MARCELLUS EMANTS
Reading edition
Breed, hol patriciërshuis, koud van gevel. Degelijke stille dienstbode, die een gewoon-houten deur mij opende. Uit het portaal stond ik bedremmeld in 't schel-gele licht, in de dwelmende atmospheer van een Oostersch cabinet met rijkelijk-getinte tapijten, bizarre uitstallingen van kostbare steenen, naast den kleinen divan een tafeltje met turksche water-pijp, aan de zoldering een lamp van gedreven koper, matgeel. Voor mij aan den wand, achter een sluier ten halve: een vrouwe-kop in enkele trekjes afgebeeld. "Fatma" stond daar onder in erg Europeesche letters, die spotten met de Arabische krul-karakters, welke ik verwachtte. Toen: een tapijt schoof weg, een gewoon-houten deur kwam naakt; de degelijk-ernstige dienstbode riep met gedempte stem mij weer in de gang, waar ik—van jas en hoed ontdaan en aan 't tapijt nog gewend, —gemakkelijk mij bewoog en misbaarlijk-zware stappen patste op de marmerplaten. Een paar breede schouwburg-trappen. De koud-lichte werkkamer, stoelen, tafel, boekenkasten, schrijfbureel en vensternissen, alles van dof-en-donker hout en minutieus besneden. Emants met zijn rug naar 't licht, zoodat ik zijn nuchter gelaat met de gouden bril en de zwarte grijzende sik maar vaagjes onderscheidde … in de witte glansen van 't West-licht.
Wij spraken aanstonds over de temperatuur. Ik was verkleumd. De kamer was "centraal" verwarmd, maar Emants ontstak in de hooge smalle schouw een gashaard voor me, die hij aanstonds moest temperen, zoo gloeide dat kostelijke ding. Centrale verwarming gecombineerd met gashaard, dit werd me dra duidelijk, vormt een byzonder zuinig stook-systeem. Bij Emants moet met genie gestookt en verwarmd worden. Hij lijdt zoo verschrikkelijk aan kouwe-voeten! Alles al geprobeerd. Niets helpt. Netscher heeft goed beschreven, toen hij hem voorstelde: wandelend heel haastig als moest hij ergens heen. Die kouwe voeten plagen hem geweldig. Vergallen hem veel genot: Comedie, vergadering, rijtuig. Hij heeft een neiging, allerlei details uit zijn levensbeschouwing te verklaren met een beroep op zijn kwaal. Maar dat liet ik me niet wel-gevallen,—en aanstonds liep ons gesprek de gewenschte richting in: