IX. (continued 2)
Reading edition
Dit bleef echter meer, enz. (hiervóór, bl. 363).—Hier meen ik dat Tellegen zich vergist. Censuur, d.w.z. preventief toezicht, is bij mijn weten tusschen 1795 en de inlijving hier te lande niet uitgeoefend. Wel af en toe sterke repressie, tot verbod van bepaalde bladen toe744); maar dit is iets anders dan censuur.
Liberaal (hiervóór, bl. 365).—In Frankrijk en België, waar een hevige katholieke reactie aan den gang is, wordt er bovenal mede bedoeld anti-clericaal; in dit Belgische spraakgebruik wordt eerlang ook Koning Willem I bij de liberalen ingelijfd op een tijd dat Falck hem reeds minder „liberaal” begint te vinden. Bij Falck is het een vage term voor „ruimdenkend”; zelfs de bisschop van Namen heet bij hem in 1814, in tegenstelling tot de Broglie, „braaf en liberaal”745); (in het volgende jaar teekende hij het Jugement doctrinal). Het woord beteekent bij Falck dunkt mij zooveel als „niet blind voor de voordeelen van het nieuwe; niet doodblijvend op de oude letter.” Men was dus bij ons in 1813–'14 liberaal, door zoo weinig mogelijk af te knibbelen van de nalatenschap van Bonaparte. Later gaan andere begrippen, van politieken en economischen aard, den leeg geworden term vullen, maar in 1813–'14 heeft die nòch met de quaestie van volksrechten tegen oppermacht, nòch met die van particulier initiatief tegenover staatsvoogdij, iets in het minst te maken.