← Table of contents
Gomer voor den sabbath; meditatiën over en voor de sabbath

INHOUD.

Reading edition

ZEVEN MEDITATIËN OVER DEN SABBATH.

Bladz.

I.De Sabbath van God gegeven5

II.De Sabbath door God verordend9

III.De Sabbath door God geheiligd12

IV.De Sabbath door God gezegend16

V.De Sabbath door God gekeurd19

VI.De Sabbath door God verzoend23

VII.De Sabbath van God vereeuwigd26

MEDITATIËN VOOR ELKEN SABBATH IN HET JAAR.

I.„Gedenk van hoedanige eeuw ik ben!”31

II.„Een stofje aan de weegschaal.”34

III.„Mijne ziel is voor U als een dorstig land!”38

IV.„Zalig zijn de vreedzamen!”41

V.„Onthoud het goed aan zijn meester niet!”45

VI.„Ik zal ze louteren.”48

VII.„Hebt uwe vijanden lief.”52

VIII.„De oorblazer.”55

IX.„God is meerder dan ons hart!”59

X.„In vrede nederliggen en slapen!”63

XI.„De bokken van de schapen.”67

XII.„Door zijns zelfs offerande.”71

XIII.„Als een lam ter slachting geleid!”75

XIV.„Komt tot de bruiloft.”79

XV.„Grijp naar het eeuwige leven!”82

XVI.„In heilige sieradiën.”86

XVII.„Met ongedekten aangezichte.”89

XVIII.„Ik zal u geen weezen laten.”93

IX.„Abba, Vader!”96

XX.„Hem alleen dienen!”100

XXI.„Schuldig elkander lief te hebben.”103

XXII.„Wee den gerusten te Sion!”107

XXIII.„Den medicijnmeester niet van noode.”111

XXIV.„Maar is voor een tijd.”114

XXV.„Gij legt mij in het stof des doods!”117

XXVI.„De ongerechtige man zijn gedachten.”121

XXVII.„Hoevele zonden heb ik?”124

XXVIII.„Gij en uw huis!”128

XXIX.„Van uwen houthouwer tot uwen waterputter.”131

XXX.„Uit denzelfden klomp.”135

XXXI.„Een éenig zondaar verderft veel goeds.”138

XXXII.„Mijn wol en mijn vlas.”142

XXXIII.„In een eerbaar gewaad.”145

XXXIV.„Met netelen bedekt.”148

XXXV.„Onze lippen zijn onze.”152

XXXVI.„Het geld verantwoordt alles.”156

XXXVII.„Vergeet geene van zijne weldaden.”159

XXXVIII.„Het ongoedertieren volk.”162

XXXIX.„Mijne schapen!”166

XL.„Als kaf van den dorschvloer!”169

XLI.„De Heere zal mij aannemen!”173

XLII.„In eeuwigheid niet dorsten.”177

XLIII.„Uwe glasvensteren kristallijnen!”180

XLIV.„Met mijne ziel heb ik U begeerd!”183

XLV.„Vlas en vonk.”187

XLVI.„Des spots veel te zat.”190

XLVII.„Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.”194

XLVIII.„Zie, de dienstmaagd des Heeren.”198

XLIX.„Zend uw sikkel en maai.”201

L.„Brood uit den hemel!”205

LI.„De onverwelkelijke kroon.”208

LII.„Volstandig tot den einde.”212

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings