PERSONEN.
J. Ph. (Jean Philippe) Vogel translation
‡ Tooneelleider in het Voorspel. Tooneelspeelster

‡ Cârudatta, Brahmaan en hoofd van een handelsveem.
Maitreya, de Vidûshaka.
Rohasena, Cârudatta’s zoon.
Vardhamânaka, Cârudatta’s slaaf.
Samsthânaka, zwager van koning Pâlaka.
‡ Een Hoveling.
Sthâvaraka, Samsthânaka’s slaaf.
‡ Çarvilaka, Brahmaan en minnaar van Madanikâ.
‡ ′Aryaka, een jonge herder.
Een Wrijfmeester, later Buddhistisch bedelmonnik.
Mâthura, opzichter van een speelhuis.
Een Speler.
‡ Darduraka.
Karnapûraka Slaven van Vasantasenâ. Kumbhîlaka

Bandhula’s in Vasantasenâ’s paleis.
Vîraka Hoofdlieden der Stadswacht. Candanaka

‡ Een Rechter.
Een Gildemeester.
Een Griffier.
Een Gerechtsbode.
Twee Cândâla’s als Beulsknechten.
Vasantasenâ, een rijke Hetaere.
Vasantasenâ’s moeder.
Cârudatta’s vrouw.
Radanikâ, slavin van Cârudatta.
Madanikâ, slavin,, van,, Vasantasenâ.
Een andere slavin.
Het stuk speelt te Ujjayinî.
De met ‡ onderscheiden personen spreken Sanskṛt, de overige Prâkṛt; dit verschil van taal moest in de vertaling noodzakelijk wegvallen.
Over den uitspraak der Sanskṛt-woorden het volgende:
a uit te spreken als Ndl. a (in man)
â (′A) uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, aa (in maan)
i uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, ie
u uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, oe
ṛ uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, er (in bakker)
g uit,, te,, spreken,, als,, Fr. g (in gare)
c uit,, te,, spreken,, als,, Ndl. tsj
ch uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, tsjh
j uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, dzj
y uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, j
v uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, w
ç uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, sj (palataal)
sh uit,, te,, spreken,, als,, Ndl.,, sj (linguaal)
s ook tusschen vocalen scherp uit te spreken.
(De lingualen alsmede gutturale en palatale n zijn alleen in de Aanteekeningen aangegeven.)