← Table of contents
De 'handel in blanke slavinnen'

Middelen tot bestrijding.

Reading edition

De veelzijdigheid der oorzaken, hun bestaan vindende in maatschappelijke toestanden, waarvan de wording aan rechtsregels toegeschreven kan worden, of die langs den weg der historie zelfstandig ontstaan zijn, welke den handel in meisjes in het leven kunnen roepen, mag wel a priori de vrees wettigen, dat, om niet te spreken van de geringe waarschijnlijkheid, dat in alles verbetering zal kunnen gebracht worden, de tijd, dat men met eenig succes kan werkzaam wezen door ze weg te nemen om iets van zijn doel te bereiken, nog verre is.

Wat de slechte huisvesting betreft, hierin wordt eerlang in Nederland verbetering gebracht. (De Mem. van Toel. van het ontwerp-woningwet getuigt, dat de Regeering doordrongen is van den slechten invloed der woningtoestanden op de goede zeden. “Het onderhoud der woning, behoorlijke reiniging, beperking van het aantal bewoners in verband met de hoeveelheid beschikbare lucht, de afscheiding der slaapplaatsen, kortom alle factoren, die een element van behoorlijke bewoning vormen, zijn—het behoeft nauwelijks betoog—voor gezondheid en zedelijkheid van het grootste gewicht.)

Verbetering der te lage loonen zou volgens sommigen kunnen plaats hebben door vaststelling van een minimum loon.

Toelating van ’t onderzoek naar het vaderschap kan den vader dwingen zijn kind mede te onderhouden, zoodat ’t meisje deswege niet de eerste de beste gelegenheid behoeft aan te grijpen een dienst te verkrijgen.

Streng toezicht op de ouderlijke macht, ontzetting bij verwaarloozing (in den ruimsten zin) van de opvoeding der kinderen, vermeerdert ’t bewustzijn van zedelijke kracht bij die kinderen, voorkomt hun val.

In het algemeen is iedere vermeerdering der welvaart van de volksklassen zonder twijfel in de gewenschte richting werkzaam.

Hoe is het met het verbod van het houden van bordeelen?

Prof. Dr. Karl Stooss, wiens meening wel door velen zal gedeeld worden, sprak op het in 1895 te Parijs gehouden Pénitentiair Congres in dezen zin: «La suppression des maisons publiques, voilà la plus simple et la plus efficace des mesures à prendre contre la traite des blanches,” en iets verder: “Donc, quiconque veut couper court à la traite des blanches, doit demander la suppression des maisons de tolérance.” Deze apodictische uitspraak durf ik niet volkomen te onderschrijven, maar gaarne erken ik, dat ’t verbod van bordeelen zeer zeker mede een factor is om den meisjeshandel eenigszins tegen te gaan. Doch ik waag het te beweren, dat deze maatregel volstrekt niet afdoende is.

Mijn eerste argument is ontleend aan de feiten, zooals die zich voordoen in verschillende plaatsen en landen, waar bordeelen verboden zijn. Hier is natuurlijk slechts te letten op den invoer in die plaatsen en landen. Het blijkt nu, dat de strafbaarstelling van de huizen van ontucht luttel of geene uitwerking heeft.

Paragraaf 180 van het Duitsche Strafwetboek verbiedt het houden van bordeelen in het Duitsche Rijk.

In Engeland is het houden van bordeelen verboden en eveneens straf gesteld op den handel in blanke slavinnen sedert de Criminal Law Amendment Act van 1885. Niettegenstaande dit feit is het aantal vreemde prostituées in Londen ontelbaar. Hoe komen deze daar? Daarop kan ik geen antwoord geven, maar men kan wel een en ander vermoeden. Ik vermeld dit slechts om de aandacht daarop te vestigen. Doch positieve verklaringen vind ik vermeld in het verslag van den Heer Yves Guyot op het Pénitentiair Congres in 1895 te Parijs vergaderd en in de rapporten van de H.H. Craies en Bunting op het Congres te Londen.

De Heer Yves Guyot zegt, dat het effect van de Criminal Law Amendment Act nul is. Noch de koppelaars noch de bordeelen zijn er door verdwenen, integendeel vele gevallen van chantage zijn het gevolg van de wet. “C’est une nouvelle preuve à ajouter à toutes les autres, que le législateur ne doit pas essayer d’imposer une direction morale aux justiciables. Il n’a qu’un devoir: assurer la liberté d’action et la sécurité de chacun.”

De Heer Craies deelt ons mede, dat nu en dan vervolgingen plaats hebben tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland gelokt hebben.

Mr. Bunting spreekt over een recent geval, dat eene vrouw uit België 3 meisjes naar Engeland overgebracht heeft met het oogmerk ze aan de prostitutie over te geven.

Tevens is in ’t Rapport van den Heer Bunting te lezen, dat verschillende comités herhaaldelijk op ’t spoor komen van gevallen, waarin Engelsche meisjes naar het buitenland gelokt zijn, zonder dat ’t maar eenigszins mogelijk is den schuldige voor den rechter te brengen.

De suppressie van den blanke slavinnenhandel kan, naar ’t mij voorkomt, slechts een gering argument wezen voor het verbod der huizen van ontucht.

Doch ik acht mij verplicht nog op 2 andere mogelijkheden te wijzen, voor ’t geval de huizen van ontucht verboden worden.

Ten eerste: het valt niet te loochenen, dat bij dergelijk verbod de positie der inwonende vrouwen in huizen, waar in strijd met de wet gelegenheid tot ’t plegen van ontucht gegeven wordt, treurig zal worden, of zoo men nu reeds dien toestand als zoodanig wil aanmerken, zal hij nog treuriger worden dan nu. Dit nader uit te leggen is haast overbodig: nu reeds gaat alles zeer geheimzinnig toe in publieke huizen. Doch bij streng verbod hebben de houders er alle belang bij om niets van hun onwettig bedrijf te doen uitlekken; hoe strenger de wet, hoe meer de vrouwen er voor boeten zullen.

Ten tweede: Tegenwoordig bestaat de handel, voor zoover de gevallen bekend worden, in dien zin, dat hij dient om het bordeelpersoneel aan te vullen. Tot de onmogelijkheden behoort het niet, dat die handel ook geschiedt ter wille van den een of anderen particulier; het Augustusnummer van het Bulletin Continental van 1895 geeft een dergelijk geval te lezen. Deze gevallen zouden zich zonder twijfel vermenigvuldigen, indien het houden van een bordeel streng gestraft en op alle denkbare wijzen onmogelijk gemaakt werd.

Verheffing van het zedelijk bewustzijn draagt bij tot de vermindering der criminaliteit in het algemeen, tot vermindering van den handel in blanke slavinnen in het bijzonder.

In dezen geest zou gewerkt kunnen worden om het bedoelde euvel tegen te gaan door de kiemen er van te verstikken: een preventie van de verste strekking. Doch deze wijze van werken ondervindt haar moeilijkheden; in ieder geval moet men het feit, zooals het zich voordoet onder de oogen zien en middelen beramen om het zoowel te prevenieeren als te reprimeeren, en tevens om de gevolgen van de daad, indien ze eenmaal plaats heeft, af te wenden geheel of gedeeltelijk, of ook mogelijkerwijze de gevolgen te verzachten.

Preventief kan de wet werkzaam wezen door een streng toezicht uit te laten oefenen op verhuurkantoren, besteedsters en emigratiebureaux, zooals dit in het buitenland hier en daar geschiedt.

Toezicht op de opvoeding der kinderen van Staatswege om hunne verwaarloozing te verhinderen kan ten goede werken. Daar het wezen en doel van het ouderlijke gezag ligt in een conscentieuse lichamelijke en moreele opvoeding der kinderen en de Staat hierbij groot belang heeft, zoo is ’t niet in strijd met de beginselen van het recht, dat bij grove verwaarloozing der moreele opvoeding hunner kinderen of bij een groot gevaar daarvoor, de ouders van hunne ouderlijke macht kunnen ontzet worden. Een wet regele de gevallen, waarin dat kunne plaats hebben buiten een strafvonnis.

De politie zou stations, stoombootsteigers en havens bijzonder in het oog kunnen houden. Aan die plaatsen kan ze waarschuwingsborden doen plaatsen, om aankomende vrouwen tot voorzichtigheid aan te sporen.

Hier te lande bestaat het stellen onder politietoezicht, opgelegd door rechterlijk vonnis, niet; desniettegenstaande zou de politie een streng toezicht kunnen uitoefenen op het doen en laten van hen, die reeds eens ter zake van een aanverwant strafbaar feit veroordeeld zijn en die vermoed worden zich met den handel in te laten; maar niet alleen op de handelingen van dezen, maar ook op die van andere verdachte lieden.

Er moesten termen gevonden kunnen worden tot uitzetting van vreemde placeurs, die verdacht worden meisjes te verleiden, of hun toelating in het land te verhinderen. De politie moet door waarschuwingen nu en dan de bevolking opmerkzaam maken op de handelingen van verdachte individuen.

De politie van de eene plaats kan door in contact te treden met de politie van een andere plaats of van een ander land op ’t spoor geraken van of inlichtingen geven omtrent placeurs en hun handelingen. Zij kan op deze wijze den val voorkomen van het meisje, dat reeds misleid is. De politie van de eene plaats of van ’t eene land kan aan de politie van het andere het vertrek van een verdacht individu melden of informaties inwinnen na aankomst van zoo iemand.

In sterke mate preventief optreden kan het particulier initiatief. Philanthropische vereenigingen kunnen alom de oogen doen opengaan voor het gevaar, dat jonge meisjes loopen door ondoordacht buitenslands doch ook binnenslands in betrekking te gaan.

Zij kunnen de verantwoordelijkheid der ouders en voogden levendig houden voor het welzijn hunner dochters en pupillen.

Particuliere vereenigingen kunnen geregelde posten uitzetten aan de stations, stoombootsteigers en havens der groote steden. Zij kunnen de bevolking van hare tegenwoordigheid op de hoogte stellen. Door waarschuwingsborden aan stations, in spoorwegcoupés enz., door annonces zijn zij in staat bekend te maken, tot wie een meisje zich moet wenden, indien het in moeilijkheden verkeert.

Een belangrijke factor is, dat zij de overheid kunnen steunen in allerlei opzicht, o. a. kunnen zij de aandacht der politie en justitie vestigen op de verdachte handelingen van gevaarlijke personen en aldus eene vervolging uitlokken, althans zorgen, dat een wakend oog op hen gevestigd wordt. Verder kunnen zij verdachte handelingen van verhuurkantoren openbaar maken. Door oprichting van “Tehuizen” openen zij een toevluchtsoord voor onbeschermde meisjes, wier val aldus kan voorkomen worden. Vereenigingen tot redding van gevallen meisjes steunen de goede zaak door de ernstige gevolgen van den val der vrouw voor een deel af te wenden.

Door een internationale band in het leven te roepen doet de philanthropie veel goed. Zij kan overeenkomen, dat de vereenigingen in de verschillende landen op allerlei wijze hare wederzijdsche landgenooten zullen steunen en helpen. De eene vereeniging kan de andere vereeniging op de plaats van aankomst verwittigen van het vertrek van een meisje. Zij kunnen elkaar op de hoogte brengen van het vertrek van verdachte individuen.

Hetgeen ik tot nu toe over de werkzaamheid der particuliere liefdadigheid aangaf, moet niet beschouwd worden als een eventueel door particulieren, zoowel afzonderlijk als in vereeniging, te volgen richting. Het is integendeel de wijze, waarop reeds gewerkt wordt. Ik mag daarom der liefdadigheid den lof niet onthouden, waarop zij in waarheid aanspraak mag maken. Haar culminatiepunt heeft zij reeds bereikt. Wanneer ik nu een en ander over enkele der in Europa bestaande groote vereenigingen ga vermelden, maak ik er volstrekt geen aanspraak op volledig te willen schijnen. Dengene, die meer wil weten van de onderscheidene vereenigingen, in Europa en de Vereenigde Staten werkzaam, verwijs ik naar het tweede deel van de verzameling rapporten op ’t congres te Londen. Vooreerst verdient bijzondere aandacht de onder den naam van “Union Internationale des Amies de la jeune Fille”, te Genève in 1877 door 8 verschillende landen opgerichte vereeniging, die zich ten doel stelde “een beschermnet te vormen ten behoeve van jonge meisjes, die genoodzaakt zijn, elders eene broodwinning te zoeken en die, zonder hulp en raad, lichtelijk op verkeerde wegen zouden komen” (art. 2 der statuten). Deze vereeniging telt duizenden leden in 32 verschillende landen volgens de presidente der Zwitsersche afdeeling. Het Centraalbureau is gevestigd te Neuchâtel. Behalve in nog 6 andere landen bestaat in Nederland een afdeeling, in Mei 1882 opgericht, in ’t algemeen hetzelfde doel nastrevende als de moedervereeniging, bepaaldelijk echter dienende voor de bescherming van Hollandsche meisjes. Art. 1 van de gewijzigde statuten (1887) verruimde het arbeidsveld, zoodat “geene nationaliteit, geen kerkgenootschap of eerlijk beroep iemand van die bescherming kan uitsluiten.”

Iets bijzonders mag wel heeten het door de Union ingestelde Livret, dat aan ieder meisje op aanvrage toegezonden wordt. Er bestaat een Livret international; daarnevens in verschillende landen, waaronder ook Holland, Livrets nationaux. Het boekje is bestemd voor de jonge vrouw, die het ouderlijk huis verlaat. Het bevat raadgevingen “Conseils de l’Expérience”, vervolgens eenige godsdienstige overdenkingen met bijbelteksten. Daarna volgen de “Conseils pour voyages” en de “Renseignements” die de Tehuizen en andere inlichtingen bevatten. “Le Journal du Bien public” is het officieele orgaan van de Union internationale des amies de la jeune fille en van de Association de femmes suisses pour l’œuvre du relèvement moral. Het blad verschijnt maandelijks.

De “National Vigilance Association for the repression of criminal vice and public immorality” zetelt te Londen. Op haar initiatief werd in 1899 het Congress on the white slave Traffic te Londen gehouden. Haar naam duidt reeds het doel der vereeniging aan. In art. 3 van de statuten staat onder meer, dat de vereeniging zich ten doel stelt de repressie van “the fraudulent seduction of women or girls”, “the entrapping or inveigling of women or girls into brothels”, “the procuring of women or girls for foreign brothels”, “the detention of women or girls in houses of ill fame”. Zij heeft een maandelijks verschijnend orgaan “The Vigilance Record”. Het “Executive Committee” doet jaarlijks een belangrijk verslag in ’t licht verschijnen.

Vooral voor de machtige werkzaamheid der particuliere liefdadigheid in Duitschland verwijs ik gaarne naar ’t belangrijke verslag van den Heer Burckhardt op ’t Congres te Londen.

Als specifiek nationale vereeniging verdient voor ons land zeer de aandacht de te ’s Hage in Mei 1884 opgerichte “Nederlandsche Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”, (erkend bij K. B. van 7 October 1886 No. 15). De werkkring van dezen Bond, die volgens art. 1 der statuten opgericht is in aansluiting aan de Fédération britannique, continentale et générale en aan de Nederlandsche vereeniging tegen de Prostitutie, is omschreven in art. 2 en de Bond stelt zich dan ten doel, zooals de naam luidt, de verhooging van het Zedelijk Bewustzijn, aan welk beginsel met alle daartoe beschikbare middelen gearbeid wordt. De Bond geeft een maandblad uit: “Orgaan van den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”.

In denzelfden geest als de Union bovengenoemd haar Livret bezit, verspreidt de Vrouwenbond haar lijsten met »Adressen ter informatie vanwege den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”. Aan die adressen zijn de noodige inlichtingen te bekomen voor meisjes, aan wie de gelegenheid ontbreekt om zelve eenig onderzoek in te stellen omtrent betrekkingen, die haar aangeboden worden. De 10e uitgaaf van deze lijsten vermeldt 214 gemeenten in ons land, waar inlichtingen bij de daarin opgenoemde leden te verkrijgen zijn. Verder bevatten deze lijsten nog eenige wenken en raadgevingen.

Dat in ons land nog menige andere vereeniging te vinden is, die het bovengenoemde doel mede nastreeft, behoef ik haast niet te vermelden. Ik noem daarvan slechts de vereenigingen, die Tehuizen opgericht hebben. Verder de Middernachtzending en anderen.

Het consulaat moet met kracht optreden voor de belangen van zijn landgenooten, die door misleiding in den vreemde gevaar loopen. Van de aankomst van die meisjes moet het op de hoogte gebracht worden door de plaatselijke politie en humanitaire vereenigingen. Ieder vreemd meisje, dat vermoed wordt zich aan de prostitutie over te geven, zou voor den consul van haar land gebracht kunnen worden. Wanneer een individu, dat zich met den handel occupeert, de plaats verlaat om in het rijk van het consulaat zelf zijn slag te slaan of wanneer dit slechts vermoed wordt, behoort de consul zijne regeering er van in te lichten, opdat deze in staat zij waarschuwingen tegen dergelijke individuën openbaar te maken.

Onder de repressieve maatregelen valt in de eerste plaats te wijzen op een streng verbod op straffe van het misleiden van eene vrouw met ’t oogmerk haar aan de ontucht over te leveren met een verzwaring van straf, indien zij naar den vreemde gelokt wordt, en eveneens, wanneer van dergelijke handelingen een bedrijf gemaakt wordt. Openbaarmaking van het veroordeelend vonnis, tevens verstrekking van de volgens de nieuwste methode opgemaakte signalementen der veroordeelden aan de politie der voornaamste steden behoort onder de repressie, doch zal in sterker mate preventief werken.

Dit strafbare feit worde in de uitleveringstractaten opgenomen.

Strenge toepassing van het misdrijf der wederrechtelijke vrijheidsrooving.

Om beter in staat te zijn op het spoor te geraken van deze strafbare feiten is een streng toezicht noodig op de plaatsen, waar ontucht gepleegd wordt; een nauwkeurig omschreven uitgebreide bevoegdheid der politie om in die huizen binnen te treden en daar onderzoek in te stellen. Ook deze bevoegdheid kan preventief werken.

Internationale tractaten moeten zich ten doel stellen daarin te voorzien, dat er geen twijfel besta omtrent het forum delicti met ’t oog op den buitenlandschen handel; ze moeten regelen geven omtrent eene doelmatige bescherming en terugvoering der misleide meisjes.

Wij zien het: deze wantoestand kan op de meest verschillende wijzen aangetast worden. Het is een maatschappelijk euvel, dat aan de algemeene welvaart en bloei ook zijn toenemende welvaart en bloei te danken heeft. Die veelzijdigheid van bestrijding van een strafbaar feit, een gevolg van de nieuwere richting, die het misdrijf als een sociaal verschijnsel beschouwt, vindt vooral eene toepassing bij den handel in blanke slavinnen. Een eisch is het die bestrijding met kracht aan te vatten.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings