← Table of contents
De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906

Van het grieksche koningshuis.

Reading edition

Toen een plechtige deputatie verleden jaar naar Noorwegen kwam, om aan den kleinzoon van den onlangs overleden koning Christiaan IX de koningskroon van Noorwegen aan te bieden, die door Karel, tweeden zoon van den kroonprins gracelijk werd aanvaard, toen moet bij velen de herinnering zijn gewekt aan een dergelijk voorval, dat van groote beteekenis is gebleken.

Twee-en-veertig jaar vroeger toch werd een grieksche deputatie door den deenschen koning Frederik VII op 25 April 1863 ontvangen, een gezantschap, dat naar de stad aan de Sont was gesneld om den toenmaligen kroonprins Wilhelm van Denemarken de grieksche koningskroon aan te bieden.

Binnenhof van een Grieksch huis.
Binnenhof van een Grieksch huis.

Binnenhof van een Grieksch huis.

Maar veel, veel grooter moeilijkheden wachtten den toenmaals achttienjarigen Wilhelm, die als koning den naam van George I aannam, dan Karel, die zich den koningsnaam Haakon VII zag verleend, in Noorwegen vond. Hij toch, George, kwam in een land, welks taal en zeden hem onbekend waren, heerscher zou hij zijn over een volk, waarop de spreuk van den oud-egyptischen priester nog altijd van toepassing is: “Gij, Hellenen, blijft eeuwig kinderen, jong en onervaren zijt ge, en ge hebt geen kennis of ervaring in den loop der jaren opgedaan”.

Alle schrikbeelden der meest woeste anarchie hadden na de onttroning van koning Otto den rustigen en kalmen gang van zaken verstoord. Daarbij kwam een vernielend, op de spits gedreven woeden der partijen, dat zich in alle hoeken van het land openbaarde en onuitroeibaar scheen. En het grieksche volk bevond zich toentertijd nog op een betrekkelijk lagen trap van beschaving.

Er waren immers pas dertig jaren verloopen, sedert de beiersche majoor Von Predl van het eerste in een moskee te Nauplia gegeven hofbal de volgende schildering had ontworpen: “Een mislukte fanfare begroette het verschijnen van den door jongelingen in schitterend witte gewaden omstuwden koning. Toen de aanwezige heeren uitgenoodigd werden, de toen zelfs in de kerk altijd op het hoofd gehouden fez af te zetten, gaven de meesten er de voorkeur aan, zich met booze gezichten te verwijderen. De dames zaten in een dichte groep bij elkaâr, ineengedoken op de stoelen, met de knieën tot de kin opgetrokken. Zij steunden op de handen een hoofd met een ongehoorde massa zwart haar, dat niet sierlijk was om aan te zien, en stopten zich den mond voortdurend vol zoetigheden”.

Niettegenstaande dien weinig gekuischten vorm van optreden, waaraan het volk gewend was, wist de jonge koning der Hellenen het met hen te vinden, werkte zich meer en meer in zijn moeilijke plichten in en maakte zich vertrouwd met de meest gecompliceerde verhoudingen, zoodat het schip van staat gelukkig voorbij een aantal met vernieling dreigende klippen werd gevoerd.

Dat er inderdaad veel van die klippen waren, blijkt uit een terugblik op de voornaamste gebeurtenissen van de grieksche geschiedenis in de afgeloopen vier tientallen van jaren.

Op de in Mei 1864 voltrokken vereeniging van [118] de Jonische eilanden met het moederland volgde twee jaren later de opstand op Kreta, die Griekenland voor de ergste verwikkelingen stelde. Eerst in 1881 zag de koning, die de nationale wenschen steeds met liefde en juist begrip kon navoelen en er zooveel mogelijk aan tegemoet kwam, de op de aanhechting van Thessalië en Epirus aan Griekenland gerichte hoop van zijn volk in zoo ver verwezenlijkt, dat Griekenland een vergrooting van grondgebied erlangde van 13369 KM2 met 300.000 inwoners.

Maar het jaar 1886 bracht de blokkade der grieksche havens door de vlooten der groote mogendheden. Het jaar 1893 moet met zijn staatsbankroet dan verder als een zeer noodlottig jaar worden aangewezen en het jaar 1897 leidde tot de oorlogstoestanden, die begonnen met de bezetting van Kreta door grieksche troepen. De gebeurtenissen voerden, zooals nog allen versch in het geheugen ligt, tot de benoeming van prins George tot hoogen commissaris der mogendheden op Kreta en tot instelling der internationale financiëele contrôle ter bescherming van de bezitters van grieksche staatspapieren.

Bazar te Athene.
Bazar te Athene.

Bazar te Athene.

Men kan van den koning der Hellenen niet anders getuigen, dan dat hij gedurende zijn aan zooveel gebeurtenissen rijk bestuur veel overleg en veel diplomatiek talent heeft aan den dag gelegd. De zaak van het hellenisme heeft echter het allermeest geprofiteerd door zijn jaarlijks gehouden groote reizen naar de europeesche hoven, die hem in persoonlijke aanraking brachten met de leidende ministers, en die door bloedverwantschap met zooveel vorstelijke personen een beslist vriendschappelijk karakter hadden.

Er is wel eens wat gebeurd, wat niet had moeten geschieden, maar dat was het gevolg van het gebrekkige inzicht, dat het altijd nog oppermachtige partijbelang achterstaan moest bij de zaak van het algemeen belang.

De grootsche ontwikkeling, die het land op de meest uiteenloopende gebieden heeft verkregen, is voor een zeer groot deel verdienste van den koning. Zoo heeft hij, met onbuigbare wilskracht, onafgebroken gewerkt voor de verheffing van den verwaarloosden landbouw, van het schoolwezen, de kunstbeoefening en de wetenschap. Voor dien verrassenden vooruitgang van het land pleit ook de omstandigheid, dat, terwijl de eerste in Griekenland aanwezige straatweg tusschen Athene en den Piraeus in de jaren tusschen 1830 en 1840 van de vorige eeuw door beiersche soldaten was aangelegd, tegenwoordig de voornaamste plaatsen van eenige beteekenis in Griekenland door een flink spoorwegnet aan elkaâr zijn verbonden. De lijn, door de fransche Batignolle-maatschappij in aanleg genomen tusschen Athene en Larissa nadert mede haar voltooiing.

Koning George behoort ongetwijfeld tot de vlijtige vorsten van Europa. Nadat hij tot laat in den nacht aan zijn schrijftafel heeft gezeten, staat hij ’s winters en ’s zomers den volgenden morgen om zeven uur op. Bij audiënties legt hij een groote levendigheid aan den dag en is in het uitspreken van zijn oordeel bijzonder openhartig, terwijl zijn meening altijd doordringt tot de kern der zaak. Zijne tot in de kleinste kleinigheden voldoende kennis van zaken is verwonderlijk. Dikwijls glijdt in den loop van het gesprek een hem eigen ironisch, maar toegefelijk lachje over zijn gezicht.

Bij plezierritten op zijn mooien, zilverkleurigen schimmel beantwoordt hij de groeten ook van de eenvoudigste menschen met aantrekkelijke vriendelijkheid. Een aanslag op zijn leven heeft niet ontbroken onder zijn ervaringen, en van grooten persoonlijken moed getuigde toen zijn mannelijk optreden, toen hij in het rijtuig zijn dochter met zijn eigen lichaam tegen de kogels trachtte te beschermen.

Er was een eigenaardig piëteitsgevoel in de gewoonte van den koning, om op den verjaardag van wijlen zijn vader, koning Christiaan IX van Denemarken alle in Athene wonende Denen op een maaltijd ten paleize uit te noodigen.

Sedert het jaar 1867 is koning George getrouwd met de russische grootvorstin Olga, die zeer godsdienstig is en opgaat in de talrijke, door haar in het leven geroepen en steeds met ruime hand onderhouden instellingen van weldadigheid. De troonopvolger Constantijn, die een voortreffelijk duitsche opvoeding heeft genoten van den tegenwoordigen consul-generaal Dr. Lüders, wijdt zich met geheel zijn ziel aan zijn groote en moeilijke taak, de reorganisatie van het leger naar duitsch model.

Zijn voortreffelijk karakter, zijn ridderlijk wezen en zijn vriendelijke aard hebben hem in de harten van het grieksche volk een groote plaats doen innemen. Ook de kroonprinses, de zuster van den duitschen keizer, is buitengewoon populair. Het kroonprinselijk paar woont met de vier kinderen, van wie de oudste prins in aard veel op den duitschen keizer moet gelijken, in zijn marmeren slot, gelegen aan den Slissos. De tweede zoon van den koning, prins George, is regeeringscommissaris op Kreta en heeft nog niet zijn vurig verlangen tot vereeniging [119] van Kreta met Griekenland vervuld mogen zien.

De met grootvorstin Helene van Rusland getrouwde prins Nicolaas schrijft als overste veel over de krijgskunde, zijn vak bij uitnemendheid. Hij is overste bij een artillerieregement en heeft veel geschriften van duitsche militaire schrijvers in het Nieuw-Grieksch vertaald.

Overblijfselen van zuilen op de Agora (markt) te Athene.
Overblijfselen van zuilen op de Agora (markt) te Athene.

Overblijfselen van zuilen op de Agora (markt) te Athene.

Prins Andreas, de vierde zoon, is met prinses Alice van Battenberg getrouwd, en prins Christophorus is pas negentien. Van de beide dochters van het koninklijke paar is de met grootvorst Constantijn getrouwde prinses Alexandra vroeg gestorven, terwijl prinses Marie met grootvorst George getrouwd is.

In het begin van het jaar spreidt het hof in Griekenland veel pracht en staatsie ten toon. In het koninklijk paleis hebben dan hofbals plaats, die met grooten luister zijn omgeven. Ook de viering van den Nieuwjaarsdag heeft met bij zonder veel glans plaats, en de gezamenlijke koninklijke familie hoort dan in de metropolitaankerk de mis. Er is daarbij altijd een eigenaardige gehechtheid aan de traditie als er een wijding plaats heeft in de open lucht, en de geestelijkheid zich vertoont in van goud schitterende gewaden.

Citroenenkoopman in Athene.
Citroenenkoopman in Athene.

Citroenenkoopman in Athene.

Om een goede voorstelling te krijgen van Athene’s wondersnelle ontwikkeling onder koning George, moet men zich herinneren, dat de oude Muzenstad Athene nog in de eerste jaren der vorige eeuw niet veel meer was dan een puinhoop, waarop hier en daar een cypres en een palm verrezen, een aanblik die een droevigen indruk maakte.

De huizenzee, die zich daar nu verheft, schittert in de zon, en de stad met meer dan 130.000 inwoners kijkt uit over hoogten en laagten met den Piraeus als bloeiende havenstad van 50.000 inwoners.

Het somberste gedeelte van deze stad vol marmeren gebouwen van oogverblindende pracht is de psyri, waar de vrouwen den heelen dag op de velden eetbare kruiden zoeken tot voedsel voor haar gezinnen, waar de knapen voor een vergoeding in eens van 300 tot 500 drachmen, het latere uitzet hunner zusters, in dienst treden bij een ondernemer, terwijl [120] de mannen dikwijls onder het mes van een zoogenaamden vriend in de eene of andere spelonk den dood vinden. In dat donkere Athene blijven der politie nog veel geheimen ononthuld. In die psyri woont ook het meerendeel der ongeveer 300 zielen tellende joodsche gemeente van Athene, in wier synagoge de godsdienst in het Hebreeuwsch wordt gehouden, terwijl de joden thuis en bij hun handel Spaansch spreken.

Van de Atheensche bouwresten, die aan de donkerste periode in Griekenlands geschiedenis herinneren, toen de vlag van den profeet gebiedend over de onderworpen stad waaide, is de laatste moskee het interessantst.

Politieagenten met een arrestant.
Politieagenten met een arrestant.

Politieagenten met een arrestant.

Voor dat gebouw gebruikte in het jaar 1750 de toenmalige woiwode van Athene een der korintische reuzenzuilen van het Olympieion, den geweldigen, door Hadrianus opgerichten tempel. Volgens een veelzeggende overlevering klaagden de overige zuilen ’s nachts zoo lang om de geroofde zuster, tot de woiwode, die gewaagd had, haar aan te raken en mee te voeren, voor de losgebarsten volkswoede moest vluchten. Verder zijn er overblijfselen te vinden van het paleis van den woiwode, dat zich binnen de muren van het gymnasium of renperk van Hadrianus breed en forsch verhief, en een turksch bedehuis heeft zijn metamorphose moeten beleven in een katholieke kerk, die ligt aan de ontgraven ruïnen der romeinsche markt.

De stad en de Attische vlakte worden, om zoo te zeggen, door de Acropolis beheerscht en geadeld, door dien burcht, waar de adem van grootsche herinneringen en verheven zwaarmoedigheid overheen zweeft, en waar de schoonheid op haar snellen, vluchtigen gang door de tijden en de volken zich voor een poos neergelaten heeft.

Het meest onweerstaanbaar openbaart zich de bekoring van den Acropolis, als de vlammende verlichting van een griekschen zonsondergang zee en hemel met een tooverachtig kleurenspel gloeiend overdekt, terwijl de stad met haar kerken en torens in dien magischen gloed van de dalende zon ligt, en over de attische vlakte en de bergen de bontste kleuren sidderen, of als het droomerig zilveren licht der maan over de uitgebreide, witte ruïnenwereld wordt uitgegoten en haar hallen vervult met den wonderbaarlijksten glans. Als geen geluid de heilige stilte verbreekt dan de klacht van den nachtwind, die nu en dan met kleine huiveringen over de gevels van ’t verwoeste huis van Pallas Athene strijkt.

Als doel van pelgrimstochten voor archaeologen uit alle deelen der wereld werd deze verheven rots reeds dikwijls uitgekozen, maar in de lente van het vorige jaar was zij dat voor allen samen, toen in het Parthenon de eerste internationale archaeologenbijeenkomst plaats had, een congres dat vooral aan de warme belangstelling van den koning zijn ontstaan te danken had.

Het grieksche volk weet, wat het zijn koning heeft te danken; het waardeert in hooge mate diens verdiensten voor de zaak van het Hellenisme en daarom is het niet te verwonderen, dat het hem liefde en vereering toedraagt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings