← Table of contents
Het leemen wagentje

INLEIDING.

J. Ph. (Jean Philippe) Vogel translation

Waar in naburige landen van alle eenigszins belangrijke voortbrengselen der Indische letteren één, ja dikwijls meerdere vertalingen het licht zagen, valt het te verwonderen, dat ten onzent zelfs de meesterstukken van die door ouderdom, veelzijdigheid en verhevenheid zoo uitnemende litteratuur bijna volkomen onbekend bleven. Niet het minst geldt dit van een tooneelwerk als de Mṛcchakaṭikâ, zóó voortreffelijk door karakterteekening en levendige handeling, door poëtische schoonheid en hoogheid van denkbeelden, dat velen haar zelfs stellen boven Kâlidâsa’s wereldberoemd drama.

De eerste Europeesche vertaling der Mṛcchakaṭikâ verscheen in het voor de kennis van het Indisch tooneel zoo uiterst belangrijke werk van Horace Hayman Wilson, waarin, na een uitvoerige verhandeling over het Drama der Indiërs, de vertaling wordt gegeven van zes tooneelstukken en een inhoudsopgaaf van drie-en-twintig andere; het eerste der vertaalde stukken is: „The Mṛichchhakatî or the Toy-cart.” Deze vertaling, waarin de metrische gedeelten deels in proza, deels in vijfvoetige jamben zijn overgebracht, mag, hoewel niet altijd juist in het weergeven van den tekst, met het oog op den tijd, waarin zij ontstond, voortreffelijk worden genoemd. Van Wilson’s werk verscheen een Duitsche vertaling van O. L. B. Wolff, een Fransche van Langlois.

Deze laatste diende tot grondslag voor een tooneelbewerking in verzen door de dichters Méry en Gérard de Nerval, welke den 13den Mei 1850 voor de eerste maal in het Odéon werd opgevoerd en een twintigtal herhalingen beleefde. Hoewel geprezen om haar poëtische verdiensten, wijkt deze derdehandsche bewerking te zeer af van het Indische origineel, om op den naam van vertaling uit het Sanskṛt aanspraak te mogen maken.

Even ongunstig is het oordeel van Paul Regnaud, die in 1876 een nieuwe Fransche vertaling het licht deed zien, die door juist weergeven van den Sanskṛttekst, als zuiver wetenschappelijke vertaling een hooge plaats inneemt. Regnaud’s werk, waarin de verzen doorloopend in proza worden weergegeven, is van uitvoerige aanteekeningen voorzien, waaronder belangrijke uittreksels zijn opgenomen uit den commentaar van den Mahratschen geleerde Lallâ Dîkshita.

De eerste rechtstreeksche Duitsche vertaling was die van Otto Böhtlingk, welke, kort na die van Regnaud verschenen, als wetenschappelijke vertaling, zich uitsluitend ten doel stellende het nauwkeurig weergeven van het origineel, onovertroffen is, echter juist daardoor zich niet eigent tot verbreiding in ruimeren kring.

Hiertoe leende zich veeleer de smaakvolle vertaling van Ludwig Fritze, ook van elders als uitstekend vertolker der Indische poëzie bekend; zijn geheel metrische overbrenging, ongeveer gelijktijdig met Böhtlingk’s vertaling ontstaan, kon zich nog een vergelijking met deze ten nutte maken.

Een nauwkeurige vergelijking van mijn vertaling met die van Böhtlingk gaf niet zelden tot verandering van inzicht aanleiding; ook de vertalingen van Fritze, Regnaud en Wilson werden, hoewel niet geregeld, door mij geraadpleegd.

En thans, nu ik met dit proefschrift mijn academie-jaren hoop te besluiten, voel ik mij gedrongen, mijn hartelijken dank te betuigen aan hen, die gedurende dien tijd mijn studie hebben geleid en mij voorgelicht met hunne kunde en ervaring.

Allereerst zij een woord van dankbare herinnering gewijd aan de nagedachtenis van prof. Allard Pierson, wiens aangenaam onderricht, uitgebreide kennis en groote voorkomendheid hem onvergetelijk maken voor allen, die het voorrecht hadden, hem te kennen.

Aan U, hooggeleerde heeren, C. C. Uhlenbeck, J. te Winkel, H. C. Rogge, J. Verdam, C. M. Kan en A. H. G. P. van den Es mijn welgemeenden dank voor uw wetenschappelijke leiding niet alleen, maar ook voor de blijken van belangstelling en vriendschap, die ik zoo menigmaal ondervond en in ’t byzonder aan U, mijn hooggeachte promotor, prof. C. C. Uhlenbeck, onder wiens leiding ik de taal en litteratuur van Indië leerde kennen en liefhebben, wiens raad en bijstand aan dezen arbeid zoozeer ten goede kwam.

Ook den Leidschen hoogleeraar Dr. H. Kern breng ik mijn byzonderen dank voor de groote welwillendheid mij betoond; moge het Z.H.G. niet berouwen, een reeds aangevangen vertaling van de Mṛcchakaṭikâ ter zijde te hebben gelegd met het oog op mijn arbeid.

Mijn dank ook den heer F. Hart Nibbrig, die de teekening der hoofden en vignetten bereidwillig op zich nam en deze niet gemakkelijke taak op zoo uitstekende wijze voleindde en aan allen, die op eenigerlei wijze mij bij de totstandkoming van dit werk hun hulp en medewerking hebben verleend.

Notes in this chapter

Note 1 · Çakuntalâ of het Herkenningsteeken. Indisch tooneelspel in 7 Bedrijven van Kâlidâsa. Uit het Sanskriet vertaald door Dr. H. Kern. Haarlem 18Note 2 · Danseres en Koning. Mâlavikâ en Agnimitra. Tooneelstuk van Kâlidâsa. Uit het Sanskrĕt vertaald door Dr. J. van der Vliet. Haarlem 1882. ↑Note 3 · Voor uitvoeriger inlichting raadplege men: H. H. Wilson. Hindu Theatre (3d Edition, London, 1871). Sylvain Lévi. Le Théatre indien (Paris, 1Note 4 · H. Th.3 I, p. 9; zie ook Windisch gr. Einfl. p. 39–40. ↑Note 5 · Zoo door Wilson, H. Tb.3 I, 5–9; Windisch gr. Einfl. p. 12 en Dr. Camillo Kellner. Einleitende Bemerkungen zu dem indischen Drama „MṛicchakaNote 6 · Gött. Gel. Anz. (1883). p. 1229 vlg. ↑Note 7 · Met deze opvatting vereenigt zich L. v. Schröder. Ind. L. u. C. p. 607–608. ↑Note 8 · Zie echter: Sylvain Lévi. Théatre indien. p. 196–208. ↑Note 9 · In de Inleiding tot „Rudrata’s Çṛn̄gâratilaka and Ruyyaka’s Sahṛdayalîlâ” (Kiel 1886) p. 16 vlg. ↑Note 10 · Van dit werk (uitgeg. door Wilson in 1846 en door Georg Bühler en Peter Peterson, Bombay Sanskrit Series No. X & XLII, in 1873 en 1891) vindNote 11 · Ind. L. u. C. p. 629. ↑Note 12 · In het Vorwort van zijn Mṛcchakaṭikâ-vertaling, p. II. ↑Note 13 · In deze bewerking werd het stuk in den winter van 1895 door het gezelschap „L’Œuvre” te Parijs en ook te Amsterdam ten tooneele gebracht. ↑Note 14 · Bij Kellner geeft de Vidûshaka zijn hart lucht door uitroepen als: „Haha, kuriose Geschichte das!” (p. 89) of „Potz Tausend” (p. 91); de CânNote 15 · Naar deze tooneelbewerking had in December 1893 in het Königl. Schauspielhaus te Berlijn een opvoering plaats, die, naar ik van ooggetuigen Note 16 · Een lijst der mij bekende vertalingen der Mṛcchakaṭikâ met de volledige titels vindt men onder „Aanteekeningen”. ↑Note 17 · Ook door Dr. H. Kern en door Dr. J. van der Vliet werd in hunne vertalingen het verschil tusschen proza en poëzie behouden; in de Çakuntalâ-Note 18 · De beide vroegere Calcutta-edities zijn van de jaren 1829 en 1876. Bovendien werd nog in 1896 de Mṛcchakaṭikâ met de Commentaren van Lallâ DNote 19 · Naar Noten wordt met *, naar Aanteekeningen met † verwezen. ↑Note 20 · Na de Çakuntalâ-vertaling1 van Dr. H. Kern (met die van het Mâlavikâgnimitra2 door Dr. J. van der Vliet het eenige, wat van het Indisch toonNote 21 · Wat het Indisch tooneel in ’t algemeen betreft, meen ik te kunnen volstaan, met te verwijzen naar hetgeen hieromtrent door prof. Kern is medNote 22 · De Mṛcchakaṭikâ wordt in den Proloog genoemd een prakarana, d.w.z. een drama, waarvan als hoofdkenmerk geldt, dat het onderwerp eigen vindinNote 23 · Wat den tijd van vervaardiging aangaat, deze is volkomen onzeker; werd vroeger aan de Mṛcchakaṭikâ een betrekkelijk hooge ouderdom toegekendNote 24 · Even weinig valt met zekerheid omtrent den dichter mede te deelen; wel wordt in den Proloog als zoodanig een koning Çûdraka genoemd; maar alNote 25 · Tien jaar later verscheen de eerste rechtstreeksche vertaling in het Fransch, van de hand van Hippolyte Fauche; van deze zegt Böhtlingk12: „Note 26 · Ten slotte zij nog vermeld een tweede tooneelbewerking van Victor Barrucand, in vijf bedrijven en geheel in proza, die met het Indische stukNote 27 · Hoewel na deze beide vrij overbodig, verscheen nog een Duitsche bewerking van Dr. H. C. Kellner, geheel in proza, met uitzondering van enkelNote 28 · Nog zij een Duitsche tooneelbewerking genoemd van Emil Pohl, die, te oordeelen naar hetgeen Dr. Kellner in de inleiding zijner vertaling daaNote 29 · De Mṛcchakaṭikâ werd in het Russisch vertaald door Caj. Kossowitsch, in het Deensch door E. Brandes en in het Italiaansch door Michele KerbaNote 30 · Waar nu mijn plan was, deze reeks van vertalingen met een Nederlandsche te vermeerderen, kwam het mij voor, dat noch een proza-vertaling, alNote 31 · Tot grondslag van deze vertaling diende de uitstekende uitgave van A. F. Stenzler (Bonn 1847) met gebruikmaking van de laatste Calcutta-editNote 32 · Van alle plaatsen, waar ik een andere lezing boven die van Stenzler verkoos, als ook van die, waar mijn vertaling belangrijk van die van Böh
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings