← Table of contents
De schipbreuk van de "Berlin" 21 Februari 1907

Interviews.

Reading edition

Wij, verslaggevers, hadden verder dien Zondag een moeilijken dag. We moesten nu langzamerhand bijzonderheden van den schipbreuk en de redding uit den mond der geredden zelf vernemen. Het publiek wachtte op onze interviews.

Mevrouw Diamant en de reporters. (vergroting 995×1411, 174kb)

Mevrouw Diamant en de reporters.
Mevrouw Diamant en de reporters.

Maar in het Hôtel Amerika vonden wij onder het bulletin, dat er dagelijks omtrent den toestand der patiënten werd uitgegeven, nadrukkelijk vermeld dat niemand tot de geredden werd toegelaten. En daaraan werd stipt de hand gehouden.

Buiten de stampvolle gelagkamer, aan den voet van den trap die naar de ziekenkamers voert, stond een pantserfort-artillerist op post met het geweer aan den schouder. Een brigadier der rijksveldwacht stond hoogerop, maar betere bescherming voor de patiënten dan die schildwacht en de ongenaakbaar uitziende man der wet leek mij de beminnelijke welbespraakte echtgenoote van Dr. Diamant, die onvermoeibaar was in het op en af loopen, het overbrengen van boodschappen en het geven van inlichtingen, maar die tevens een onvergelijkelijk talent aan den dag legde om met vriendelijke beslistheid allen af te weren die niet onomstootelijk hunne betrekking tot de geredden konden bewijzen.

Mevrouw Diamant was op dat oogenblik de »natuurlijke vijandin« van elken interview-begeerigen journalist. Maar het was een vijandin, die wij in stilte eerst, later ook openlijk onze hulde hebben gebracht.

Inderdaad, het was noodig de geredden te vrijwaren voor vermoeiend bezoek. Dit bleek het best toen enkele journalisten er in geslaagd waren, onder voorgeven dat zij opera-agenten waren, tot Frau Wennberg door te dringen. De arme vrouw die jong is en knap van uiterlijk, maar natuurlijk de duidelijke bewijzen van doorgestane ellende en ontbering droeg, wist niets anders te zeggen dan dat zij zich zwaar ziek voelde en vooral pijn had in de longen. Daarna begon zij te jammeren om haar kindje en zonden de dokters natuurlijk dadelijk de bezoekers weg. Men hield toen nog voor Frau Wennberg, wier toestand van alle patiënten de ergste was, stil, dat het lijk van haar man gevonden was, wijl dat te weten haar wellicht te veel zou aangrijpen. Maar het gerucht dat zij stervende zou zijn, bleek overdreven.

Frau Wennberg lag met haar dienstmeisje in één kamer, de vier andere geredde vrouwen, de dames Theile, Schröter, Gäbler en Buttel lagen ook samen. Verder lagen de mannen Brödessen, Yung en Carter in éen vertrek, en Reycraft, Farthing, Fisher en Pond.

Van den president der Reddingmaatschappij, den heer Moens, die even met enkele geredden had mogen spreken, vernam ik dat de schipbreukelingen aan boord van het wrak herhaaldelijk hebben getracht voedsel te vinden, hetwelk zij vermoedden dat aan boord was. Op handen en voeten kropen zij soms naar de plaats waar zij dachten eten te vinden. Zelfs tastten zij onder water naar den ingang der provisiekasten, doch alles was weggeborgen, en wat niet geborgen was, weggespoeld.

Een der dokters vertelde dat de patiënten, inzonderheid de vrouwen, vooral door de koude en de vochtigheid hebben geleden aan de spijsverteringsorganen, zoodat hun nog maar alleen vloeibaar voedsel mocht worden toegediend; en allen leden hevige pijnen aan de voeten en beenen.

Dr. Diamant en zijne echtgenoote. (vergroting 1083×703, 167kb)

Dr. Diamant en zijne echtgenoote.
Dr. Diamant en zijne echtgenoote.

Zoo moesten wij onze interviews meestentijds uit de tweede hand hebben, wat ons het werken niet makkelijker maakte. Gelukkig was mijn collega, de heer A. C. Rochat, mij komen helpen en konden wij het werk verdeelen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings