← Table of contents
Automobiel-rijden

SIGNALEN EN WEGGEBRUIKEN.

Reading edition

Het spreekt vanzelf, dat we ons op den weg temidden van andere auto's en weggebruikers niet bewegen, zonder elkaar van tijd tot tijd te moeten vóórbereiden op plotselinge manoeuvres, die wellicht anders zoowel ten onzen nadeele als ten nadeele van anderen, op ongelukken zouden kunnen uitdraaien. Daarom is het beleefd en ook veiliger, daarvoor zekere teekens te geven, ook al zijn we in ons land nog niet zoover dat ze verplichtend zijn gesteld.

Begint ieder die ge tegenkomt, de ruimte die hen toekomt te geven. In Amerika staan er op sommige plaatsen langs de wegen borden, waarop staat: „One half the road is yours, the other half is mine”. En dat principe dient ge ook hier te huldigen. Zijt ge alleen op den weg, dan kunt ge op onze meest vrij smalle wegen, natuurlijk wat meer naar 't midden, of precies in 't midden rijden, maar nooit aan den verkeerden kant natuurlijk. Ge rijdt dus in hoofdzaak rechts en wijkt flink ruim bij het passeeren uit. Is het stuur links, dan bepaalt ge den afstand tusschen den anderen wagen en u vrij gemakkelijk, rekenend langs uw linker spatbord en treeplank. Is het stuur rechts, dan houdt ge zooveel mogelijk langs den rechterberm van den weg aan.

Rijdt 'n andere wagen met grootere snelheid u achterop, houdt dan ook zooveel mogelijk rechts. Is de weg smal en geeft hij door signaal te kennen dat hij passeeren wil, matig dan uw vaart, en gaat dan zooveel mogelijk rechts; zijt ge zoo ver gegaan als ge kunt, en wacht de andere wagen op 'n teeken van u, beweeg dan de vrije hand buiten den wagen gestoken van achter naar voren, als om hem te beduiden te passeeren.

Illustration from Automobiel-rijden

Fig. 5.

Moet ge stoppen, voor welke reden dan ook, en zijn er wagens achter u, steek dan den arm buiten den wagen en houdt dien schuin naar beneden, doch niet te vlak langs den wagen, daar anders uw signaal niet zou worden opgemerkt. Beweegt ge den arm langzaam op en neer, dan beduidt dit signaal alleen, dat ge vaart mindert. Moet ge rechts 'n zijweg inslaan, dan houdt ge den arm gestrekt in horizontale richting buiten den wagen (fig. 5).

Illustration from Automobiel-rijden

Fig. 6.

Bij 'n open torpedo kan het stopsignaal ook gegeven worden door den arm recht in de hoogte te steken (fig. 6). In ieder geval moet dan rekening gehouden worden met den wat hoogeren achterkant van den wagen of met de mogelijkheid dat de achterzittenden de beweging van den arm maskeeren.

'n Moeilijkheid doet zich voor, indien 'n gesloten wagen zich van rechts op den weg naar 'n zijweg links wil begeven. Behalve in gevallen waarbij het stuur links is en dus de kwestie kalm opgelost wordt door het uitsteken van den linkerarm (fig. 7a), is het bij rechts gesteld stuur, vaak moeilijk den arm links buiten den wagen te steken. Bij 'n open wagen kan de arm links schuins naar boven worden gestoken. 't Beste lijkt me het signaal van stoppen te geven, de eventueel achteropkomende wagen eerst te laten passeeren, en dan voorzichtig den zijweg in te slaan naar links. Zit naast den bestuurder nog iemand, dan kan deze natuurlijk het attentie-sein geven en den bestuurder op de hoogte stellen van den al of niet veiligen weg.

Illustration from Automobiel-rijden

Fig. 7.

Illustration from Automobiel-rijden

Fig. 7a.

Een der voordeelen van links stuur bij het naar links afslaan.

Steek nooit den weg over, zonder u ervan overtuigd te hebben of de weg vrij is voor deze beweging!

Deze zelfde regel geldt bij kruispunten, en nog sterker op zijwegen bij het naderen van den grooten weg. Immers op den berijder van den zijweg rust de plicht van z'n nadering van den hoofdweg op goed-hoorbare wijze kennis te geven, en er zich eerst goed van te vergewissen dat hij zonder de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen, dezen kruisen kan of er zich op begeven. Rijdt dus eerstens zeer langzaam. Dan, moet ge rechts inslaan den hoofdweg op, draai dan zoo kort mogelijk om den hoek, eveneens heel langzaam; moet ge naar links den hoofdweg op, of alleen maar dezen kruisen let dan bijzonder goed op of de weg vrij is. Helaas staan op deze punten nog niet altijd spiegels, als te Doorn en te Bussum (fig. 8), (de laatste door den A. N. W. B., de eerste door 't gemeentebestuur geplaatst), onze speelsche Hollandsche jeugd weet er nog te veel raad op om ze te vernielen. Tot zoolang, dienen we dus alweer op onze oogen te vertrouwen en... op ons gehoor.

Illustration from Automobiel-rijden

(De Kampioen).

Fig. 8.

De A. N. W. B. spiegel te Bussum.

En passant zij vermeld, dat de kwestie van kruispunten ook in Frankrijk, het land van de auto, al heel wat stof heeft opgeworpen. Daar was even voor den oorlog 'n voorstel ingediend, de groote kruispunten van signalen als bij het spoor gebruikelijk, te voorzien. Daarvoor zouden dan vaste bewakers moeten komen, die ook 's avonds de verlichting (blauwe en roode lampen) verzorgden. In Duitschland had men gedacht aan 'n soort automatischen drempel, op 200 M. afstand van het kruispunt, welke neergedrukt door de auto den signaalarm bediende en pas in 't midden van den hoofdweg (of aan de andere zijde der kruising) door 'n anderen neergedrukten drempel den signaalarm weer op veilig zetten zou. In ons land zijn we nog zoo ver niet. Daar zijn we pas aan het bedenken hoe het automobilisme te beperken, inplaats van hoe het tot bloei te brengen. Maar we zullen maar moed houden.

Ten slotte nog iets over 'n Amerikaansch nieuwtje aan den wagen zelf, welks invoering bij de electrische installatie, die thans bijna alle wagens bezitten geen bezwaar meer kan opleveren. Achter op den wagen zijn behalve, ook náást het roode achterlicht, signalen aangebracht met in licht-letters (overdag: wit) „stop”, „left” en „right” erop, en door den bestuurder van het stuurwiel af te bedienen. Het kan mij dunkt weinig moeite noch veel kosten meebrengen op iederen wagen 'n dergelijk signaal te doen aanbrengen. Zelfs lijkt het me hier te lande zelf niet moeilijk te fabriceeren. Achterop, in het midden van de reservebanden aangebracht zit het niets in den weg.

Het wagen-signaal, de claxon, of de hoorn, dient geconsidereerd te worden als 'n instrument, dat met reden, matig en nooit overbodig moet worden bespeeld. Passeer geen dorpen of steden, te snel, met overbodig verwoed gekakel van het spektakel makend ding, of loeiend als 'n locomotief. 'n Automobiel behoeft geen reclame voor z'n bestaan te maken en gij, of ge 'n automobiel bezit of niet, niet voor 't uwe, door onnoodig hinderen uwer medeburgers. Daarentegen wees ook niet bang er gebruik van te maken, als het noodig is. Er zijn nog anderen op den weg dan gij, en die op 'n gefluisterd signaal geen acht geven. Maar het is niet noodig dat ge tegenover andere weggebruikers den boeman speelt. Het is aangenaam tegenover 'n beleefd weggebruiker beleefd terug te zijn. Het schept 'n prettiger atmosfeer, dan het eeuwige mopperen of razen, al is dit helaas in ons land met hardleersche boeren en slapende karrevoerders wel eens zéér noodig. En met beleefd te zijn bewijst ge het geheele automobilisme 'n dienst.

Zoo matigt uw vaart bij het uitgaan van 'n kerk, of bij andere gelegenheden, die op 'n kleine plaats veel volk bijeen doen zijn. Rijdt ook wat langzamer als de weg slikkerig is en ge reeksen kerkgangers passeert. Uw wielen zouden meer slijk op kunnen spatten, dan wel voor Zondagsche voetgangers aangenaam zou zijn. Aan stof daarentegen is niet veel te doen, daar kunnen de gemeentebesturen en de bewoners zelf beter tegen waken dan gij, ook al is het daarom niet noodig het euvel nog te verergeren door onachtzaam te rijden. Beschouw u in 'n dorp als de gast, wien het veroorloofd is 'n tuin van 'n buurman door te loopen, om op 't eigen erf te komen2). Ge zoudt dan zeker zonder noodzaak dien buurman immers ook niet onaangenaam zijn.

Illustration from Automobiel-rijden

(De Kampioen).

Fig. 9.

De kruisingsborden der A. N. W. B. en K. N. A. C.

Weest voorzichtig met paarden, waarvan de begeleider u verzoekt uw vaart te matigen, en rijdt ook niet te plotseling langs 'n wagen met paarden bespannen. Zijn de dieren al schichtig (fig. 9a), als ge nadert, matig dan uw vaart, passeer met uitgeschakelde motor, en fluit de dieren zachtjes toe, vriendelijk en speelsch, dat leidt vaak de beesten van uw voertuig af en maakt hen voor 'n moment rustiger.

Illustration from Automobiel-rijden

Fig. 9a. Paarden zijn nerveuse dieren.

Kinderen, die op of langs den weg spelen, moeten ook de bijzondere aandacht van den bestuurder hebben. Niet alleen zijn ze niet altijd even voorzichtig, maar bij uwe nadering drijft hen vaak iets, juist hun heil aan de andere zijde van den weg te zoeken, als waar ze zich bevinden. Vaak ook loopen ze naar moeder's huis of naar 'n waarschuwend zusje en komen daarmede op 't onverwachtst voor uw wagen. En op de ernstige gevolgen daarvan, bij de geringste onattentie van den bestuurder, behoeft in waarheid hier, meen ik, niet gewezen te worden.

Spaar ook de dieren, honden, katten, die voor uw wagen wegvluchten, of bij ongeluk binnen uw baan komen. Doe daarvoor het mogelijke! Onnoodig te zeggen, dat ge uwe passagiers of uzelven er niet aan opofferen kunt, maar door van het principe uit te gaan, dat het letsel, wèlk dan ook, dat ge hen aan zoudt doen bij 'n aanrijding, uit 'n gevoel van menschelijkheid zooveel mogelijk vermeden dient te worden, zult ge vele ongelukken voorkomen. Onze huisdieren zijn 's menschen goede vrienden, en dienen als zij, ontzien te worden. Het is heusch niet zoo moeilijk even de vaart van uw wagen te matigen, als er onbewust gevaar voor hen dreigt, en ge bewijst er de goede propaganda voor het automobilisme 'n dienst mee.

Ja, zelfs voor wie in observeeren belang stelt, leveren de huisdieren, die ge langs den weg ontmoet, 'n zeer rendeerend studieveld. De karakteristiek van de wijze, waarop elk soort op de tuf reageert, is zeer leerzaam en typeert vaak de diersoort sterk. Hen negeeren is 'n mooi stuk natuur voorbij zien.

Verzuim ook nooit 'n automobilist „en panne” even uwe assistentie aan te bieden. Veelal, als bandenpech hem kwelt, zal hij die niet behoeven, maar de mogelijkheid bestaat, dat ge door 'n kleinigheid hem van dienst kunt zijn. Bedenk eens hoe onaangenaam het voor uzelf zou zijn, indien ge op 'n verlaten weg of op de hei „en panne” stond, en ge ziet, terwijl 'n kleinigheid u uit den nood zou kunnen helpen, uwe sportbroeders langs daveren, zonder zich om u te bekommeren.

Hebt ge electrische lampen, en ontmoet ge 's avonds 'n andere auto, die last ondervindt van uw licht, draai dan even uw lampen uit en de stadslampen aan. Dat zoudt ge zelf apprecieeren, als 't u gebeurde. Wagens met acetyleenlampen zullen u dit niet kunnen beantwoorden, maar daartegenover staat, dat ge daar ook niet zoo'n last van zult hebben, omdat 't licht minder fel is. Als 't gewoonte werd, dat de wagens, met zware zoeklichten, deze even doofden bij elkaars passeeren, dan zou daardoor het gevaar, ontstaan door verblinding, te niet worden gedaan3). Worden de lichten niet gedoofd, dan kunnen er het eerste oogenblik na het passeeren de ernstigste ongelukken gebeuren. Dit kwam reeds voor, o. a. doordat de wagen met 'n mijlpaal rechts van den weg in botsing kwam, omdat de door het licht van 'n tegemoetkomenden wagen verblinde bestuurder het paaltje niet had waargenomen. 'n Anderen keer is 'n wagen op dezelfde wijze in 'n sloot langs den weg terecht gekomen.

Daarom automobilisten dooft bij het passeeren uwe zware zoeklichten! Passeert elkaar bij het licht uwer stadslampen!

Indien beide bestuurders zich hieraan houden is het gevaar voor ongelukken onder deze omstandigheden buitengewoon verminderd.

Wees ten slotte voorzichtig met weggebruikers, die de regels van 't verkeer verwaarloozen, met op den rijweg wandelende voetgangers, met links van den weg rijdende wagens of fietsers, of dergelijke. Regelmatig4) zich volgens de voorschriften van het verkeer zich op rijwielpad, voetpad of rijweg zich voortbewegende voertuigen of personen, ze mogen al deel uitmaken van de algemeene „wegvisie” van den bestuurder, en als zoodanig onder z'n observatie staan, van hen behoeven redelijkerwijze geen afwijkingen van dit normaal voortbewegen verwacht te worden. Echter weest op uw hoede voor hen, die plotseling soms schijnbaar zonder de geringst redelijke motieven, van de regels van den weg, afwijken. Zij leveren 'n verkeersgevaar op, waartegen niet genoeg kan worden gewaarschuwd. In zoo'n geval werke uw signaal krachtig en worde voorzichtig gemanoeuvreerd. En al zoude ook bij 'n ongeval aan hunne eigene onvoorzichtigheid te wijten, dus het ongelijk aan hunne zijde zijn, toch geldt altijd, dat „voorkomen beter is dan verhelpen”, ook hier. Dat dus de ervarenheid in 't besturen, de voorzichtigheid bij 't rijden niet uitschakele!

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings