Omvang.
Reading edition
Noch oeconomisch, noch juridisch, noch taalkundig kan het als onjuist aangemerkt worden, dat hier gesproken wordt van “handel”.
Er is ruiling van goederen tegen geld; de vrouw vervult hier toch de functie van een goed, althans in de oogen der placeurs e. a.
In zooverre als men onder het begrip handel een zekere continuïteit van handelen zou willen verstaan, is deze ook hier aanwezig. Insgelijks kan men de benaming ook niet onjuist noemen, in zooverre men eene identiteit of althans eene vergelijking zou willen aannemen met andere handelsbedrijven ten opzichte van de overeenstemming der wijzen, waarop deze handel gedreven wordt, ten opzichte van de gelijkheid der instituten, die deze meisjeshandel met anderen handel gemeen heeft, kortom ten opzichte van alles, wat men in betrekking tot dezen meisjeshandel aantreft en dat bij de andere handelsbedrijven ook gevonden wordt. Te onderscheiden is de binnen- en buitenlandsche handel; onder dezen laatsten is te vatten een in-, door- en uitvoerhandel, (alhoewel ten opzichte van mijne beschouwingen alleen de exporthandel in aanmerking komt).
Bij dezen meisjeshandel treft men onderscheidingen aan tusschen kooplieden en niet-kooplieden, tusschen alleenstaande kooplieden en associatiën, tusschen den principaal en zijne agenten.
Alhier eveneens een koopwaar, met hare waardeverschillen naar qualiteit. Wij zagen dit reeds in het vorige hoofdstuk. Eveneens een welontwikkelde tusschenhandel, de makelaardij en de commissiehandel.
Alhier vaste afnemers. Bij dezen handel ook markten van blanke slavinnen, beurzen van koophandel, en in geval van oogenblikkelijken grooten toevoer, dus bij grooten voorraad, entrepôts en pakhuizen.
En dan moge niet vergeten worden, dat—want juist door de gedurige ontwikkeling van het verkeer met het buitenland is deze handel evenals iedere andere handel zoo tot bloei gekomen en is de verbetering der verkeersmiddelen hem zoo ten goede gekomen,—dit handelsbedrijf ook geregelde middelen van vervoer tot zijn dienst heeft, vaste handelswegen voor het gewone vervoer der koopwaar en last not least een geheime brief- en telegram-correspondentie. Maar dan ten slotte: een handelsadresboek ontbreekt ook hier niet. Ik wees er in Hfdst. I op, dat het aantal der niet-kooplieden, die deze handelingen verrichten, gering is. Het gilde der kooplieden is rijk vertegenwoordigd en steeds met vrucht werkzaam, hetzij het een alleenstaand persoon is, hetzij een machtige corporatie, die overal haar bedrijf uitoefent zoowel in de drukke wereldstad als in het verafgelegen eenzaam dorpje. De handelaar is of zelf werkzaam als ambulant agent of hij staat aan het hoofd van een bureau de placement met talrijke ondergeschikten. Volgens Tony Kellen zetelt in Bombay eene vereeniging, die ongeveer 100 beruchte handelaars als leden heeft. Bonesse de Montenach, Secretaresse van het Oeuvre Catholique Internationale pour la Protection de la jeune Fille vertelde: “At Zürich in Switzerland there exists a central recruiting office for houses of prostitution.”
Het Bulletin Continental van Jan. 1899 vermeldt:
“Un très grand nombre de plaintes parvenues de Vienne, de Berlin et de St. Pétersbourg au Parquet de Paris, lisons nous dans le Soleil du 17 Nov. dernier, ont amené le service de sûreté à s’occuper des faits et des gestes de plusieurs individus, pratiquant la traite des blanches.
“Chargés de recruter un personnel féminin de choix pour les maisons hospitalières des grandes capitales d’Europe deux de ces individus, les frères S., avaient ouvert à Paris une agence de placement, et par l’insertion d’avis dans certains journaux ils faisaient connaître, qu’ils s’occupaient de placer à l’étranger des institutrices, des dames de compagnie et des gouvernantes. Les malheureuses, qui commettaient l’imprudence de s’adresser à eux étaient dirigées sur une de ces grandes villes où les attendaient des agents des frères S. etc.”
Het Maandblad van 1 April 1889 maakt melding van het feit, dat er in sommige steden werkelijke slavenmarkten bestaan en vooral in Constantinopel. Daar is een markt, waar men de jonge vrouwen verkoopt, die tot dat doel uit Oostenrijk, Duitschland, Italië en Rusland worden gebracht. En wat de beurzen betreft, zoo zegt hetzelfde maandblad, dat er in Constantinopel een gebouw is, het Casino genaamd, dat in werkelijkheid niets anders is dan een beurs, waar men die menschelijke koopwaar even gemakkelijk verhandelt als andere koopwaren op de beurs te New-York. Goron vermeldt in zijn reeds genoemd werkje, dat sedert lang te San-Francisco localiteiten bekend staan onder den naam van »Chambres de la Reine”, die in waarheid openbare slavinnenmarkten zijn.
Een enkel woord over het handelsadresboek: het heeft het volgende opschrift: (overgenomen uit Fiaux: Les maisons de Tolérance; Leur fermeture)
Annuaire Reirum Indicateur des Adresses des Maisons de Sociétés, dites de Tolérance De France, Algérie et Tunisie et des principales villes de Suisse, Belgique, Hollande, Italië et Espagne. Prix 5 frcs. 50 Editeur Th. MURIER, Impasse Briarè 12 PARIS.
Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne figurent pas sur cet Annuaire, et dont les noms et adresses ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer toutes rectifications:
Paris, Impasse Briarè 12.
Het bevat 70 pag. kleine druk.
Met zeer veel moeite is de vroegere Hoofdcommissaris van Den Haag, de Heer van Schermbeek, in het bezit van een exemplaar gekomen. Men moet n.l. voor de verkrijging van dit boekje tot de geheime corporatie behooren, op wier rekening het jaarboekje uitgegeven wordt en bij de bestelling moet een geheim teeken staan onder den naam van den schrijver. Dit teeken bewijst, dat men voor den loopenden jaargang tot de ingewijden behoort.
Al wisten wij verder niets, dan nog zou de conclusie dat klaarblijkelijk de handel in meisjes eene niet onbeduidende uitgebreidheid heeft verkregen over dezen aardbol volkomen gerechtvaardigd wezen op grond daarvan, dat eene zoo deugdelijke organisatie van dezen handel niet zoude in het leven geroepen zijn, tenzij het ware om steunend op deugdelijke berekeningen met succes dezen handel in vrouwen en meisjes tot meerderen bloei te brengen.
Doch wij weten meer. De onverdachte getuigenissen van mannen, die zich op de hoogte gesteld hebben, spreiden den omvang van den blanke slavinnenhandel in al zijn naaktheid ten toon. De Heer Fritz Robert, gewezen vice-consul van Oostenrijk en Hongarije in Egypte en Engelsch-Indië, heeft een studie geschreven over den blanke slavinnenhandel, waarin hij o. a. zegt:
“Enumerons brièvement les principaux pays d’importation. L’Amérique du Sud (en particulier le Brésil et Buenos-Ayres) s’approvisionne en Italie, en Espagne, au Portugal et dans le Midi de la France.
L’Amérique du Nord (New-York et la Nouvelle Orléans) est en rapports continus avec la Grande-Bretagne, surtout l’Irlande et l’Allemagne. Ports d’embarquement: Londres, Liverpool, Southampton, Dublin, Hambourg, et Brême. L’Australie est un important marché pour les Allemandes et les Françaises indépendamment des nombreuses Anglaises et Irlandaises importées directement. En Orient, principalement en Turquie d’Asie, les Grecques et les Italiennes sont les plus demandées. Constantinople, ce grand dépôt international d’esclaves blanches, fournit des Autrichiennes, des Roumaines et quelques Russes. Chose curieuse, les Hongroises ne se trouvent guère à l’étranger sauf dans les pays danubiens. On peut calculer que 33 p. 100 environ des prostituées de Smyrna et Bayrouth sont des juives Autrichiennes, avant déjà séjourné en Turquie. L’Autriche (la Galicie, Trieste et ses environs) fournit avec l’Italie à peu près 75 p. 100 des pauvres filles importées en Egypte, sans compter celles, qui viennent grossir le nombre des indigènes, qui peuplent les harems du Caïre, d’Hélonan et de l’Alexandrie.
Théoriquement, le Gouvernement de sa Majesté Britannique ne tolère pas de prostituées anglaises aux Indes, en sorte que ce sont les Autrichiennes, les Allemandes et les Italiennes, qui alimentent en grande partie la prostitution des “bars” et des “bazaars.” Bombay et Calcutta sont les deux villes où la prostitution des blanches a pris le plus grand développement et où elle s’étale le plus effrontément.
“Dans les Indes néerlandaises on ne rencontre que de rares Hollandaises, peu de Flamandes et d’Anglaises, celles-ci venant directement d’Europe; mais en revanche on y voit beaucoup de malheureuses ayant séjourné précédemment en Turquie, en Egypte et dans les Indes anglaises; Batavia, Singapore sont les dernières étapes de ce triste voyage vers l’Orient, au terme duquel les victimes de la traite des blanches sont perdues pour jamais.”
Een ander geloofwaardig man, de heer Joest, heeft in zijn reisverhaal een en ander geopenbaard over de wereldhandel in Duitsche en Oostenrijksche meisjes: “On les embarque à Hambourg pour l’Amérique méridionale, Bahia, Rio de Janeiro, et surtout Monte-Video et Buenos-Ayres; un faible résidu va par le détroit de Magellan à Valparaiso.
“Un autre courant se dirige par l’Angleterre directement sur l’Amérique du Nord; ici cependant la concurrence indigène l’oblige souvent à descendre le Missisippi jusqu’à la Nouvelle Orléans et le Texas, ou bien à se rendre à travers l’Ouest en Californie. Depuis la on pourvoit la côte jusqu’à Panama, tandis que Cuba, les Indes occidentales et le Mexique s’approvisionnent depuis la Nouvelle-Orléans.
“D’autres jeunes filles allemandes sous la dénomination de “Bohémiennes” sont dirigées par les Alpes sur l’Italie, d’où elles vont à Alexandrie, Suez, Bombay, Calcutta jusqu’à Singapore et même à Hongkong et à Shangaï.
“Les Indes néerlandaises et l’Extrême Orient, notamment le Japon sont de mauvais marchés, car la Hollande ne tolère pas de filles blanches de cette catégorie dans ces colonies et au Japon les filles du pays sont jolies et à bas prix; en outre la concurrence américaine de San Francisco achève de gâter le marché.
“La Russie se pourvoit depuis la Prusse orientale, la Poméraine et la province de Posen; la première station est ordinairement Riga; c’est là que les pourvoyeurs de Saint-Pétersbourg et de Moscou font leurs assortiments, qu’ils expédient ensuite par grands convois à Nigni-Novgorod et à travers l’Oural à Irbis et à Krestofsky et jusqu’au fond de la Sibérie. C’est ainsi, qu’il m’est arrivé de rencoutrer une jeune Allemande vendue de la sorte à Tschita au delà du lac de Baïkal.”
En wanneer ik hierbij voeg, dat ook Zuid-Afrika, speciaal Kaapstad en Johannesburg, een vaste bestemmingsplaats is voor die vrouwen, dan kan men zich in verband met de bovengenoemde getuigenissen een denkbeeld vormen over welk een gebied de handelaars reeds werkzaam zijn. Doch dan blijft het nog een open vraag, of het aantal meisjes en vrouwen, die overal heen verhandeld worden, werkelijk groot is.
Op het in Juni 1899 gehouden Congres te Londen, dat plaats had op initiatief van the National Vigilance Association waren vertegenwoordigd: 11 Staten van Europa en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Vraag 6 van de eerste serie vragen, die den rapporteurs ter beantwoording waren voorgelegd, luidde:
“Whether any official or trustworthy statistics have been prepared, showing the extent, to which young women of your nation have been induced to go abroad to an immoral life?”
De rapporteurs van bijna alle landen hebben òf beslist ontkennend geantwoord op deze vraag òf zij hebben de beantwoording in het geheel ter zijde gelaten. De rapporteur van België ontkende voor zijn land eveneens het bestaan van statistieken, doch tevens voegde hij er aan toe dat hem uit een onderzoek ingesteld bij de politiehoofden van de voornaamste steden gebleken was, dat gevallen van dergelijke misleiding zelden voorkwamen; de burgemeester van Luik o. a. beweerde, dat in de 10 laatste jaren een dergelijk geval zich niet voorgedaan heeft, altijd volgens de “Brigade de Sûreté”.
Een enkele opmerking moet mij naar aanleiding van dit antwoord uit de pen, opdat de conclusie, die men uit dit antwoord en andere van dien aard zou willen trekken, zooveel mogelijk juist zij: de geheimzinnige werkzaamheid der traffickers aan de eene zijde, de schaamte der jonge vrouwen om haar lot bekend te maken aan de andere zijde, werken er toe mede, dat het grootste percentage der gevallen onbekend blijft. Verder is de faam van de zedenpolitie zoowel in België als in Frankrijk van dien aard, en is bij meerdere gelegenheden haar medeplichtigheid aan de daden der handelaars en bordeelhouders zoo duidelijk geworden, dat ik niets meer behoef te zeggen om de volkomen betrouwbaarheid der bovenbedoelde antwoorden der politiehoofden in twijfel te trekken.
Op andere wijze moet dus nog een denkbeeld verkregen worden aangaande den omvang van den buitenlandschen of export- en den binnenlandschen handel, beiden zoowel van vreemde landen als van Nederland.
Ik zal mij ten eerste bepalen tot de rapporten van het Congres te Londen (1899) en een en ander, wat op dezen omvang betrekking kan hebben, memoreeren. Ingewonnen inlichtingen doen bij Bérenger de overtuiging ontstaan dat aan de Fransche havens een voortdurende emigratie plaats heeft voor buitenlandsche publieke huizen. In Engeland hebben nu en dan vervolgingen plaats tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland hebben gelokt. Dit feit is wel de vermelding waard, daar in Engeland het houden van bordeelen op straffe verboden is en zoo velen beweren, dat daarmee ook aan den meisjeshandel den kop ingedrukt is. ’t Behoeft geen betoog, dat de placeurs en bordeelhouders bij dusdanig verbod veel sluwer optreden en dan mag ’t verbazing wekken, dat alsdan toch nog feiten uitlekken, die tot vervolgingen aanleiding geven. De Heer Bunting spreekt op het congres van een recent geval in Engeland; een vrouw was vervolgd, omdat zij 3 meisjes uit België met een onzedelijk doel naar Engeland gelokt had. De conclusie is dus niet gewaagd, dat in Engeland de handel nog genoeg voorkomt, ondanks het verbod van bordeelen, in weerwil van het feit, dat de Criminal Law Amendment Act van 1885, naar aanleiding van de onthullingen der Pall Mall Gazette, den meisjeshandel strafbaar heeft gesteld. Een der Engelsche rapporteurs op ’t congres te Londen, de advocaat W. Fielden Craies zegt o.a. ook dit: “Judging by the large number of prosecutions and sentences under the Vagrancy Act of 1898 the police have a considerable amount of information with respect to persons trading on the vice of others.
“It is probable, that at Scotland Yard much information exists as to persons concerned in the white slave trade”.
De Heer Bunting vermeldt zonder omwegen het feit, dat door misleiding jonge vrouwen, al zijn het geene Unbescholtenen meer, naar een bordeel in den vreemde of in een koloniale stad gelokt worden, terwijl haar een gemakkelijker leven en ruimer verdienste voorgespiegeld worden; ook dit is een daad van meisjeshandel en valt ook onder de wet van 1885.
Baronesse von Langenau, de afgevaardigde van Oostenrijk, verzekert, dat de politie in dat land in ’t bezit is van volkomen vertrouwenswaardige lijsten van personen, die in den meisjeshandel hun bedrijf zoeken; te Weenen zou hun aantal de 180 overschrijden. Het aantal misleide meisjes moet volgens haar jaarlijks 1500 bedragen. Dezelfde dame citeert een brief van de “Société de Protection et de Secours aux Femmes amenées par émissaire en Argentine” gericht aan de redactie van de “Arbeiter-Zeitung”., het orgaan der sociaal-democratische partij; in dien brief lezen we o.a., dat honderden ouders in Europa ongerust zijn over het lot hunner dochters, niet wetend, hoe deze plotseling verdwenen zijn en waar zij nu toeven; welnu deze meisjes vertoeven in Buenos-Ayres of Rio de Janeiro.—Op het oogenblik, dat die brief geschreven wordt, maken vele handelaars zich gereed naar Europa af te reizen om na weinige maanden met een rijke lading terug te keeren. Hun agenten in Europa hebben reeds het voornaamste werk gedaan vóór hun komst. Zij behoeven slechts hun zorgvuldig uitgekozen koopwaar in ontvangst te nemen en ze in te schepen. Dit geschiedt te Genua, Marseilles, Cherbourg, Hâvre, La Palice en Southampton. In Genua zijn 2 hotels, waar steeds een lading levende koopwaar in gereedheid wordt gehouden om op het eerste bericht gezonden te worden.
Volgens den Heer de Meuron verklaart de Heer Fritz Robert, die door zijn werkkring als consul in Egypte en Engelsch-Indië vertrouwen verdient, dat er zeeschepen zijn, waarvan bekend is, dat zij vooral gebezigd worden voor het vervoer van vrouwen. Te Port-Said zijn tijdelijke depôts.
Mr. Coote, de secretaris van de National Vigilance Association, vernam op zijn rondreis door Europa ter voorbereiding van het Londensche Congres van een Russisch ex-consul te Buenos-Ayres, dat aldaar 3000 Europeesche vrouwen in bordeelen als slavinnen opgesloten zijn.
Bonesse v. Langenau vermeldt in haar rapport op meergenoemd Londensch congres, dat het aantal slachtoffers in Hongarije ontelbaar is. Het oostelijk Europa schijnt een terrein te zijn, dat de placeurs en bordeelhouders gemakkelijk kunnen brandschatten en waar zij dan ook met enorm succes werkzaam zijn. Op het Congrès international de l’Union de droit pénal in 1899 te Budapest gehouden citeert Dr. Ludwig Gruber (Königl. Vize-Staatsanwalt in Budapest) een bericht, dat kort te voren een blad te Budapest mededeelde:
“Mädchenhandel in Siebenbürgen:
“Die in der letzten Zeit mit Bezug auf den scheusslichen Seelenhandel veröffentlichten Details haben allenthalben peinliches Aufsehen erregt und auch die Aufmerksamkeit der Behörden wachgerufen. Wie bereits gemeldet, wurden aus Bereczk 86 junge Mädchen ohne Pässe über die Grenze geschmuggelt; nun werden aus Kézdi-Vásárhely dem “Kel. Ért” die folgenden sensationellen Details über den dort schwunghaft betriebenen Mädchenhandel berichtet. Demgemäss erstrecken sich die Umtriebe auf sämtliche Gemeinden des Kézdi-Vásárhelyer Bezirks; ausser den oben erwähnten 86 Székler Mädchen wurden aus Lemhény 40, Almás 20, Polyán 10, Esztelnek, Csomor Bálafalva und Kurtafatak 40, Altorja 10, Alesernáton 15, Martonfalva und Hatolyka 10, Karatna, Volál, Peselnek und Szarazpatak 30, also aus dem Kézdi-Vásarhelyer Bezirk allein 261 Székler Mädchen von gewissenlosen Seelenhändlern nach Rumänien entführt. Der berüchtigteste Mädchenschmuggler des Székler Bodens, namens Georg Raduly (Magyar Gyurka) war schon wiederholt schwer bestraft; das reichliche Erträgnis des Geschäfts lässt ihn jedoch immer wieder zu dem scheuszlichen Geweibe zurückkehren. Auch jetzt ist er zu einer zweimonatlichen Gefängnisstrafe verurteilt.”
(Pester Loyd No. 130 Sonntag 28 Mai 1899.)
Eenigen tijd daarvoor had hetzelfde blad, (Pester Loyd 24 Mei ’99) een bericht opgenomen over «Excursionen ungarischer Tänzerinnen nach Russland, wo sie gewöhnlich in die Hände gewissenloser Mädchenhändler geraten und an die Inhaber von öffentlichen Häusern verschachert werden.”
De Heer Julius László publiceerde naar aanleiding van dien handel in Hongaarsche meisjes een geschriftje «Székely és Csángó leányok,” (Marosvásárhely, 1899); hij schat het aantal meisjes, die uit de oostelijke Hongaarsche grensprovinciën met en zonder passen emigreeren, op duizenden.
De feiten, die ik hier memoreer, blijken allen uit getuigenissen van den allerlaatsten tijd; wilde men vroeger teruggaan, in allerhande geschriften en bladen zou men verklaringen kunnen vinden aangaande den omvang van dezen handel. Zoo heb ik toevallig onder oogen een Maandblad (G. en R.) van April 1889, waarin vermeld staat, dat te Constantinopel iedere week ladingen Duitsche en Italiaansche meisjes aankomen, hetzij over den weg van Varna-Odessa-Salonica, hetzij door de havens der Adriatische zee.
Het Bulletin Continental van 15 Juni 1891 spreekt over “la traite des jaunes.” Ladingen Chineesche en Japansche meisjes worden vervoerd naar San-Francisco en daar komt maar geen einde aan; ’t geschiedt als van oudsher voortdurend. Japansche meisjes van 15 tot 16 jaar worden gekocht te Yokohama en te Yeddo om ze aan de bordeelhouders in Californië voor 1000 tot 3000 francs te verkoopen. Wanneer een scheepsvracht vrouwen aankomt, dan hebben er werkelijke verkoopingen plaats, en de toewijzingen hebben plaats aan den meestbiedende. Datzelfde blad vestigt de aandacht op den Europeeschen exporthandel naar Amerika: “Quelques fournisseurs parisiens forment de véritables troupeaux, qu’ils conduisent eux-mêmes une ou deux fois par an à New-York. Ajoutons que ce fait n’est pas spécial à Paris. Il part chaque année de Suisse de véritable cargaisons. A notre connaissance un ténancier de maison clandestine de Genève, parfaitement connu de la police et même toléré par elle au mépris de la loi, se rend fréquemment en Amérique avec des jeunes filles.”
Het Bulletin C. van Jan. ’93 en van Mei ’94 bevatten beiden respectievelijk het bericht van het vervoer van meer dan een dozijn Italiaansche meisjes naar New-York en van een half dozijn Brusselsche meisjes naar San-Francisco.
Het Bulletin Continental van Nov. 1892 maakt melding van een strafvervolging te Lemberg tegen 27 beklaagden. ’t Waren recruteurs, die brutaal te werk gingen; ze liepen het land af en zoodra ze een karavaan konden vormen, stelden zij zich aan het hoofd en vervoerden de vrouwen overal heen. O. a. werden 60 Galicische jonge vrouwen in de publieke huizen van Constantinopel gevonden, ook in Indië, te Port-Saïd en te Alexandrië zijn alle bordeelen gevuld met Europeesche meisjes. Wat den handel betreft in Nederlandsche jonge vrouwen, zoo is het materiaal, dat mij ten dienste staat om aan te toonen, dat ook deze vrij omvangrijk is, zeer gering.
In zijn rapport op het Congres te Londen, vermeldt de Hollandsche rapporteur, (ik zeide dit reeds in een ander verband op pag. 29) dat hij er van op de hoogte gesteld is, dat niet slechts te Parijs en Londen, maar zelfs in Rusland, Egypte en Britsch-Indië Hollandsche meisjes in bordeelen worden aangetroffen, ofschoon hij niet weet, op welke wijze zij daar gekomen zijn.
Op blz. 28 citeerde ik reeds een gedeelte van den brief van den heer van Löben Sels, oud-consul te San-Francisco. In dien zelfden brief schrijft Mr. van Löben Sels mij, dat hij van het op pag. 28 vermelde geval een uitvoerig rapport opstelde aan Z. Ex. den Minister van Buitenlandsche Zaken. “Ik gaf daarin alle détails, den waren en valschen naam der makelaarster, haar adres te Rotterdam met vermelding, dat zij geacht werd geregeld elk jaar naar Holland te gaan en dan meisjes per Noord-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij vervoerde.» Men ziet dus, dat die koppelaarster geregeld jaarlijks Hollandsche meisjes uitvoerde naar San-Francisco. De schrijver van den brief vernam 1½ jaar geleden, dat er weer eenige Hollandsche jonge vrouwen in San-Francisco door Maria van Pelt waren ingevoerd. Ik twijfel er niet aan of er bestaat ook een geregelde exporthandel in Hollandsche meisjes naar andere steden en landen; tegenover de objectie, dat men er dan toch wel eens iets over zou hooren bij geruchte, stel ik ten bewijze, dat zelfs niets behoeft uit te lekken en de handel toch kan floreeren, mijne reeds meer dan eens aangevoerde argumenten. Groote geheimzinnigheid in doen en laten der makelaars, gerustheid der ouders en nabestaanden omtrent het lot hunner dochters en verwanten (zij worden toch voor een “fatsoenlijke” betrekking in dienst genomen), indien althans de misleide vrouwen niet zoo goed als geheel alleen op de wereld zijn, zoodat niemand zich om haar bekommert. Vrees en schaamte der meisjes om haar familie van haar lot op de hoogte te stellen.
En dan, van de koopmanstalenten van Marie van Pelt heeft toch ook niemand iets gehoord, en dat terwijl de Regeering toch door meer dan éen rapport tegen haar handelingen gewaarschuwd is.
De invoer van vreemde vrouwen in Nederland heeft gestadig door plaats. Reeds lang is die handel naar ons land bekend, want in September 1877 heeft de oud-hoofdcommissaris te ’s Gravenhage, de heer van Schermbeek, reeds te doen gehad met een geval, dat een Engelsch meisje aan een bordeelhoudster in den Haag verkocht was. Doch die feiten zullen wel reeds lang voor dit laatstgenoemde dateeren. De Amsterdamsche commissie tot herziening der politieverordeningen verklaart in haar rapport, dat de vrouwen in de erkende bordeelen bijna allen van vreemde nationaliteit zijn en dat de bordeelhouders haar aanwerven door zoogenaamde placeurs, de makelaars in dezen menschenhandel. Nu is het houden van bordeelen verboden door de politieverordening, doch ik heb voor mij liggen officieele bescheiden, waarin een opgave van personen (vreemdelingen), die zich in Maart ’99 in de zoogenaamde daarin opgenoemde verdachte huizen bevonden; in ± 40 van deze huizen leven plm. 105 vreemde vrouwen, in die perceelen zoo verdeeld, dat er in ieder een tot 15 vrouwen gevonden worden. Het is niet te denken dat deze allen zich vrijwillig hier zouden bevinden, integendeel op bladzijde 33 haalde ik een geval van dezen handel aan en ook onlangs kwam mij een recent geval ter oore, dat een meisje uit Frankfort a. Main alhier in een bordeel gelokt is, waaruit zij nog tijdig kon ontvluchten. Uit een schrijven van den Hoofdcommissaris van Amsterdam aan de Middernachtzending, gedateerd 25 April 1899 blijkt ook, dat de handel in Amsterdam nog wel degelijk bestaat; daarin worden ook nog een paar gevallen van recenten datum vermeld; en deze zullen wel enkele zijn, die tot de ooren van het publiek komen; het grootste aantal zal wel steeds onbekend blijven.
Evenzeer als de buitenlandsche handel in meisjes in Amsterdam gedreven werd en ook nu nog gedreven wordt ondanks het verbod der bordeelen, evenzeer heeft deze ook voortdurend plaats in de andere steden van ons land, zooals mij door verkregen inlichtingen gebleken is.
Met alles, wat ik in de voorgaande pagina’s releveerde, heb ik getracht duidelijk aan te wijzen, hoe omvangrijk de buitenlandsche blanke slavinnenhandel is en tot welk een belangrijk bedrijf hij zich in onze tegenwoordige maatschappij ontwikkeld heeft.
Ik wees er reeds op, dat de buitenlandsche handel in meisjes zoo tot bloei gekomen is door de gedurige ontwikkeling der verkeersmiddelen; de oorspronkelijke vorm is zonder twijfel de binnenlandsche geweest. Deze wordt ook nu nog gedreven, doch de meerdere ernst van den buitenlandschen handel heeft dien binnenlandschen meer ter zijde gedrongen wat betreft het openbaar maken der feiten. Doch er is meer: van grooten invloed is wel, dat eene inboorlinge van het land al datgene als voordeelen geniet, waarvan ik het gemis als een nadeel schetste voor de vrouw bij haar vervoer naar het buitenland. Zij kent de taal, zij weet tot wien zij zich om hulp moet wenden. Haar nabestaanden zijn wellicht niet veraf wonende. Dit alles draagt er toe bij, dat de binnenlandsche handel niet den omvang bereikt heeft van den exporthandel. Doch ik acht het een plicht er op te wijzen dat dit vooral ook te danken is aan de krachtdadige pogingen der particuliere liefdadigheid, der philanthropische vereenigingen, die door ruime bekendmakingen in het land de bevolking wijzen op de gevaren, waaraan haar jonge dochters blootgesteld zijn, doch ook overigens op alle mogelijke manieren werkzaam zijn om de uitbreiding van deze handelingen tegen te gaan en liefst om ze ook te verminderen.
Deze werkzaamheid dier vereenigingen bewijst dat ook de omvang van dezen vorm van het kwaad onze aandacht verdient. De verschillende bladen, die hun kolommen geregeld openstellen voor de openbaarmaking van den handel in meisjes, vermelden steeds bij herhaling gevallen van dezen aard in het buitenland. Vooral trekt daarin mijne aandacht de binnenlandsche handel in Frankrijk: het is hier een geschacher van het Noorden naar het Zuiden, van ’t Zuiden naar het Noorden.
Ook in Nederland worden nu en dan eens gevallen ruchtbaar, dat onervaren boerenmeisjes of eenvoudige burgermeisjes uit de provincie in den val loopen. Men ziet verdachte individuën dan ook bij aankomst van stoombooten uit de provincie aan de steigers ronddwalen. Advertentiën in provinciale bladen zijn het middel om de naar de groote stad hunkerende meisjes te vangen.
Doch omdat ’t hier niet zoo gemakkelijk gaat Hollandsche meisjes in bordeelen op te sluiten, wordt ook een andere wijze in praktijk gebracht om ze aan een ontuchtig leven over te leveren. En wel plaatsing in eene betrekking: b. v. als buffetjuffrouw of kellnerin, of als dienstmeisje bij een verdachte meesteres of in een verdacht huis, waardoor het meisje langzamerhand door de verzoeking ten val wordt gebracht. Van dien aard zijn vele gevallen bekend. Bij dezen handel heeft dus de misleiding niet altijd het gevolg gedwongen verblijf in een bordeel, doch deze toestand van onvrijheid behoeft ook geen essentiëel vereischte te zijn voor den handel in meisjes, al heeft deze in generali die krenking der persoonlijke vrijheid ten gevolge. De kwestie is, dat vrouwen en meisjes door misleiding in een toestand gebracht worden, waarin zij zich als gevolg van die misleiding aan een ontuchtig leven over geven.
Wanneer men deze 2 wijzen van handelen samenvat, moet ook de omvang van den binnenlandschen handel als van dien aard aangemerkt worden, dat pogingen ter bestrijding niet als doelloos beschouwd hoeven te worden.