Een vreemde verklaring.
Reading edition
De avondbladen van den volgenden dag behelsden een vrij uitvoerig relaas van de inbraak, en Raffles en Charly lazen het met de belangstelling van een acteur voor de kritiek eener première.
En zij lazen het tevens met een verbazing, die groeide, naarmate zij verder gingen.
Dit geschiedde in de groote conversatiezaal van het Cecil-hotel, waar zij gedineerd hadden.
Raffles had een nummer van de „Times” genomen, Charly had zich een Daily Mail laten brengen en in dit laatste blad las de jongeman het volgende verslag van de inbraak:
—In den afgeloopen nacht heeft er weder een uiterst brutale inbraak plaats gehad, in het nieuwe huis van den heer Austin Grammont, den bekenden bankier, hetwelk deze niet lang geleden in Paddington, Harrow Road 39, heeft laten bouwen.
De inbrekers, want naar alle waarschijnlijkheid zijn er twee geweest, zijn langs de tuinzijde binnengekomen, en hebben zich toegang tot het huis weten te verschaffen, door een stuk uit een paneel van de achterdeur te zagen, en door de opening heen de knippen terug te schuiven en het slot om te draaien.
Tevens hebben zij de draden van het alarmsignaal doorgesneden.
De inbrekers hebben echter niet getracht de geweldig groote brandkast aan te tasten, voor welk werk zij zeker zijn teruggeschrikt en zij hebben zich tevreden moeten stellen met den inhoud van het schrijfbureau, waaruit zij ongeveer elfhonderd pond sterling aan bankpapier konden stelen, en met een aantal gouden voorwerpen tot een gezamenlijke waarde van zeshonderd pond.
Op welk tijdstip de inbraak heeft plaats gehad, is niet nauwkeurig na te gaan, maar in ieder geval moet het na één uur geweest zijn, want op dat tijdstip was de butler van den heer Grammont, Henry Dayton, nog wakker.
Toen begaf hij zich pas naar bed, daar hij meende, niet langer op zijn meester behoeven te wachten.
De heer Grammont zelf verklaarde aan den detective, dat hij omstreeks half twee was thuisgekomen, en zich toen dadelijk ter ruste had begeven, en dat hij weliswaar een half uur later eenig gerucht had meenen te hooren, maar daaraan geen beteekenis had gehecht, en opnieuw was ingeslapen.
De bedienden zelven hebben volstrekt niets gehoord, maar wat het vreemdste is, ook de foxterriër, anders een zeer waaksch dier, dat bij het minste gerucht aanslaat, heeft in het geheel geen teeken van leven gegeven.
De politie stelt een grondig onderzoek in, maar zij koestert slechts geringe hoop, dat zij de daders zal kunnen vatten, want deze hebben niet het minste spoor achtergelaten. Zij droegen blijkbaar overschoenen, welke zij voor de achterdeur hebben uitgedaan en binnenshuis is niet den minsten afdruk van hand of voet gevonden.
Daar de conversatiezaal op dit oogenblik bijna geheel verlaten was, had Charly dit korte verslag op zachten toon aan Raffles kunnen voorlezen.
Toen hij gereed was, zeide Raffles:
—De „Daily Mail” noemt het gedrag van Sherif het vreemdst. Maar er is één ding, dat nog veel vreemder is, en dat is dat Grammont, die niet thuis was, ons gehoord heeft.
—Dat is zeker al heel eigenaardig! Maar is het niet mogelijk, dat hij ergens anders is geweest, in een ander vertrek van het huis?
—Dat is eenvoudig ondenkbaar, Charly, om verschillende redenen. Als een zakenman om twee uur ’s nachts niet in zijn bed ligt, dan kan men hem alleen maar in zijn werkkamer vinden, of met vrienden in de speelkamer. Maar in het eerste vertrek was hij niet, en in het tweede kan hij niet geweest zijn, want de speelkamer is daar vlak naast en wij hadden dan natuurlijk moeten hooren lachen en praten. Je zult je echter herinneren, dat het doodstil was in huis, en dan nog iets, als Grammont dan in een andere kamer geweest is, en ons gehoord heeft, waarom is hij ons dan niet komen overvallen? Hij is een man van even veertig jaar en zeker geen lafaard. Ten slotte, hij zegt, dat hij wakker is geworden en weer ingeslapen.
—Dat is waar, mompelde Charly, terwijl hij verbaasd voor zich uitstaarde, dat is waar! Wel, dan begrijp ik er niets van!
—Ik moet je eerlijk zeggen, dat ik het ook niet goed begrijp. Welke reden kan Grammont voor den drommel hebben, om een verklaring af te leggen, waaruit blijkt, dat hij thuis was, terwijl wij heel positief weten, dat dat niet het geval is geweest?
Charly haalde de schouders op en antwoordde:
—Ik kan je daar geen antwoord op geven, het is mij volkomen duister!
—Mij dunkt, dat daar maar één verklaring voor mogelijk is. Grammont is ergens geweest, hetgeen hij tot iederen prijs geheim wenscht te houden, en daarom heeft hij maar gezegd, dat hij eenig gerucht gehoord heeft. Hij kan onmogelijk weten, dat wij in de slaapkamer zijn geweest, en daarom gelooft hij, dat hij ongestraft deze leugen kan vertellen. Maar waarom liegt de man? Welke reden kan hem daartoe bewogen hebben?
De beide vrienden bleven eenigen tijd zwijgend tegenover elkaar zitten in diep nadenken verzonken, en toen hernam Raffles:
—Zoo zal het wel zijn, Grammont is ergens geweest, en dat wil hij liever niet weten voor de buitenwereld. Het moet den schijn hebben, alsof hij den nacht in zijn bed heeft doorgebracht en slechts even na één uur is thuisgekomen. Nu, misschien brengen de volgende edities wel een nadere opheldering.
Maar in deze verwachting zou Raffles bedrogen worden.
De late avondédities behelsden niets omtrent de inbraak, geen enkel woord, misschien wel op verzoek van de politie.
Maar daarentegen las Raffles een bericht, dat hem zeer trof, ofschoon het volstrekt niets te maken had met de inbraak en alleen maar, omdat het feit, waarop het bericht betrekking had, zich op zeer korten afstand had toegedragen bij het huis in de Harrow Road.
Het blad, waarin het bericht voorkwam, was de „Daily Telegraph” en het luidde als volgt:
GEHEIMZINNIGE MOORD!
Een griezelige ontdekking.
In den afgeloopen nacht is er in Paddington een geheimzinnige misdaad gepleegd, waaromtrent de politie nog volkomen in het duister tast en die groote opschudding heeft gewekt in de geheele buurt.
Een paar machinisten begaven zich hedenmorgen omstreeks vier uur naar hun machineloods, staande in het spoorwegdepôt, tusschen de Harrow Road en Bishop Road.
Zij hadden dienst en wilden hun machine uit de loodsen halen.
Het depôt is een zeer groot vierkant, doorkruist met een groot aantal spoorlijnen, die naar de machineloodsen voeren, of naar een der talrijke werkplaatsen.
Er worden veel wagons en ook machines hersteld en verder dient het depôt voor het bewaren van oude en nieuwe wagons en goederenwagens, waarvan er zich op dit oogenblik honderden bevinden.
Aan de zijde van Harrow Road is het terrein slechts door een laag ijzeren hek van den openbaren weg afgesloten, terwijl het aan de drie andere zijden omgeven is door een hoogen muur.
De machinisten hadden hun loods bijna bereikt, toen zij in de halve schemering iets wits meenden te ontdekken, onder een goederenwagen.
Zij traden naderbij en deinsden met een kreet van afschuw en schrik achteruit.
Daar—tusschen de rails—lag een menschelijk lichaam, zonder eenige bedekking.
De beide mannen vatten echter moed en trokken het lichaam te voorschijn.
Zij hielden een lijk in de handen.
Zooals gezegd, ontbrak ieder spoor van kleeding, de vingers hadden ook geen ringen, maar wat het vreeselijkste was, het gelaat was totaal onkenbaar, bedekt met een laag geronnen bloed, en afschuwelijk verminkt.
De beide machinisten onderdrukten hun afgrijzen en zochten naar het wapen, waarmede deze vreeselijke verwondingen waren toegebracht, die het gelaat zoodanig hadden verminkt, dat herkenning wel onmogelijk zou zijn.
En spoedig hadden zij het gevonden, op eenige meters afstand, het was een soort zware koevoet, zooals ze in de depôts veel gebruikt worden om wissels over te halen.
Het moordwapen was van onder tot boven met bloed bespat.
De beide machinisten ijlden, bleek van schrik en trillend over hun geheele lichaam naar het huisje van den portier, dat zich aan den ingang van het groote hek bevindt, en deelden hem, stotterend van ontzetting, hun ontdekking mede.
Tien minuten later was de politie ter plaatse, nog geen kwartier daarna was een inspecteur en een gerechtsgeneesheer komen aansnellen.
Deze laatste deelde als zijn vaste overtuiging mede, dat de ongelukkige nog geen volle drie uren dood kon zijn.
Hij was waarschijnlijk eerst bewusteloos geslagen, en daarna had men met krankzinnigen drift op het gelaat gebeukt met de ijzeren staaf, zoodat dit volkomen onkenbaar was geworden.
De politie staat hier voor een raadsel.
Zij heeft slechts kunnen ontdekken, dat het slachtoffer waarschijnlijk ongeveer halverwege het lage hek verraderlijk is overvallen, en, na te zijn neergeslagen door den moordenaar of de moordenaars over het hek is geworpen, waarop zijn aanvallers hem over het terrein naar een reeks wagons hebben gesleurd.
Het onderzoek van het lijk leverde verder hoegenaamd geen resultaat op.
De geneesheer kon nergens een litteeken ontdekken, of eenig ander herkenningsteeken.
Op verzoek van de politie vermelden wij hier het signalement van den doode, natuurlijk voor zoover dit mogelijk is:
Lengte 64 inches, borst breed en gewelfd, beenen in geringe mate hoepelvormig, hoofdhaar donkerblond, gave tanden, behalve een tweeden rechterboventand, die geplombeerd is, groote voeten en fijne, blanke handen, kortgeknipte snor.
Degenen, die mogelijkerwijs omtrent de identiteit van den doode eenige inlichtingen zouden kunnen verschaffen, worden verzocht zich op het hoofdbureau van politie in Downing Street aan te melden.
Raffles legde het blad terzijde, waarin hij dit treurige bericht had gelezen en wendde zich tot Charly, die het reeds had gelezen, met de opmerking:
—Daar zal wel weinig van terecht komen! Als het gelaat zoozeer verminkt is, dat het onkenbaar is geworden, dan zal het wel heel moeilijk zijn, den dader te vinden!
—Met welk doel zouden de moordenaars hun slachtoffer zoo verschrikkelijk hebben toegetakeld? vroeg Charly, die nog vol afgrijzen was over hetgeen hij had gelezen.
—Dat kan ik je niet zeggen, maar in ieder geval moet de man, die het deed, een beest zijn geweest!
—En waarom is het lijk geheel ontkleed?
—Ook op die vraag moet ik je het antwoord schuldig blijven, Charly, ik weet het niet, dat is alles wat ik zeggen kan.
Raffles haalde de schouders op en ging voort:
—De politie zal wel spoedig inzien, dat zij voor een zeer zware taak staat en aan het signalement heeft men niet veel. Er zijn heel veel mannen, met beenen, die een weinig hoepelvormig zijn, met geplombeerde tanden, met donkerblond haar en met een kortgeknipte snor. Ook die groote voeten zullen haar niet veel verder brengen. Ik ben er van overtuigd, dat zich morgen honderden personen op Scotland Yard zullen aanmelden, die er desnoods een eed op willen doen, dat zij in het lijk een hunner bloedverwanten herkennen, en dan zal die bloedverwant thuis zitten, als zij weer zijn teruggekeerd!
—Maar er zullen er ook vrij wat zijn, Edward, die inderdaad een familielid missen! hernam Charly. In een stad als Londen verdwijnen iederen dag tientallen menschen op geheimzinnige wijze, zonder dat er een haan naar kraait!
Toen de beide vrienden dit gesprek voerden, bevonden zij zich in de biljartkamer van het huis in de Regent Street, waar Gaston, de oude kamerbediende, zooeven de laatste avondédities had binnengebracht.
Maar spoedig was de aandacht van de beide vrienden weder geheel bij de zonderlinge zaak in Harrow Road, waarvan zij nog steeds geen oplossing hadden kunnen vinden.
Raffles had een versche sigaret aangestoken en liep nu in gedachten verzonken, met een rimpel tusschen de wenkbrauwen, het vertrek op en neer.
Eindelijk barstte hij uit:
—Ik had er heel wat voor over, als ik maar een flauw vermoeden had, waarom Grammont verklaard heeft, dat hij het gerucht van inbrekers heeft vernomen, terwijl wij toch, als wij tenminste niet beiden versuft en kindsch zijn, volstrekt zeker weten, dat hij niet thuis was gisterennacht, in ieder geval niet tusschen half drie en drie uur, het tijdstip van onze inbraak!
—Ik moet eveneens erkennen, Edward, dat ik het niet goed begrijp. Het is immers niet aan te nemen, dat de man maar iets gezegd heeft, om een praatje verlegen was, zooals het in den volksmond heet.
Raffles richtte zich op en zeide op vasten toon:
—Wij zullen er eens onderzoek naar doen, Charly, ik geloof, dat hier meer achter schuilt, dan wij op het eerste gezicht kunnen vermoeden!