← Table of contents
Een Heldin

HOOFDSTUK XII

Reading edition

Aan de blauwe Zee.

Zij zat nog doodstil en met gesloten oogen, toen de hansom staan bleef voor een groot grijs gebouw, dat door een plein en hek omgeven was en hoewel zij niet sliep, verkeerde zij toch in een soort verdooving, die alles wat zij doormaakte, slechts half werkelijkheid voor haar deed zijn. Als uit de verte hoorde zij het geluid van stemmen, daarop werd zij uit het rijtuig getild, even opende zij de oogen en keek in een lief, ernstig gezicht, toen vielen de zware oogleden weer toe. En steeds als in een droom liet zij zich lijdelijk verder brengen, zonder het ook maar in 't minst vreemd te vinden dat zij, Hedwig Eiche, zich nu in een ziekenhuis bevond en door een pleegzuster gesteund, door breede, hooge gangen liep, waarop ontelbare deuren van ziekenkamers uitkwamen. Later voelde zij hoe men haar ontkleedde en te bed legde en hoe zij eindelijk geheel toe mocht geven aan den overweldigenden drang tot slapen, niets dan slapen ... toen wist zij niets meer.

Toen zij een paar uren later klaar wakker werd, zag zij dat zij in een kleine, nette kamer lag en dat alles om haar heen er bizonder proper uitzag. Een ware verademing vond zij het 't eentonige druppel-getik in de waterpijp niet meer te moeten aanhooren, dat haar in het home zoo gekweld had en met een flauw glimlachje deed zij de oogen weer dicht en viel op nieuw in slaap.

Het was avond, toen zij weer ontwaakte. Men had het licht in haar kamer nog niet aangestoken, maar door de openstaande deur gleed langs het tochtschut heen, een breede straal van het ganglicht naar binnen. Zij vond het prettig in deze rustige schemering te blijven liggen en hare oogen door het vertrek te laten dwalen over de lichtgrijs-en-blauw geschilderde muren met den zachtgetinten rand, waarin zij duidelijk de witte lelies kon onderscheiden en over de vogels in gouddraad op het kamerschut,-maar lang hield zij het kijken niet vol. Zij had nu zware hoofdpijn en niets scheen haar op dit oogenblik begeerlijker dan haar geheele leven verder te mogen slapen ... al maar slapen!

Maar men liet haar geen rust. Opeens flikkerde er hel licht in de kamer; zij schrikte ervan. "Doet het pijn aan de oogen?" zei een zachte stem. "Wacht eens." Er werd een schermpje voor het licht gehangen, maar Hedwig was er niet mee tevreden. Waarom stoorde men haar toch? Zij wou veel liever niet wakker wezen! En zij zuchtte lang en diep.

"Ik geloof dat ik niet heel welkom ben," zei dezelfde stem van zooeven en het frissche gezicht van een jonge pleegzuster boog zich over haar heen.

Nu kwam er een glimlach op Hedwig's gezicht en haar stemming veranderde. "Juist wel," zei ze met iets van haar oude opgewektheid.

"Zoo? Dat klinkt bemoedigend. Drink dit dan nu eens vlug op," en de zuster hield haar een glas melk met ei voor.

Hedwig gehoorzaamde, maar toen zij haar hoofd weer op het kussen legde, kreunde zij van de pijn; toch vloog zij plotseling weer overeind. "Ik moet nog aan mijn moeder schrijven," riep zij gejaagd, "het had al lang moeten gebeuren en ik heb maar geslapen den geheelen dag door! En ... en hoe kan ik hier nu toch eigenlijk blijven? Dat gaat immers niet, want wat moet dat allemaal wel kosten! O, het is vreeselijk!"

"Misschien wordt het wat minder vreeselijk, als ik u mededeel dat wij van onze patienten geen betaling eischen, omdat onze inrichting voornamelijk wordt gesteund door giften van menschen, die veel en graag geven-èn als ik u zeg dat er aan uwe moeder al bericht is gezonden."

"Al bericht gezonden?" stamelde Hedwig verbijsterd, terwijl zij weer liggen ging.

"Ja zeker, Dr. Hearty is een poos geleden al bij uw bed geweest. Men had haar vanuit het home ook uw adres in Duitschland gestuurd en toen zij u zoo rustig slapend vond, heeft zij voorloopig in uw plaats aan uw moeder geschreven."

Hedwig haalde verruimd adem. "Miss Hearty is een engel!" zei ze met warmte.

"Dr. Hearty is iemand, die altijd om anderen denkt," zei de pleegzuster glimlachend. "Dat weten wij hier zóó goed! Zij heeft meer zieken hier in het huis en ze komt van avond ook nog even bij u kijken."

"Ik zal wel oppassen dat ik dan niet weer slaap," zei Hedwig, die, niettegenstaande haar hoofdpijn, opeens zeer spraakzaam geworden was. Zij had nu een hooge kleur en hare oogen schitterden. "Ik heb Dr. Hearty een heeleboel te vragen."

"Dan zou ik nu toch eerst nog wat gaan rusten," zei de pleegzuster. "Ik kom straks nog wel eens bij u."

"Dat is gezellig en ... ik zou zoo graag uw naam weten."

"Ik ben zuster Kate. Onthoud het maar goed, want ik ga geregeld voor u zorgen."

"Pas dan maar op," zei Hedwig plagend. "Ik ben bepaald een heel lastige patiënt."

"Daar geloof ik niets van, maar nu moet mijn patiënt niet meer zoo druk praten," zei zuster Kate beslist. "Anders is Dr. Hearty ontevreden, als zij straks komt."

"Ik zal niets meer zeggen, maar ik blijf wakker, want ik wil Miss Hearty beslist spreken."

Tot eenig antwoord legde zuster Kate haar wat terecht, dekte haar nog eens toe en verdween.

Met hare oogen zoo wijd mogelijk open bleef Hedwig nu "echt goed wakker" liggen. Haar hoofd klopte en de pijn was heviger nog dan zooeven; zij drukte hare handen stijf tegen de slapen, dat gaf wat verlichting. Ze wou nu eens goed bedenken wat zij alles aan Dr. Hearty te vragen had, het was echter alsof zij niet geregeld denken kon en zij vond het nu opeens ook niets rustig meer om zich heen. Wat hoorde zij de zusters duidelijk door de gangen loopen en samen fluisteren! Daar lachte er een! Wat kon er nu toch te lachen zijn? Zij moest het weten, waarom lachte die zuster? Nu bedaarde het gepraat weer. Daar werd luid gescheld. Wat klonk dat hard! Alweer een bel! Ze zou haar deur maar dicht doen, dan hoorde zij alles niet zoo lastig duidelijk.

Toen zij echter op wou staan om de deur te sluiten, kwam de duizeligheid weer over haar en zij moest wel blijven liggen, ten prooi nu ook aan een martelend gevoel van eenzaamheid, dat haar drukte meer haast nog dan de erge hoofdpijn. Als zij nu toch eens heel, heel ziek werd en ze werd niet weer beter en als haar moeder en Clärchen dan bericht kregen dat zij heengegaan was-wat zouden die dan bedroefd wezen! En zij was nog zoo jong, ze wou zóó graag blijven leven en flink werken ... och, waarom was alles nu ook zoo gegaan, waarom....

Doch opeens een duw aan het kussen gevend dat het dreunde in haar arm hoofd, zei ze hardop:

"Hedwig Eiche, je moest je schamen!"

"Zoo, liggen wij zoowaar in ons eentje te babbelen in bed?" klonk terstond daarop de stem van Miss Hearty, die juist om het schut heen kwam kijken. "Ben je soms bezig verzen te reciteeren, meisje? Dat zou ik toch maar voor later bewaren!"

De prettige toon en het vertrouwelijke "meisje" stemden Hedwig dadelijk opgewekter. "Hoe heerlijk dat u komt!" zei ze.

"Waarom?"

"Omdat ik zoo erg alleen was!"

"Zóó...." En Dr. Hearty keek zuster Kate aan, die met haar binnen gekomen was.

"Neen, zuster Kate is heel vriendelijk voor me," zei Hedwig snel, "maar och, ik weet niet hoe ik het zeggen moet, ik voel me zóó eenzaam! Ik geloof dat het komt omdat ik hier nu zoo lui lig niets te doen! Ik wou zoo erg graag heel gauw weer beter wezen en weer aan het werk en aan het verdienen gaan. Als ik nu maar eerst een goede betrekking had, als ik daar maar zeker van kon wezen, dan zou alles zooveel gemakkelijker zijn."

"Wil je me beloven niet over werken te spreken en er zelfs niet aan te denken, voordat je geheel en al beter bent?"

"Ik wil het wel probeeren."

"Goed, dan begin je nu dadelijk met kalm te gaan slapen en iederen dag precies te doen wat zuster Kate je beveelt."

"Ja, maar dàt mag ik toch nog wel even vragen, dokter. Lang zal ik toch zeker niet ziek zijn, wel?"

"Dat hangt er heelemaal van af of je zelf medewerkt tot je herstel."

"O. Dan wou ik u alleen nog zeggen hoe blij ik ben dat u me hierheen hebt laten gaan en ... dat ik mij niet ongerust behoef te maken over al de onkosten...."

Zij had het laatste zoo fluisterend gezegd dat Dr. Hearty zich tot haar over moest buigen om haar goed te verstaan.

"Je behoeft je over niets ook maar in het minst ongerust te maken," zei ze beslist. "En morgen mag er wel eens een woordje aan je moeder geschreven worden."

"Door mij?"

"Ja."

"Dank u wel, dank u wel." En Hedwig ging gehoorzaam weer slapen met het vaste voornemen, alle gedachten aan werken en nieuwe betrekkingen voorloopig met kracht te onderdrukken en ter dege te doen wat zij zelf maar kon ter bevordering van haar herstel.

En zij deed haar best, iederen dag en ieder uur op nieuw, hoewel het niet gemakkelijk was, omdat het herstel heel langzaam kwam en het soms scheen-niettegenstaande al het rusten en al de versterkende middelen-alsof eigenlijk nooit de tijd terug zou komen, waarin zij krachtig en gezond zou wezen als vroeger. En al schertste zij dikwijls vroolijk met zuster Kate en al maakte zij gewoonlijk den indruk van een echt moedige, opgeruimde patiënte, toch kon zij zeer bezwaard van hart wezen en Dr. Hearty, die meestal slechts tijd had voor een haastig bezoekje, zag toch duidelijk hoe de zaken stonden en buiten de kamer schudde zij het hoofd en zei tot zuster Kate:

"Zij doet haar best, flink doet zij haar best, maar wij zijn er nog niet...."

Door alles heen had Hedwig den moed telkens een paar opgewekte woorden aan haar moeder te zenden, dikwijls herhalend dat zij toch vooral niet bezorgd omtrent haar zijn moest en dat alles zeker spoedig beter zou gaan. Zij schreef ook over een landgenootje, een klein Duitsch meisje, dat in een kamer lag tegenover de hare en een operatie had ondergaan. Het kind had veel pijn en zou lang moeten liggen, had zuster Kate haar verteld, maar zij hield zich kloek, slechts een enkel maal hoorde Hedwig haar pijnlijk kreunen. De moeder had verlof gekregen nacht en dag in het ziekenhuis te wezen; soms kon Hedwig haar het kleine meisje heel zacht in slaap hooren zingen.

Zoo gingen de dagen voorbij en veel te langzaam kwam, naar Hedwig's meening, de beterschap. Na een bijna slapeloozen nacht, voelde zij zich op zekeren ochtend nauwelijks in staat te strijden tegen de moedeloosheid, die haar bitter vragen deed, hoe lang deze toestand nu eigenlijk nog wel zou moeten duren-maar ze gaf toch niet toe, ze wou niet tobben, ze woù vol hoop en moed blijven en ze wilde ook doen wat Dr. Hearty haar "duren plicht" noemde: heel bedaard rusten, echt uitrusten!

Zij bleef stil in dezelfde houding liggen en hare stemming begon iets kalmer te worden, toen zij opeens opgeschrikt werd door het geluid van een scherpen kreet van pijn vanuit de kamer aan den overkant der gang. De kreet werd gevolgd door hevig gesnik en een smeekend geroep van "moeder! moeder!" Daarop klonk teeder de stem der moeder: "Ja, mijn kind," toen was het even heel stil. Doch spoedig vroeg het kleine meisje weer: "Zing wat voor me, moedertje, zing wat!" En zacht, maar duidelijk verstaanbaar voor Hedwig, zong de welluidende vrouwenstem:So nimm denn meine Hände Und führe mich Bis an mein selig Ende Und ewiglich! Ich mag allein nicht gehen, Nicht einen Schritt, Wo Du wirst gehn und stehen, Da nimm mich mit! In Dein Erbarmen hülle Mein schwaches Herz, Und mach' es gänzlich stille In Freud' und Schmerz; Kann ich auch nicht verstehen Wie Du mich führst, Will fröhlich weiter gehen, Weil Du regierst. Wenn ich auch gar nichts fühle Von Deiner Macht, Du führst mich doch zum Ziele Auch durch die Nacht. Lasz ruhn zu Deinen Füszen Dein schwaches Kind, Ich will die Augen schlieszen Und folgen blind.[14]

Toen de stem zweeg, bleef alles stil. De kleine lijderes was zeker onder het zingen in slaap gevallen.

Hedwig verroerde zich niet. Met haar geheele hart had zij geluisterd. Zij vond het een genot in haar eigen taal te hooren zingen en zij kende de woorden en de melodie en had het lied zelf wel gezongen, toen zij een kind was,-was het daarom alleen dat het haar zoo ontroerde?

Zij wist dat zij tot in hare ziel getroffen was door het echt vrome, kinderlijke geloof, dat uit de eenvoudige woorden sprak, zij wist dat ook haar eigen vertrouwen in Gods zorgende liefde er door versterkt werd en opgewekt herhaalde zij zacht bij zichzelf:"Kann ich auch nicht verstehen Wie Du mich führst, Will fröhlich weiter gehen, Weil Du regierst." ...

Zij sliep dien nacht rustig en werd voor 't eerst in vele, vele dagen verkwikt wakker. Zuster Kate keek verheugd over den opgewekten toon, waarmee zij haar goeden morgen zeide en Hedwig was blij, toen zij hoorde dat ook het patientje aan den overkant een goeden nacht had gehad. Zij was ook blij dat het Zondag was. Dan werden om twee uur de deuren der ziekenkamers wijd open gezet, opdat de patiënten het orgelspel en het gezang der zusters zouden kunnen hooren, die in het zusterhuis hare middag-godsdienstoefening hielden. Tot nu toe was Hedwig te afgemat geweest om er werkelijk van onder den indruk te komen, maar vandaag was dit anders en stemde de plechtigheid haar blijmoedig ernstig, haast alsof zij er zelf aan deelgenomen had. "Ik ben toch in zoo'n echte Zondagsstemming," zei ze later tot zuster Kate, "ik ga nu eens een heel vroolijken brief aan mijn moeder schrijven."

Maar de "heel vroolijke brief" matte haar nog wel af en 's avonds viel het haar weer moeielijker opgewekt te zijn. Ze lag met de oogen dicht en beproefde zooveel mogelijk aan "prettige dingen" te denken, het was echter of de "prettige dingen" heden niet komen wilden! Ze zuchtte ongeduldig,-toen voelde zij een koele hand op haar voorhoofd. Verbaasd keek zij op en: "O dokter, hoe heerlijk!" riep zij uit.

"Zoo, dat klinkt al heel hartelijk," zei Miss Hearty lachend. "Hoe gaat het?"

"Veel beter nu ik u zie!"

Dr. Hearty ging naast het bed zitten, bevoelde Hedwig's pols en zei:

"Wij gaan bepaald vooruit."

"Gelukkig!" riep Hedwig op een toon van verlichting. "Ik wist het ook eigenlijk wel. En wanneer mag ik nu eens op zitten en eens uitgaan en-weer beginnen te werken? Ik word wezenlijk bepaald slecht van het niets doen!"

"Ik zou het maar wat kalm aanleggen."

"Kalm aanleggen? Maar dokter, weet u wel dat het hoog, hoog tijd is dat ik weer flink aan het verdienen ga?"

"Is dat nu werkelijk zóó noodig?"

"Ja zeker," en Hedwig knikte driftig, verontwaardigd dat Miss Hearty het belang der zaak zoo weinig scheen te begrijpen.

"Vertel mij eens bedaard waarom dat zoo noodig is."

En Hedwig vertelde alles. Door de warme sympathie, waarmee naar haar geluisterd werd, aangemoedigd, vertelde zij zonder den minsten ophef, hoe en waarom zij op haar vijftiende jaar van huis gegaan was en van dien tijd af voor zichzelf en gedeeltelijk ook voor haar moeder en zusje had gezorgd. Hoe heerlijk zij het gevonden had dit te mogen doen en hoe gelukkig zij zich doorgaans had gevoeld in haar werk, zelfs op het beruchte Hill House,-welk een genot zij vond in den omgang met kinderen en toen opeens met een opgewondenheid, die haar zelf verbaasde dat zij nu snakte, snakte letterlijk naar nieuw werk, maar nauwelijks wist hoe daaraan te komen en dat zij toch moedig was, heusch heel moedig en ook nog wel geduldig wezen wou.

Toen werd het haar te machtig en kon zij niets meer zeggen. En zonder een woord te spreken, trok Miss Hearty haar naar zich toe en met een gewaarwording van veiligheid legde Hedwig het hoofd aan haar borst en schreide rustig uit.

Lang duurde het echter niet, of zij hief het hoofd weer op en lachend door hare tranen heen, zei ze:

"Ik schaam me verschrikkelijk eigenlijk."

"Zoo? En ik kwam je een voorstel doen eigenlijk."

"Een voorstel? O, wat is het? Waarom hebt u me dat niet eerder gezegd?"

"Je liet mij niet aan 't woord komen," zei Dr. Hearty plagend. "Kijk eens, ik neem omstreeks Paschen mijn vacantie en hoop dan een poosje naar Devonshire te gaan. Nu zou ik me graag in dien tijd wat oefenen in het Duitsch en daarom wou ik jou mee hebben. Wij kunnen dan ook eens bedaard overleggen wat je verder doen zult. Maar nu weet ik natuurlijk niet of je er lust in hebt."

"Weet u dat niet?" was al wat Hedwig zeide. Toen met een gebroken stem: "Oh, how good you are, how good!"

"En nu kalmpjes afwachten wanneer je met je nieuwe leerling beginnen moogt," zei Dr. Hearty, toen zij afscheid nam en Hedwig zei kalm: "Ja, natuurlijk," maar toen Miss Hearty weg was, riep zij opgewonden om zuster Kate.

Zuster Kate kwam lachend binnen. "Ja, ja, ik heb alles al gehoord," zei ze. "En 't is een waar genot met Dr. Hearty op reis te zijn, dat weet ik bij ondervinding. Zij neemt bijna ieder jaar iemand met zich mee, als ze vacantie heeft; is dat niet aardig? Broers of zusters heeft zij niet meer, maar haar leven is toch alles behalve eenzaam natuurlijk, omdat zij altijd om anderen denkt."

"Zij is zeker een heel knappe dokter en erg geliefd en gezien, niet waar?" vroeg Hedwig, met bewondering in haar stem.

"Zeer geliefd en gezien en een weldaad voor velen," zei zuster Kate warm.

Wat schreef Hedwig nu een paar blijde regeltjes naar Duitschland en hoe bespoedigde de groote vreugde het herstel! Toen er zonnige dagen kwamen, mocht zij eens opzitten, later eens even met zuster Kate wandelen, toen geregeld iederen dag uitgaan en eindelijk kon de dag voor de reis naar Devonshire worden bepaald.

't Was kil, druilerig weer en er viel een hardnekkige motregen, toch vond Dr. Hearty het onnoodig de reis uit te stellen. Zij kwam Hedwig in een vigilante halen, liet haar zich goed instoppen, zeide meer dan eens dat zij hàar nu in alles gehoorzamen moest, toonde zich blij als een kind dat zij vacantie had en reed in de prettigste stemming met de gelukkige Hedwig naar Paddington-station.

"Hè, wat ziet Londen er weer vuil en donker en somber en modderig uit!" riep Hedwig onder het rijden. "Heerlijk dat wij er uitgaan!"

"Ja, ten minste ... als wij het in Devonshire beter krijgen," zei Dr. Hearty op bedenkelijken toon.

"Maar dat zal toch wel! Zuster Kate zei dat de lucht daar zoo zuiver was en dat het er zóó mooi was! Zij heeft er familie wonen, in de buurt van Teignmouth, juist waar wij naar toe gaan. Het moet er verrukkelijk wezen!"

"Ik hoop het," zei Miss Hearty weer, "maar als wij er zulk slecht weer treffen...."

"Dan vind ik het toch heerlijk, omdat ik bij u ben!" zei Hedwig vroolijk.

"Pas op maar, mijn gezelschap kon je wel eens niet meevallen op den duur!"

"Was sich liebt, neckt sich," zei Hedwig lachend. "Wilt u dat nu eens voor mij in 't Engelsch vertalen?"

"Daar heb ik op dit oogenblik volstrekt geen tijd voor, want hier zijn wij aan Paddington-station. Zorg jij nu voor de bagage en de kleine pakjes-denk er om, er is een luncheon-basket bij,-dan ga ik plaats nemen en zien dat wij een goeden coupé krijgen."

Een luncheon-basket? Hoe aardig dat die er bij was! Hedwig was er zeer benieuwd naar en toen zij de kostbare mand werkelijk veroverd had, stond zij erop haar zelf te dragen en liet de andere bagage aan den kruier over.

Miss Hearty stond reeds bij een coupé op haar te wachten, omringd door vrienden, die echter de een na den ander afdropen, toen zij beslist te kennen gaf met haar patientje alleen te willen reizen. Hedwig moest languit op de bank gaan liggen en het zich zoo gemakkelijk mogelijk maken. "Je laat je maar door mij bedienen, alsof het van zelf spreekt," zei Dr. Hearty om haar te plagen, terwijl zij haar een kussen onder het hoofd legde.

Zij moesten eenige uren in den trein doorbrengen, maar de tijd viel geen van beiden lang. Zij rustten en lazen en babbelden wat en Hedwig klapte in de handen, toen Dr. Hearty eindelijk het oogenblik gekomen achtte om de luncheon-basket te openen.

"Misschien is het ook nog wel wat te vroeg om nu reeds te gaan eten," zei ze met een strak gezicht, terwijl zij de mand gesloten hield. "Je hebt zeker nog geen honger?"

"Als een paard!" liet Hedwig zich ontvallen.

"Maar meisje, wat een uitdrukking! Ik hoop niet dat ik iets heel ondoordachts gedaan heb door met jou op reis te gaan."

"'t Is nu te laat," zei Hedwig overmoedig, "er is niets meer aan te veranderen. En mag ik nu als 't je blieft wat te eten hebben? Anders val ik nog flauw en dan krijgt u nog maar meer last met me!"

"Daar, daar!" En Miss Hearty opende de mand en zette haar een stuk koude kip voor, een schoteltje geconfijte peren en een bekertje wijn. "Begin daar maar vast mee."

"Graag."

Welk een grappige, prettige maaltijd was het en hoe keek Hedwig op bij alles wat die gewichtige mand bevatte! Het was of er nooit een eind zou komen aan de verrassingen en toen er nog als dessert een paar trossen druiven verschenen, riep zij uit: "Waar hebben die nu toch gezeten?"

"Dat is mijn geheim," zei Dr. Hearty. "Ja, ja, het is geen kleinigheid praktisch met zoo'n voorwerp om te kunnen gaan. Maar nu moeten wij uitkijken, want nu zijn we in Devonshire."

"Gunst!" Hedwig was onmiddellijk één en al aandacht en ging dicht bij het raampje zitten. Zij kregen thans herhaaldelijk een kijkje op de blauwe zee en rijen met frisch groen begroeide huizen. Een paar malen zei Hedwig: "Ziet u wel dat het hier heel anders is dan in Londen?" En Dr. Hearty knikte en zeide: "Ja, hier wel, maar wij zijn er nog niet!"

Toen zij er waren, toen zij te Teignmouth den trein verlieten, de zoele, geurige lucht inademden en zich in een open rijtuig naar de kamers lieten rijden, die Dr. Hearty gehuurd had, was het Hedwig toen niet als droomde zij? En hadden zij werkelijk eerst dien ochtend Londen met alle guurheid en donkerheid en mist en motregens en modder verlaten om overgeplaatst te worden naar dit wonderland, waar de zon vroolijk scheen, waar de zee zoo liefelijk blauw was en met haar wit schuim zoo teekenachtig afstak bij de terra-cotta-tinten der rotsen, waar langs de muren der villa's reeds-het was in April-klimrozen bloeiden en de heggen vol witten en rooden hagedoorn stonden?

"O, ik had niet gedacht dat het zóó mooi zijn zou," zei Hedwig. "Kijk toch eens!"

Zij reden de breede laan van een bosch door en tusschen het klimop op den grond, vertoonden zich primula's zoo ver het oog maar reiken kon, groote, zacht-gele primula's in dichte bossen, alle bestemd, naar het scheen, om vroolijkheid en lichte, heldere gedachten in het leven te roepen.

Illustration from Een Heldin

[De kerk te Cockington (Devonshire).]

Later steeg de weg en zagen zij de zee weer in al haar glorie van blauw en wit en zacht-violet. Op de rotsen van lichtrood zandsteen, die er om heen lagen, schitterde goudgele brem en groeiden en bloeiden weelderig de wilde aarbeiplantjes, terwijl telkens weer langs den weg groote ruikers primula's zich vroolijk lieten zien naast breede streepen boschviooltjes of vergeet-mij-nieten, een enkel maal in de buurt van ooievaarsbek en speenkruid. Lange slingers puntig klimop met lichtgroene, zich ontplooiende blaadjes hingen over oude muren heen, die in hunne spleten voedsel gaven aan tuiltjes oogentroost en fijne steenvarentjes. Soms vertoonden zich aan beide kanten van den weg, letterlijk een laan vormend, hooge, krachtige bremstruiken, boomen haast, alle schitterend met een overvloed van gouden bloemtrossen en altijd weer, tusschen dennen en bremstruiken door en langs de lichtroode rotsen, zag men de blauwe zee, kalm en liefelijk en droomerig als in een sprookje.

Hedwig's oogen dronken gretig al die schoonheid in. "Wat een land! Wat een land!" riep zij opgetogen. "En alles groeit hier maar te gelijk. Rozen en primula's en brem en speenkruid en meidoorn; wat moet dat hier voor een gezonde lucht zijn! Ik voel nu al dat het me goed doet!"

"Dat is gauw," zei Dr. Hearty heel bedaard. "Als de kamers, die ik gehuurd heb, je nu straks maar niet tegen vallen."

"Niets kan mij meer tegen vallen," zei Hedwig met vuur. "Al moest ik hier ook in een kelder slapen...."

"Daar zou ik toch minder vóór zijn," zei Dr. Hearty beslist. "Maar hier zijn we waar we wezen moeten."

Zij stapten uit bij een niet groot, eenvoudig huis, dat rondom in een tuin lag, waar de gele en roodbruine muurbloemen geurden en terstond verscheen een tengere, blonde vrouw en heette haar hartelijk welkom. Nieuwsgierig volgde Hedwig haar en Dr. Hearty de trap op naar een kamer, die als zitkamer was ingericht en door een zeer breed openslaand raam een ruim uitzicht gaf op zee en rotsen. "Ik hoop dat gij u hier thuis zult voelen," zei de vrouw vriendelijk. "Het avondeten zal spoedig gereed zijn. De slaapkamers zijn hier naast, het portaal over, zooals ik u geschreven heb."

"Dank u, Mrs. Dimbleby. Dan gaan wij nu eerst wat rusten," zei Miss Hearty. "Wij willen heel graag straks wat te eten hebben en uw geurige thee drinken, waarvan ik zooveel goeds heb gehoord. Ik zal mijn vriendin de slaapkamers wel laten zien."

"Mijn vriendin!" Hedwig vond het bepaald een eer zich zoo te hooren noemen en zoozeer onder den indruk was zij van het heerlijke gevoel van na lang ziek te zijn geweest weer gezond te worden en van den verkwikkenden overgang van de vrij eentonige stilte in het ziekenhuis tot de verfrisschende rust in de natuur, dat zij in een vlaag van opgewondenheid Dr. Hearty om het middel greep, met haar in de rondte danste en haar toen een klinkenden kus gaf.

"Maar heb ik nu ooit van mijn leven!" riep Miss Hearty uit. "Hemeltje, wat ben ik begonnen door op reis te gaan met iemand, die zoo weinig begrijpt hoe zij met ouderen en wijzeren om moet gaan...."

"Wat is alles hier alleraardigst en met smaak ingericht en hoe heerlijk overal die bloemen!" viel Hedwig oneerbiedig in en ze keek met welgevallen naar het tafeltje voor het raam met de lage, gemakkelijke stoelen er naast, de rustbank in den hoek, het behangsel met de losse appelbloesemtakken en de lichtgroen geschilderde lambrizeering, den mooi bewerkten schoorsteenrand en het meest nog naar de sierlijke, olijfgroene en roode pulletjes, kannetjes, vaasjes en kommen, alle gevuld met primula's, viooltjes, muurbloemen, ranken klimop en meidoorntakken en, waar maar een plaatsje was, in de kamer neergezet.

"Ja, wij zullen het hier wel uit kunnen houden," zei Miss Hearty, "maar ga nu mee. Wij slapen vlak in elkaars nabijheid, zooals je ziet."

Aan denzelfden kant van het huis als de zitkamer lagen de slaapkamers; men had er hetzelfde mooie uitzicht en het was er frisch en rustig. "Ook al weer alles even keurig," zei Hedwig. "Ik vind het hier eenvoudig volmaakt."

"En nu moet jij je dan ook eens volmaakt stil houden," zei de dokter, "en minstens een half uur te bed gaan liggen. Ik kom je wel roepen voor het avondeten."

En meteen sloot zij de deur tusschen de beide slaapkamers achter zich en liet Hedwig alleen.

Gehoorzaam deed deze wat haar bevolen was en toen zij eenmaal lag, voelde ze dat zij wel vermoeid was. Aan slapen had zij echter geen behoefte en zij liet hare oogen dus met welbehagen glijden over de met wit neteldoek bedekte toilettafel, over de lichtgroene waschtafel en spiegellijst, de lichtgroene latafel en hangkast, alle zoo vroolijk afstekend bij de wilde rozen op het behangsel en kom en kan der waschtafel. Toen gaf zij ook hare oogen rust en luisterde alleen nog maar-deed niets dan luisteren naar het kabbelen der zee, dat zacht tot haar kwam en haar als vredige muziek in de ooren klonk.

Een half uur later werd er aan haar deur getikt. "Come in!" riep ze, denkend dat het Dr. Hearty was, die haar kwam roepen, doch de deur ging langzaam open en niet Miss Hearty, maar een meisje van een jaar of dertien met lang, blond haar, kwam bedeesd nader. Zij hield het hoofd wat voorover gebogen en de blauwe oogen keken zoo schuchter en te gelijk zoo nieuwsgierig dat Hedwig er plezier in had en lachend zei:

"Kom maar gerust wat dichter bij en bekijk mij eens goed, want dat wil je toch zeker graag, niet waar? Wie ben je eigenlijk? Ik ben een Duitsch meisje en jij...."

"I am English," zei het meisje, terwijl al de verlegenheid uit haar gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "I am Mrs. Dimbleby's daughter. Are you ready for your supper?"

Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "ready for her supper," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en behoedzaam zooals zij gekomen was.

In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er als een echte gentleman uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette, vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek, dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.

Illustration from Een Heldin

[Dorothy Dimbleby.]

"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."

Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje vóór Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy, die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den bacon maar zou gaan halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!" riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van alles in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik, als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten tot zij weer wat sterker is...."

Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden, eerst den bacon en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder, die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "Good-bye" voor Hedwig, die haar bij het raam stond na te kijken.

Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wèl weg met haar tijd en vond dat zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk, zóó was Dorothy Dimbleby,-een levenslustig en zacht klein vrouwtje en de trots van hare ouders.

"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar ik heb er des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit iets van deze gelukkige dagen vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me zorgt en in één woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen, ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge, witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk; is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een alleraardigste cottage wonen en ook weer overal bloemen hadden staan. Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder schreef: "From my dear German friend."...."

Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen, schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's en jong groen beladen, thuis te komen.

Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de woorden:

"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een oogenblikje voor mij over hebt."

Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:

"Is er wat?"

Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."

Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:

"Nu?"

"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige verdere inleiding.

"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is dáár werk voor me?"

"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen, het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."

"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog geen of weinig lessen heb?"

"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed home, waar je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel aannemen?"

Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken moet," zei ze eenvoudig.

"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de andere lessen ook wel."

"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig. "Er is maar één ding jammer bij...."

"En dat is?"

"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende oogen.

"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe Castle gaan zien; maar ga nu vóór het avondeten een kwartiertje rusten, want je bent weer één en al opgewondenheid."

Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd. Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"

Het was of de zon nog nooit zóó mooi had geschenen als den volgenden dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet "quite English" was!

Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.

"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen zij den ingang van Luscombe naderden.

Illustration from Een Heldin

[Luscombe Castle bij Dawlish (Devonshire).]

"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zóó prachtig uit," zei Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."

"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"

"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die rustig naar de beide dames stond te kijken.

"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."

"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien, niet waar?"

"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?" antwoordde de man bereidvaardig.

"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit één mond en nu begon er een liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames, die achter hem liepen, waren het er-misschien wel wat heel hoorbaar!--over eens dat hij: "a very nice man indeed" en "quite gentlemanly" was.

Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:

"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons gevraagd worden?"

De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal worden."

"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten," zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.

Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te volgen, "het kasteel stond voor haar open."

Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te gehoorzamen.

Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine, vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en-die niemand anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!

Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik "a nice man" en "quite a gentleman" was! Mag ik u nu eens aan mijne vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"

Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd, waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen met de belofte nog eens terug te zullen komen vóór haar vertrek.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings