SLIPPEN.
Reading edition
Ik zie u al rillen. Slippen! Angstaanjagende cauchemars met gedeukte en verbrijzelde koelers, verbogen spatborden, ontzette voor- of achter-assen en versplinterde wielen rijzen bij dit woord voor uw geest op. Doch het is niet zoo erg als ge u voorstelt. 'n Goed bestuurder kan aan 'n slippende beweging zelf veel redresseeren, en veelal zijn ernstige ongelukken aan onervarenheid of onvoorzichtigheid te wijten.
Eigenlijk zijn er twee wijzen van slippen. Eene wijze, waarop de geheele wagen, n'en déplaise elke stuurbeweging wordt voortgeschoven langs de eenmaal genomen baan, de andere waarop alleen de achterwielen wegschuiven en 'n zijdelingsche slipbeweging ontstaat.
Slippen kan ontstaan door het remmen van de auto, terwijl deze zich op 'n glad of glibberig weggedeelte bevindt. De toestand van zoo'n weggedeelte of straat (op asfalt b.v.) kan in vele gevallen door den bestuurder worden opgemerkt, en indien ongevallen voorkomen, kan dit dus vaak de schuld van 'n plotseling opdoemende hindernis, in den vorm b.v. van 'n onvoorzichtigen voetganger of 'n achteloos rijdende voerman zijn. Want de glijbeweging door 'n wagen gemaakt als direct en enkel gevolg van de weggesteldheid, kan vaak door 'n ervaren bestuurder wel degelijk worden hersteld. Deze voelt in de meeste gevallen die glijbeweging al aankomen en voor dat deze goed tot ontwikkeling gekomen is, heeft-ie 'm al geredresseerd, door 'n snelle, doch nooit bruuske stuurbeweging. Het spreekt vanzelf dat hier van 'n zijdelingsche slipbeweging sprake is.
De glijbeweging, waarbij ondanks het bij-sturen der voorwielen, de wagen doorglijdt, geeft 'n eigenaardig hopeloos gevoel; niets kan dit glijden voorkomen, dan voorzichtig kleine draaiingen heen en weer met 't stuur uit te voeren, om zoo te zeggen met de voorwielen te tasten naar houvast. Vaak gebeurt dit plotseling en dient men dus verdacht te zijn op 'n daaruit voortvloeiend zijdelingsch slippen, dat, als de voorwielen eenmaal weer houvast hebben, zich gemakkelijker laat redresseeren. 'n Zijdelingsche slipbeweging is tegen te gaan door met 't stuurwiel de voorwielen te draaien in de richting waarheen de achterwielen slippen. Het kan dan voorkomen, dat de wagen dan naar de andere zijde doorglijdt, wat dan opnieuw door dezelfde beweging met 't stuur moet worden bijgewerkt. Voor 'n goed bestuurder wordt deze beweging dezelfde als voor 'n koorddanser, die zich door balanceeren in evenwicht houdt. Hieruit volgt vanzelf dat 'n onzeker en nerveus bestuurder in dergelijke gevallen het meest kans zal hebben op 'n ongeval. Wie eenmaal rustig het onzekere, wat weeë gevoel, dat slippen den beginnenden bestuurder geeft, heeft overwonnen, het „griezelige” er van niet meer ondervindt, heeft heel veel minder te vreezen. Want geen angst meer te hebben voor het slippen is 'n groote factor om zich goed te durven verweren bij 'n slipgeval.
Bij lichte wagens kunnen verschillende te voorziene oorzaken tot slippen leiden. Eerstens zijn rubber groefbanden voor deze kleine vehikels beter dan nagelbanden, die bij weinig gewicht niet geheel tot hun recht komen. Voor grooten bewijzen de nagelbanden uitstekende diensten. Ook 'n op z'n veeren springende wagen kan slippen in de hand werken, evenals, om dezelfde reden 'n slechte bestrating hiertoe leiden kan. De variatie in druk van de wielen op den grond is er oorzaak van. Hoe gelijkmatiger die druk, des te veiliger rijden. Dan kan 'n minder goed gestelde rem tot slippen aanleiding geven en evenzoo 'n slechte verdeeling van het gewicht waarmede de wagen belast is. De minder goed gestelde rem is oorzaak dat niet beide wielen denzelfden weerstand ondervinden en de slechte gewichtsverdeeling veroorzaakt weer verscheidenheid in druk.
Geheel drijfnatte wegen zijn minder gevaarlijk dan slibberige. Ook onder boomen kan 'n overigens droge weg gevaarlijke stukken bevatten. Vooral in 't najaar dient hierop gelet te worden, omdat de bladeren der boomen op den harden ondergrond der straatsteenen 'n sliplaag bedekken en dus oogenschijnlijk geen slipgevaar opleveren. Daarom mijde men in de gure jaargetijden zooveel mogelijk den rand der bestrating, die vaak 'n glijkans biedt welke nog gevaarlijker wordt door de dichte nabijheid van den berm en deszelfs ap- en dependenties als boomen, telegraafpalen, lantaarns en tutti quanti.
Het slippen op rails, door het geraken van de wielen tusschen de spoorstaven vermeldde ik op pag. 40. Neem de bochten breed bij slipgevaar en blijf zoo mogelijk midden op den weg. Rijdt ook in dit geval niet te dicht langs 'n hindernis of 'n ander voertuig of auto. Geeft elkaar steeds de ruimte, vooral onder deze omstandigheden.
Over het gebruik dat ervaren bestuurders wel van de slipbeweging maken in noodgevallen, behoef ik hier niets te zeggen, als vallende buiten den opzet van dit boekske.