← Table of contents
De 'handel in blanke slavinnen'

Wetgeving in het Buitenland. (continued 2)

Reading edition

Het behoeft voorzeker niet nader aangetoond te worden, dat bovengenoemde artikelen niet aan onze wenschen kunnen voldoen.

Het Japansche strafwetboek bestaat sedert Juli 1880; in werking getreden 1 Jan. 1881.

Art. 233 van dit wetboek luidt:

“Wer gewerbsmässig unbescholtene Frauenspersonen zum geschlechtlichen Verkehre veranlasst, wird mit Zuchthaus bis zu einem Jahre oder mit Geldstrafe Bakkin bis zu einhundert Yen bestraft.”

(Duitsche vertaling uit das Z. f. d. Ges. Strafr. W. 1899.) Het is werkelijk niet veel, dat het Japansche wetboek ons biedt. Dit artikel is dan ook volkomen ontoereikend om een placeur te kunnen treffen, al ware het alleen omdat de vrouw ten opzichte van hetgeen er met haar gaat geschieden niet onwetend is.

In Hongkong geldt “The Women and Girls Protection Ordinance 11” sedert 1890, die krachtige maatregelen treft tegen den handel met Chineesche vrouwen en meisjes met ’t oogmerk ze aan de prostitutie over te leveren. (Die Strafges.geb. der Gegenwart II).

Het is mij niet mogen gelukken een exemplaar van deze verordening machtig te worden: in Engeland was ze niet verkrijgbaar, in Hongkong zelf was ze uitverkocht.

Eene wet van 1891 (Ord. 7) verbiedt het houden van bordeelen, indien zij tot last strekken der omwonenden.

Van de Straits Settlements heb ik vooral het oog gevestigd op Singapore. “Hier geldt volgens die Strafg. geb. der Gegenwart II een strafwet (Ord. IV van 1870) die op een enkele uitzondering na volkomen gelijkluidend is met het strafwetboek van Britsch Oost-Indië.

De strafwet, die in deze koloniën geldt, dateert van 1860. Hier stelt de leeftijdgrens van 16 jaar een scheidspaal vast. Beneden de 16 jaar kan slechts sprake zijn van “kidnapping” om zoo te zeggen “schaking”. Boven de 16 jaar kan er slechts van verleiding sprake zijn (abduction); dwang of bedriegelijke middelen moeten aangewend zijn.

Art. 372 en 373 straffen volgens de Strafges.geb. der Gegenw. II de koop en verkoop van minderjarige meisjes met ’t oogmerk ze aan de ontucht over te leveren. Hoe de tekst dezer artikelen luidt is mij onbekend.

Ik wil nog vermelden, dat in Britsch Oost-Indië sedert 1883 (Wet No. XXI) een wet vigeert, die de emigratie regelt.

§ 15. Afrika.

In Afrika vragen de Zuid-Afrikaansche Republiek en de Kaapkolonie een oogenblik onze aandacht.

In de Transvaal werkte sedert 1897 eene wet “tot het tegengaan van ontucht in de Zuid-Afrikaansche Republiek”. Deze wet is vervangen door eene wet van betrekkelijk zeer recenten datum, te vinden in de Staatscourant der Zuid-Afrikaansche Republiek van den 11 Oct. 1899. Deze wet van 11 Sept. 1899 zijnde “de Wet op Ontucht” bevat de volgende in verband met dit onderwerp te vermelden artikelen:

Art. 2, 4, 5, 9.

Art. 2 al. 1 verbiedt het houden van bordeelen. Een zevental nummers van art. 2 al. 2 werkt het begrip bordeelhouder zeer uit en stelt met dezen de meest verschillende personen gelijk b.v. ook den souteneur. Ik veronderstel, dat de minder juiste redactie op ’t oog had de in die nummers genoemde personen onder dezelfde strafbepaling als den bordeelhouder te willen laten vallen, zonder hem nu juist met dezen gelijk te stellen.

Art. 4 straft de vrouw die zich prostitueert. Art. 5 treft dezelfde feiten, die de Engelsche Crim. Law Amendment act van 1885 in art. 8 straft. Art. 9 bevat eene strafbepaling tegen de gewone koppelarij uit winstbejag ten opzichte van minderjarigen. In art. 2 al. 2 sub. c wordt als de houder van een bordeel beschouwd:

Art 2.c “Eenig persoon, die eene vrouw of vrouwen van elders invoert of van de eene plaats naar de andere in deze Republiek vervoert of laat vervoeren voor onzedelijke doeleinden.”

Onder deze strafbepaling valt de placeur; doch het artikel is veel ruimer gesteld, zoodat het ook treft feiten, die in veel mindere mate ingrijpen in de samenleving en in de rechtssfeer van den individu. Voor de bepaling der straf wordt evenwel geen onderscheid gemaakt. Zij is evenwel ruim genoeg gesteld om den placeur naar behooren te straffen: gevangenisstraf met of zonder harden arbeid van ten hoogste 5 jaren met of zonder verbanning uit de Republiek. Welk een verschil toch tusschen de daad van hem, die een eerbare vrouw met ’t oogmerk haar aan de prostitutie over te leveren in een bordeel lokt, haar evenwel dat oogmerk bedriegelijk verzwijgende, en de daad van hem, door wiens tusschenkomst eene beroepsprostituée uit ’t eene bordeel naar het andere overgebracht wordt!

Voor de voltooiing behoeft de ontucht niet gepleegd te zijn. De exporthandel wordt niet in ’t bijzonder zwaarder getroffen; ze zal er ook niet dikwijls voorkomen; dit zal wel de reden zijn van de niet bijzondere vermelding in het artikel.

Wat de Kaapkolonie aangaat, zoo vermeldt de Strafges.geb. der Gegenwart II, dat de grondslag van het aldaar geldende strafrecht is het Hollandsch-Roomsche Recht. We hoeven hier dus geen strafrechtelijke bepalingen te zoeken tegen moderne maatschappelijke euvels. Trouwens vind ik in Hugo de Groot “Inleydinge tot de Hollandsche Regtsgeleerdheid” door van Groenewegen bewerkt in het 35ste deel van het 3e boek, dat het opschrift “Van Hoon” draagt (§ 1 Misdaed jegens de Vrijheyt werd genoemt Hoon) zeer weinig variatie in de misdrijven tegen de zeden. Koppelarij is hier in ’t geheel niet te vinden.

§ 16. Australië.

Bij ’t nagaan, wat de strafwetten van Australië ons bieden in zake koppelarij en meisjeshandel, ben ik aan zeer beperkte bronnen gebonden. Die “Strafgesetzgebung der Gegenwart II” biedt toch niet veel, en wat ze ons geeft, is zeer beknopt.

Het strafwetboek van Victoria geldt sedert 1 Aug. 1890 (The crimes act 1890). Het bijzondere deel straft in §§ 42–52: Notzucht, Kuppelei, Entführung und Verführung. (Gegenwart II). Ik zou mij overigens wel kunnen onthouden om na te gaan in hoeverre N. Z. Wales, Queensland, Nieuw-Zeeland, Tasmania in dit onderwerp voorzien; behalve Melbourne treedt geen andere plaats ter zake van den handel in blanke slavinnen op den voorgrond. Evenwel wil ik niet nalaten te vermelden dat volgens Gegenwart II de strafwet van Nieuw-Zeeland uit ’t jaar 1893 in Titel IV Deel XIV het houden van huizen van ontucht verbiedt.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings