VOORREDE VAN DE VIJFDE UITGAVE, 1678.
Daniel François Scheurleer translation
De Uitgever aan den Lezer.
Deze vijfde druk is vermeerderd met meer dan honderd nieuwe spreuken en nauwkeuriger dan de vier eerste. De goedkeuring, aan de Maximes door het publiek betuigd, gaat boven alles wat ik ten haren gunste zou kunnen zeggen, en indien zij zijn waarvoor ik haar houd, en waarvan ik grond heb overtuigd te zijn, zou men haar geen grooter onrecht kunnen doen dan te gelooven, dat zij een verdediging noodig zouden hebben. Ik zal volstaan met u op twee dingen te wijzen: ten eerste, dat met het woord „eigenbelang” niet altijd een materieel belang bedoeld wordt, maar meestal een belang van eer en roem; ten tweede (hetgeen als het ware de grondslag is van al deze spreuken), dat hij, die ze gemaakt heeft, de menschen slechts heeft beschouwd in dien droevigen toestand van verdorvenheid door de zonde, en dat dus de wijze, waarop hij van dat oneindig aantal gebreken spreekt, die zich als schijnbare deugden voordoen, niet hen betreft, die God er door een bijzondere genade voor behoedt.
Wat de volgorde dezer spreuken aangaat, zal men gemakkelijk inzien dat, aangezien zij verschillende onderwerpen behandelen, het bezwaarlijk was een volgorde vast te stellen; en ofschoon er meerdere met een zelfde onderwerp zijn, heeft men niet gemeend die altijd bijeen te moeten plaatsen, uit vrees den lezer te vervelen; men vindt ze echter in het Register.