Oorzaken.
Reading edition
Weinig maatschappelijke euvels hebben het feit van hun bestaan te wijten aan een samenstel van oorzaken zóo gecompliceerd, als deze zich bij den meisjeshandel openbaren.
De ontwikkeling der strafrechtswetenschap tot sociale wetenschap, welk verschijnsel vooral op ’t einde der 19e eeuw zoo onze aandacht trekt, werpt verre van zich de gedachte als zou de straf als strenge repressie, doch tevens met hare preventieve werking, het eenige middel zijn, waarmede de staat de rechtsorde in het algemeen zou kunnen beschermen, het speciale onrecht zou kunnen keeren. Uitgaande van het nieuwere beginsel, dat, wat nu strafrecht heet, alle maatregelen ter bestrijding van criminaliteit omvatten zal, dient vooreerst nauwkeurig nagegaan te worden, welke omstandigheden, welke toestanden etc., in het algemeen welke oorzaken aanleiding kunnen wezen, dat dergelijken feiten zich in onze maatschappij kunnen voordoen. Dat samenspel van oorzaken, die hetzij afzonderlijk, hetzij gecombineerd in werking treden, noemde ik zooeven gecompliceerd.
Deels toch werken zij aan de zijde van de vrouw, deels aan de zijde van den misdadiger. De eersten roepen bij de vrouw in het leven den drang te trachten elders haar brood te verdienen of in ieder geval ter bereiking van andere verlangens zich elders een dienst of plaats te zoeken; de anderen stellen het individu in staat zijn misdadige neigingen in daden voldoening te doen vinden; in generali, qua individu handelende in strijd met de rechtsorde, drijven hem natuurlijk tot de anti-sociale daad de gewone criminaliteitsoorzaken, zoo anthropologische als sociologische.
Vooreerst en voornamelijk zijn sociale invloeden de krachtige werkingen, die eensdeels de vrouw of het meisje spoediger doen zwichten voor een haar in gewone omstandigheden wellicht afkeerig dienstaanbod, doch die anderdeels evenzeer aanleiding zijn het misdadig individu de gelegenheid te geven in daden uiting te geven aan zijn anti-socialen aanleg. Dezen kan door hervormingsmaatregelen hun kracht hetzij voor een deel hetzij voor het geheel ontnomen worden.
En ten tweede individueele invloeden; bijzondere aan de zijde van de vrouw, de gewone anthropologische aan de zijde van den misdadiger.
Onder de eersten meen ik te mogen rekenen:
De slechte levensomstandigheden in de lagere klassen der maatschappij. Deze zich ook voor een deel openbarend in slechte huisvesting, tengevolge waarvan het gevoel van zedelijke kracht en zedelijkheid zeer achteruitgaat.
De lage loonstandaard heeft ten gevolge, dat bij ieder aanbod van hooger loon de oude betrekking opgegeven wordt om een nieuwe en oogenschijnlijk betere te verkrijgen; het meisje laat zich veel gemakkelijker overhalen voor een dubieuse offerte haar woonplaats, zelfs haar geboorteland te verlaten.
Vooral de bij vrouwen bestaande zucht naar opschik en grootere weelde doet haar verlangen een dienst te zoeken in een groote stad, waar men aan dat verlangen gemakkelijker kan voldoen en waar hoogere loonen verdiend worden. Deze drijfveer is meer dan eens oorzaak geweest, dat de jonge vrouw, die naar de groote stad vertrokken is en vooral zij, die op goed geluk daarheen trok, in handen valt der bordeelhouders door middel van hun agenten, welke haar aan spoorwegstations en stoombootsteigers opwachten.
Verder mag de aandacht wel gevestigd worden op het feit, dat de vermindering van het aantal huwelijken een zijdelingschen invloed op den meisjeshandel uitoefent. Wat toch is de kwestie? Door de hoogere eischen, die het moderne leven stelt en tevens door de innerlijke zucht naar weelde, door het tengevolge der grootere vermeerdering der bevolking verhoogde aanbod van werkkrachten tegenover de niet zoo evenredig stijgende vraag daarnaar, wordt opgezien tegen den huwelijksband; men verwacht niet, als de tijd daar is, vrouw en kinderen te kunnen onderhouden, zooals het modern leven en de eventueele stand het eischen; het huwelijk wordt dus nagelaten. Onmiddellijk gevolg daarvan is grooter aantal ongehuwde vrouwen en mannen; de vrouw overigens geen middel van bestaan hebbende, dient zich dat te verzekeren en tracht een dienst of betrekking te verkrijgen. Een dusdanige haar aangeboden wordende wordt, naar gelang de nood meer of minder dringt, meer of minder nauwkeurig in overweging genomen en zoo is het mogelijk, dat placeurs en koppelaars menig meisje kunnen vangen.
Eigenaardig is de cirkelgang, die hier waar te nemen is. Door verhoogde levenseischen etc. minder huwelijken, meer ongetrouwde vrouwen, die betrekkingen zoeken; zij dringen in vele gevallen mannen ter zijde, die dus niet volgens hun bestemming in hun onderhoud kunnen voorzien en dus allicht minder zullen verdienen; dit heeft weer ten gevolge, dat het huwelijk voor hen onmogelijk gemaakt wordt.
Van de andere zijde heeft het verminderde aantal der huwelijken een ander gevolg en tevens ook het huwen op lateren leeftijd. Eensdeels stijgt het aantal verleidingen; ontelbaar zijn de gevallen, dat het verleide meisje, zwanger geworden of eenmaal moeder zijnde, genoopt wordt buiten hare woonplaats een betrekking te zoeken, welk streven haar in vele gevallen in handen van agenten en koppelaars doet vallen. Anderdeels brengt ’t grooter aantal ongetrouwde mannen teweeg een grootere vraag naar vrouwen; gevolg is, dat er altijd individuen gevonden worden, die aan die vraag willen voldoen. Aldus worden zij in staat gesteld een lucratief bedrijf uit te oefenen.
Het groote kinderaantal in de huisgezinnen der armere bevolking dwingt zoowel de jongens als de meisjes reeds vroegtijdig, meestal zoodra ze de schoolbanken verlaten hebben, te trachten hun eigen brood te verdienen. Hoe licht is het dan niet mogelijk, dat de meisjes in handen vallen van koppelaars e. a.
De bordeelen zijn het vooral, die de handelaars in staat stellen hun bedrijf, zooals zich dit tegenwoordig voordoet, met succes uit te oefenen. De gestadige behoefte aan “chair frais” doet een voortdurende fluctuatie ontstaan; oude afgekeurde elementen worden afgedankt, nieuwe moeten gerecruteerd worden uit den nieuwen aanvoer.
Als een individueele invloed zou ik kunnen vermelden de zucht van een meisje om geheel en al vrij te zijn. Dikwijls is ’t motief voor het verlaten van het ouderlijk huis de te krachtige druk van het ouderlijk gezag.
In ’t kort: al de omstandigheden, die ik opsomde zijn indirecte oorzaken, die het jonge meisje in de macht der koppelaars brengt. Die oorzaken roepen in het leven de zucht om de positie te verbeteren of de zucht om er eene te verkrijgen bij gebreke van arbeid: de Arbeitslosigkeit; een contrast met de Arbeitsscheu, die ook zoovelen in handen der prostitutie brengt. Hoezeer de moraliteit in beide gevallen in den aanvang verschilde, naderhand zijn zij niet meer van elkaar te onderkennen.
De levensomstandigheden van ieder individueel vrouwelijk wezen brengt ten slotte ook zeer veel bij om haar ongeluk meer of minder mogelijk te maken; o. a. verwaarloozing der opvoeding, slecht voorbeeld der omgeving, en andere.
Ik wil eindelijk ook nog op een geval wijzen, waaruit blijkt, hoe soms politieke maatregelen werkzaam kunnen wezen in de richting door mij bedoeld. Een der rapporten op ’t congres te Londen vermeldt, dat na de vervolging der Joden in Rusland (1894?) de bordeelen van Zuid-Amerika meer dan gevuld waren met Russische Jodinnen.
Op een algemeen verschijnsel wil ik nu nog de aandacht vestigen. Het is niet zoozeer op te vatten als een onmiddellijke oorzaak van ’t bestaan van toestanden, zooals wij ze bij den handel in blanke slavinnen zien als wel een oorzaak van de criminaliteit in het algemeen. Het is een vermindering der zedelijke kracht bij het volk.
Tarde, “de degelijke Magistraat en diepe Denker” (Prof. van Hamel), wijst op eene vermindering van den manslag, doch op eene stijging van het cijfer dier misdrijven, die met een pecuniair oogmerk bedreven worden. Hij wijt dit aan de “voluptuosité de nos mœurs” (”Criminalité comparée” pag. 182).
Aangaande den blanke slavinnenhandel spreekt Tarde zich aldus uit:
“Les scandales, nullement exeptionnels, révélés par le Pall Mall Gazette, nous ont édifiés sur la moralité de la nation réputée à bon droit peut-être la plus chaste du continent et précisément dans ses classes les plus civilisées.
“La surexcitation nerveuse et l’affaiblissement musculaire, effet du développement de la vie urbaine, conduisent à la nymphomanie et au priapisme. L’amour plus précoce, l’amour plus prolongé, l’amour plus libre et plus infécond; à ces signes surtout se reconnait, soit dans une nation, soit dans une classe, l’avancement en civilisation.”
Men ziet het, dat deze anti-sociale daad, evenals ieder strafbaar feit, doch in veel sterkere mate, een bij uitstek maatschappelijk verschijnsel is. Onder de preventieve middelen, die het kwaad in zijn kiemen moeten verstikken en welke de criminalist ook niet uit ’t oog mag verliezen, alhoewel juist deze wegens hun socialen aard meer tot het terrein van den oeconoom behooren, is dus vooral te rangschikken de wegneming der invloeden, die het kwaad als noodzakelijk gevolg na zich sleepen. Wanneer dit middel volkomen kan helpen, dan houde de zuivere criminalist zijn handen thuis, zoo niet dan moet hij optreden; doch dit diene hij ook te doen, waar de mogelijkheid om de oorzaken op te heffen nog niet of in het geheel niet bestaanbaar is of waar de opheffing dier oorzaken wellicht om andere redenen geheel af te raden is.