BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
Reading edition
De roem van het werk, waarvan hierbij een nieuwe uitgaaf wordt aangeboden, is sinds lang gevestigd. Met name aan onze hoogescholen heeft het aan beoefenaars van ons staatsrecht en onze geschiedenis groote diensten bewezen. Om het die bij voortduring te laten vervullen scheen meer dan een eenvoudige herdruk noodig. Niet dat Tellegen's beschouwingen verouderd zijn; integendeel, het wil mij voorkomen dat jonger onderzoek het meerendeel er van bevestigen kan. Maar zij kunnen nu gesteund worden (een enkele maal ook herzien) door en uit veel uitgebreider bronnenmateriaal dan hem ten dienste stond. De noten vooral waren te verjongen, daar het voor het practisch nut van het boek zeer ongewenscht zou zijn geweest, zoo een herdruk naar thans door moderner uitgaven op den achtergrond gebrachte publicatiën ware blijven verwijzen. Zoo dikwijls dus in de noot naar een boek verwezen wordt dat in 1884 nog niet bestond, ben ik voor de redactie dier noot of van dat gedeelte der noot aansprakelijk.
Aan den tekst zelf van Tellegen heb ik niets van belang veranderd, doch, in andere letter, achter ieder zijner hoofdstukken eenige bladzijden van mijne hand doen volgen, die de bedoeling hebben den lezer indachtig te maken op hetgeen jongere geschriften of bronnenuitgaven dan hij gebruikte, omtrent de door hem besproken zaken kunnen doen opmerken.
Polemisch over het geheel is de strekking dier invoegsels niet: immers Tellegen's grondgedachte is van de mijne niet ver verwijderd. Ook voor mij is 1813 de uitkomst der ontwikkeling sedert 1795: geen restauratie, maar bevestiging der revolutie in wat zij voor Nederland bruikbaars had opgeleverd. In Hogendorp's opzet komt dit niet sprekend uit; in wat er van werd, wel. Dit heeft niemand ooit zoo klaar betoogd als Tellegen, en ver van mij is alle wensch of pogen, op dit hoofdpunt hem te vertroebelen of te verzwakken. Moge het integendeel blijken dat mijn bijwerk een steun en bevestiging is geweest.
Voor het herdrukken van Tellegen's bijlagen eindelijk is na de jongste en nog ter perse zijnde bronnenuitgaven van mijne hand alle reden vervallen. Zij zijn of worden alle daarin opgenomen in het uitgebreider verband waarin zij behooren.
September 1913.
H. T. COLENBRANDER.