geheel op landbouw, maar vooral op bollenteelt aangewezen is: een aardig dorp van vele buitenplaatsen omzoomd. Van Haarlem komend voert rechtsaf een weg van Lisse naar het schoone buitengoed Keukenhof (pl. 82). Een wandeling daarheen, ongeveer tien minuten, loont zeker de moeite.

Plaat C, TULPENVELDEN
Plaat C, TULPENVELDEN

Plaat C, TULPENVELDEN

Iets verderop komen wij dan aan Sassenheim: een heel oude plaats reeds, die in vroeger jaren Saxenheim geheeten moet hebben.

Wij naderen thans Leiden, gaan daarheen over Oegstgeest waarvan het oostelijk gedeelte reeds met de stad Leiden is samengegroeid.

Hoe heerlijk „doet” het oude met klimop begroeide kerkje van Oegstgeest het in deze toch al zoo schoone omgeving. Langs Rijngeest, Voorgeest en Endegeest gaat de weg naar den Deyl en naar Den Haag.

[

Inhoud

]

Leiden.

Alleen over deze oude stad zou een apart boekje te schrijven zijn en dan nog wel een met honderd plaatjes. Want Leiden is een der meest belangwekkende steden in deze provincie en tevens een met een merkwaardige geschiedenis, al was het alleen maar die van het beleg door de Spanjaarden in 1574 en het ontzet, waaraan nog veel in deze stad herinnert.

Na 1574, toen Leiden haar Universiteit kreeg, heeft de stad een langdurige bloeiperiode doorgemaakt: het was een der rijkste en meest invloedrijke steden van het gemeenebest.

Natuurlijk bevat een stad als deze een schat van schoone gebouwen: een der allerschoonste, het Stadhuis in de Breestraat (pl. 24) is nog niet lang geleden, in den barren winter van het vorig jaar, geheel door brand vernield. Daarbij zijn natuurlijk schatten verloren gegaan, schatten van geschiedkundige waarde vooral. Die kunnen niet worden vervangen, maar wat men wel kan doen, het stadhuis herbouwen in zijn vroegeren schoonen vorm, dat zal men misschien wel doen ook.

De Hooglandsche Kerk en de St. Pieterskerk (pl. 3) herinneren aan de middeleeuwen.

29. REEWIJK, Plassen 30. DELFT, De Oostpoort

29. REEWIJK, Plassen
29. REEWIJK, Plassen
30. DELFT, De Oostpoort
30. DELFT, De Oostpoort

31. DORDRECHT, Groote Kerk 32. GOUDA, Nieuwe Haven

31. DORDRECHT, Groote Kerk
31. DORDRECHT, Groote Kerk
32. GOUDA, Nieuwe Haven
32. GOUDA, Nieuwe Haven

Aan de samenvloeiing van twee Rijnarmen staat de Burcht, eveneens een bouwwerk uit de vroege middeleeuwen (pl. 81). Vermoedelijk is deze Burcht op een oude Romeinsche versterking gebouwd.

De Marekerk (pl. 12) is koepelvormig en dateert uit het begin van de zeventiende eeuw.

De Universiteit—die een wereldvermaardheid bezit—is gevestigd in het voormalige Klooster der Witte Nonnen aan het Rapenburg, terwijl de Bibliotheek in de Kapel van het Bagijnhof een onderkomen gevonden heeft.

Bezienswaardig is voorts nog de Waag, die eigenlijk het Waag- en Boterhuis heet (pl. 59), een gebouw, dat eveneens uit de zeventiende eeuw stamt en dat versierd is met beeldhouwwerk van Rombout Verhulst; verder het Gemeene-Landshuis, de Meermansbrug, de Zijlpoort, de Korenbrug, het Jean-Pesijnhofje en de Morschpoort (pl. 8). Ook zal een goede Leidenaar niet nalaten U het huis te wijzen, waar onze grootste schilder Rembrandt op 15 Juli 1606 het levenslicht aanschouwde.

33. ’s-GRAVENDEEL, ’t Weegje 34. STRIJEN, Oude Haven

33. ’s-GRAVENDEEL, ’t Weegje
33. ’s-GRAVENDEEL, ’t Weegje
34. STRIJEN, Oude Haven
34. STRIJEN, Oude Haven

35. MAASLAND 36. ZUID-BEIJERLAND, Oosteinde

35. MAASLAND
35. MAASLAND
36. ZUID-BEIJERLAND, Oosteinde
36. ZUID-BEIJERLAND, Oosteinde

[

Inhoud

]

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings