V
Reading edition
V, V., v’s.
Vaag, V.
Vaag, vager, vaagst.
Vaagheid, V.
Vaak, M.
Vaak, vaker, vaakst.
Vaal, valer, vaalst.
Vaalbont.
Vaalbruin.
Vaalgeel, vaalgele.
Vaalgroen.
Vaalheid, V.
Vaalt, V., vaalten.
Vaam (vadem, als houtmaat), M., vamen.
Vaamhout, O.
Vaan, V., vanen. Vaantje, O., vaantjes.
Vaandel, O., vaandels en vaandelen.
Vaandeldrager, M., vaandeldragers.
Vaandrig, M., vaandrigs.
Vaandrigplaats, V., vaandrigplaatsen.
Vaanstaart, M., vaanstaarten.
Vaaraal, M., vaaralen.
Vaarbaar, vaarbare.
Vaardig, vaardiger, vaardigst.
Vaardigheid, V.
Vaargeul, V., vaargeulen.
Vaarkoe, V., vaarkoeien; vaarkoetje, O., vaarkoetjes.
Vaarploeg, V., vaarploegen.
Vaars, V., vaarzen. Vaarsje, O., vaarsjes.
Vaarschroef, V., vaarschroeven.
Vaart, V., vaarten. Vaartje, O., vaartjes.
Vaartuig, O., vaartuigen; vaartuigje, O., vaartuigjes.
Vaarwater, O., vaarwaters en vaarwateren.
Vaarwel, tusschenw. Als znw., O.
Vaarwelzeggen, zeide vaarwel, heeft vaarwelgezegd en vaarwelgezeid.
Vaas, V., vazen. Vaasje, O., vaasjes.
Vaat (de vaten, het vaatwerk), mv., O.
Vaatbundel, M., vaatbundels.
Vaatdoek, M., vaatdoeken; vaatdoekje, O., vaatdoekjes.
Vaatgeld, O.
Vaatgestel, O., vaatgestellen.
Vaathout, O.
Vaatje. Zie Vat.
Vaatkwast en Vatenkwast, M., vatenkwasten.
Vaatsch.
Vaatschheid, V.
Vaatwater, O.
Vaatwerk, O.
Vacant.
Vacantie, V., vacantiën en vacanties.
Vacantiedag, M., vacantiedagen.
Vacantiekamer, V., vacantiekamers.
Vacantiekolonie, V., vacantiekoloniën vacantiekolonies.
Vacantietijd, M.
Vacantiewerk, O.
Vacatie, V., vacatiën en vacaties.
Vacatiegelden (mv.), O.
Vacatuur en Vacature, V., vacaturen en vacatures.
Vaccinatie, V.
Vaccinatiebewijs, O., vaccinatiebewijzen.
Vaccine, V.
Vaccineeren, vaccineerde, heeft gevaccineerd.
Vaceeren, vaceerde, heeft gevaceerd.
Vacht, V., vachten. Vachtje, O., vachtjes.
Vadem, M., vademen. (Verg. Vaam).
Vademecum, O., vademecums.
Vademen, vademde, heeft gevademd.
Vader, M., vaders en vaderen. Vadertje, O., vadertjes.
Vaderachtig.
Vaderhuis, O.
Vaderland, O.
Vaderlander, M., vaderlanders.
Vaderlandlievend.
Vaderlandsch.
Vaderlandschgezind.
Vaderlandsliefde, V.
Vaderlief (lieve vader).
Vaderlief (slaapmuts), M., vaderliefs; vaderliefje, O., vaderliefjes.
Vaderlijk, vaderlijker, vaderlijkst.
Vaderlijkheid, V.
Vaderloos, vaderlooze.
Vadermoord, M.
Vadermoorder, M., vadermoorders.
Vaderschap, O.
Vaderstad, V.
Vadervreugde, V.
Vadsig, vadsiger, vadsigst.
Vadsigheid, V.
Vagebond, M., vagebonden.
Vagevuur, O.
Vak, O., vakken. Vakje, O., vakjes.
Vakerig, vakeriger, vakerigst.
Vakgenoot, M. en V., vakgenooten.
Vakleerling, M. en V., vakleerlingen.
Vakschool, V., vakscholen.
Vakstudie, V.
Vaktijdschrift, O., vaktijdschriften.
Vakvereeniging, V., vakvereenigingen.
Val (het vallen), M., vallen. Valletje, O., valletjes.
Val (vangknip), V., vallen. Valletje, O., valletjes.
Val (talie, lijn), O., vallen.
Valabel.
Valbijl, V., valbijlen.
Valblok, O., valblokken en valbloks.
Valbrug, V., valbruggen.
Valdeur, V., valdeuren.
Valeriaan, V. en O.
Valeriaanzuur, O.
Valgordijn, O., valgordijnen.
Valhoed, M., valhoeden; valhoedje, O., valhoedjes.
Valideeren, valideerde, heeft gevalideerd.
Validiteit, V.
Valies, O., valiezen. Valiesje, O., valiesjes.
Valk, M., valken. Valkje, O., valkjes.
Valkenei, O., valkeneieren.
Valkenier, M., valkenieren en valkeniers.
Valkeniershandschoen, M., valkeniershandschoenen.
Valkenierstasch, V., valkenierstasschen.
Valkenjacht, V., valkenjachten.
Valkenoog, O., valkenoogen.
Valkenvlucht, V.
Valkerij, V.
Valkeveer, V., valkeveeren.
Valkruid, O.
Vallei, V., valleien. Valleitje, O., valleitjes.
Vallen, viel, is gevallen.
Vallicht, O., vallichten.
Valling, V.
Valluik, O., valluiken; valluikje, O., valluikjes.
Valmuur, M., valmuren.
Valnet, O., valnetten.
Valpoort, V., valpoorten.
Valreep, M., valreepen.
Valreepsbord, O., valreepsborden.
Valreepsgast, M., valreepsgasten.
Valreepsklamp, M., valreepsklampen.
Valreepsknoop, M., valreepsknoopen.
Valreepstrap, V.
Valsch, valscher, meest valsch.
Valschaard, M., valschaards.
Valschelijk.
Valscherm, O., valschermen.
Valschheid, V., valschheden.
Valschut, O., valschutten.
Valstrik, M., valstrikken; valstrikje, O., valstrikjes.
Valwind, M., valwinden.
Vampier, M., vampiers.
Van.
Van (geslachtsnaam), M., vannen.
Vandaag.
Vandaal, M., Vandalen.
Vandaan.
Vandaar.
Vandalisme, O.
Vandehandsch en Vanderhandsch (bnw.).
Vaneen.
Vaneenbarsten, barstte vaneen, is vaneengebarsten; ook borst vaneen, is vaneengeborsten.
Vaneenbersten. Zie Vaneenbarsten.
Vaneenrijten, reet vaneen, reten vaneen, heeft vaneengereten.
Vaneenrukken, rukte vaneen, heeft vaneengerukt.
Vaneenscheiden, scheidde vaneen, heeft en is vaneengescheiden.
Vaneenscheuren, scheurde vaneen, heeft en is vaneengescheurd.
Vaneensplijten, spleet vaneen, spleten vaneen, heeft en is vaneengespleten.
Vaneenspringen, sprong vaneen, is vaneengesprongen.
Vang, V., vangen.
Vangarm, M., vangarmen.
Vangbal, M., vangballen; vangballetje, O., vangballetjes.
Vangband, M., vangbanden.
Vangboom, M., vangboomen.
Vangbord, O., vangborden.
Vangdam, M., vangdammen.
Vangdraad, M., vangdraden.
Vangen, ving, heeft gevangen.
Vanger, M., vangers. Vangertje, O., vangertjes.
Vanghaak, M., vanghaken.
Vangijzer, O., vangijzers.
Vanglijn, V., vanglijnen.
Vangrad, O., vangraderen.
Vangst, V., vangsten. Vangstje, O., vangstjes.
Vangster, V., vangsters.
Vangstok, M., vangstokken.
Vangtouw, O., vangtouwen.
Vangwater, O.
Vangwiel, O., vangwielen.
Vanhier.
Vanielje, V. Ook Vanille.
Vanieljeboom, M., vanieljeboomen.
Vanielje-ijs, O.
Vanieljelikeur, V.
Vanieljestokje, O., vanieljestokjes.
Vannieuws.
Vanouds.
Vanwaar.
Vanwege.
Vanzelf en Vanzelve.
Var, M., varren.
Varen, V., varens.
Varen, voer, heeft en is gevaren.
Varenbed, O., varenbedden; varenbedje, O., varenbedjes.
Varenkussen, O., varenkussens; varenkussentje, O., varenkussentjes.
Varensgezel, M., varensgezellen.
Varensman, M., varenslieden en varenslui.
Varenstijd, M.
Varensvolk, O.
Variant, V., varianten.
Variatie, V., variaties en variatiën.
Varieeren, varieerde, heeft gevarieerd.
Variëteit, V., variëteiten.
Varinas, V.
Varken, O., varkens. Varkentje, O., varkentjes.
Varkenachtig, varkenachtiger, varkenachtigst.
Varkenen, varkende, heeft gevarkend.
Varkensblaas, V., varkensblazen.
Varkensborstel, M., varkensborstels.
Varkensbrood, O.
Varkensdarm, M., varkensdarmen.
Varkensdistel, V., varkensdistels.
Varkensdraf, M.
Varkensdrijver, M., varkensdrijvers.
Varkensfokker, M., varkensfokkers.
Varkensfokkerij, V., varkensfokkerijen.
Varkensgras, O.
Varkenshaar, O.
Varkenshok, O., varkenshokken.
Varkenshoofd, O., varkenshoofden.
Varkenskarbonade, V., varkenskarbonaden.
Varkenskers, V.
Varkensklaver, V.
Varkenskluifje, O., varkenskluifjes.
Varkenskooper, M., varkenskoopers.
Varkenskop, M., varkenskoppen.
Varkenskost, M.
Varkenskot, O., varkenskotten.
Varkenskrap, V., varkenskrappen; varkenskrapje, O., varkenskrapjes.
Varkensleder en varkensleer, O.
Varkenslever, V., varkenslevers.
Varkensmaag, V., varkensmagen.
Varkensmarkt, V., varkensmarkten.
Varkensmest, M.
Varkensnier, V., varkensnieren.
Varkensoog, O., varkensoogen.
Varkensoor, O., varkensooren.
Varkenspoot, M., varkenspooten.
Varkensreuzel, V.
Varkensrib, V., varkensribben; varkensribje en varkensribbetje, O., varkensribjes en varkensribbetjes.
Varkensrug, M., varkensruggen.
Varkensschijf, V., varkensschijven; varkensschijfje, O., varkensschijfjes.
Varkensschot, O., varkensschotten.
Varkensslachter, M., varkensslachters.
Varkensslager, M., varkensslagers.
Varkenssnuit, M., varkenssnuiten.
Varkensspek, O.
Varkensspoeling, V.
Varkensstaart, M., varkensstaarten.
Varkensstal, M., varkensstallen.
Varkenstrog, M., varkenstroggen.
Varkensvet, O.
Varkensvleesch, O.
Varkensvoer, O.
Varkensworst, V., varkensworsten.
Varkensziekte, V.
Varschebalie. Zie Verschebalie.
Vast, vaster.
Vast (bijw.).
Vastbakken, bakte vast, is vastgebakken.
Vastberaden, vastberadener, vastberadenst.
Vastberadenheid, V.
Vastbinden, bond vast, heeft vastgebonden.
Vastblijven, bleef vast, bleven vast, is vastgebleven.
Vastboeien, boeide vast, heeft vastgeboeid.
Vastdraaien, draaide vast, heeft vastgedraaid.
Vastdrukken, drukte vast, heeft vastgedrukt.
Vasteland, O.
Vastelandsklimaat, O.
Vastelijk.
Vasten, V.
Vasten, vastte, heeft gevast.
Vastenavond, M., vastenavonden.
Vastenavondgek, M., vastenavondgekken.
Vastenavondvreugd, V.
Vastenbrief, M., vastenbrieven.
Vastendag (dag van kerkelijke vasten), M., vastendagen.
Vastenpreek, V., vastenpreeken.
Vastentijd, M.
Vastgespen, gespte vast, heeft vastgegespt.
Vastgrijpen, greep vast, grepen vast, heeft vastgegrepen.
Vastgroeien, groeide vast, is vastgegroeid.
Vasthaken, haakte vast, heeft vastgehaakt.
Vasthebben, heeft vast, had vast, hadden vast, heeft vastgehad.
Vasthechten, hechtte vast, heeft vastgehecht.
Vastheid, V.
Vasthouden, hield vast, heeft vastgehouden.
Vasthoudend, vasthoudender, vasthoudendst.
Vasthoudendheid, V.
Vastigheid, V., vastigheden.
Vastkeggen, kegde vast, heeft vastgekegd.
Vastketenen, ketende vast, heeft vastgeketend.
Vastklampen, klampte vast, heeft vastgeklampt.
Vastklemmen, klemde vast, heeft vastgeklemd.
Vastkleven, kleefde vast, is vastgekleefd.
Vastklinken, klonk vast, heeft vastgeklonken.
Vastkloppen, klopte vast, heeft vastgeklopt.
Vastkluisteren, kluisterde vast, heeft vastgekluisterd.
Vastknoopen, knoopte vast, heeft vastgeknoopt.
Vastkoppelen, koppelde vast, heeft vastgekoppeld.
Vastkruien, krooi vast, krooien vast, is vastgekrooien; ook kruide vast, is vastgekruid.
Vastlakken, lakte vast, heeft vastgelakt.
Vastleggen, legde vast en leide vast, heeft vastgelegd en vastgeleid.
Vastliggen, lag vast, lagen vast, heeft vastgelegen.
Vastlijmen, lijmde vast, heeft vastgelijmd.
Vastloopen, liep vast, is vastgeloopen.
Vastmaken, maakte vast, heeft vastgemaakt.
Vastmetselen, metselde vast, heeft vastgemetseld.
Vastnaaien, naaide vast, heeft vastgenaaid.
Vastnagelen, nagelde vast, heeft vastgenageld.
Vastnestelen (zich vastnestelen), nestelde zich vast, heeft zich vastgenesteld.
Vastplakken, plakte vast, heeft en is vastgeplakt.
Vastpluggen, plugde vast, heeft vastgeplugd.
Vastpraten, praatte vast, heeft vastgepraat.
Vastprikken, prikte vast, heeft vastgeprikt.
Vastraken, raakte vast, is vastgeraakt.
Vastredeneeren, redeneerde vast, heeft vastgeredeneerd.
Vastrijgen, reeg vast, regen vast, heeft vastgeregen.
Vastroeien, roeide vast, heeft en is vastgeroeid.
Vastschroeien, schroeide vast, heeft en is vastgeschroeid.
Vastschroeven, schroefde vast, heeft vastgeschroefd.
Vastslaan, slaat vast, sloeg vast, heeft vastgeslagen.
Vastsmeden, smeedde vast, heeft vastgesmeed.
Vastsnoeren, snoerde vast, heeft vastgesnoerd.
Vastsoldeeren, soldeerde vast, heeft vastgesoldeerd.
Vastspelden, speldde vast, heeft vastgespeld.
Vastspijkeren, spijkerde vast, heeft vastgespijkerd.
Vaststaan, staat vast, stond vast, heeft vastgestaan.
Vaststeken, stak vast, staken vast, heeft vastgestoken.
Vaststellen, stelde vast, heeft vastgesteld.
Vaststelling, V.
Vaststrikken, strikte vast, heeft vastgestrikt.
Vaststuren, stuurde vast, heeft vastgestuurd.
Vaststuwen, stuwde vast, heeft vastgestuwd.
Vasttimmeren, timmerde vast, heeft vastgetimmerd.
Vasttrappen, trapte vast, heeft vastgetrapt.
Vastvaren, voer vast, heeft en is vastgevaren.
Vastvlechten, vlocht vast, heeft vastgevlochten.
Vastvriezen, vroor vast, vroren vast, is vastgevroren en vastgevrozen.
Vastwerken, werkte vast, heeft vastgewerkt.
Vastwoelen, woelde vast, heeft vastgewoeld.
Vastwortelen, wortelde vast, is vastgeworteld.
Vastzeilen, zeilde vast, heeft en is vastgezeild.
Vastzetten, zette vast, heeft vastgezet.
Vastzitten, zat vast, zaten vast, heeft vastgezeten.
Vat (greep), M.
Vat (ton, enz.), O., vaten. Vaatje, O., vaatjes.
Vatbaar, vatbaarder, vatbaarst.
Vatbaarheid, V.
Vatboter, V.
Vaten, vaatte, heeft gevaat.
Vatenkwast. Zie Vaatkwast.
Vatenwasschen, O.
Vaticaan, O.
Vatsel, O., vatsels.
Vatten, vatte, heeft gevat.
Vatvuil.
Vaudeville, V., vaudevilles.
Vazal, M., vazallen.
Vechtachtig, vechtachtiger, vechtachtigst.
Vechten, vocht, heeft gevochten.
Vechtenderhand.
Vechter, M., vechters.
Vechterij, V., vechterijen. Vechterijtje, O., vechterijtjes.
Vechtersbaas, M., vechtersbazen; vechtersbaasje, O., vechtersbaasjes.
Vechtlust, M.
Vechtpartij, V., vechtpartijen; vechtpartijtje, O., vechtpartijtjes.
Vedel en Veel, V., vedels, vedelen en veelen. Vedeltje, O., vedeltjes.
Vedelaar, M., vedelaars.
Vedelen, vedelde, heeft gevedeld.
Veder en Veer, vederen, veders en veeren. Vedertje en veertje, O., vedertjes en veertjes.
Vederachtig.
Vederbos, M., vederbossen.
Vederloos, vederlooze.
Vedervormig.
Vedette, V., vedetten en vedettes.
Vee, O.
Veearts, M., veeartsen.
Veeartsenijkunde, V.
Veeartsenijschool, V., veeartsenijscholen.
Veeboot, V., veebooten.
Veefokker, M., veefokkers.
Veeg (het vegen), M., vegen.
Veeg (feeks), V., vegen.
Veeg, veeger, veegst.
Veegheid, V.
Veegkruid, O.
Veegmachine, V., veegmachines.
Veegmes, O., veegmessen.
Veegsel, O.
Veehandel, M.
Veehoeder, M., veehoeders.
Veekeuring, V.
Veekoek (stofnaam), V.
Veekooper, M., veekoopers.
Veel. Zie Vedel.
Veel, vele, meer, meest.
Veelal.
Veelbemind.
Veelbeteekenend.
Veelbladig.
Veelbloemig.
Veeleer.
Veelgeliefd.
Veelgodendom, O.
Veelgoderij, V.
Veelhalmig.
Veelheid, V.
Veelhoek, M., veelhoeken.
Veelhoekig.
Veelhoofdig.
Veeljarig.
Veelkleurig.
Veelkleurigheid, V.
Veellettergrepig.
Veelmaal en Veelmaals.
Veelmeer.
Veelmin.
Veelnamig.
Veelpootig.
Veelregelig.
Veelschrijver, M., veelschrijvers.
Veelschrijverij, V.
Veelslachtig.
Veelsoortig.
Veelstemmig.
Veelszins.
Veelte, V.
Veelterm, M., veeltermen.
Veeltijds.
Veeltongig.
Veelvervig.
Veelvlak, O., veelvlakken.
Veelvlakkig.
Veelvoet, M., veelvoeten.
Veelvoetig.
Veelvormig.
Veelvoud, O., veelvouden.
Veelvoudig.
Veelvraat, M., veelvraten.
Veelvuldig.
Veelvuldigheid, V.
Veelwaardig.
Veelweter, M., veelweters.
Veelweterij, V.
Veelwijverij, V.
Veelzijdig, veelzijdiger, veelzijdigst.
Veelzijdigheid, V.
Veem, O., veemen.
Veemarkt, V., veemarkten.
Veemgericht, O., veemgerichten.
Veen, O., venen.
Veenachtig, veenachtiger, veenachtigst.
Veenbaas, M., veenbazen.
Veenboer, M., veenboeren.
Veenboor, V., veenboren.
Veenbrand, M., veenbranden.
Veendamp, M.
Veenderij, V., veenderijen.
Veengraver, M., veengravers.
Veengrond, M., veengronden.
Veenland, O., veenlanden.
Veenmol, M., veenmollen.
Veenplas, M., veenplassen.
Veenrook, M.
Veenwerker, M., veenwerkers.
Veenwortel, V.
Veepest, V.
Veepestkordon, O., veepestkordons.
Veer (van een vogel). Zie Veder.
Veer (springveer, enz.), V., veeren.
Veer (overvaart), O., veren.
Veerboot, V., veerbooten.
Veerbout, M., veerbouten.
Veeren, veerde, heeft geveerd.
Veerenbed, O., veerenbedden; veerenbedje, O., veerenbedjes.
Veergeld, O.
Veerhuis, O., veerhuizen.
Veering, V., veeringen.
Veerknecht, M., veerknechts.
Veerkracht, V.
Veerkrachtig, veerkrachtiger, veerkrachtigst.
Veerloon, O.
Veerman, M., veerlieden en veerlui.
Veerpasser, M., veerpassers.
Veerploeg, V., veerploegen.
Veerpont, V., veerponten.
Veerschip, O., veerschepen.
Veerschipper, M., veerschippers.
Veerschuit, V., veerschuiten.
Veertien, veertienen.
Veertiendaagsch.
Veertiende.
Veertienderhande.
Veertienderlei.
Veertienhonderd.
Veertienjarig.
Veertienmaal.
Veertienvoud, O., veertienvouden.
Veertienvoudig.
Veertig, veertigen.
Veertigdaagsch.
Veertiger, M., veertigers.
Veertigerhande.
Veertigerlei.
Veertigjarig.
Veertigmaal.
Veertigponder, M., veertigponders.
Veertigste.
Veertigtal, O., veertigtallen.
Veertigvoud, O., veertigvouden.
Veertigvoudig.
Veeslag, O.
Veest, M., veesten.
Veestal, M., veestallen.
Veestapel, M.
Veesten, veestte, heeft geveest.
Veete, V., veeten.
Veeteelt, V.
Veetentoonstelling, V., veetentoonstellingen.
Veevoeder, O.
Veevoederketel, M., veevoederketels.
Veeziekte, V., veeziekten.
Vegen, veegde, heeft geveegd.
Veger, M., vegers. Vegertje, O., vegertjes.
Vegetariër, M., vegetariërs.
Vegetarisch.
Vegetatie, V.
Vegeteeren, vegeteerde, heeft gevegeteerd.
Veil, O.
Veil, veiler, veilst.
Veilconditiën (mv.), V.
Veildag, M., veildagen.
Veilen (verkoopen), veilde, heeft geveild.
Veiler, M., veilers.
Veilheid, V.
Veilig, veiliger, veiligst.
Veiligen, veiligde, heeft geveiligd.
Veiligheid, V.
Veiligheidsdienst, M.
Veiligheidshalve.
Veiligheidskaart, V., veiligheidskaarten.
Veiligheidskettinkje, O., veiligheidskettinkjes.
Veiligheidsklep, V., veiligheidskleppen.
Veiligheidslamp, V., veiligheidslampen.
Veiligheidslucifers (mv.), M.
Veiligheidsmaatregel, M., veiligheidsmaatregelen.
Veiligheidspolitie, V.
Veiligheidsspeld, V., veiligheidsspelden.
Veiling, V., veilingen.
Veinzaard, M., veinzaards.
Veinzen, veinsde, heeft geveinsd.
Veinzer, M., veinzers.
Veinzeres, V., veinzeressen.
Veinzerij, V., veinzerijen.
Vel, O., vellen. Velletje, O., velletjes.
Veld, O., velden. Veldje, O., veldjes.
Veldanjelier, V., veldanjelieren.
Veldarbeid, M.
Veldartillerie, V.
Veldbatterij, V., veldbatterijen.
Veldbed, O., veldbedden.
Veldbloem, V., veldbloemen; veldbloempje, O., veldbloempjes.
Velddienst, M.
Velddistel, V., velddistels.
Veldflesch, V., veldflesschen.
Veldfluit, V., veldfluiten.
Veldgeschrei, O.
Veldgeschut, O.
Veldgod, M., veldgoden.
Veldhaas, M., veldhazen.
Veldheer, M., veldheeren.
Veldheersbekwaamheid, V., veldheersbekwaamheden.
Veldheersstaf, M., veldheersstaven.
Veldheerstalent, O., veldheerstalenten.
Veldhoen, O., veldhoenders.
Veldijs, O.
Veldlazaret, O., veldlazaretten.
Veldleger, O., veldlegers.
Veldmaarschalk, M., veldmaarschalken.
Veldmuis, V., veldmuizen.
Veldnimf, V., veldnimfen.
Veldoverste, M., veldoversten.
Veldpost, V., veldposten.
Veldprediker, M., veldpredikers.
Veldpriester, M., veldpriesters.
Veldsla, V.
Veldslag, M., veldslagen.
Veldsnip, V., veldsnippen.
Veldspaath, O.
Veldstuk, O., veldstukken; veldstukje, O., veldstukjes.
Veldteeken, O., veldteekens.
Veldtocht, M., veldtochten.
Veldvrucht, V., veldvruchten.
Veldwacht, V., veldwachten.
Veldwachter, M., veldwachters.
Velen (werkw.).
Velerhande.
Velerlei.
Velg, V., velgen. Velgje, O., velgjes.
Velijn, O.
Velijnpapier, O.
Vellen, velde, heeft geveld.
Vellenkooper, M., vellenkoopers.
Vellenploten, O.
Vellenploter, M., vellenploters.
Vellig, velliger, velligst.
Velling, V.
Velocipède, V., velocipèdes.
Velocipedist, M., velocipedisten.
Ven, V., vennen. Vennetje, O., vennetjes.
Vendel, O., vendelen en vendels.
Vendetta, V.
Venduhuis, O., venduhuizen.
Vendumeester, M., vendumeesters.
Vendutie, V., venduties.
Venen, veende, heeft geveend.
Venerisch.
Venig, veniger, venigst.
Venijn, O.
Venijnig, venijniger, venijnigst.
Venijnigheid, V.
Venkel, V.
Venkelwater, O.
Venkelzaad, O.
Vennoot, M., vennooten.
Vennootschap, V., vennootschappen.
Venster, O., vensters en vensteren. Venstertje, O., venstertjes.
Vensterbank, V., vensterbanken.
Vensterbeslag, O.
Vensterblind, O., vensterblinden.
Venstergeld, O.
Vensterglas, O., vensterglazen.
Venstergordijn, O., venstergordijnen.
Vensterluik, O., vensterluiken.
Vensterraam, O., vensterramen.
Vensterruit, V., vensterruiten.
Vent, M., venten. Ventje, O., ventjes.
Venten, ventte, heeft gevent.
Venter, M., venters.
Ventilatie, V.
Ventilator, M., ventilators.
Ventileeren, ventileerde, heeft geventileerd.
Ventjagen, O.
Ventjager, M., ventjagers.
Ventjagerij, V.
Ventjelief, O.
Ventster, V., ventsters.
Ver en Verre, verder, verst.
Veraangenamen, veraangenaamde, heeft veraangenaamd.
Veraangenaming, V.
Veraanschouwelijken, veraanschouwelijkte, heeft veraanschouwelijkt.
Veraanschouwelijking, V.
Veraccijnzen, veraccijnsde, heeft veraccijnsd.
Veraccijnzing, V., veraccijnzingen.
Verachtelijk, verachtelijker, verachtelijkst.
Verachtelijkheid, V., verachtelijkheden.
Verachteloozen, verachteloosde, heeft verachteloosd.
Verachteloozing, V.
Verachten, verachtte, heeft veracht.
Verachter, M., verachters.
Verachteren, verachterde, is en heeft verachterd.
Verachting, V.
Verachtster, V., verachtsters.
Verademen, verademde, heeft verademd.
Verademing, V.
Veraf.
Verafgelegen.
Verafschuwen, verafschuwde, heeft verafschuwd.
Veranda, V., veranda’s.
Veranderen, veranderde, heeft en is veranderd.
Verandering, V., veranderingen. Veranderingetje, O., veranderingetjes.
Veranderlijk, veranderlijker, veranderlijkst.
Veranderlijkheid, V.
Veranderzucht, V.
Verankeren, verankerde, heeft verankerd.
Verantwoordelijk, verantwoordelijker, verantwoordelijkst.
Verantwoordelijkheid, V.
Verantwoorden, verantwoordde, heeft verantwoord.
Verantwoorder, M., verantwoorders.
Verantwoording, V., verantwoordingen.
Verarmen, verarmde, heeft en is verarmd.
Verarming, V.
Verbaal, verbale.
Verbaasd.
Verbaasdheid, V.
Verbabbelen, verbabbelde, heeft verbabbeld.
Verbakken, verbakte, heeft verbakken.
Verbaliseeren, verbaliseerde, heeft geverbaliseerd.
Verband, O., verbanden. Verbandje, O., verbandjes.
Verbandbrief, M., verbandbrieven.
Verbandkist, V., verbandkisten.
Verbandleer, V.
Verbandmateriaal, O., verbandmaterialen.
Verbandstoffen (mv.), V.
Verbannen, verbande, heeft verbannen.
Verbanning, V., verbanningen.
Verbanningsdecreet, O., verbanningsdecreten.
Verbasteren, verbasterde, is verbasterd.
Verbastering, V., verbasteringen.
Verbazen, verbaasde, heeft verbaasd.
Verbazend, verbazender, verbazendst.
Verbazing, V.
Verbedden, verbedde, heeft verbed.
Verbedding, V., verbeddingen.
Verbeelden, verbeeldde, heeft verbeeld.
Verbeelding, V.
Verbeeldingskracht, V.
Verbeenen, verbeende, is verbeend.
Verbeestelijken, verbeestelijkte, is verbeestelijkt.
Verbeiden, verbeidde, heeft verbeid.
Verbeiding, V.
Verbergen, verborg, heeft verborgen.
Verberger, M., verbergers.
Verberging, V.
Verbeteraar, M., verbeteraars.
Verbeterblad, O., verbeterbladen; verbeterblaadje, O., verbeterblaadjes.
Verbeteren, verbeterde, heeft en is verbeterd.
Verbeterhuis, O., verbeterhuizen.
Verbetering, V., verbeteringen.
Verbeteringsgesticht, O., verbeteringsgestichten.
Verbeurbaar, verbeurbare.
Verbeurdverklaren, verklaarde verbeurd, heeft verbeurdverklaard.
Verbeurdverklaring, V., verbeurdverklaringen.
Verbeuren, verbeurde, heeft verbeurd.
Verbeurte, V.
Verbeuzelen, verbeuzelde, heeft verbeuzeld.
Verbidden, verbad, verbaden, heeft verbeden.
Verbieden, verbood, verboden, heeft verboden.
Verbijsteren, verbijsterde, heeft verbijsterd.
Verbijstering, V.
Verbijten, verbeet, verbeten, heeft verbeten.
Verbiljarten, verbiljartte, heeft verbiljart.
Verbinden, verbond, heeft verbonden.
Verbinding, V., verbindingen.
Verbindingsklos, M., verbindingsklossen.
Verbindingsroede, V., verbindingsroeden.
Verbindingsspoorweg, M., verbindingsspoorwegen.
Verbindingsteeken, O., verbindingsteekens.
Verbintenis, V., verbintenissen.
Verbitterd, verbitterder, verbitterdst.
Verbitterdheid, V.
Verbitteren, verbitterde, heeft verbitterd.
Verbittering, V.
Verbleeken, verbleekte, heeft en is verbleekt.
Verbleeking, V.
Verblijden, verblijdde, heeft verblijd.
Verblijdend, verblijdender, verblijdendst.
Verblijding, V.
Verblijf, O., verblijven. Verblijfje, O., verblijfjes.
Verblijfkosten (mv.), M.
Verblijfplaats, V., verblijfplaatsen.
Verblijven, verbleef, verbleven, heeft en is verbleven.
Verblind, verblinder, verblindst.
Verblinden, verblindde, heeft verblind.
Verblindheid, V., verblindheden.
Verblinding, V.
Verbloemd.
Verbloemen, verbloemde, heeft verbloemd.
Verbloeming, V., verbloemingen.
Verbod, O., verboden.
Verbodemen, verbodemde, heeft verbodemd.
Verbodeming, V.
Verbodsbepaling, V., verbodsbepalingen.
Verbodsdag, M., verbodsdagen.
Verbodsstelsel, O., verbodsstelsels.
Verbodswet, V., verbodswetten.
Verboeken, verboekte, heeft verboekt.
Verboeking, V.
Verboeren, verboerde, heeft verboerd.
Verbolgen, verbolgener, verbolgenst.
Verbolgenheid, V., verbolgenheden.
Verbond, O., verbonden.
Verbondsark, V.
Verbondsbeker, M., verbondsbekers.
Verbondsboek, O., verbondsboeken.
Verbondsbreuk, V.
Verbondsbrief, M., verbondsbrieven.
Verbondseed, M., verbondseeden.
Verbondsgod, M.
Verbondskist, V.
Verbondsmaal, O., verbondsmalen.
Verbondsoffer, O., verbondsoffers.
Verbondstafel, V.
Verboorden, verboordde, heeft verboord.
Verborgen, verborgener, verborgenst.
Verborgenheid, V., verborgenheden.
Verbouw, M.
Verbouwen, verbouwde, heeft verbouwd.
Verbouwereerd.
Verbouwereerdheid, V.
Verbouwing, V., verbouwingen.
Verbrabbelen, verbrabbelde, heeft verbrabbeld.
Verbrandbaar, verbrandbare.
Verbranden, verbrandde, heeft en is verbrand.
Verbranding, V.
Verbrandingsproces, O., verbrandingsprocessen.
Verbrandingsproduct, O., verbrandingsproducten.
Verbrassen, verbraste, heeft verbrast.
Verbreeden, verbreedde, heeft verbreed.
Verbreeding, V., verbreedingen.
Verbreedingsstuk, O., verbreedingsstukken.
Verbreedsel, O., verbreedsels.
Verbreekbaar, verbreekbare.
Verbreekster, V., verbreeksters.
Verbreiden, verbreidde, heeft verbreid.
Verbreider, M., verbreiders.
Verbreiding, V.
Verbreidster, V., verbreidsters.
Verbreken, verbrak, verbraken, heeft verbroken.
Verbreker, M., verbrekers.
Verbreking, V.
Verbrijzelen, verbrijzelde, heeft verbrijzeld.
Verbrijzeling, V.
Verbroddelen, verbroddelde, heeft verbroddeld.
Verbrodden, verbrodde, heeft verbrod.
Verbroederen, verbroederde, heeft verbroederd.
Verbroedering, V., verbroederingen.
Verbroederingsfeest, O., verbroederingsfeesten.
Verbroeien, verbroeide, heeft en is verbroeid.
Verbrokkelen, verbrokkelde, heeft verbrokkeld.
Verbrokkeling, V.
Verbruid.
Verbruien, verbruide, heeft verbruid.
Verbruik, O.
Verbruiken, verbruikte, heeft verbruikt.
Verbruiker, M., verbruikers.
Verbruikersbond, M., verbruikersbonden.
Verbruikleen, O., verbruikleenen.
Verbruiksartikel, O., verbruiksartikelen.
Verbruiksbelasting, V., verbruiksbelastingen.
Verbuigbaar, verbuigbare.
Verbuigbaarheid, V.
Verbuigen, verboog, verbogen, heeft verbogen.
Verbuiging, V., verbuigingen.
Verbussen, verbuste, heeft verbust.
Vercijferen (zich vercijferen), vercijferde zich, heeft zich vercijferd.
Verdacht.
Verdachtmaking, V., verdachtmakingen.
Verdagen, verdaagde, heeft en is verdaagd.
Verdaging, V., verdagingen.
Verdampen, verdampte, is verdampt.
Verdamping, V., verdampingen.
Verdedigbaar, verdedigbare.
Verdedigbaarheid, V.
Verdedigen, verdedigde, heeft verdedigd.
Verdediger, M., verdedigers.
Verdediging, V., verdedigingen.
Verdedigingslinie, V., verdedigingsliniën.
Verdedigingsmiddel, O., verdedigingsmiddelen.
Verdedigingswapen, O., verdedigingswapenen.
Verdedigster, V., verdedigsters.
Verdeeldheid, V., verdeeldheden.
Verdeelen, verdeelde, heeft verdeeld.
Verdeeler, M., verdeelers.
Verdeeling, V., verdeelingen.
Verdeelpunt, O., verdeelpunten.
Verdeelster, V., verdeelsters.
Verdek, O., verdekken.
Verdeksbalk, M., verdeksbalken.
Verdelgen, verdelgde, heeft verdelgd.
Verdelger, M., verdelgers.
Verdelging, V., verdelgingen.
Verdelgingsoorlog, M., verdelgingsoorlogen.
Verdenken, verdacht, heeft verdacht.
Verdenking, V., verdenkingen.
Verder.
Verderf, O.
Verderfelijk, verderfelijker, verderfelijkst.
Verderfelijkheid, V.
Verderven, verdierf, verdierven, heeft en is verdorven.
Verderver, M., verdervers.
Verderving, V., verdervingen.
Verdichten (dichter maken), verdichtte, heeft verdicht.
Verdichten (uitdenken), verdichtte, heeft verdicht.
Verdichter, M., verdichters.
Verdichting, V., verdichtingen.
Verdichtsel, O., verdichtselen en verdichtsels. Verdichtseltje, O., verdichtseltjes.
Verdict, O., verdicten.
Verdienen, verdiende, heeft verdiend.
Verdienste, V., verdiensten.
Verdienstelijk, verdienstelijker, verdienstelijkst.
Verdienstelijkheid, V.
Verdiepen, verdiepte, heeft verdiept.
Verdieping, V., verdiepingen.
Verdiepschaaf, V., verdiepschaven.
Verdierlijken, verdierlijkte, heeft en is verdierlijkt.
Verdierlijking, V.
Verdietschen, verdietschte, heeft verdietscht.
Verdietsching, V., verdietschingen.
Verdijd.
Verdijen, verdijde, heeft verdijd.
Verdikken, verdikte, heeft en is verdikt.
Verdikking, V., verdikkingen.
Verdobbelen, verdobbelde, heeft verdobbeld.
Verdoeken, verdoekte, heeft verdoekt.
Verdoeking, V., verdoekingen.
Verdoemd.
Verdoemde, M. en V., verdoemden.
Verdoemelijk, verdoemelijker, verdoemelijkst.
Verdoemeling, M. en V., verdoemelingen.
Verdoemen, verdoemde, heeft verdoemd.
Verdoemenis, V.
Verdoemer, M., verdoemers.
Verdoeming, V.
Verdoen, verdeed, verdeden, heeft verdaan.
Verdoener, M., verdoeners.
Verdoffen, verdofte, is verdoft.
Verdokteren, verdokterde, heeft verdokterd.
Verdolen, verdoolde, is verdoold.
Verdoling, V., verdolingen.
Verdonkeremanen, verdonkeremaande, heeft verdonkeremaand.
Verdonkeren, verdonkerde, heeft en is verdonkerd.
Verdonkering, V., verdonkeringen.
Verdooldheid, V.
Verdoopen, verdoopte, heeft verdoopt.
Verdooping, V., verdoopingen.
Verdooven, verdoofde, heeft en is verdoofd.
Verdooving, V., verdoovingen.
Verdord (tusschenw.).
Verdordheid, V.
Verdorren, verdorde, is verdord.
Verdorring, V.
Verdorven, verdorvener, verdorvenst.
Verdorvenheid, V.
Verdraaglijk, verdraaglijker, verdraaglijkst.
Verdraagzaam, verdraagzamer, verdraagzaamst.
Verdraagzaamheid, V.
Verdraaid.
Verdraaidheid, V.
Verdraaien, verdraaide, heeft en is verdraaid.
Verdraaier, M., verdraaiers.
Verdraaiing, V., verdraaiingen.
Verdrag, O., verdragen.
Verdragen, verdroeg, heeft verdragen.
Verdraging, V.
Verdriedubbelen, verdriedubbelde, heeft verdriedubbeld.
Verdriet, O. Verdrietje, O., verdrietjes.
Verdrietelijk, verdrietelijker, verdrietelijkst.
Verdrietelijkheid, V., verdrietelijkheden.
Verdrieten, verdroot, verdroten, heeft verdroten.
Verdrietig, verdrietiger, verdrietigst.
Verdrievoudigen, verdrievoudigde, heeft verdrievoudigd.
Verdrijven, verdreef, verdreven, heeft verdreven.
Verdrijving, V.
Verdringen, verdrong, heeft verdrongen.
Verdringer, M., verdringers.
Verdringing, V.
Verdrinken, verdronk, heeft en is verdronken.
Verdrogen, verdroogde, heeft en is verdroogd.
Verdroging, V.
Verdrukken, verdrukte, heeft verdrukt.
Verdrukker, M., verdrukkers en verdrukkeren.
Verdrukking, V., verdrukkingen.
Verdubbelen, verdubbelde, heeft en is verdubbeld.
Verdubbeling, V., verdubbelingen.
Verdubbelingsstelsel, O.
Verduidelijken, verduidelijkte, heeft verduidelijkt.
Verduidelijking, V.
Verduisteren, verduisterde, heeft en is verduisterd.
Verduistering, V., verduisteringen.
Verduitschen, verduitschte, heeft verduitscht.
Verduitscher, M., verduitschers.
Verduitsching, V., verduitschingen.
Verduiveld.
Verduizendvoudigen, verduizendvoudigde, heeft verduizendvoudigd.
Verdunnen, verdunde, heeft en is verdund.
Verdunning, V., verdunningen.
Verduren, verduurde, heeft verduurd.
Verduring, V.
Verdutten, verdutte, heeft verdut.
Verduwen, verduwde, heeft verduwd.
Verduwing, V.
Verdwaasd.
Verdwalen, verdwaalde, is verdwaald.
Verdwijnen, verdween, verdwenen, is verdwenen.
Verdwijning, V.
Veredelen, veredelde, heeft veredeld.
Veredeling, V.
Vereelten, vereeltte, heeft en is vereelt.
Vereelting, V.
Vereenen, vereende, heeft vereend.
Vereenigbaar, vereenigbare.
Vereenigbaarheid, V.
Vereenigen, vereenigde, heeft vereenigd.
Vereeniger, M., vereenigers.
Vereeniging, V., vereenigingen.
Vereenigingsbout, M., vereenigingsbouten.
Vereenigingsleven, O.
Vereenigingspunt, O., vereenigingspunten.
Vereenigingsteeken, O., vereenigingsteekens.
Vereenigster, V., vereenigsters.
Vereenvoudigen, vereenvoudigde, heeft vereenvoudigd.
Vereenvoudiging, V., vereenvoudigingen.
Vereenzelvigen, vereenzelvigde, heeft vereenzelvigd.
Vereenzelviging, V.
Vereerder, M., vereerders.
Vereeren, vereerde, heeft vereerd.
Vereerenswaardig, vereerenswaardiger, vereerenswaardigst, of meer en meest vereerenswaardig.
Vereering, V., vereeringen. Vereerinkje, O., vereerinkjes.
Vereerster, V., vereersters.
Vereeuwigen, vereeuwigde, heeft vereeuwigd.
Vereeuwiging, V.
Vereffenen, vereffende, heeft vereffend.
Vereffening, V., vereffeningen.
Vereisch (Naar vereisch van).
Vereischen, vereischte, heeft vereischt.
Vereischte, O., vereischten.
Verengen, verengde, heeft verengd.
Verenging, V., verengingen.
Verenkelen, verenkelde, heeft verenkeld.
Verenkeling, V.
Verergeren, verergerde, heeft en is verergerd.
Verergering, V., verergeringen.
Vereten, verat, veraten, heeft vereten.
Veretteren, veretterde, is veretterd.
Verettering, V.
Verf, V., verven. Verfje, O., verfjes.
Verfdoos, V., verfdoozen; verfdoosje, O., verfdoosjes.
Verfijnen, verfijnde, heeft verfijnd.
Verfijning, V., verfijningen.
Verfkooper, M., verfkoopers.
Verfkuip, V., verfkuipen.
Verfkwast, M., verfkwasten.
Verflaag, V., verflagen.
Verflauwen, verflauwde, is verflauwd.
Verflauwing, V.
Verflensen, verflenste, is verflenst.
Verflensing, V.
Verfmolen, M., verfmolens.
Verfoeien, verfoeide, heeft verfoeid.
Verfoeienswaardig, verfoeienswaardiger, verfoeienswaardigst, of meer en meest verfoeienswaardig.
Verfoeiing, V., verfoeiingen.
Verfoeilijk, verfoeilijker, verfoeilijkst.
Verfoeilijkheid, V., verfoeilijkheden.
Verfoeisel, O., verfoeisels.
Verfoeliën, verfoeliede, heeft verfoelied.
Verfoeliesel, O.
Verfomfaaien en Verfomfooien, verfomfaaide, heeft verfomfaaid.
Verfommelen, verfommelde, heeft verfommeld.
Verfpot, M., verfpotten.
Verfraaien, verfraaide, heeft en is verfraaid.
Verfraaiing, V., verfraaiingen.
Verfranschen, verfranschte, heeft verfranscht.
Verfransching, V.
Verfrisschen, verfrischte, heeft verfrischt.
Verfrissching, V., verfrisschingen. Verfrisschinkje, O., verfrisschinkjes.
Verfrommelen, verfrommelde, heeft verfrommeld.
Verfronselen, verfronselde, heeft verfronseld.
Verfstof, V., verfstoffen.
Verfwaren (mv.), V.
Verfwinkel, M., verfwinkels.
Vergaan, verging, is vergaan.
Vergaarbak, M., vergaarbakken.
Vergaarder, M., vergaarders.
Vergaarsel, O., vergaarsels.
Vergaderen, vergaderde, heeft en is vergaderd.
Vergadering, V., vergaderingen. Vergaderingetje, O., vergaderingetjes.
Vergaderkosten (mv.), M.
Vergaderplaats, V., vergaderplaatsen.
Vergadertijd, M.
Vergaderzaal, V., vergaderzalen.
Vergallen, vergalde, heeft vergald.
Vergalling, V., vergallingen.
Vergaloppeeren (zich vergaloppeeren), vergaloppeerde zich, heeft zich vergaloppeerd.
Vergankelijk, vergankelijker, vergankelijkst.
Vergankelijkheid, V.
Vergapen, vergaapte, heeft vergaapt.
Vergaren, vergaarde, heeft vergaard.
Vergasten, vergastte, heeft vergast.
Vergeeflijk en Vergefelijk, vergeeflijker en vergefelijker, vergeeflijkst en vergefelijkst.
Vergeeflijkheid, V.
Vergeefs (bijw.).
Vergeefsch (bnw.).
Vergeestelijken, vergeestelijkte, heeft vergeestelijkt.
Vergeetachtig, vergeetachtiger, vergeetachtigst.
Vergeetachtigheid, V.
Vergeetal, M. en V., vergeetallen.
Vergeetboek, O.
Vergeet-mij-niet en Vergeet-me-niet, V., vergeet-mij-nieten. Vergeet-mij-nietje, O., vergeet-mij-nietjes.
Vergelden, vergold, heeft vergolden.
Vergelder, M., vergelders.
Vergelding, V., vergeldingen.
Vergelijk, O., vergelijken.
Vergelijkbaar, vergelijkbare.
Vergelijken, vergeleek, vergeleken, heeft vergeleken.
Vergelijkenderwijze en vergelijkenderwijs.
Vergelijking, V., vergelijkingen.
Vergemakkelijken, vergemakkelijkte, heeft vergemakkelijkt.
Vergen, vergde, heeft gevergd.
Vergenoegd, vergenoegder, vergenoegdst.
Vergenoegdheid, V.
Vergenoegen, vergenoegde, heeft vergenoegd.
Vergenoeging, V.
Vergetelheid, V.
Vergetelijk, vergetelijker, vergetelijkst.
Vergetelijkheid, V.
Vergeten, vergat, vergaten, heeft en is vergeten.
Vergetenheid, V.
Vergeven, vergaf, vergaven, heeft vergeven.
Vergevensgezind, vergevensgezinder, meest vergevensgezind.
Vergevensgezindheid, V.
Vergever, M., vergevers.
Vergeving, V.
Vergevorderd.
Vergewissen, vergewiste, heeft vergewist.
Vergezellen, vergezelde, heeft vergezeld.
Vergezelschappen, vergezelschapte, heeft vergezelschapt.
Vergezicht, O., vergezichten.
Vergiet, O. en V., vergieten. Vergietje, O., vergietjes.
Vergieten, vergoot, vergoten, heeft vergoten.
Vergieter, M., vergieters.
Vergieting, V., vergietingen.
Vergiettest, V., vergiettesten.
Vergif en Vergift, O., vergiften.
Vergiffenis, V.
Vergiften, vergiftte, heeft vergift.
Vergiftenleer, V.
Vergiftig, vergiftiger, vergiftigst.
Vergiftigen, vergiftigde, heeft vergiftigd.
Vergiftiger, M., vergiftigers.
Vergiftiging, V., vergiftigingen.
Vergiftigingsproces, O., vergiftigingsprocessen.
Vergissen (zich vergissen), vergiste zich, heeft zich vergist.
Vergissing, V., vergissingen. Vergissinkje, O., vergissinkjes.
Vergisten, vergistte, is vergist.
Vergisting, V.
Verglaassel, O.
Verglazen, verglaasde, heeft verglaasd.
Verglimmen, verglom, verglommen, is verglommen.
Vergoddelijken, vergoddelijkte, heeft vergoddelijkt.
Vergoddelijking, V.
Vergoden, vergoodde, heeft vergood.
Vergoder, M., vergoders.
Vergoding, V.
Vergoeden, vergoedde, heeft vergoed.
Vergoeding, V., vergoedingen.
Vergoelijken, vergoelijkte, heeft vergoelijkt.
Vergoelijking, V., vergoelijkingen.
Vergooien, vergooide, heeft vergooid.
Vergramd, vergramder, vergramdst.
Vergramdheid, V.
Vergrammen, vergramde, heeft en is vergramd.
Vergraven, vergroef, vergroeven, heeft vergraven.
Vergraving, V., vergravingen.
Vergrazen, vergraasde, heeft vergraasd.
Vergrijp, O., vergrijpen. Vergrijpje, O., vergrijpjes.
Vergrijpen, vergreep, vergrepen, heeft vergrepen.
Vergrijzen, vergrijsde, is vergrijsd.
Vergroeien, vergroeide, is vergroeid.
Vergroeiing, V., vergroeiingen.
Vergrooten, vergrootte, heeft vergroot.
Vergrooter, M., vergrooters.
Vergrootglas, O., vergrootglazen; vergrootglaasje, O., vergrootglaasjes.
Vergrooting, V., vergrootingen.
Vergroven, vergroofde, heeft vergroofd.
Vergruizelen, vergruizelde, heeft vergruizeld.
Vergruizeling, V.
Vergruizen, vergruisde, heeft vergruisd.
Vergruizing, V.
Verguizen, verguisde, heeft verguisd.
Verguizing, V., verguizingen.
Vergulden, verguldde, heeft verguld.
Vergulder, M., vergulders.
Vergulding, V.
Verguldmes, O., verguldmessen.
Verguldpenseel, O., verguldpenseelen.
Verguldsel, O., verguldsels.
Verguldwerk, O.
Vergunnen, vergunde, heeft vergund.
Vergunning, V., vergunningen.
Vergunninghouder, M., vergunninghouders.
Vergunningsrecht, O.
Verhaal (bericht), O., verhalen. Verhaaltje, O., verhaaltjes.
Verhaal (herstel), O.
Verhaalreep, M., verhaalreepen.
Verhaalster, V., verhaalsters.
Verhaaltrant, M.
Verhaasten, verhaastte, heeft verhaast.
Verhaken, verhaakte, heeft verhaakt.
Verhakken, verhakte, heeft verhakt.
Verhakking, V., verhakkingen.
Verhakstukken, verhakstukte, heeft verhakstukt.
Verhalen, verhaalde, heeft en is verhaald.
Verhalenderwijze en verhalenderwijs.
Verhaler, M., verhalers.
Verhalvezolen, verhalvezoolde, heeft verhalvezoold.
Verhandelaar, M., verhandelaars.
Verhandelaarsstijl, M.
Verhandelbaar, verhandelbare.
Verhandelen, verhandelde, heeft verhandeld.
Verhandeling, V., verhandelingen. Verhandelingetje, O., verhandelingetjes.
Verhang, O.
Verhangen, verhing, heeft verhangen.
Verhanging, V.
Verhanselen, verhanselde, heeft verhanseld.
Verhard, verharder, verhardst.
Verharden, verhardde, heeft en is verhard.
Verhardheid, V.
Verharding, V., verhardingen.
Verharen, verhaarde, is verhaard.
Verhaspelen, verhaspelde, heeft verhaspeld.
Verhaspeling, V., verhaspelingen.
Verheelen (verbinden), verheelde, heeft verheeld.
Verheeren, verheerde, heeft verheerd.
Verheering, V.
Verheerlijken, verheerlijkte, heeft verheerlijkt.
Verheerlijking, V.
Verheffen, verhief, verhieven, heeft verheven.
Verheffing, V., verheffingen.
Verhelderen, verhelderde, heeft en is verhelderd.
Verheldering, V.
Verhelen (verbergen), verheelde, heeft verheeld.
Verhelpen, verhielp, heeft verholpen.
Verhelping, V.
Verhemelte, O., verhemelten.
Verhemelteletter, V., verhemelteletters.
Verheugd, verheugder, verheugdst.
Verheugen, verheugde, heeft verheugd.
Verheuging, V., verheugingen. Verheuginkje, O., verheuginkjes.
Verheveling, V., verhevelingen.
Verheven, verhevener, verhevenst.
Verhevenheid, V., verhevenheden.
Verhinderen, verhinderde, heeft verhinderd.
Verhindering, V., verhinderingen.
Verhit, verhitter, verhitst.
Verhitheid, V.
Verhitten, verhitte, heeft verhit.
Verhitting, V., verhittingen.
Verhoeden, verhoedde, heeft verhoed.
Verhoeding, V.
Verhoefslagen, verhoefslaagde, heeft verhoefslaagd.
Verhoefslaging, V., verhoefslagingen.
Verholen, verholener, verholenst.
Verholenheid, V.
Verhollandschen, verhollandschte, heeft verhollandscht.
Verhollandsching, V.
Verhonderdvoudigen, verhonderdvoudigde, heeft verhonderdvoudigd.
Verhongeren, verhongerde, heeft en is verhongerd.
Verhongering, V.
Verhoogen, verhoogde, heeft verhoogd.
Verhooger, M., verhoogers.
Verhooging, V., verhoogingen.
Verhoogsel, O., verhoogsels.
Verhoogstuk, O., verhoogstukken.
Verhoor, O., verhooren.
Verhoorder, M., verhoorders.
Verhooren, verhoorde, heeft verhoord.
Verhooring, V., verhooringen.
Verhoovaardigen (zich verhoovaardigen), verhoovaardigde zich, heeft zich verhoovaardigd.
Verhouding, V., verhoudingen.
Verhuisdag, M., verhuisdagen.
Verhuisdrukte, V.
Verhuiskosten (mv.), M.
Verhuiswagen, M., verhuiswagens.
Verhuizen, verhuisde, is verhuisd.
Verhuizer, M., verhuizers.
Verhuizing, V., verhuizingen.
Verhuren, verhuurde, heeft verhuurd.
Verhuring, V., verhuringen.
Verhutselen, verhutselde, heeft verhutseld.
Verhuurder, M., verhuurders.
Verhuurkantoor, O., verhuurkantoren.
Verhuurster, V., verhuursters.
Verhuurtijd, M.
Verhypothekeeren, verhypothekeerde, heeft verhypothekeerd.
Verificateur, M., verificateurs.
Verificatie, V., verificatiën en verificaties.
Verifieeren, verifieerde, heeft geverifieerd.
Verijdelen, verijdelde, heeft verijdeld.
Verijdeling, V.
Verjaardag, M., verjaardagen.
Verjaarfeest, O., verjaarfeesten.
Verjaargeschenk, O., verjaargeschenken.
Verjaarmaal, O., verjaarmalen.
Verjagen, verjaagde, heeft verjaagd; ook verjoeg.
Verjaging, V.
Verjaren, verjaarde, is verjaard.
Verjaring, V., verjaringen.
Verjaringsfeest, O., verjaringsfeesten.
Verjaringsgeschenk, O., verjaringsgeschenken.
Verjaringsrecht, O.
Verjaringstermijn, M., verjaringstermijnen.
Verjongen, verjongde, heeft en is verjongd.
Verjonging, V.
Verjongingskuur, V., verjongingskuren.
Verkaarten, verkaartte, heeft verkaart.
Verkabbelen, verkabbelde, heeft verkabbeld.
Verkakelen, verkakelde, heeft verkakeld.
Verkalken, verkalkte, heeft en is verkalkt.
Verkalking, V.
Verkankeren, verkankerde, is verkankerd.
Verkankering, V.
Verkappen, verkapte, heeft verkapt.
Verkapping, V., verkappingen.
Verkassen, verkaste, is verkast.
Verkavelen, verkavelde, heeft verkaveld.
Verkaveling, V., verkavelingen.
Verkeer, O.
Verkeerbord, O., verkeerborden; verkeerbordje, O., verkeerbordjes.
Verkeerd, verkeerder, verkeerdst.
Verkeerdelijk.
Verkeerdheid, V., verkeerdheden.
Verkeeren, verkeerde, heeft en is verkeerd.
Verkeering, V., verkeeringen.
Verkeerspel, O., verkeerspelen.
Verkeerswezen, O.
Verkeertje (verkeerspel), O.
Verkegelen, verkegelde, heeft verkegeld.
Verkenbaar, verkenbare.
Verkennen, verkende, heeft verkend.
Verkenner, M., verkenners.
Verkenning, V., verkenningen.
Verkenningstocht, M., verkenningstochten.
Verkerven, verkorf, verkorven, heeft verkorven.
Verketteren, verketterde, heeft verketterd.
Verkettering, V., verketteringen.
Verkeuren, verkeurde, heeft verkeurd.
Verkielen, verkielde, heeft verkield.
Verkiesbaar, verkiesbare.
Verkiesbaarheid, V.
Verkieslijk en Verkieselijk, verkieslijker en verkieselijker, verkieslijkst en verkieselijkst.
Verkiezen, verkoos, verkozen, heeft verkozen.
Verkiezing, V., verkiezingen.
Verkiezingsagent, M., verkiezingsagenten.
Verkiezingsdag, M., verkiezingsdagen.
Verkiezingsleer, V.
Verkiezingsmanoeuvre, V., verkiezingsmanoeuvres.
Verkiezingsstrijd, M.
Verkiezingswerk, O.
Verkijken, verkeek, verkeken, heeft verkeken.
Verklaarbaar, verklaarbaarder, verklaarbaarst.
Verklaarder, M., verklaarders.
Verkladden, verkladde, heeft verklad.
Verklappen, verklapte, heeft verklapt.
Verklapper, M., verklappers.
Verklapping, V., verklappingen.
Verklaren, verklaarde, heeft verklaard.
Verklaring, V., verklaringen.
Verkleeden, verkleedde, heeft verkleed.
Verkleeding, V., verkleedingen.
Verkleedpartij, V., verkleedpartijen.
Verkleefd, verkleefder, verkleefdst.
Verkleefdheid, V.
Verkleinaap, M., verkleinapen.
Verkleinbaar, verkleinbare.
Verkleinen, verkleinde, heeft verkleind.
Verkleinglas, O., verkleinglazen; verkleinglaasje, O., verkleinglaasjes.
Verkleining, V., verkleiningen.
Verkleiningsuitgang, M., verkleiningsuitgangen.
Verkleinwoord, O., verkleinwoorden; verkleinwoordje, O., verkleinwoordjes.
Verkleumd, verkleumder, verkleumdst.
Verkleumdheid, V.
Verkleumen, verkleumde, is verkleumd.
Verkleuming, V.
Verkleuren, verkleurde, heeft en is verkleurd.
Verkleuring, V.
Verklikken, verklikte, heeft verklikt.
Verklikker, M., verklikkers.
Verklikking, V., verklikkingen.
Verkloeken, verkloekte, heeft verkloekt.
Verklungelen, verklungelde, heeft verklungeld.
Verkneukelen (zich verkneukelen), verkneukelde zich, heeft zich verkneukeld.
Verkneuteren (zich verkneuteren), verkneuterde zich, heeft zich verkneuterd.
Verkneuzen, verkneusde, heeft verkneusd.
Verkniezen en Verknijzen (zich verkniezen en zich verknijzen), verkniesde zich, heeft zich verkniesd.
Verknijpen (zich verknijpen), verkneep zich, verknepen zich, heeft zich verknepen.
Verknijping, V.
Verknijzen. Zie Verkniezen.
Verknippen, verknipte, heeft verknipt.
Verknocht.
Verknochtheid, V.
Verknoeien, verknoeide, heeft verknoeid.
Verknoeiing, V., verknoeiingen.
Verknollen, verknolde, heeft verknold.
Verknoopen, verknoopte, heeft verknoopt.
Verknutselen, verknutselde, heeft verknutseld.
Verkoelen, verkoelde, heeft en is verkoeld.
Verkoelend, verkoelender, verkoelendst.
Verkoeling, V., verkoelingen.
Verkoelingsmiddel, O., verkoelingsmiddelen.
Verkoken, verkookte, heeft en is verkookt.
Verkolen, verkoolde, is verkoold.
Verkoling, V.
Verkomen, verkomt, verkwam, verkwamen, is verkomen.
Verkonden, verkondde, heeft verkond.
Verkonder, M., verkonders.
Verkondigen, verkondigde, heeft verkondigd.
Verkondiger, M., verkondigers.
Verkondiging, V.
Verkonding, V.
Verkonkelen, verkonkelde, heeft verkonkeld.
Verkonkeling, V.
Verkoop, M., verkoopen.
Verkoopbaar, verkoopbare.
Verkoopdag, M., verkoopdagen.
Verkoopen, verkocht, heeft verkocht.
Verkooper, M., verkoopers.
Verkoophuis, O., verkoophuizen.
Verkooping, V., verkoopingen. Verkoopinkje, O., verkoopinkjes.
Verkooplokaal, O., verkooplokalen.
Verkoopprijs, M., verkoopprijzen.
Verkoopster, V., verkoopsters.
Verkooptijd, M.
Verkoperen, verkoperde, heeft verkoperd.
Verkopering, V.
Verkoren.
Verkorsten, verkorstte, is verkorst.
Verkorten, verkortte, heeft verkort.
Verkorter, M., verkorters.
Verkorting, V., verkortingen.
Verkortingsteeken, O., verkortingsteekens.
Verkouden.
Verkoudheid, V., verkoudheden.
Verkrachten, verkrachtte, heeft verkracht.
Verkrachter, M., verkrachters.
Verkrachting, V., verkrachtingen.
Verkreukelen, verkreukelde, heeft verkreukeld.
Verkreukeling, V., verkreukelingen.
Verkrijgbaar, verkrijgbare.
Verkrijgen, verkreeg, verkregen, heeft verkregen.
Verkrijging, V.
Verkrimpen, verkromp, is verkrompen.
Verkrimping, V.
Verkrommen, verkromde, heeft verkromd.
Verkromming, V., verkrommingen.
Verkroppen, verkropte, heeft verkropt.
Verkruimelen, verkruimelde, heeft en is verkruimeld.
Verkuilen, verkuilde, heeft verkuild.
Verkuiling, V.
Verkuipen, verkuipte, heeft verkuipt.
Verkwakkelen, verkwakkelde, heeft verkwakkeld.
Verkwanselen, verkwanselde, heeft verkwanseld.
Verkwanseling, V.
Verkwijnen, verkwijnde, is verkwijnd.
Verkwijning, V.
Verkwikkelijk, verkwikkelijker, verkwikkelijkst.
Verkwikkelijkheid, V.
Verkwikken, verkwikte, heeft verkwikt.
Verkwikkend, verkwikkender, verkwikkendst.
Verkwikking, V., verkwikkingen.
Verkwisten, verkwistte, heeft verkwist.
Verkwistend, verkwistender, verkwistendst.
Verkwister, M., verkwisters.
Verkwisting, V., verkwistingen.
Verlaat, O., verlaten.
Verladen, verlaadde, heeft verladen.
Verlading, V.
Verlagen, verlaagde, heeft en is verlaagd.
Verlaging, V.
Verlak, O.
Verlakken (met verlak bekleeden), verlakte, heeft verlakt.
Verlakken (bedriegen), verlakte, heeft verlakt.
Verlakker, M., verlakkers.
Verlakking, V., verlakkingen.
Verlaksel, O.
Verlakt, O.
Verlammen, verlamde, heeft en is verlamd.
Verlamming, V., verlammingen.
Verlangen, verlangde, heeft verlangd.
Verlangen, O., verlangens.
Verlanglijst, V., verlanglijsten; verlanglijstje, O., verlanglijstjes.
Verlangst, V.
Verlanterfanten, verlanterfantte, heeft verlanterfant.
Verlappen, verlapte, heeft verlapt.
Verlapping, V., verlappingen.
Verlaten (begeven), verliet, heeft verlaten.
Verlaten (zich verlaten), (vertrouwen), verliet zich, heeft zich verlaten.
Verlaten (zich verlaten), (niet op zijn tijd passen), verlaatte zich, heeft zich verlaat.
Verlaten, verlatener, verlatenst.
Verlatenheid, V.
Verlater, M., verlaters.
Verlating, V.
Verleden.
Verleden, O.
Verledigen (zich verledigen), verledigde zich, heeft zich verledigd.
Verleenen, verleende, heeft verleend.
Verleening, V.
Verleeren, verleerde, heeft verleerd.
Verlegen, verlegener, verlegenst.
Verlegenheid, V.
Verleggen, verlegde en verleide, heeft verlegd en verleid.
Verlegging, V.
Verlei (beleening), O.
Verleidelijk, verleidelijker, verleidelijkst.
Verleidelijkheid, V., verleidelijkheden.
Verleiden, verleidde, heeft verleid.
Verleider, M., verleiders.
Verleiding, V., verleidingen.
Verleidster, V., verleidsters.
Verleien (beleenen), verleide, heeft verleid.
Verlekkeren, verlekkerde, heeft en is verlekkerd.
Verlengbaar, verlengbare.
Verlengde, O.
Verlengen, verlengde, heeft verlengd.
Verlenging, V.
Verlengstuk, O., verlengstukken.
Verleppen, verlepte, is verlept.
Verlet, O.
Verletsel, O., verletsels.
Verletten, verlette, heeft verlet.
Verleuteren, verleuterde, heeft verleuterd.
Verlevendigen, verlevendigde, heeft verlevendigd.
Verlevendiging, V.
Verlezen (uitlezen, uitzoeken), verlas, verlazen, heeft verlezen.
Verlezen (zich verlezen), (verkeerd lezen), verlas zich, verlazen zich, heeft zich verlezen.
Verlicht, verlichter, verlichtst.
Verlichten (verhelderen), verlichtte, heeft verlicht.
Verlichten (minder zwaar maken), verlichtte, heeft verlicht.
Verlichter, M., verlichters.
Verlichting, V.
Verliederlijken (zich verliederlijken), verliederlijkte zich, heeft zich verliederlijkt.
Verliefd, verliefder, verliefdst.
Verliefde, M. en V., verliefden.
Verliefdheid, V., verliefdheden.
Verlies, O., verliezen. Verliesje, O., verliesjes.
Verlieven, verliefde, is verliefd.
Verliezen, verloor, verloren, heeft verloren.
Verliezer, M., verliezers.
Verliggen, verlag, verlagen, is en heeft verlegen.
Verlijden, verleed, verleden, heeft verleden.
Verlof, O., verloven.
Verlofganger, M., verlofgangers.
Verlofhouder, M., verlofhouders.
Verlofpas, M., verlofpassen.
Verlofstraktement, O., verlofstraktementen. Ook Verloftraktement.
Verloftijd, M.
Verlokkelijk, verlokkelijker, verlokkelijkst.
Verlokkelijkheid, V., verlokkelijkheden.
Verlokken, verlokte, heeft verlokt.
Verlokker, M., verlokkers.
Verlokking, V., verlokkingen.
Verloksel, O., verlokselen en verloksels.
Verlokster, V., verloksters.
Verloochenaar, M., verloochenaars.
Verloochenares, V., verloochenaressen.
Verloochenen, verloochende, heeft verloochend.
Verloochening, V.
Verlooden, verloodde, heeft verlood.
Verlooding, V.
Verloofde, M. en V., verloofden.
Verloop, O.
Verloopen, verliep, heeft en is verloopen.
Verlootdag, M., verlootdagen.
Verloren.
Verloskunde, V.
Verloskundig.
Verloskundige, M. en V., verloskundigen.
Verlossen, verloste, heeft en is verlost.
Verlosser, M., verlossers.
Verlossing, V., verlossingen.
Verlossingswerk, O.
Verlosster, V., verlossters.
Verloten, verlootte, heeft verloot.
Verloter, M., verloters.
Verloting, V., verlotingen.
Verloven, verloofde, heeft verloofd.
Verloving, V., verlovingen.
Verlovingsdag, M., verlovingsdagen.
Verlovingsfeest, O., verlovingsfeesten.
Verlovingsring, M., verlovingsringen.
Verluchten, verluchtte, heeft verlucht.
Verluchtigen, verluchtigde, heeft verluchtigd.
Verluchtiging, V.
Verluchting, V.
Verluiden (Zich laten verluiden).
Verluieren, verluierde, heeft verluierd.
Verlustigen, verlustigde, heeft verlustigd.
Verlustiging, V., verlustigingen.
Vermaagschappen, vermaagschapte, heeft vermaagschapt.
Vermaagschapping, V., vermaagschappingen.
Vermaak, O., vermaken.
Vermaakshalve.
Vermaan, O.
Vermaanbrief, M., vermaanbrieven.
Vermaanster, V., vermaansters.
Vermaard, vermaarder, vermaardst.
Vermaardheid, V., vermaardheden.
Vermageren, vermagerde, heeft en is vermagerd.
Vermagering, V.
Vermakelijk, vermakelijker, vermakelijkst.
Vermakelijkheid, V., vermakelijkheden.
Vermaken, vermaakte, heeft vermaakt.
Vermaking, V., vermakingen.
Vermaledijd.
Vermalen, vermaalde, heeft vermalen.
Vermaling, V.
Vermallen, vermalde, heeft vermald.
Vermanen, vermaande, heeft vermaand.
Vermaner, M., vermaners.
Vermaning, V., vermaningen. Vermaninkje, O., vermaninkjes.
Vermannen, vermande, heeft vermand.
Vermeend.
Vermeenen, vermeende, heeft vermeend.
Vermeerderaar, M., vermeerderaars.
Vermeerderen, vermeerderde, heeft en is vermeerderd.
Vermeerdering, V., vermeerderingen.
Vermeesteren, vermeesterde, heeft vermeesterd.
Vermeestering, V.
Vermeien (zich vermeien), vermeide zich, heeft zich vermeid.
Vermelden, vermeldde, heeft vermeld.
Vermeldenswaard.
Vermelder, M., vermelders.
Vermelding, V., vermeldingen.
Vermengen, vermengde, heeft vermengd.
Vermenger, M., vermengers.
Vermenging, V., vermengingen.
Vermengster, V., vermengsters.
Vermenigvuldigen, vermenigvuldigde, heeft en is vermenigvuldigd.
Vermenigvuldiger, M., vermenigvuldigers.
Vermenigvuldiging, V., vermenigvuldigingen.
Vermenigvuldigtal, O., vermenigvuldigtallen.
Vermetel, vermeteler, vermetelst.
Vermetelheid, V.
Vermeten, vermat, vermaten, heeft vermeten.
Vermeten (zich vermeten), vermat zich, vermaten zich, heeft zich vermeten.
Vermetselen, vermetselde, heeft vermetseld.
Vermetseling, V.
Vermicelli, V.
Vermicellipodding, M., vermicellipoddingen.
Vermicellisoep, V.
Vermijdbaar, vermijdbare.
Vermijden, vermeed, vermeden, heeft vermeden.
Vermijding, V.
Vermijmeren, vermijmerde, heeft vermijmerd.
Vermijten, vermijtte, is vermijt.
Vermiljoen, O.
Verminderen, verminderde, heeft en is verminderd.
Vermindering, V., verminderingen.
Verminken, verminkte, heeft verminkt.
Verminking, V., verminkingen.
Vermissen, vermiste, heeft vermist.
Vermissing, V.
Vermits.
Vermodderen, vermodderde, heeft vermodderd.
Vermoedelijk.
Vermoeden, vermoedde, heeft vermoed.
Vermoeden, O., vermoedens.
Vermoeid, vermoeider, vermoeidst.
Vermoeidheid, V.
Vermoeien, vermoeide, heeft vermoeid.
Vermoeiend, vermoeiender, vermoeiendst.
Vermoeienis, V., vermoeienissen.
Vermoeiing, V.
Vermoffen, vermofte, heeft en is vermoft.
Vermoffing, V.
Vermogen, vermag, vermogen, vermocht.
Vermogen, O., vermogens.
Vermogend, vermogender, vermogendst.
Vermogensbelasting, V., vermogensbelastingen.
Vermolmen, vermolmde, is vermolmd.
Vermolming, V.
Vermomde, M. en V., vermomden.
Vermommen, vermomde, heeft vermomd.
Vermomming, V., vermommingen.
Vermooien, vermooide, heeft en is vermooid.
Vermoorden, vermoordde, heeft vermoord.
Vermoording, V., vermoordingen.
Vermorsen, vermorste, heeft vermorst.
Vermorsing, V.
Vermorzelen, vermorzelde, heeft vermorzeld.
Vermorzeling, V.
Vermuffen, vermufte, is vermuft.
Vermuffing, V.
Vermunten, vermuntte, heeft vermunt.
Vermunting, V., vermuntingen.
Vermurwen, vermurwde, heeft en is vermurwd.
Vermurwing, V.
Vernaaien, vernaaide, heeft vernaaid.
Vernachten, vernachtte, heeft vernacht.
Vernagelen, vernagelde, heeft vernageld.
Vernageling, V.
Vernauwen, vernauwde, heeft en is vernauwd.
Vernauwing, V., vernauwingen.
Vernederen, vernederde, heeft vernederd.
Vernederend, vernederender, vernederendst.
Vernedering, V., vernederingen.
Verneembaar, verneembare.
Vernemen, vernam, vernamen, heeft vernomen.
Vernestelen, vernestelde, heeft vernesteld.
Vernielachtig, vernielachtiger, vernielachtigst.
Vernielachtigheid, V.
Vernielal, M. en V., vernielallen.
Vernielen, vernielde, heeft vernield.
Vernielend, vernielender, vernielendst.
Vernieler, M., vernielers.
Vernieling, V.
Vernielster, V., vernielsters.
Vernielzucht, V.
Vernietigbaar, vernietigbare.
Vernietigen, vernietigde, heeft vernietigd.
Vernietiger, M., vernietigers.
Vernietiging, V.
Vernieuwen, vernieuwde, heeft vernieuwd.
Vernieuwer, M., vernieuwers.
Vernieuwing, V., vernieuwingen.
Vernikkelen, vernikkelde, heeft vernikkeld.
Vernis, O., vernissen. Vernisje, O., vernisjes.
Vernissen, verniste, heeft vernist.
Vernoegd, vernoegder, vernoegdst.
Vernoegdheid, V.
Vernoegen (zich vernoegen), vernoegde zich, heeft zich vernoegd.
Vernoeging, V.
Vernoemen, vernoemde, heeft vernoemd.
Vernoeming, V., vernoemingen.
Vernuft, O., vernuften. Vernuftje, O., vernuftjes.
Vernuftig, vernuftiger, vernuftigst.
Veronaangenamen, veronaangenaamde, heeft veronaangenaamd.
Veronaangenaming, V.
Veronachtzamen, veronachtzaamde, heeft veronachtzaamd.
Veronachtzaming, V.
Veronderstellen, veronderstelde, heeft verondersteld.
Veronderstelling, V., veronderstellingen.
Verongelijken, verongelijkte, heeft verongelijkt.
Verongelijking, V., verongelijkingen.
Verongelukken, verongelukte, is verongelukt.
Verontheiligen, verontheiligde, heeft verontheiligd.
Verontheiliger, M., verontheiligers.
Verontheiliging, V., verontheiligingen.
Verontreinigen, verontreinigde, heeft verontreinigd.
Verontreiniger, M., verontreinigers.
Verontreiniging, V., verontreinigingen.
Verontrusten, verontrustte, heeft verontrust.
Verontrusting, V.
Verontschuldigen, verontschuldigde, heeft verontschuldigd.
Verontschuldiging, V., verontschuldigingen.
Verontwaardigen, verontwaardigde, heeft verontwaardigd.
Verontwaardiging, V.
Veroordeelaar, M., veroordeelaars.
Veroordeelen, veroordeelde, heeft veroordeeld.
Veroordeeling, V., veroordeelingen.
Veroorloven, veroorloofde, heeft veroorloofd.
Veroorloving, V.
Veroorzaken, veroorzaakte, heeft veroorzaakt.
Veroorzaker, M., veroorzakers.
Veroorzaking, V.
Verootmoedigen, verootmoedigde, heeft verootmoedigd.
Verootmoediging, V., verootmoedigingen.
Verorberen, verorberde, heeft verorberd.
Verordenen, verordende, heeft verordend.
Verordening, V., verordeningen.
Verordineeren, verordineerde, heeft verordineerd.
Verouderen, verouderde, is en heeft verouderd.
Veroudering, V.
Verouwelijken, verouwelijkte, is en heeft verouwelijkt.
Veroveraar, M., veroveraars.
Veroveren, veroverde, heeft veroverd.
Verovering, V., veroveringen.
Veroveringsoorlog, M., veroveringsoorlogen.
Veroveringszucht, V.
Verpachten, verpachtte, heeft verpacht.
Verpachter, M., verpachters.
Verpachting, V., verpachtingen.
Verpakken, verpakte, heeft verpakt.
Verpakking, V., verpakkingen.
Verpanden, verpandde, heeft verpand.
Verpanding, V., verpandingen.
Verpappen, verpapte, heeft verpapt.
Verpassen, verpaste, heeft verpast.
Verpatsen, verpatste, heeft verpatst.
Verpekelen, verpekelde, heeft en is verpekeld.
Verpekken, verpekte, heeft verpekt.
Verpersoonlijken, verpersoonlijkte, heeft verpersoonlijkt.
Verpersoonlijking, V.
Verpesten, verpestte, heeft verpest.
Verpestend, verpestender, verpestendst.
Verpesting, V.
Verpieterd, verpieterder, verpieterdst.
Verpijnen (zich verpijnen), verpijnde zich, heeft zich verpijnd.
Verplaatsbaar, verplaatsbare.
Verplaatsen, verplaatste, heeft verplaatst.
Verplaatsing, V., verplaatsingen.
Verplakken, verplakte, heeft verplakt.
Verplanten, verplantte, heeft verplant.
Verplanting, V., verplantingen.
Verplassen, verplaste, heeft verplast.
Verpleegster, V., verpleegsters.
Verpleegsterskostuum, O., verpleegsterskostumen.
Verpleegstersschort, O., verpleegstersschorten.
Verplegen, verpleegde, heeft verpleegd.
Verpleger, M., verplegers.
Verpleging, V.
Verplegingskosten (mv.), M.
Verpleisteren, verpleisterde, heeft verpleisterd.
Verpletten, verplette, heeft verplet.
Verpletteren, verpletterde, heeft verpletterd.
Verplettering, V.
Verplichten, verplichtte, heeft verplicht.
Verplichtend, verplichtender, verplichtendst.
Verplichting, V., verplichtingen.
Verplooien, verplooide, heeft verplooid.
Verponding, V., verpondingen.
Verpoozen, verpoosde, heeft verpoosd.
Verpoozing, V., verpoozingen.
Verpoten, verpootte, heeft verpoot.
Verpoting, V., verpotingen.
Verpotten, verpotte, heeft verpot.
Verpotting, V.
Verpraten, verpraatte, heeft verpraat.
Verpronken, verpronkte, heeft verpronkt.
Verpruilen, verpruilde, heeft verpruild.
Verraad, O.
Verraadster, V., verraadsters.
Verraden, verried, heeft verraden.
Verrader, M., verraders en verraderen.
Verraderlijk, verraderlijker, verraderlijkst.
Verrafelen, verrafelde, heeft en is verrafeld.
Verrammelen, verrammelde, heeft verrammeld.
Verrassen, verraste, heeft verrast.
Verrassing, V., verrassingen. Verrassinkje, O., verrassinkjes.
Verre. Zie Ver.
Verregaand, verregaander, verregaandst.
Verreiken (zich verreiken), (te ver reiken), verreikte zich, heeft zich verreikt.
Verreizen, verreisde, heeft verreisd.
Verrekenen, verrekende, heeft verrekend.
Verrekening, V., verrekeningen.
Verrekijker, M., verrekijkers; verrekijkertje, O., verrekijkertjes.
Verrekken, verrekte, heeft en is verrekt.
Verrekking, V., verrekkingen.
Verrel, O., verrels. Verreltje, O., verreltjes.
Verreweg.
Verreziend en Verziend.
Verrichten, verrichtte, heeft verricht.
Verrichting, V., verrichtingen.
Verrijken (rijker maken), verrijkte, heeft verrijkt.
Verrijking, V.
Verrijzen, verrees, verrezen, is verrezen.
Verrijzenis, V.
Verrijzing, V.
Verrimpelen, verrimpelde, heeft en is verrimpeld.
Verroeien, verroeide, heeft en is verroeid.
Verroekeloozen, verroekeloosde, heeft verroekeloosd.
Verroekeloozing, V.
Verroeren, verroerde, heeft verroerd.
Verroesten, verroestte, is verroest.
Verroesting, V.
Verrollen, verrolde, heeft verrold.
Verronselen, verronselde, heeft verronseld.
Verrooken, verrookte, heeft verrookt.
Verrot, verrotter, verrotst.
Verrotten, verrotte, is verrot.
Verrotting, V.
Verrottingsproces, O., verrottingsprocessen.
Verruilen, verruilde, heeft verruild.
Verruiling, V., verruilingen.
Verruimen, verruimde, heeft verruimd.
Verruiming, V.
Verrukkelijk, verrukkelijker, verrukkelijkst.
Verrukkelijkheid, V.
Verrukken, verrukte, heeft verrukt.
Verrukking, V., verrukkingen.
Vers, O., verzen. Versje, O., versjes.
Versaagd, versaagder, versaagdst.
Versaagdheid, V.
Versagen, versaagde, is versaagd.
Versbouw, M.
Versch, verscher.
Verschacheren, verschacherde, heeft verschacherd.
Verschaffen, verschafte, heeft verschaft.
Verschaffing, V.
Verschalen, verschaalde, is verschaald.
Verschaling, V.
Verschalken, verschalkte, heeft verschalkt,
Verschalking, V., verschalkingen.
Verschansen, verschanste, heeft verschanst.
Verschansing, V., verschansingen.
Verschebalie en Varschebalie, M., verschebalies en varschebalies.
Verscheiden, verscheidde, is verscheiden.
Verscheiden, O.
Verscheiden (bnw. en telw.).
Verscheidenheid, V., verscheidenheden.
Verschelen, verscheelde, heeft verscheeld.
Verschelijk.
Verschen, verschte, heeft geverscht.
Verschenken, verschonk, heeft verschonken.
Verschepen, verscheepte, heeft verscheept.
Verscheping, V., verschepingen.
Verscherpen, verscherpte, heeft verscherpt.
Verscherping, V., verscherpingen.
Verschertsen, verschertste, heeft verschertst.
Verscherven, verscherfde, heeft verscherfd.
Verschet. Zie Frisket.
Verscheuren, verscheurde, heeft verscheurd.
Verscheuring, V.
Verschheid, V.
Verschiet, O., verschieten. Verschietje, O., verschietjes.
Verschieten, verschoot, verschoten, heeft en is verschoten.
Verschijndag, M., verschijndagen.
Verschijnen, verscheen, verschenen, is verschenen.
Verschijning, V., verschijningen.
Verschijnsel, O., verschijnselen en verschijnsels.
Verschikken, verschikte, heeft en is verschikt.
Verschikking, V., verschikkingen.
Verschil, O., verschillen. Verschilletje, O., verschilletjes.
Verschilferen, verschilferde, is verschilferd.
Verschillen, verschilde, heeft verschild.
Verschillend.
Verschilpunt, O., verschilpunten.
Verschimmelen, verschimmelde, is verschimmeld.
Verschimmeling, V.
Versching, V.
Verschoffelen, verschoffelde, heeft verschoffeld.
Verschokken, verschokte, heeft en is verschokt.
Verschommelen, verschommelde, heeft en is verschommeld.
Verschoonbaar, verschoonbaarder, verschoonbaarst.
Verschoonbaarheid, V.
Verschoonen, verschoonde, heeft verschoond.
Verschooning, V., verschooningen.
Verschoonlijk, verschoonlijker, verschoonlijkst.
Verschoppeling, M. en V., verschoppelingen. V. ook verschoppelinge.
Verschoppen, verschopte, heeft verschopt.
Verschopping, V.
Verschot, O., verschotten. Verschotje, O., verschotjes.
Verschotlijstje, O., verschotlijstjes.
Verschoveling, M. en V., verschovelingen. V. ook verschovelinge.
Verschreeuwen (zich verschreeuwen), verschreeuwde zich, heeft zich verschreeuwd.
Verschrijven, verschreef, verschreven, heeft verschreven.
Verschrijving, V., verschrijvingen.
Verschrikkelijk, verschrikkelijker, verschrikkelijkst.
Verschrikkelijkheid, V., verschrikkelijkheden.
Verschrikken, verschrikte, heeft en is verschrikt.
Verschrikker, M., verschrikkers.
Verschrikking, V., verschrikkingen.
Verschroeien, verschroeide, heeft en is verschroeid.
Verschroeiing, V.
Verschrompelen, verschrompelde, is verschrompeld.
Verschrompeling, V.
Verschronkelen, verschronkelde, is verschronkeld.
Verschudden, verschudde, heeft verschud.
Verschudding, V.
Verschuilen (zich verschuilen), verschool zich, verscholen zich, heeft zich verscholen.
Verschuimen, verschuimde, heeft verschuimd.
Verschuinen, verschuinde, heeft verschuind.
Verschuiven, verschoof, verschoven, heeft en is verschoven.
Verschuiving, V., verschuivingen.
Verschuldigd.
Verschuren, verschuurde, heeft en is verschuurd.
Versierder, M., versierders.
Versieren, versierde, heeft versierd.
Versiering, V., versieringen.
Versieringskunst, V.
Versieringsmotief, O., versieringsmotieven.
Versiersel, O., versiersels en versierselen.
Versierster, V., versiersters.
Versificatie, V.
Versjouwen, versjouwde, heeft versjouwd.
Verslaafd.
Verslaafdheid, V.
Verslaan, verslaat, versloeg, heeft en is verslagen.
Verslag, O., verslagen. Verslagje, O., verslagjes.
Verslagen, verslagener, verslagenst.
Verslagenheid, V.
Verslaggever, M., verslaggevers.
Verslampampen, verslampampte, heeft verslampampt.
Verslapen, versliep, heeft verslapen.
Verslappen, verslapte, heeft en is verslapt.
Verslapping, V., verslappingen.
Verslaven (zich verslaven), verslaafde zich, heeft zich verslaafd.
Verslaving, V.
Verslechten, verslechtte, heeft en is verslecht.
Versleepen, versleepte, heeft versleept.
Verslempen, verslempte, heeft verslempt.
Verslensen, verslenste, is verslenst.
Verslenteren, verslenterde, heeft verslenterd.
Versleten, versletener, meest versleten.
Versleuren, versleurde, heeft versleurd.
Verslibben, verslibde, is verslibd.
Verslibbing, V., verslibbingen.
Verslijken, verslijkte, is verslijkt.
Verslijking, V., verslijkingen.
Verslijmen, verslijmde, is verslijmd.
Verslijming, V., verslijmingen.
Verslijtbaar, verslijtbare.
Verslijten, versleet, versleten, heeft en is versleten.
Verslijting, V.
Verslikken, verslikte, heeft verslikt.
Verslikking, V., verslikkingen.
Verslinden, verslond, heeft verslonden.
Verslinder, M., verslinders.
Verslinding, V.
Verslindster, V., verslindsters.
Verslingerd.
Verslingerdheid, V.
Verslingeren, verslingerde, heeft en is verslingerd.
Verslodderen, verslodderde, heeft verslodderd.
Versloffen, verslofte, heeft versloft.
Verslonzen, verslonsde, heeft verslonsd.
Versloven, versloofde, heeft versloofd.
Versluizen, versluisde, heeft versluisd.
Versmaadheid, V.
Versmaadster, V., versmaadsters.
Versmachten, versmachtte, is versmacht.
Versmachting, V.
Versmaden, versmaadde, heeft versmaad.
Versmader, M., versmaders.
Versmading, V.
Versmakken, versmakte, heeft versmakt.
Versmallen, versmalde, heeft versmald.
Versmalling, V., versmallingen.
Versmeden, versmeedde, heeft versmeed.
Versmeding, V., versmedingen.
Versmelten, versmolt, heeft en is versmolten.
Versmelting, V.
Versmeren, versmeerde, heeft versmeerd.
Versmeulen, versmeulde, is versmeuld.
Versmijten, versmeet, versmeten, heeft versmeten.
Versmoren, versmoorde, heeft en is versmoord.
Versmoring, V., versmoringen.
Versnapering, V., versnaperingen. Versnaperingetje, O., versnaperingetjes.
Versnellen, versnelde, heeft versneld.
Versnelling, V., versnellingen.
Versnijden, versneed, versneden, heeft versneden.
Versnijding, V., versnijdingen.
Versnipperen, versnipperde, heeft versnipperd.
Versnippering, V.
Versnoepen, versnoepte, heeft versnoept.
Versollen, versolde, heeft versold.
Verspannen, verspande, heeft verspannen.
Verspanning, V., verspanningen.
Verspelden, verspeldde, heeft verspeld.
Verspelen, verspeelde, heeft verspeeld.
Versperren, versperde, heeft versperd.
Versperring, V., versperringen.
Verspieden, verspiedde, heeft verspied.
Verspieder, M., verspieders.
Verspieding, V., verspiedingen.
Verspiedster, V., verspiedsters.
Verspiejacht, O., verspiejachten.
Verspillen, verspilde, heeft verspild.
Verspiller, M., verspillers.
Verspilling, V., verspillingen.
Verspilster, V., verspilsters.
Verspinnen, verspon, versponnen, heeft versponnen.
Verspitten, verspitte, heeft verspit.
Verspitting, V.
Versplinteren, versplinterde, is versplinterd.
Versplintering, V.
Versplitsen, versplitste, heeft verplitst.
Versplitsing, V.
Verspoelen, verspoelde, is verspoeld.
Verspoeling, V.
Verspreiden, verspreidde, heeft verspreid.
Verspreider, M., verspreiders.
Verspreiding, V.
Verspreidster, V., verspreidsters.
Verspreken (zich verspreken), versprak zich, verspraken zich, heeft zich versproken.
Verspringen, versprong, is en heeft versprongen.
Verspringing, V.
Verstaald, verstaalder, verstaaldst,
Verstaaldheid, V.
Verstaan (te lang staan), verstaat, verstond, is verstaan.
Verstaan (begrijpen), verstaat, verstond, heeft verstaan.
Verstaanbaar, verstaanbaarder, verstaanbaarst.
Verstaanbaarheid, V.
Verstaander, M., verstaanders.
Verstalen, verstaalde, heeft verstaald.
Verstaling, V.
Verstallen, verstalde, heeft verstald.
Verstalling, V., verstallingen.
Verstand, O., verstanden.
Verstandelijk.
Verstandelijkheid, V.
Verstandeloos, verstandeloozer.
Verstandeloosheid, V.
Verstandhouding, V.
Verstandig, verstandiger, verstandigst.
Verstandskies, V., verstandskiezen.
Verstandsontwikkeling, V.
Verstandsverbijstering, V.
Verstapelen, verstapelde, heeft verstapeld.
Verstappen (zich verstappen), verstapte zich, heeft zich verstapt.
Versteend, versteender, versteendst.
Versteendheid, V.
Versteenen, versteende, heeft en is versteend.
Versteening, V., versteeningen.
Verstek, O.
Versteken, verstak, verstaken, heeft verstoken.
Verstekhaak, M., verstekhaken.
Verstekwerk, O.
Verstelbaar.
Versteld (versteld staan).
Verstelgoed, O.
Verstellen, verstelde, heeft versteld.
Versteller, M., verstellers.
Verstelling, V., verstellingen.
Verstelnaaister, V., verstelnaaisters.
Verstelster, V., verstelsters.
Verstelwerk, O.
Verstempelen, verstempelde, heeft verstempeld.
Verstempeling, V., verstempelingen.
Versterf, O.
Versterfbaar, versterfbare.
Versterfrecht, O.
Versterken, versterkte, heeft versterkt.
Versterkend, versterkender, versterkendst.
Versterking, V., versterkingen.
Versterkingskunst, V.
Versterven, verstierf, verstierven, is verstorven.
Versterving, V.
Verstijfd, verstijfder, verstijfdst.
Verstijfdheid, V.
Verstijven, verstijfde, heeft en is verstijfd.
Verstijving, V., verstijvingen.
Verstikken, verstikte, heeft en is verstikt.
Verstikking, V.
Verstoelen, verstoelde, heeft verstoeld.
Verstoeling, V., verstoelingen.
Verstoken, verstookte, heeft verstookt.
Verstokken, verstokte, heeft en is verstokt.
Verstokt, verstokter, verstoktst.
Verstoktheid, V.
Verstommen, verstomde, heeft en is verstomd.
Verstomming, V.
Verstompen, verstompte, heeft en is verstompt.
Verstomping, V.
Verstoomen, verstoomde, heeft en is verstoomd.
Verstoorbaar, verstoorbare.
Verstoord, verstoorder, verstoordst.
Verstoorder, M., verstoorders.
Verstoordheid, V.
Verstoorster, V., verstoorsters.
Verstooteling, M. en V., verstootelingen. V. ook verstootelinge.
Verstooten, verstiet, heeft verstooten; ook verstootte.
Verstoppen, verstopte, heeft en is verstopt.
Verstoppertje, O.
Verstopping, V., verstoppingen. Verstoppinkje, O., verstoppinkjes.
Verstoptheid, V.
Verstoren, verstoorde, heeft verstoord.
Verstoring, V., verstoringen.
Verstorten, verstortte, heeft verstort.
Verstouten, verstoutte, heeft verstout.
Verstouwen, verstouwde, heeft verstouwd.
Verstrammen, verstramde, heeft en is verstramd.
Verstramming, V.
Verstraten, verstraatte, heeft verstraat.
Verstrekken, verstrekte, heeft verstrekt.
Verstrekking, V., verstrekkingen.
Verstrijken, verstreek, verstreken, is verstreken.
Verstrikken, verstrikte, heeft verstrikt.
Verstrikking, V., verstrikkingen.
Verstrooid, verstrooider, verstrooidst.
Verstrooidheid, V.
Verstrooien, verstrooide, heeft verstrooid.
Verstrooiing, V., verstrooiingen.
Verstuiken, verstuikte, heeft verstuikt.
Verstuiking, V., verstuikingen.
Verstuiven, verstoof, verstoven, is verstoven.
Verstuiving, V., verstuivingen.
Verstuwen, verstuwde, heeft verstuwd.
Versuffen, versufte, heeft en is versuft.
Versuft, versufter, versuftst.
Versuftheid, V.
Versukkelen, versukkelde, heeft en is versukkeld.
Vertaalbaar, vertaalbare.
Vertaalloon, O., vertaalloonen.
Vertaalrecht, O.
Vertaalster, V., vertaalsters.
Vertaalwerk, O.
Vertaalwoede, V.
Vertakelen, vertakelde, heeft vertakeld.
Vertakeling, V.
Vertakking, V., vertakkingen.
Vertalen, vertaalde, heeft vertaald.
Vertaler, M., vertalers.
Vertaling, V., vertalingen.
Vertalmen, vertalmde, heeft vertalmd.
Vertappen, vertapte, heeft vertapt.
Vertapping, V.
Vertasten (zich vertasten), vertastte zich, heeft zich vertast.
Verte, V.
Verteederen, verteederde, heeft en is verteederd.
Verteedering, V.
Verteerbaar, verteerbare.
Verteerder, M., verteerders.
Verteerster, V., verteersters.
Vertegenwoordigen, vertegenwoordigde, heeft vertegenwoordigd.
Vertegenwoordiger, M., vertegenwoordigers.
Vertegenwoordiging, V.
Vertegenwoordigster, V., vertegenwoordigsters.
Vertellen (verhalen), vertelde, heeft verteld.
Vertellen (zich vertellen), (verkeerd tellen), vertelde zich, heeft zich verteld.
Vertellenswaardig, vertellenswaardiger, vertellenswaardigst, of meer en meest vertellenswaardig.
Verteller, M., vertellers.
Vertelling, V., vertellingen. Vertellinkje, O., vertellinkjes.
Vertelsel, O., vertelsels. Vertelseltje, O., vertelseltjes.
Vertelster, V., vertelsters.
Verteren, verteerde, heeft en is verteerd.
Vertering, V., verteringen.
Verteringsbelasting, V., verteringsbelastingen.
Verteuten, verteutte, heeft verteut.
Verticaal, verticale.
Vertienden, vertiendde, heeft vertiend.
Vertiender, M., vertienders.
Vertiending, V., vertiendingen.
Vertienvoudigen, vertienvoudigde, heeft vertienvoudigd.
Vertier, O.
Vertikken, vertikte, heeft vertikt.
Vertillen, vertilde, heeft vertild.
Vertimmeren, vertimmerde, heeft vertimmerd.
Vertimmering, V., vertimmeringen.
Vertinnen, vertinde, heeft vertind.
Vertinner, M., vertinners.
Vertinning, V.
Vertinsel, O.
Vertoef, O.
Vertoefplaats, V., vertoefplaatsen.
Vertoeven, vertoefde, heeft vertoefd.
Vertolken, vertolkte, heeft vertolkt.
Vertolker, M., vertolkers.
Vertolking, V., vertolkingen.
Vertonnen, vertonde, heeft vertond.
Vertonning, V.
Vertoog, O., vertoogen. Vertoogje, O., vertoogjes.
Vertoon, O.
Vertoonbaar, vertoonbare.
Vertoondag, M., vertoondagen.
Vertoonen, vertoonde, heeft vertoond.
Vertooner, M., vertooners.
Vertooning, V., vertooningen. Vertooninkje, O., vertooninkjes.
Vertoonplaats, V., vertoonplaatsen.
Vertoonster, V., vertoonsters.
Vertoornen, vertoornde, heeft vertoornd.
Vertooveren, vertooverde, heeft vertooverd.
Vertorsen, vertorste, heeft vertorst.
Vertragen, vertraagde, heeft en is vertraagd.
Vertraging, V., vertragingen.
Vertrappelen, vertrappelde, heeft vertrappeld.
Vertrappeling, M. en V., vertrappelingen.
Vertrappen, vertrapte, heeft vertrapt.
Vertrapper, M., vertrappers.
Vertrapping, V.
Vertreden, vertrad, vertraden, heeft vertreden.
Vertreder, M., vertreders.
Vertreding, V.
Vertreedster, V., vertreedsters.
Vertrek (kamer), O., vertrekken. Vertrekje, O., vertrekjes.
Vertrek (afreis), O.
Vertrekken, vertrok, vertrokken, heeft en is vertrokken.
Vertrekking, V., vertrekkingen.
Vertreuren, vertreurde, heeft vertreurd.
Vertreuzelen, vertreuzelde, heeft vertreuzeld.
Vertroetelen, vertroetelde, heeft vertroeteld.
Vertroeteling, V.
Vertroostbaar, vertroostbare.
Vertroosten, vertroostte, heeft vertroost.
Vertroostend, vertroostender, vertroostendst.
Vertrooster, M., vertroosters.
Vertroosteres, V., vertroosteressen.
Vertroosting, V., vertroostingen.
Vertrouwd, vertrouwder, vertrouwdst.
Vertrouwde, M. en V., vertrouwden.
Vertrouwdheid, V.
Vertrouwelijk, vertrouwelijker, vertrouwelijkst.
Vertrouwelijkheid, V.
Vertrouweling, M. en V., vertrouwelingen. V. ook vertrouwelinge.
Vertrouwen, O.
Vertrouwen, vertrouwde, heeft vertrouwd.
Vertuianker, O., vertuiankers.
Vertuien, vertuide, heeft vertuid.
Vertuiing, V.
Vertuind.
Vertuining, V., vertuiningen.
Veruitziend.
Vervaard, vervaarder, vervaardst.
Vervaardheid, V.
Vervaardigen, vervaardigde, heeft vervaardigd.
Vervaardiger, M., vervaardigers.
Vervaardiging, V.
Vervaardigster, V., vervaardigsters.
Vervaarlijk, vervaarlijker, vervaarlijkst.
Vervaarlijkheid, V.
Verval (vermindering), O.
Verval (voordeel), O., vervallen. Vervalletje, O., vervalletjes.
Vervaldag, M., vervaldagen.
Vervallen, verviel, is vervallen.
Vervallen, vervallener, vervallenst.
Vervallenheid, V.
Vervalschen, vervalschte, heeft vervalscht.
Vervalscher, M., vervalschers.
Vervalsching, V., vervalschingen.
Vervaltijd, M.
Vervangen, verving, heeft vervangen.
Vervanging, V.
Vervaren (vervaard maken), vervaarde, heeft vervaard.
Vervaren (vervoeren enz.), vervoer, heeft en is vervaren.
Vervaten, vervaatte, heeft vervaat.
Vervatten, vervatte, heeft vervat.
Vervelen, verveelde, heeft verveeld.
Vervelend, vervelender, vervelendst.
Vervelendheid, V.
Verveling, V.
Vervellen, vervelde, is verveld.
Vervelling, V., vervellingen.
Verveloos, verveloozer.
Verveloosheid, V.
Verven, verfde, heeft geverfd.
Vervenen, verveende, heeft verveend.
Vervening, V., verveningen.
Verver, M., ververs.
Ververij, V., ververijen.
Ververschen, ververschte, heeft ververscht.
Verversching, V., ververschingen. Ververschinkje, O., ververschinkjes.
Ververschingskanaal, O., ververschingskanalen.
Ververschingsplaats, V., ververschingsplaatsen.
Verversknecht, M., verversknechts.
Ververskuip, V., ververskuipen.
Ververswinkel, M., ververswinkels.
Vervetten, vervette, is vervet.
Vervetting, V.
Vervierdubbelen, vervierdubbelde, heeft vervierdubbeld.
Vervlechten, vervlocht, heeft vervlochten.
Vervlechting, V.
Vervliegen, vervloog, vervlogen, is vervlogen.
Vervlieging, V.
Vervlieten, vervloot, vervloten, is vervloten.
Vervloeien, vervloeide, is vervloeid.
Vervloeiing, V.
Vervloeken, vervloekte, heeft vervloekt.
Vervloeking, V., vervloekingen.
Vervloekt.
Vervloeren, vervloerde, heeft vervloerd.
Vervluchtigen, vervluchtigde, heeft vervluchtigd.
Vervluchtiging, V.
Vervoederen, vervoederde, heeft vervoederd.
Vervoegbaar, vervoegbare.
Vervoegbaarheid, V.
Vervoegen, vervoegde, heeft vervoegd.
Vervoeging, V., vervoegingen.
Vervoer, O.
Vervoerbaar, vervoerbare.
Vervoerder, M., vervoerders.
Vervoeren, vervoerde, heeft vervoerd.
Vervoering, V., vervoeringen.
Vervoermiddel, O., vervoermiddelen.
Vervoerprijs, M., vervoerprijzen.
Vervolg, O., vervolgen. Vervolgje, O., vervolgjes.
Vervolgbaar, vervolgbare.
Vervolgbaarheid, V.
Vervolgbundel, M., vervolgbundels.
Vervolgdeel, O., vervolgdeelen.
Vervolgen, vervolgde, heeft vervolgd.
Vervolgens.
Vervolger, M., vervolgers.
Vervolging, V., vervolgingen.
Vervolgingsgeest, M.
Vervolgingswaanzin, M.
Vervolglijst, V., vervolglijsten; vervolglijstje, O., vervolglijstjes.
Vervolgster, V., vervolgsters.
Vervolgwerk, O., vervolgwerken.
Vervolgzucht, V.
Vervolgzuchtig, vervolgzuchtiger, vervolgzuchtigst.
Vervoogden, vervoogdde, heeft vervoogd.
Vervorderen, vervorderde, heeft vervorderd.
Vervormen, vervormde, heeft vervormd.
Vervormer, M., vervormers.
Vervorming, V., vervormingen.
Vervouwen, vervouwde, heeft vervouwen.
Vervrachten, vervrachtte, heeft vervracht.
Vervrachter, M., vervrachters.
Vervrachting, V., vervrachtingen.
Vervreemdbaar, vervreemdbare.
Vervreemden, vervreemdde, heeft en is vervreemd.
Vervreemdheid, V.
Vervreemding, V., vervreemdingen.
Vervreten, vervrat, vervraten, heeft vervreten.
Vervriezen, vervroor, vervroren, is vervroren en vervrozen.
Vervriezing, V.
Vervroegen, vervroegde, heeft en is vervroegd.
Vervroeging, V., vervroegingen.
Vervroolijken, vervroolijkte, heeft vervroolijkt.
Vervroolijking, V.
Vervuilen, vervuilde, is vervuild.
Vervuiling, V.
Vervullen, vervulde, heeft vervuld.
Vervulling, V.
Vervuren, vervuurde, is vervuurd.
Verwaaid, verwaaider, verwaaidst.
Verwaaien, verwaaide, heeft en is verwaaid; ook verwoei, verwoeien.
Verwaaiing, V.
Verwaand, verwaander, verwaandst.
Verwaandheid, V., verwaandheden.
Verwaardigen, verwaardigde, heeft verwaardigd.
Verwaarloosster, V., verwaarloossters.
Verwaarloozen, verwaarloosde, heeft verwaarloosd.
Verwaarloozer, M., verwaarloozers.
Verwaarloozing, V.
Verwachten, verwachtte, heeft verwacht.
Verwachter, M., verwachters.
Verwachting, V., verwachtingen.
Verwant.
Verwant, M., verwanten.
Verwante, V., verwanten.
Verwantschap, V.
Verwantschapt.
Verward, verwarder, verwardst.
Verwardheid, V.
Verwaren, verwaarde, heeft verwaard.
Verwaring, V., verwaringen.
Verwarmen, verwarmde, heeft verwarmd.
Verwarming, V.
Verwarmingsbuis, V., verwarmingsbuizen.
Verwarmingskosten (mv.), M.
Verwarmingstoestel, M. en O., verwarmingstoestellen.
Verwarren, verwarde, heeft verward.
Verwarring, V., verwarringen.
Verwasemen, verwasemde, is verwasemd.
Verwassen, verwies, verwiesen, is verwassen.
Verwassing, V.
Verwaten, verwatener, verwatenst.
Verwatenheid, V.
Verwateren, verwaterde, heeft verwaterd.
Verwatering, V.
Verwedden, verwedde, heeft verwed.
Verweekelijken, verweekelijkte, heeft verweekelijkt.
Verweekelijking, V.
Verweeken, verweekte, heeft en is verweekt.
Verweeking, V.
Verweerbaar, verweerbare.
Verweerd.
Verweerder, M., verweerders.
Verweeren (bederven), verweerde, is verweerd.
Verweering, V.
Verweerschrift, O., verweerschriften.
Verweerster, V., verweersters.
Verwegen (ww.).
Verweiden, verweidde, heeft verweid.
Verweiding, V.
Verwekken, verwekte, heeft verwekt.
Verwekker, M., verwekkers.
Verwekking, V.
Verwekster, V., verweksters.
Verweldigen, verweldigde, heeft verweldigd.
Verwelf en Verwulf, O., verwelven en verwulven.
Verwelfsel en Verwulfsel, O., verwelfsels en verwulfsels.
Verwelkbaar, verwelkbare.
Verwelkbaarheid, V.
Verwelkelijk.
Verwelken, verwelkte, is verwelkt.
Verwelking, V.
Verwelkomen, verwelkomde, heeft verwelkomd.
Verwelkoming, V., verwelkomingen.
Verwelven en Verwulven, verwelfde en verwulfde, heeft verwelfd en en verwulfd.
Verwennen, verwende, heeft verwend.
Verwenning, V.
Verwenschen, verwenschte, heeft verwenscht.
Verwensching, V., verwenschingen.
Verweren (zich verweren), (verdedigen), verweerde zich, heeft zich verweerd.
Verwering, V.
Verwerkelijken, verwerkelijkte, heeft verwerkelijkt.
Verwerkelijking, V.
Verwerken, verwerkte, heeft verwerkt.
Verwerking, V.
Verwerpelijk, verwerpelijker, verwerpelijkst.
Verwerpelijkheid, V.
Verwerpen, verwierp, heeft verworpen.
Verwerping, V.
Verwerven, verwierf, verwierven, heeft verworven.
Verwerving, V.
Verwezenlijken, verwezenlijkte, heeft verwezenlijkt.
Verwezenlijking, V.
Verwiggelen, verwiggelde, heeft verwiggeld.
Verwijden, verwijdde, heeft en is verwijd.
Verwijderd, verwijderder, verwijderdst.
Verwijderen, verwijderde, heeft verwijderd.
Verwijdering, V., verwijderingen.
Verwijfd, verwijfder, verwijfdst.
Verwijfdheid, V., verwijfdheden.
Verwijl, O.
Verwijlen, verwijlde, heeft verwijld.
Verwijt, O., verwijten.
Verwijten, verweet, verweten, heeft verweten.
Verwijting, V., verwijtingen.
Verwijven, verwijfde, heeft en is verwijfd.
Verwijzen, verwees, verwezen, heeft verwezen.
Verwijzing, V., verwijzingen.
Verwikkelen, verwikkelde, heeft verwikkeld.
Verwikkeling, V., verwikkelingen.
Verwikken (ww.).
Verwilderd, verwilderder, verwilderdst.
Verwilderdheid, V.
Verwilderen, verwilderde, heeft en is verwilderd.
Verwildering, V.
Verwilligen, verwilligde, heeft verwilligd.
Verwilliging, V.
Verwinbaar, verwinbare.
Verwinden, verwond, heeft verwonden.
Verwinnaar, M., verwinnaars en verwinnaren.
Verwinnares, V., verwinnaressen.
Verwinnen, verwon, verwonnen, heeft verwonnen.
Verwinning, V., verwinningen.
Verwinteren, verwinterde, is verwinterd.
Verwintering, V.
Verwisselaar, M., verwisselaars.
Verwisselbaar, verwisselbare.
Verwisselen, verwisselde, heeft en is verwisseld.
Verwisseling, V., verwisselingen.
Verwittigen, verwittigde, heeft verwittigd.
Verwittiging, V.
Verwoed, verwoeder, verwoedst.
Verwoedheid, V.
Verwoesten, verwoestte, heeft verwoest.
Verwoester, M., verwoesters.
Verwoesting, V., verwoestingen.
Verwonden, verwondde, heeft verwond.
Verwonderen, verwonderde, heeft verwonderd.
Verwondering, V.
Verwonderlijk, verwonderlijker, verwonderlijkst.
Verwonding, V., verwondingen.
Verwonen, verwoonde, heeft verwoond.
Verwonneling, M. en V., verwonnelingen. V. ook verwonnelinge.
Verworden, verwerd, is verworden.
Verwording, V.
Verworgen, ook Verwurgen, verworgde (verwurgde), heeft verworgd (verwurgd).
Verworging, ook Verwurging, V., verworgingen (verwurgingen).
Verwormen, verwormde, is verwormd.
Verworpeling, M. en V., verworpelingen. V. ook verworpelinge.
Verworpen, verworpener, verworpenst.
Verworpenheid, V.
Verwrikken, verwrikte, heeft verwrikt.
Verwrikking, V.
Verwringen, verwrong, heeft verwrongen.
Verwringing, V.
Verwulf, Verwulfsel, Verwulven. Zie Verwelf enz.
Verwurgen. Zie Verworgen.
Verzaadbaar, verzaadbare.
Verzachten, verzachtte, heeft en is verzacht.
Verzachtend, verzachtender, verzachtendst.
Verzachting, V., verzachtingen.
Verzaden, verzaadde, heeft verzaad.
Verzadigbaar, verzadigbare.
Verzadigdheid, V.
Verzadigen, verzadigde, heeft verzadigd.
Verzadiging, V.
Verzading, V.
Verzagen, verzaagde, heeft verzaagd.
Verzaken, verzaakte, heeft verzaakt.
Verzaker, M., verzakers.
Verzaking, V.
Verzakken, verzakte, is verzakt.
Verzakking, V., verzakkingen. Verzakkinkje, O., verzakkinkjes.
Verzamelaar, M., verzamelaars.
Verzamelaarster, V., verzamelaarsters.
Verzamelen, verzamelde, heeft verzameld.
Verzameling, V., verzamelingen. Verzamelingetje, O., verzamelingetjes.
Verzamelplaats, V., verzamelplaatsen.
Verzamelwoord, O., verzamelwoorden.
Verzamen, verzaamde, heeft en is verzaamd.
Verzanden, verzandde, is verzand.
Verzanding, V., verzandingen.
Verzeepen, verzeepte, is verzeept.
Verzeeuwd.
Verzegelaar, M., verzegelaars.
Verzegelen, verzegelde, heeft verzegeld.
Verzegeling, V., verzegelingen.
Verzeggen, verzeide, heeft verzegd en verzeid.
Verzeilen, verzeilde, heeft en is verzeild.
Verzeiling, V.
Verzekeraar, M., verzekeraars.
Verzekerbrief, M., verzekerbrieven.
Verzekerdheid, V.
Verzekeren, verzekerde, heeft verzekerd.
Verzekergeld, O.
Verzekering, V., verzekeringen.
Verzekeringsbank, V., verzekeringsbanken.
Verzekeringsfonds, O., verzekeringsfondsen.
Verzekeringsmaatschappij, V., verzekeringsmaatschappijen.
Verzekeringsplichtig.
Verzekeringspremie, V., verzekeringspremiën.
Verzekerkantoor, O., verzekerkantoren.
Verzellen, verzelde, heeft verzeld.
Verzelschappen, verzelschapte, heeft verzelschapt.
Verzenboek, O., verzenboeken; verzenboekje, O., verzenboekjes.
Verzenden, verzond, heeft verzonden.
Verzender, M., verzenders.
Verzending, V., verzendingen.
Verzendlijst, V., verzendlijsten.
Verzendster, V., verzendsters.
Verzenen (mv.), V.
Verzengen, verzengde, heeft verzengd.
Verzenging, V.
Verzenmaker, M., verzenmakers.
Verzenmakerij, V.
Verzet, O.
Verzetje, O., verzetjes.
Verzetten, verzette, heeft verzet.
Verzetting, V.
Verzieden, verzood, verzoden, is verzoden.
Verzien, verzag, verzagen, heeft verzien.
Verziend.
Verziendheid, V.
Verzilverbaar.
Verzilveren, verzilverde, heeft verzilverd.
Verzilvering, V.
Verzingen, verzong, heeft verzongen.
Verzinkboor, V., verzinkboren.
Verzinken, verzonk, is verzonken.
Verzinking, V.
Verzinlijken, verzinlijkte, heeft verzinlijkt.
Verzinlijking, V., verzinlijkingen.
Verzinnen, verzon, verzonnen, heeft verzonnen.
Verzinner, M., verzinners.
Verzinsel, O., verzinsels en verzinselen. Verzinseltje, O., verzinseltjes.
Verzitten, verzat, verzaten, heeft verzeten.
Verzoek, O., verzoeken. Verzoekje, O., verzoekjes.
Verzoeken, verzocht, heeft verzocht.
Verzoeker, M., verzoekers.
Verzoeking, V., verzoekingen.
Verzoekschrift, O., verzoekschriften.
Verzoekster, V., verzoeksters.
Verzoenbaar, verzoenbare.
Verzoenbaarheid, V.
Verzoendag, M., verzoendagen.
Verzoendeksel, O., verzoendeksels.
Verzoenen, verzoende, heeft verzoend.
Verzoenend, verzoenender, verzoenendst.
Verzoener, M., verzoeners.
Verzoening, V., verzoeningen.
Verzoeningswerk, O.
Verzoeten, verzoette, heeft verzoet.
Verzoeting, V.
Verzolen, verzoolde, heeft verzoold.
Verzorgen, verzorgde, heeft verzorgd.
Verzorger, M., verzorgers.
Verzorging, V.
Verzorgster, V., verzorgsters.
Verzot.
Verzotheid, V.
Verzotten, verzotte, is verzot.
Verzouten, verzoutte, heeft verzouten.
Verzuchten, verzuchtte, heeft verzucht.
Verzuchting, V., verzuchtingen.
Verzuim, O., verzuimen. Verzuimpje, O., verzuimpjes.
Verzuimen, verzuimde, heeft verzuimd.
Verzuiming, V.
Verzuipen, verzoop, verzopen, heeft en is verzopen.
Verzuren, verzuurde, heeft en is verzuurd.
Verzuring, V.
Verzusteren, verzusterde, heeft verzusterd.
Verzustering, V., verzusteringen.
Verzwageren, verzwagerde, heeft verzwagerd.
Verzwagering, V.
Verzwakken, verzwakte, heeft en is verzwakt.
Verzwakking, V., verzwakkingen.
Verzwaren, verzwaarde, heeft en is verzwaard.
Verzwarend, verzwarender, verzwarendst.
Verzwaring, V.
Verzwelgen, verzwolg, heeft verzwolgen.
Verzwelger, M., verzwelgers.
Verzwelging, V.
Verzwendelen, verzwendelde, heeft verzwendeld.
Verzweren (met een eed), verzwoer, heeft verzworen.
Verzweren (veretteren), verzwoor, verzworen, is verzworen.
Verzwering, V., verzweringen.
Verzwieren, verzwierde, heeft verzwierd.
Verzwijgen, verzweeg, verzwegen, heeft verzwegen.
Verzwijging, V.
Verzwijnen, verzwijnde, heeft verzwijnd.
Verzwikken, verzwikte, heeft verzwikt.
Verzwikking, V., verzwikkingen.
Vesper, V., vespers.
Vesperboek, O., vesperboeken.
Vesperklok, V.
Vesperpsalm, M., vesperpsalmen.
Vespertijd, M.
Vest (wal), V., vesten.
Vest (kleedingstuk), O., vesten. Vestje, O., vestjes.
Vesten, vestte, heeft gevest.
Vestengoed, O.
Vestenstof, V., vestenstoffen.
Vestibule, V., vestibules.
Vestigen, vestigde, heeft gevestigd.
Vestiging, V., vestigingen.
Vesting, V., vestingen. Vestinkje, O., vestinkjes.
Vestingartillerie, V.
Vestingbouw, M.
Vestinggeschut, O.
Vestingstelsel, O., vestingstelsels.
Vestingstraf, V.
Vestingwerk, O., vestingwerken.
Vestingwet, V., vestingwetten.
Vestzak, M., vestzakken; vestzakje, O., vestzakjes.
Vet, O., vetten.
Vet, vetter, vetst.
Vetachtig.
Veter, M., veters. Vetertje, O., vetertjes.
Veteraan, M., veteranen.
Veterband, O.
Veteren, veterde, heeft geveterd.
Vetergat, O., vetergaten.
Veterinair.
Vetheid, V.
Vetkaars, V., vetkaarsen.
Vetklomp, M., vetklompen.
Vetlaars, V., vetlaarzen.
Vetleder, O.
Vetlederen en Vetleeren.
Vetmesten, mestte vet, heeft vetgemest.
Vetmesting, V.
Veto, O., veto’s.
Vetpotje, O., vetpotjes.
Vetstaart, M., vetstaarten.
Vettewarier, M., vettewariers.
Vettig, vettiger, vettigst.
Vettigheid, V.
Vettik (veldsla), V.
Vetvorming, V.
Vetweiden, vetweidde, heeft gevetweid.
Vetweider, M., vetweiders.
Vetweiderij, V., vetweiderijen.
Vetzak, M. en V., vetzakken.
Vetzuur, O., vetzuren.
Veulen, O., veulens. Veulentje, O., veulentjes.
Vexatie, V., vexatiën en vexaties.
Vexeeren, vexeerde, heeft gevexeerd.
Vezel, V., vezelen en vezels. Vezeltje, O., vezeltjes.
Vezelachtig, vezelachtiger, vezelachtigst.
Vezelachtigheid, V.
Vezelig, vezeliger, vezeligst.
Vezeligheid, V.
Viaduct, V., viaducten.
Vicariaat, O., vicariaten.
Vicaris, M., vicarissen.
Vice-admiraal, M., vice-admiraals.
Vice-consul, M., vice-consuls.
Vice-president, M., vice-presidenten.
Vicieus, vicieuzer, vicieust.
Victorie, V., victoriën en victories.
Victorieus.
Victualie en Victalie, V., victualiën en victaliën.
Victualiemeester, M., victualiemeesters.
Vier (telw.). Als znw. V., vieren. Viertje, O., viertjes.
Vieravond, M., vieravonden.
Vierbeenig.
Vierbladig.
Vierdaagsch.
Vierdag, M., vierdagen.
Vierde.
Vierdehalf, vierdehalve.
Vierdendaagsch.
Vierdepart, O., vierdeparten; vierdepartje, O., vierdepartjes.
Vierderhande.
Vierderlei.
Vierdraadsch.
Vierdubbel.
Vierduitsbroodje, O., vierduitsbroodjes.
Vierduizendste.
Vierel, O., vierels.
Vieren, vierde, heeft gevierd.
Vierendeel, O., vierendeelen; vierendeeltje, O., vierendeeltjes.
Vierendeelen, vierendeelde, heeft gevierendeeld.
Vierhandig.
Vierhoek, M., vierhoeken.
Vierhoekig.
Vierhonderd.
Vierhonderdste.
Viering, V.
Vierjarig.
Vierkant (bnw.).
Vierkant, O., vierkanten; vierkantje, O., vierkantjes.
Vierkantig.
Vierkleur, V.
Vierkleurig.
Vierledig.
Vierlettergrepig.
Vierling, M. en V., vierlingen.
Vierlooper, M., vierloopers.
Viermaal.
Viermaandelijksch.
Vierponder, M., vierponders.
Vierpootig.
Vierpuntig.
Vierregelig.
Vierschaar, V., vierscharen.
Viersnarig.
Vierspan, O., vierspannen.
Viersprong, M., viersprongen.
Vierstemmig.
Vierstoot, M., vierstooten.
Viertal, O., viertallen.
Viertallig.
Viertandig.
Viertijd, M.
Viervakkig.
Viervingerig.
Viervlak, O., viervlakken.
Viervlakkig.
Viervleugelig.
Viervoet, M. (Te viervoet).
Viervoeter, M., viervoeters.
Viervoetig.
Viervorst, M., viervorsten.
Viervoud, O., viervouden.
Viervoudig.
Vierwekig.
Vierwerf.
Vierwielig.
Vierzijdig.
Vies, viezer, viest.
Viesheid, V., viesheden.
Viezevazen (mv.), V.
Viezigheid, V., viezigheden.
Vigeeren, vigeerde, heeft gevigeerd.
Vigilante, V., vigilantes.
Vigileeren, vigileerde, heeft gevigileerd.
Vignet, O., vignetten. Vignetje, O., vignetjes.
Vijand, M., vijanden.
Vijandelijk.
Vijandelijkheid, V., vijandelijkheden.
Vijandig, vijandiger, vijandigst.
Vijandigheid, V., vijandigheden.
Vijandin, V., vijandinnen.
Vijandschap, V., vijandschappen.
Vijf (telw.). Als znw. V., vijven. Vijfje, O., vijfjes.
Vijfdaagsch.
Vijfde.
Vijfdehalf, vijfdehalve.
Vijfdepart, O., vijfdeparten; vijfdepartje, O., vijfdepartjes.
Vijfderhande.
Vijfderlei.
Vijfduizendste.
Vijfhoek, M., vijfhoeken.
Vijfhoekig.
Vijfhonderd.
Vijfhonderden (smousjassen), vijfhonderdde, heeft gevijfhonderd.
Vijfhonderdje, O., vijfhonderdjes.
Vijfhonderdste.
Vijfjarig.
Vijfje (geldstuk), O., vijfjes.
Vijfkantig.
Vijfmaal.
Vijfponder, M., vijfponders.
Vijfstoot, M., vijfstooten.
Vijftal, O., vijftallen.
Vijftallig.
Vijftien, vijftienen.
Vijftiende.
Vijftiendehalf, vijftiendehalve.
Vijftienderhande.
Vijftienderlei.
Vijftienhonderd.
Vijftienjarig.
Vijftienmaal.
Vijftienvoud, O., vijftienvouden.
Vijftienvoudig.
Vijftig, vijftigen.
Vijftiger, M., vijftigers.
Vijftigjarig.
Vijftigmaal.
Vijftigponder, M., vijftigponders.
Vijftigste.
Vijftigtal, O., vijftigtallen.
Vijftigvoud, O., vijftigvouden.
Vijfvingerig.
Vijfvoetig.
Vijfvoud, O., vijfvouden.
Vijfvoudig.
Vijfwouter, ook Wiewouter, M., vijfwouters en wiewouters.
Vijfzijdig.
Vijg, V., vijgen. Vijgje, O., vijgjes.
Vijgeblad, O., vijgebladeren.
Vijgeboom, M., vijgeboomen; vijgeboompje, O., vijgeboompjes.
Vijgenkorf, M., vijgenkorven.
Vijgenmand, V., vijgenmanden.
Vijgenmat, V., vijgenmatten; vijgenmatje, O., vijgenmatjes.
Vijgepeer, V., vijgeperen.
Vijgetouw. O., vijgetouwen.
Vijl, V., vijlen. Vijltje, O., vijltjes.
Vijlen (met eene vijl), vijlde, heeft gevijld.
Vijlenkapper, M., vijlenkappers.
Vijling, V., vijlingen.
Vijlsel, O.
Vijver, M., vijvers. Vijvertje, O., vijvertjes.
Vijzel (stampvat), M., vijzels. Vijzeltje, O., vijzeltjes.
Vijzel (schroef), V., vijzels.
Vijzelen, vijzelde, heeft gevijzeld.
Vijzelmolen, M., vijzelmolens.
Vilder, M., vilders.
Vilderij, V., vilderijen.
Vildersbedrijf, O.
Vilderskar, V., vilderskarren.
Vilderspaard, O., vilderspaarden.
Vilderswerk, O.
Vilhout, O., vilhouten.
Villa, V., villa’s. Villatje, O., villatjes.
Villapark, O., villaparken.
Villen, vilde, heeft gevild.
Vilmes, O., vilmessen.
Vilt, O., vilten.
Viltachtig.
Vilten (bnw.).
Viltig.
Viltpapier, O.
Vilveld, O., vilvelden.
Vim, V., vimmen. Vimmetje, O., vimmetjes.
Vin, V., vinnen. Vinnetje, O., vinnetjes.
Vinden, vond, heeft gevonden.
Vinder, M., vinders.
Vinding, V.
Vindingrijk, vindingrijker, vindingrijkst.
Vindingrijkheid, V.
Vindingskracht, V.
Vindster, V., vindsters.
Vinger, M., vingers en vingeren. Vingertje, O., vingertjes.
Vingerbreed, O.
Vingerdik, vingerdikke.
Vingerdoekje, O., vingerdoekjes.
Vingerhoed, M., vingerhoeden; vingerhoedje, O., vingerhoedjes.
Vingerhoedskruid, O.
Vingerkom, V., vingerkommen; vingerkommetje, O., vingerkommetjes.
Vingerlid, O., vingerleden.
Vingerling, M., vingerlingen. Vingerlingetje, O., vingerlingetjes.
Vingerring, M., vingerringen.
Vingertop, M., vingertoppen.
Vingerzetting, V., vingerzettingen.
Vink, M., vinken. Vinkje, O., vinkjes.
Vinkekooi, V., vinkekooien.
Vinken, vinkte, heeft gevinkt.
Vinkenbaan, V., vinkenbanen.
Vinkenei, O., vinkeneieren.
Vinkenhuisje, O., vinkenhuisjes.
Vinkennet, O., vinkennetten.
Vinkenslag (knip), O., vinkenslagen.
Vinkentijd, M.
Vinkentouw, O.
Vinkenvangst, V.
Vinker, M., vinkers.
Vinkeslag (zang), M.
Vinnig, vinniger, vinnigst.
Vinnigheid, V., vinnigheden.
Violeeren, violeerde, heeft gevioleerd.
Violenbed, O., violenbedden.
Violenstroop, V.
Violet, violette.
Violet (bloem), V., violetten. Violetje, O., violetjes.
Violetbruin.
Violetkleurig.
Violier, V., violieren. Violiertje, O., violiertjes.
Violist, M., violisten.
Violoncel, V., violoncels.
Violoncellist, M., violoncellisten.
Viool (bloem), V., violen. Viooltje, O. viooltjes.
Viool (instrument), V., violen. Viooltje, O., viooltjes.
Vioolblok, O., vioolblokken.
Vioolconcert, O., vioolconcerten.
Vioolhars, O. en V.
Vioolkast, V., vioolkasten.
Vioollessenaar, M., vioollessenaars.
Vioolsleutel, M.
Vioolsnaar, V., vioolsnaren.
Vioolsonate, V., vioolsonaten.
Vioolspel, O.
Vioolspeler, M., vioolspelers.
Virtuoos, M., virtuozen.
Virtuositeit, V.
Visch (als voorwerpsnaam), M., visschen; (als stofnaam), V. Vischje, O., vischjes.
Vischachtig.
Vischakte, V., vischakten.
Vischangel, M., vischangels.
Vischarend, M., vischarenden.
Vischbank, V., vischbanken.
Vischben, V., vischbennen.
Vischboer, M., vischboeren.
Vischgaren, O.
Vischgraat, V., vischgraten.
Vischgrommer, M., vischgrommers.
Vischgrond, M., vischgronden.
Vischhaak, M., vischhaken.
Vischhandelaar, M., vischhandelaars.
Vischhoek, M., vischhoeken.
Vischhoeker, M., vischhoekers.
Vischhouder, M., vischhouders.
Vischkar, V., vischkarren.
Vischkooper, M., vischkoopers.
Vischlepel, M., vischlepels.
Vischlijm, V.
Vischlucht, V.
Vischmarkt, V.
Vischnet, O., vischnetten.
Vischotter, M., vischotters.
Vischpastei, V., vischpasteien; vischpasteitje, O., vischpasteitjes.
Vischplaats, V., vischplaatsen.
Vischrecht, O.
Vischrijk, vischrijker, vischrijkst.
Vischrijkheid, V.
Vischschub, V., vischschubben.
Vischsloep, V., vischsloepen.
Vischsoep, V.
Vischtorpedo, V., vischtorpedo’s.
Vischtuig, O., vischtuigen.
Vischvangst, V.
Vischvrouw, V., vischvrouwen.
Vischwater, O., vischwaters en vischwateren.
Vischweer, V., vischweren.
Vischwijf, O., vischwijven.
Vischwijventaal, O.
Vischwinkel, M., vischwinkels.
Viseeren, viseerde, heeft geviseerd.
Visie, V.
Visioen, O., visioenen.
Visitatie, V., visitatiën en visitaties.
Visite, V., visites.
Visiteboekje, O., visiteboekjes.
Visiteeren, visiteerde, heeft gevisiteerd.
Visitekaartje, O., visitekaartjes.
Visiteur, M., visiteurs.
Visite-uur, O., visite-uren.
Visschen, vischte, heeft gevischt.
Visschenbloed, O.
Visschengeslacht, O.
Visscher, M., visschers en visscheren. Visschertje, O., visschertjes.
Visscherij, V., visscherijen.
Visscherijtentoonstelling, V.
Visscherijwet, V.
Visscherman, M., visscherlui.
Visschersbedrijf, O.
Visschersboot, V., visschersbooten.
Visschersdorp, O., visschersdorpen.
Visschershut, V., visschershutten.
Visscherslied, O., visschersliederen; visschersliedje, O., visschersliedjes.
Visscherspink, V., visscherspinken.
Visschersring, M.
Visschersschuit, V., visschersschuiten.
Visschig, visschiger, visschigst.
Vissing (scheepsw.), V., vissings.
Visum, O.
Vitachtig, vitachtiger, vitachtigst.
Vitachtigheid, V.
Vitaliteit, V.
Vitlust, M.
Vitrine, V., vitrines.
Vitriool, V. en O.
Vitse, V., vitsen.
Vitten, vitte, heeft gevit.
Vitter, M., vitters. Vittertje, O., vittertjes.
Vitterig, vitteriger, vitterigst.
Vitterigheid, V.
Vitterij, V., vitterijen.
Vitzucht, V.
Vivaciteit, V.
Vivat, O., vivats.
Vivisectie, V.
Vizier (Turksch minister), M., viziers en vizieren.
Vizier (van een geweer en helm), O., vizieren.
Vizierklep, V., vizierkleppen.
Vizierkorrel, V., vizierkorrels.
Vizierlijn, V., vizierlijnen.
Vla. Zie Vlade.
Vlaag, V., vlagen. Vlaagje, O., vlaagjes.
Vlaak, V., vlaken.
Vlaamsch.
Vlaamsch, O.
Vlade en Vla, V., vladen en vlaas. Vlaatje, O., vlaatjes.
Vlag, V., vlaggen. Vlagje en vlaggetje, O., vlagjes en vlaggetjes.
Vlag (plant), O.
Vlaggejongen, M., vlaggejongens.
Vlaggejonker, M., vlaggejonkers.
Vlaggekapitein, M., vlaggekapiteins.
Vlaggekoord, O., vlaggekoorden.
Vlaggelijn, V., vlaggelijnen.
Vlaggen, vlagde, heeft gevlagd.
Vlaggendoek, O.
Vlaggenkaart, V., vlaggenkaarten.
Vlaggenkist, V., vlaggenkisten.
Vlaggeschip en Vlagschip, O., vlaggeschepen en vlagschepen.
Vlaggestok, M., vlaggestokken.
Vlaggetouw, O., vlaggetouwen.
Vlagofficier, M., vlagofficieren.
Vlagvertoon, O.
Vlak (vlek, smet), V., vlakken. Vlakje, O., vlakjes.
Vlak (vlakte), O., vlakken.
Vlak, vlakker, vlakst.
Vlak (bijw.).
Vlaken, vlaakte, heeft gevlaakt.
Vlakgang, V., vlakgangen.
Vlakheid, V.
Vlakken (vlekken), vlakte, heeft en is gevlakt.
Vlakken (effen maken), vlakte, heeft gevlakt.
Vlakkerig, vlakkeriger, vlakkerigst.
Vlakkig, vlakkiger, vlakkigst.
Vlakte, V., vlakten.
Vlaktemaat, V., vlaktematen.
Vlakteuitgebreidheid, V., vlakteuitgebreidheden.
Vlam, V., vlammen. Vlammetje, O., vlammetjes.
Vlammen, vlamde, heeft gevlamd.
Vlammig.
Vlamoven, M., vlamovens.
Vlampijp, V., vlampijpen.
Vlamvormig.
Vlas, O., vlassen.
Vlasachtig, vlasachtiger, vlasachtigst.
Vlasbaard, M., vlasbaarden.
Vlasboer, M., vlasboeren.
Vlasbouw, M.
Vlasdotter, V.
Vlashekelaar, M., vlashekelaars.
Vlaskop, M. en V., vlaskoppen; vlaskopje, O., vlaskopjes.
Vlasland, O., vlaslanden.
Vlassen (bnw.).
Vlassen, vlaste, heeft gevlast.
Vlasser, M., vlassers.
Vlassig, vlassiger, vlassigst.
Vlasspinner, M., vlasspinners.
Vlasstengel, M., vlasstengels.
Vlasvink, M., vlasvinken.
Vlaswiek, V., vlaswieken.
Vlaszaad, O.
Vlecht, V., vlechten. Vlechtje, O., vlechtjes.
Vlechten, vlocht, heeft gevlochten.
Vlechter, M., vlechters.
Vlechting, V., vlechtingen.
Vlechtriet, O.
Vlechtsel, O., vlechtsels.
Vlechtster, V., vlechtsters.
Vlechtwerk, O.
Vledermuis en Vleermuis, V., vledermuizen en vleermuizen; vledermuisje en vleermuisje, O., vledermuisjes en vleermuisjes.
Vleesch, O., vleezen.
Vleeschbank, V., vleeschbanken.
Vleeschblok, O., vleeschblokken.
Vleeschdag, M., vleeschdagen.
Vleeschelijk.
Vleeschetend.
Vleeschextract, O.
Vleeschhal, V., vleeschhallen.
Vleeschhouwer, M., vleeschhouwers.
Vleeschkeuring, V.
Vleeschkleur, V.
Vleeschklomp, M., vleeschklompen.
Vleeschmaatschappij, V., vleeschmaatschappijen.
Vleeschmes, O., vleeschmessen.
Vleeschnat, O.
Vleeschpastei, V., vleeschpasteien; vleeschpasteitje, O., vleeschpasteitjes.
Vleeschpin, V., vleeschpinnen.
Vleeschpot, M., vleeschpotten.
Vleeschschotel, M., vleeschschotels.
Vleeschspijzen (mv.), V.
Vleeschuitdeeling, V.
Vleeschvoeding, V.
Vleeschvork, V., vleeschvorken.
Vleeschwonde, V., vleeschwonden.
Vleet, V., vleten.
Vleezen (bnw.).
Vleezig, vleeziger, vleezigst.
Vleezigheid, V.
Vlegel, M., vlegels. Vlegeltje, O., vlegeltjes.
Vlegelachtigheid, V.
Vleien (mooi praten), vleide, heeft gevleid.
Vleiend, vleiender, vleiendst.
Vleier, M., vleiers. Vleiertje, O., vleiertjes.
Vleierij, V., vleierijen.
Vleister, V., vleisters. Vleistertje, O., vleistertjes.
Vleitaal, V.
Vleiwoord, O., vleiwoorden; vleiwoordje, O., vleiwoordjes.
Vleizucht, V.
Vlek (vlak), V., vlekken. Vlekje, O., vlekjes.
Vlek (gehucht), O., vlekken. Vlekje, O., vlekjes.
Vlekkeloos, vlekkelooze.
Vlekkeloosheid, V.
Vlekken, vlekte, heeft en is gevlekt.
Vlekkenwater, O.
Vlektyphus, M.
Vlerk, V., vlerken. Vlerkje, O., vlerkjes.
Vlerken, vlerkte, heeft gevlerkt.
Vlerkprauw, V., vlerkprauwen.
Vlet, V., vletten. Vletje, O., vletjes.
Vletten, vlette, heeft gevlet.
Vletter, M., vletters.
Vletterman, M., vletterlieden.
Vleug, V., vleugen. Vleugje, O., vleugjes.
Vleugel, M., vleugels en vleugelen. Vleugeltje, O., vleugeltjes.
Vleugeladjudant, M., vleugeladjudanten.
Vleugelen (de armen binden), vleugelde, heeft gevleugeld.
Vleugelman, M., vleugelmannen.
Vleugelpiano, V., vleugelpiano’s.
Vlieboot, V., vliebooten.
Vlieden, vlood, vloden, is gevloden.
Vlieg, V., vliegen. Vliegje, O., vliegjes.
Vliegekop, M., vliegekoppen.
Vliegen, vloog, vlogen, heeft en is gevlogen.
Vliegenaas, O.
Vliegend.
Vliegenei, O., vliegeneieren; vliegeneitje, O., vliegeneitjes en vliegeneiertjes.
Vliegeneter, M., vliegeneters.
Vliegenkampernoelie, V.
Vliegenkap, V., vliegenkappen.
Vliegenkast, V., vliegenkasten.
Vliegenklap, M., vliegenklappen.
Vliegenkleed, O., vliegenkleeden.
Vliegenlijm, V.
Vliegenmasker, O., vliegenmaskers.
Vliegennet, O., vliegennetten.
Vliegenpapier, O.
Vliegens.
Vliegensvlug (bijw.).
Vliegenvanger, M., vliegenvangers.
Vliegenvangertje (plant), O., vliegenvangertjes.
Vliegenvergif, O.
Vliegenwaaier, M., vliegenwaaiers.
Vliegepoot, M., vliegepooten.
Vlieger, M., vliegers. Vliegertje, O., vliegertjes.
Vliegertouw, O., vliegertouwen.
Vliegkamp, O., vliegkampen.
Vliegluis, V., vliegluizen.
Vliegmachine, V., vliegmachines.
Vliegpartij, V., vliegpartijen; vliegpartijtje, O., vliegpartijtjes.
Vliegveld, O., vliegvelden.
Vliegwerk, O.
Vliegwiel, O., vliegwielen.
Vlier, V., vlieren.
Vliering, V., vlieringen. Vlierinkje, O., vlierinkjes.
Vlierpit, V., vlierpitten.
Vlies, O., vliezen. Vliesje, O., vliesjes.
Vliesachtig, vliesachtiger, vliesachtigst.
Vliesvleugelig.
Vliet, M., vlieten. Vlietje, O., vlietjes.
Vlieten, vloot, vloten, is gevloten.
Vliezig, vlieziger, vliezigst.
Vlij, V., vlijen.
Vlijen (voegen, schikken), vlijde, heeft gevlijd.
Vlijing, V.
Vlijm, V., vlijmen. Vlijmpje, O., vlijmpjes.
Vlijmen, vlijmde, heeft gevlijmd.
Vlijt, V.
Vlijtig, vlijtiger, vlijtigst.
Vlinder, M., vlinders. Vlindertje, O., vlindertjes.
Vlinderbloemig.
Vloed, M., vloeden.
Vloedanker, O., vloedankers.
Vloeddeur, V., vloeddeuren.
Vloedgolf, V., vloedgolven.
Vloeibaar, vloeibaarder, vloeibaarst.
Vloeibaarheid, V.
Vloeibaarmaking, V.
Vloeibaarwording, V.
Vloeiboek, O., vloeiboeken.
Vloeiblok, O., vloeiblokken.
Vloeien, vloeide, is en heeft gevloeid.
Vloeiend, vloeiender, vloeiendst.
Vloeiendheid, V.
Vloeimiddel, O., vloeimiddelen.
Vloeipapier, O.; vloeipapiertje, O., vloeipapiertjes.
Vloeipijp, V., vloeipijpen.
Vloeiplank, V., vloeiplanken.
Vloeirol, V., vloeirollen.
Vloeistof, V., vloeistoffen.
Vloek, M., vloeken. Vloekje, O., vloekjes.
Vloekbeest, O., vloekbeesten.
Vloeken, vloekte, heeft gevloekt.
Vloeker, M., vloekers.
Vloekgenoot, M., vloekgenooten.
Vloekgespan, O.
Vloekwaardig, vloekwaardiger, vloekwaardigst, of meer en meest vloekwaardig.
Vloekwaardigheid, V.
Vloekwoord, O., vloekwoorden.
Vloer, M., vloeren. Vloertje, O., vloertjes.
Vloerbalk, M., vloerbalken.
Vloerdweil, V., vloerdweilen.
Vloeren, vloerde, heeft gevloerd.
Vloering, V., vloeringen.
Vloerkleed, O., vloerkleeden.
Vloermat, V., vloermatten.
Vloerplank, V., vloerplanken.
Vloertapijt, O., vloertapijten.
Vloerzand, O.
Vloerzeil, O., vloerzeilen.
Vloghaver, V.
Vlok, V., vlokken. Vlokje, O., vlokjes.
Vlokachtig.
Vlokken, vlokte, is en heeft gevlokt.
Vlokkig, vlokkiger, vlokkigst.
Vlonder, M., vlonders. Vlondertje, O., vlondertjes.
Vloo, V., vlooien. Vlooitje, O., vlooitjes.
Vlooiebeet, M., vlooiebeten.
Vlooien, vlooide, heeft gevlooid.
Vlooienkruid, O.
Vloot, V., vloten. Vlootje, O., vlootjes.
Vlootrevue, V., vlootrevues.
Vlootschouw, V., vlootschouwen.
Vlootvoogd, M., vlootvoogden.
Vlos, O.
Vlossen (bnw.).
Vlossig, vlossiger, vlossigst.
Vlossigheid, V.
Vloszijde, V.
Vlot, O., vlotten. Vlotje, O., vlotjes.
Vlot, vlotter, vlotst.
Vloteling, M., vlotelingen.
Vlotgaand.
Vlotgras, O.
Vlotten, vlotte, heeft en is gevlot.
Vlotter, M., vlotters.
Vlouw, V., vlouwen.
Vlucht, V., vluchten.
Vluchteling, M. en V., vluchtelingen. V. ook vluchtelinge.
Vluchten, vluchtte, is gevlucht.
Vluchthaven, V., vluchthavens.
Vluchtheuvel, M., vluchtheuvels.
Vluchtig, vluchtiger, vluchtigst.
Vluchtigheid, V.
Vluchtigjes.
Vlug, vlugger, vlugst.
Vlugheid, V.
Vlugschrift, O., vlugschriften; vlugschriftje, O., vlugschriftjes.
Vlugzout, O.
Vocaal, V., vocalen.
Vocaal, vocale.
Vocaalspelling, V., vocaalspellingen.
Vocatief en Vocativus, M., vocatieven.
Vocht, O., vochten.
Vochten, vochtte, heeft gevocht.
Vochtig, vochtiger, vochtigst.
Vochtigheid, V.
Vod, O., en Vodde, V., vodden. Vodje, O., vodjes.
Voddenkooper, M., voddenkoopers.
Voddenkoopster, V., voddenkoopsters.
Voddenkraam, V., voddenkramen.
Voddenkrabber, M., voddenkrabbers.
Voddenmand, V., voddenmanden.
Voddenmarkt, V., voddenmarkten.
Voddenraapster, V., voddenraapsters.
Voddenraper, M., voddenrapers.
Vodderij, V., vodderijen. Vodderijtje, O., vodderijtjes.
Voddewerk, O.
Voddig, voddiger, voddigst.
Voddigheid, V.
Voeden, voedde, heeft gevoed.
Voeder (persoon), M., voeders.
Voeder en Voer (voedsel), O. Voertje, O., voertjes.
Voederen en Voeren, voederde en voerde, heeft gevoederd en gevoerd.
Voeding, V.
Voedingscommissie, V., voedingscommissies en voedingscommissiën.
Voedingskabel, M., voedingskabels.
Voedingsmiddel, O., voedingsmiddelen.
Voedingsproces, O., voedingsprocessen.
Voedingsstof, V., voedingsstoffen.
Voedsel, O.
Voedster, V., voedsters. Voedstertje, O., voedstertjes.
Voedsteren, voedsterde, heeft gevoedsterd.
Voedsterkind, O., voedsterkinderen.
Voedsterling, M. en V., voedsterlingen. V. ook voedsterlinge.
Voedzaam, voedzamer, voedzaamst.
Voedzaamheid, V.
Voeg, V., voegen. Voegje. O., voegjes.
Voegblok, O., voegblokken.
Voege, V. (In dier voege).
Voegen, voegde, heeft gevoegd.
Voeghout, O., voeghouten.
Voegijzer, O., voegijzers.
Voeglijk, voeglijker, voeglijkst.
Voeglijkheid, V.
Voegpasser, M., voegpassers.
Voegwerk, O.
Voegwoord, O., voegwoorden.
Voegzaam, voegzamer, voegzaamst.
Voegzaamheid, V.
Voelbaar, voelbare.
Voeldraad, M., voeldraden.
Voelen, voelde, heeft gevoeld.
Voeler, M., voelers.
Voelhoorn en Voelhoren, M., voelhoorns en voelhorens.
Voeling, V.
Voelspriet, M., voelsprieten.
Voer (wagenvracht), O., voeren. Voertje, O., voertjes.
Voer (voedsel). Zie Voeder.
Voerder, M., voerders.
Voeren (vervoeren, brengen enz.), voerde, heeft gevoerd.
Voeren (van binnen bekleeden), voerde, heeft gevoerd.
Voering, V., voeringen. Voerinkje, O., voerinkjes.
Voerkatoen, O.
Voerlaken, O.
Voerloon, O., voerloonen.
Voerman, M., voerlieden en voerlui.
Voerstraal, M., voerstralen.
Voertuig, O., voertuigen.
Voerwiel, O., voerwielen.
Voet, M., voeten. Voetje, O., voetjes.
Voetangel, M., voetangels.
Voetbad, O., voetbaden.
Voetbal, O. (naam van een spel).
Voetballen, voetbalde, heeft gevoetbald.
Voetbalveld, O., voetbalvelden.
Voetboei, V., voetboeien.
Voetbreed, O.
Voeteeren, voeteerde, heeft en is gevoeteerd.
Voetenbankje, O., voetenbankjes.
Voeteneinde en voeteneind, O.
Voetenkussen, O., voetenkussens.
Voetenschrabber, M., voetenschrabbers; voetenschrabbertje, O., voetenschrabbertjes.
Voetenzak, M., voetenzakken.
Voeteuvel, O.
Voetganger, M., voetgangers.
Voetgangster, V., voetgangsters.
Voetkus, M.
Voetlicht, O.
Voetmaat, V., voetmaten.
Voetpad, O., voetpaden.
Voetreis, V., voetreizen; voetreisje, O., voetreisjes.
Voetspoor, O.
Voetstoots.
Voetstuk, O., voetstukken.
Voetval, M.
Voetveeg, M., voetvegen.
Voetvolk, O.
Voetwassching, V.
Voetzand, O.
Voetzoeker, M., voetzoekers.
Voetzool, V., voetzolen.
Vogel, M., vogels en vogelen. Vogeltje, O., vogeltjes.
Vogelaar, M., vogelaars en vogelaren.
Vogelbekdier, O., vogelbekdieren.
Vogelen, vogelde, heeft gevogeld.
Vogelknip, V., vogelknippen.
Vogelkooi, V., vogelkooien.
Vogellijm, V.
Vogelmarkt, V.
Vogelnest, O., vogelnesten; vogelnestje, O., vogelnestjes.
Vogelperspectief, O.
Vogelroer, O., vogelroers.
Vogelschieten, O.
Vogelschrik, M., vogelschrikken.
Vogelslag, O., vogelslagen.
Vogelverschrikker, M., vogelverschrikkers.
Vogelvlucht, V.
Vogelvrij.
Vogelvrijverklaring, V.
Vogelzaad, O.
Voile, V., voiles.
Vol, voller, volst.
Volaarde, V.
Volbloed (bnw.).
Volbloedig, volbloediger, volbloedigst.
Volbloedigheid, V.
Volbouwen, volbouwde, heeft volbouwd; ook bouwde vol, heeft volgebouwd.
Volbrassen, braste vol, heeft volgebrast.
Volbrengen, volbracht, heeft volbracht.
Volbrenger, M., volbrengers.
Volbrenging, V.
Voldaan.
Voldaanheid, V.
Voldingen, voldong, heeft voldongen.
Voldingend, voldingender, voldingendst.
Voldoen, voldeed, voldeden, heeft voldaan.
Voldoend, voldoender, voldoendst.
Voldoendheid, V.
Voldoener, M., voldoeners.
Voldoening, V.
Voldoeningsleer, V.
Voldragen.
Vole, V., voles.
Voleinden, voleindde, heeft voleind.
Voleinder, M., voleinders.
Voleindigen, voleindigde, heeft voleindigd.
Voleindiger, M., voleindigers.
Voleindiging, V.
Voleinding, V.
Volgbriefje, O., volgbriefjes.
Volgeestig.
Volgeling, M. en V., volgelingen. V. ook volgelinge.
Volgen, volgde, heeft en is gevolgd.
Volgenderwijze en volgenderwijs.
Volgens.
Volger, M., volgers en volgeren.
Volgieten, goot vol, goten vol, heeft volgegoten.
Volgkoets, V., volgkoetsen.
Volgnummer, O., volgnummers.
Volgooien, gooide vol, heeft volgegooid.
Volgorde, V.
Volgreeks, V., volgreeksen.
Volgroeid.
Volgtrein, M., volgtreinen.
Volgzaam, volgzamer, volgzaamst.
Volgzaamheid, V.
Volhandig.
Volhandigheid, V.
Volharden, volhardde, heeft volhard.
Volharder, M., volharders.
Volharding, V.
Volhardingsvermogen, O.
Volheid, V.
Volhouden, hield vol, heeft volgehouden.
Volhouder, M., volhouders.
Volhouding, V.
Volhoudster, V., volhoudsters.
Volière, V., volières.
Volière-gaas, O.
Volijverig, volijveriger, volijverigst.
Voljarig.
Volk, O., volkeren en volken. Volkje, O., volkjes.
Volkenkunde, V.
Volkenrecht, O.
Volkenrechtelijk.
Volkomen, volkomener, volkomenst.
Volkomenheid, V.
Volkplanter, M., volkplanters.
Volkplanting, V., volkplantingen.
Volkrijk, volkrijker, volkrijkst.
Volkrijkheid, V.
Volksaard, M.
Volksbadhuis, O., volksbadhuizen.
Volksbelang, O., volksbelangen.
Volksbestaan, O.
Volksbeweging, V., volksbewegingen.
Volksbibliotheek, V., volksbibliotheken.
Volksbijeenkomst, V., volksbijeenkomsten.
Volksblad, O., volksbladen; volksblaadje, O., volksblaadjes.
Volksboek, O., volksboeken; volksboekje, O., volksboekjes.
Volksbond, M., volksbonden.
Volksconcert, O., volksconcerten.
Volksdichter, M., volksdichters.
Volksdracht, V., volksdrachten.
Volksdrank, M., volksdranken.
Volkseditie, V., volksedities.
Volksfeest, O., volksfeesten.
Volksgaarkeuken, V., volksgaarkeukens.
Volksgebruik, O., volksgebruiken.
Volksgeest, M.
Volksgeloof, O.
Volksgeluk, O.
Volksgewoonte, V., volksgewoonten.
Volksgezang, O.
Volksgodsdienst, M., volksgodsdiensten.
Volksgunst, V.
Volkshaat, M.
Volkshuis, O., volkshuizen.
Volkskarakter, O.
Volkskerk, V.
Volksklasse, V., volksklassen.
Volkskleeding, V.
Volkskunde, V.
Volksleeraar, M., volksleeraars.
Volksleeszaal, V., volksleeszalen.
Volksleger, O., volkslegers.
Volksleider, M., volksleiders.
Volkslied, O., volksliederen; volksliedje, O., volksliedjes.
Volksman, M., volksmannen.
Volksmeening, V., volksmeeningen.
Volksmenigte, V.
Volksmenner, M., volksmenners.
Volksnaam, M., volksnamen.
Volksonderwijs, O.
Volksoploop, M., volksoploopen.
Volksopstand, M., volksopstanden.
Volksoverlevering, V., volksoverleveringen.
Volkspark, O., volksparken.
Volksredenaar, M., volksredenaars.
Volkregeering, V., volkregeeringen.
Volksroman, M., volksromans.
Volkssanatorium, O., volkssanatoria.
Volksschool, V., volksscholen.
Volkssouvereiniteit, V.
Volksspel, O., volksspelen.
Volksspraak, V.
Volkssprookje, O., volkssprookjes.
Volksstam, M., volksstammen.
Volksstem, V.
Volkstaal, V.
Volkstrots, M.
Volksuitgave, V., volksuitgaven.
Volksvergadering, V., volksvergaderingen.
Volksverhaal, O., volksverhalen.
Volksverhuizing, V., volksverhuizingen.
Volksvermaak, O., volksvermaken.
Volksvertegenwoordiger, M., volksvertegenwoordigers.
Volksvertegenwoordiging, V., volksvertegenwoordigingen.
Volksvlijt, V.
Volksvoordracht, V., volksvoordrachten.
Volksvoorlezing, V., volksvoorlezingen.
Volksvooroordeel, O., volksvooroordeelen.
Volksvriend, M., volksvrienden.
Volkswil, M.
Volkswoede, V.
Volkszaak, V., volkszaken.
Volkuip, V., volkuipen.
Volledig, vollediger, volledigst.
Volledigheid, V.
Volleerd.
Vollemaan, V.
Vollemaansgezicht, O., vollemaansgezichten.
Vollen, volde, heeft gevold.
Voller, M., vollers.
Vollerij, V., vollerijen.
Vollersaarde, V.
Vollerskuip, V., vollerskuipen.
Vollersmolen, M., vollersmolens.
Vollerswerk, O.
Volling, V., vollingen.
Volloopen, liep vol, is volgeloopen.
Volmaakt, volmaakter, volmaakst.
Volmaaktheid, V., volmaaktheden.
Volmacht, V., volmachten.
Volmachtigen, volmachtigde, heeft gevolmachtigd.
Volmaken, volmaakte, heeft volmaakt.
Volmaking, V.
Volmolen, M., volmolens.
Volmondig, volmondiger, volmondigst.
Volontair, M., volontairs.
Volop.
Volprijzen, volprees, volprezen, heeft volprezen.
Volschenken, schonk vol, heeft volgeschonken.
Volslagen, volslagener, volslagenst.
Volsmijten, smeet vol, smeten vol, heeft volgesmeten.
Volstaan, volstaat, volstond, heeft volstaan.
Volstandig, volstandiger, volstandigst.
Volstrekt, volstrekter, volstrektst.
Volstrekt (bijw.).
Volstrektelijk.
Volstrektheid, V.
Volstroomen, stroomde vol, is volgestroomd.
Voltallig, voltalliger, voltalligst.
Voltalligheid, V.
Volte (volheid), V.
Volte (in de rijkunst), V., voltes.
Volteekend.
Voltigeeren, voltigeerde, heeft gevoltigeerd.
Voltigeur, M., voltigeurs.
Voltobbe, V., voltobben.
Voltooien, voltooide, heeft voltooid.
Voltooier, M., voltooiers.
Voltooiing, V., voltooiingen.
Voltooister, V., voltooisters.
Voltrekken, voltrok, voltrokken, heeft voltrokken.
Voltrekker, M., voltrekkers.
Voltrekking, V., voltrekkingen.
Voluit.
Volume, O.
Volumineus, volumineuzer, volumineust.
Voluptueus, voluptueuze.
Volvaardig, volvaardiger, volvaardigst.
Volvaardigheid, V.
Volvet, volvette.
Volvoerder, M., volvoerders.
Volvoeren, volvoerde, heeft volvoerd.
Volvoering, V.
Volwassen.
Volwerpen, wierp vol, heeft volgeworpen.
Volwichtig.
Volzalig.
Volzee.
Volzin, M., volzinnen; volzinnetje, O., volzinnetjes.
Vomeeren, vomeerde, heeft gevomeerd.
Vomitief, O., vomitieven.
Vond, M., vonden. Vondje, O., vondjes.
Vondel, M., vondels.
Vondeling, M. en V., vondelingen. V. ook vondelinge. Vondelingetje, O., vondelingetjes.
Vondelingshuis, O., vondelingshuizen.
Vonder, M., vonders.
Vondst, V., vondsten.
Vonk, V., vonken. Vonkje, O., vonkjes.
Vonkelen (eigenlijk), vonkelde, heeft gevonkeld. Verg. Fonkelen.
Vonkeling, V.
Vonken, vonkte, heeft en is gevonkt.
Vonnis, O., vonnissen.
Vonnissen, vonniste, heeft gevonnist.
Vonnissing, V.
Vont, V., vonten.
Voogd, M., voogden.
Voogdes, V., voogdessen.
Voogdij, V., voogdijen.
Voogdijkind, O., voogdijkinderen.
Voogdijraad, M., voogdijraden.
Voogdijschap, V., voogdijschappen.
Voois (zangwijs), V., vooizen.
Voor en Vore, V., voren.
Voor en Vóór.
Vooraan.
Vooraanzitting, V.
Vooraf.
Voorafgaand.
Voorafspraak, V., voorafspraken; voorafspraakje, O., voorafspraakjes.
Vooral.
Vooralsnog.
Voorarbeid, M.
Voorarm, M., voorarmen.
Vooravond, M., vooravonden.
Voorbaan, V., voorbanen.
Voorbaat, V.
Voorbabbelen, babbelde voor, heeft voorgebabbeld.
Voorband, M., voorbanden.
Voorbank, V., voorbanken; voorbankje, O., voorbankjes.
Voorbarig, voorbariger, voorbarigst.
Voorbarigheid, V., voorbarigheden.
Voorbedacht.
Voorbedachtelijk.
Voorbedachtheid, V.
Voorbede, V., voorbeden.
Voorbeding, O., voorbedingen.
Voorbedingen, bedong voor, heeft voorbedongen.
Voorbeeld, O., voorbeelden; voorbeeldje, O., voorbeeldjes.
Voorbeeldeloos, voorbeeldeloozer.
Voorbeeldig, voorbeeldiger, voorbeeldigst.
Voorbeeldigheid, V.
Voorbehoedmiddel, O., voorbehoedmiddelen.
Voorbehoud, V.
Voorbehouden, behield voor, heeft voorbehouden.
Voorbereiden, bereidde voor, heeft voorbereid.
Voorbereider, M., voorbereiders.
Voorbereiding, V., voorbereidingen.
Voorbericht, O., voorberichten; voorberichtje, O., voorberichtjes.
Voorbeschikken, beschikte voor, heeft voorbeschikt.
Voorbeschikking, V., voorbeschikkingen.
Voorbestaan, O.
Voorbestemmen, bestemde voor, heeft voorbestemd.
Voorbestemming, V.
Voorbezit, O.
Voorbidden, bad voor, baden voor, heeft voorgebeden.
Voorbidder, M., voorbidders.
Voorbidding, V., voorbiddingen.
Voorbiecht, V.
Voorbij.
Voorbijdragen, droeg voorbij, heeft voorbijgedragen.
Voorbijdraven, draafde voorbij, heeft en is voorbijgedraafd.
Voorbijdringen, drong voorbij, is voorbijgedrongen.
Voorbijgaan, gaat voorbij, ging voorbij, heeft en is voorbijgegaan.
Voorbijgaand.
Voorbijgang, M.
Voorbijganger, M., voorbijgangers.
Voorbijijlen, ijlde voorbij, is voorbijgeijld.
Voorbijkomen, komt voorbij, kwam voorbij, kwamen voorbij, is voorbijgekomen.
Voorbijlaten, liet voorbij, heeft voorbijgelaten.
Voorbijleeren, leerde voorbij, heeft en is voorbijgeleerd.
Voorbijloopen, liep voorbij, heeft en is voorbijgeloopen.
Voorbijrijden, reed voorbij, reden voorbij, heeft en is voorbijgereden.
Voorbijstreven, streefde voorbij, is voorbijgestreefd.
Voorbijtrekken, trok voorbij, trokken voorbij, is voorbijgetrokken.
Voorbijvliegen, vloog voorbij, vlogen voorbij, is voorbijgevlogen.
Voorbijzeilen, zeilde voorbij, heeft en is voorbijgezeild.
Voorbinden, bond voor, heeft voorgebonden.
Voorbode, M. en V., voorboden.
Voorboezem, M., voorboezems.
Voorbout, M., voorbouten; voorboutje, O., voorboutjes.
Voorbramra, V., voorbramraas.
Voorbramsteng, V., voorbramstengen.
Voorbramzeil, O., voorbramzeilen.
Voorbrengen, bracht voor, heeft voorgebracht.
Voorburg, M., voorburgen.
Voorbuur, M., voorburen.
Voorcijferen, cijferde voor, heeft voorgecijferd.
Voorcijfering, V.
Voordacht, V.
Voordans, M., voordansen; voordansje, O., voordansjes.
Voordansen, danste voor, heeft voorgedanst.
Voordanser, M., voordansers.
Voordat.
Voorde en Voord, V., voorden.
Voordeel, O., voordeelen; voordeeltje, O., voordeeltjes.
Voordeelig, voordeeliger, voordeeligst.
Voordeeligheid, V.
Voordeur, V., voordeuren.
Voordewind, M.
Voordewind (bijw.).
Voordezen.
Voordienen, diende voor, heeft voorgediend.
Voordiener, M., voordieners.
Voordiening, V.
Voordochter, V., voordochters; voordochtertje, O., voordochtertjes.
Voordoen, deed voor, deden voor, heeft voorgedaan.
Voordraaien, draaide voor, heeft voorgedraaid.
Voordracht, V., voordrachten.
Voordragen, droeg voor, heeft voorgedragen.
Voordwarstouw, O., voordwarstouwen.
Vooreb en Voorebbe, V.
Vooreergisteren.
Vooreerst.
Vooreinde, O., vooreinden.
Voorgaan, gaat voor, ging voor, is voorgegaan.
Voorgaats.
Voorgalerij, V., voorgalerijen.
Voorgang, M.
Voorganger, M., voorgangers.
Voorgangster, V., voorgangsters.
Voorgebed, O., voorgebeden.
Voorgebergte, O., voorgebergten.
Voorgemeld.
Voorgenoemd.
Voorgerecht, O., voorgerechten.
Voorgestoelte, O., voorgestoelten.
Voorgevel, M., voorgevels; voorgeveltje, O., voorgeveltjes.
Voorgeven, gaf voor, gaven voor, heeft voorgegeven.
Voorgeven, O.
Voorgeving, V.
Voorgevoel, O.
Voorgezang, O., voorgezangen.
Voorgoed (bijw.).
Voorgoochelen, goochelde voor, heeft voorgegoocheld.
Voorgooi, V.
Voorgooien, gooide voor, heeft voorgegooid.
Voorgracht, V., voorgrachten.
Voorgrond, M., voorgronden.
Voorhaar, O.
Voorhamer, M., voorhamers.
Voorhand, V., voorhanden.
Voorhanden (bijw.).
Voorhang, M., voorhangen.
Voorhangen, hing voor, heeft voorgehangen.
Voorhangsel, O., voorhangsels en voorhangselen.
Voorhaven, V., voorhavens.
Voorhebben, heeft voor, had voor, hadden voor, heeft voorgehad.
Voorheen.
Voorhistorisch.
Voorhoede, V., voorhoeden.
Voorhoef, M., voorhoeven.
Voorhof, O. en M., voorhoven.
Voorhoofd, O., voorhoofden; voorhoofdje, O., voorhoofdjes.
Voorhoofdsbeen, O., voorhoofdsbeenderen.
Voorhouden, hield voor, heeft voorgehouden.
Voorhuid, V., voorhuiden.
Voorhuis, O., voorhuizen; voorhuisje, O., voorhuisjes.
Voorijzer, O., voorijzers.
Voorin.
Voor-Indië, O.
Vooringenomen, vooringenomener, vooringenomenst.
Vooringenomenheid, V.
Voorinnemen, nam voorin, namen voorin, heeft vooringenomen.
Voorjaar, O., voorjaren; voorjaartje, O., voorjaartjes.
Voorjaarsbloem, V., voorjaarsbloemen; voorjaarsbloempje, O., voorjaarsbloempjes.
Voorjaarskoorts, V., voorjaarskoortsen.
Voorjaarsnachtevening, V., voorjaarsnachteveningen.
Voorjaarsopruiming, V., voorjaarsopruimingen.
Voorjaarsregen, M., voorjaarsregens; voorjaarsregentje, O., voorjaarsregentjes.
Voorjaarsreis, V., voorjaarsreizen.
Voorjaarsveiling, V., voorjaarsveilingen.
Voorjaarsvergadering, V., voorjaarsvergaderingen.
Voorjaarsweder, en voorjaarsweer, O.
Voorkamer, V., voorkamers; voorkamertje, O., voorkamertjes.
Voorkasteel, O., voorkasteelen.
Voorkauwen, kauwde voor, heeft voorgekauwd.
Voorkennis, V.
Voorkeuken, V., voorkeukens; voorkeukentje, O., voorkeukentjes.
Voorkeur, V.
Voorkind, O., voorkinderen.
Voorklimmen, klom voor, klommen voor, heeft en is voorgeklommen.
Voorkomen, komt voor, kwam voor, kwamen voor, is voorgekomen; ook voorkomt, voorkwam, voorkwamen, heeft voorkomen.
Voorkomen, O.
Voorkomend, voorkomender, voorkomendst.
Voorkomendheid, V.
Voorkoming, V.
Voorkoop, M., voorkoopen.
Voorkooper, M., voorkoopers.
Voorkoopster, V., voorkoopsters.
Voorkrijgen, kreeg voor, kregen voor, heeft voorgekregen.
Voorkwartier, O., voorkwartieren.
Voorlaatst.
Voorland, O.
Voorlang.
Voorlast, M.
Voorlastig.
Voorlaten, liet voor, heeft voorgelaten.
Voorleden. Zie Verleden.
Voorleder en Voorleer, O.
Voorleggen, legde voor en leide voor, heeft voorgelegd en voorgeleid.
Voorlegging, V.
Voorlezen, las voor, lazen voor, heeft voorgelezen.
Voorlezer, M., voorlezers.
Voorlezersbankje, O., voorlezersbankjes.
Voorlezing, V., voorlezingen.
Voorlichten, lichtte voor, heeft voorgelicht.
Voorlichter, M., voorlichters.
Voorlichting, V.
Voorliefde, V.
Voorliegen, loog voor, logen voor, heeft voorgelogen.
Voorliggen, lag voor, lagen voor, heeft voorgelegen.
Voorlijf, O., voorlijven; voorlijfje, O., voorlijfjes.
Voorlijk (scheepsw.), O., voorlijken.
Voorlijk, voorlijker, voorlijkst.
Voorlijkheid, V.
Voorloop (geestrijk vocht), V.
Voorloopen, liep voor, heeft en is voorgeloopen.
Voorlooper, M., voorloopers.
Voorloopig.
Voorluik, O., voorluiken.
Voormaals.
Voormaand, V., voormaanden.
Voormaken, maakte voor, heeft voorgemaakt.
Voormalig.
Voorman, M., voormannen.
Voormars, V., voormarsen.
Voormarszeil, O., voormarszeilen.
Voormast, M., voormasten.
Voormeten, mat voor, maten voor, heeft voorgemeten.
Voormiddag, M., voormiddagen: voormiddagje, O., voormiddagjes.
Voormiddagwacht, V.
Voormouw, V., voormouwen.
Voormuur, M., voormuren.
Voorn. Zie Voren.
Voornaald, V., voornaalden.
Voornaam, M., voornamen.
Voornaam, voornamer, voornaamst.
Voornaamwoord, O., voornaamwoorden.
Voornacht, M., voornachten.
Voornamelijk.
Voornemen, O., voornemens.
Voornemen, nam voor, namen voor, heeft voorgenomen.
Voornoemd.
Voornoen, M.
Vooroever, M., vooroevers.
Vooronder, O., vooronders; voorondertje, O. voorondertjes.
Vooronderstellen, vooronderstelde, heeft voorondersteld.
Vooronderstelling, V., vooronderstellingen.
Vooroordeel, O., vooroordeelen.
Voorop.
Vooropstellen, stelde voorop, heeft vooropgesteld.
Vooropzetten, zette voorop, heeft vooropgezet.
Voorouderlijk.
Voorouders en Voorouderen (mv.), M.
Voorover.
Vooroverlijden (het vroeger sterven), O.
Vooroverloopen, liep voorover, heeft voorovergeloopen.
Voorovervallen, viel voorover, is voorovergevallen.
Voorpaard, O., voorpaarden.
Voorpand, O., voorpanden; voorpandje, O., voorpandjes.
Voorplaats, V., voorplaatsen; voorplaatsje, O., voorplaatsjes.
Voorplecht, V., voorplechten.
Voorplein, O., voorpleinen.
Voorpoort, V., voorpoorten.
Voorpoot, M., voorpooten; voorpootje, O. voorpootjes.
Voorportaal, O., voorportalen.
Voorpost, M., voorposten.
Voorpostengevecht, O., voorpostengevechten.
Voorpostenlinie, V., voorpostenliniën.
Voorpraten, praatte voor, heeft voorgepraat.
Voorprediken en Voorpreeken, predikte voor en preekte voor, heeft voorgepredikt en voorgepreekt.
Voorproef, V.; voorproefje, O., voorproefjes.
Voorproeven, proefde voor, heeft voorgeproefd.
Voorproever, M., voorproevers.
Voorraad, M.
Voorraadkamer, V., voorraadkamers.
Voorraadschuur, V., voorraadschuren.
Voorraam, O., voorramen.
Voorrad, O., voorraderen.
Voorrang, M.
Voorrecht, O., voorrechten.
Voorrede, V., voorredenen; voorredetje, O., voorredetjes.
Voorrekenen, rekende voor, heeft voorgerekend.
Voorriem, M., voorriemen.
Voorrijden, reed voor, reden voor, heeft en is voorgereden.
Voorrijder, M., voorrijders.
Voorroepen, riep voor, heeft voorgeroepen.
Voorschans, V., voorschansen.
Voorschenken, schonk voor, heeft voorgeschonken.
Voorschenker, M., voorschenkers.
Voorschieten, schoot voor, schoten voor, heeft voorgeschoten.
Voorschieter, M., voorschieters.
Voorschijn (Te voorschijn).
Voorschilderen, schilderde voor, heeft voorgeschilderd.
Voorschip, O.
Voorschoen, M., voorschoenen.
Voorschoenen, voorschoende, heeft gevoorschoend.
Voorschoot, O., voorschooten; voorschootje, O., voorschootjes.
Voorschot, O., voorschotten; voorschotje, O., voorschotjes.
Voorschotbank, V., voorschotbanken.
Voorschreven.
Voorschrift, O., voorschriften.
Voorschrijven, schreef voor, schreven voor, heeft voorgeschreven.
Voorschrijving, V.
Voorschuiven, schoof voor, schoven voor, heeft voorgeschoven.
Voorschutting, V.
Voorshands.
Voorslaan, slaat voor, sloeg voor, heeft voorgeslagen.
Voorslag (voorstel), M., voorslagen.
Voorslag (van een klokkenspel en in de muziek), O.
Voorslemphout, O., voorslemphouten.
Voorsmaak, M.; voorsmaakje, O.
Voorsmijten, smeet voor, smeten voor, heeft voorgesmeten.
Voorsnijden, sneed voor, sneden voor, heeft voorgesneden.
Voorsnijder, M., voorsnijders.
Voorsnijmes, O., voorsnijmessen.
Voorspan, O., voorspannen.
Voorspannen, spande voor, heeft voorgespannen.
Voorspel, O., voorspelen; voorspelletje, O., voorspelletjes.
Voorspelden, speldde voor, heeft voorgespeld.
Voorspelder, M., voorspelders; voorspeldertje, O., voorspeldertjes.
Voorspelen, speelde voor, heeft voorgespeeld.
Voorspeler, M., voorspelers.
Voorspellen (de letters voorzeggen), spelde voor, heeft voorgespeld.
Voorspellen (voorzeggen), voorspelde, heeft voorspeld.
Voorspeller, M., voorspellers.
Voorspelling, V., voorspellingen.
Voorspelster, V., voorspelsters.
Voorspiegelen, spiegelde voor, heeft voorgespiegeld.
Voorspiegeling, V., voorspiegelingen.
Voorspijs, V., voorspijzen.
Voorspoed, M.
Voorspoedig, voorspoediger, voorspoedigst.
Voorspoediglijk.
Voorspraak (persoon), M. en V., voorspraken; (het voorspreken), V.
Voorspreken, sprak voor, spraken voor, heeft voorgesproken.
Voorspreker, M., voorsprekers.
Voorstaan, staat voor, stond voor, heeft voorgestaan.
Voorstad, V., voorsteden.
Voorstand, M.
Voorstander, M., voorstanders.
Voorstandster, V., voorstandsters.
Voorstappen, stapte voor, heeft en is voorgestapt.
Voorste.
Voorsteek, M., voorsteken.
Voorsteken, stak voor, staken voor, heeft voorgestoken.
Voorstel, O., voorstellen; voorstelletje, O., voorstelletjes.
Voorstellen, stelde voor, heeft voorgesteld.
Voorsteller, M., voorstellers.
Voorstelling, V., voorstellingen.
Voorstellingsgave, V.
Voorstellingsvermogen, O.
Voorstelster, V., voorstelsters.
Voorstemmen, stemde voor, heeft voorgestemd.
Voorstemmer, M., voorstemmers.
Voorsteng, V., voorstengen.
Voorsteven, M., voorstevens.
Voorstoot, M.
Voorstooten, stiet voor, heeft voorgestooten; ook stootte voor.
Voorstraat, V., voorstraten.
Voorstuk, O., voorstukken; voorstukje, O., voorstukjes.
Voort.
Voortaan.
Voortand, M., voortanden; voortandje, O., voortandjes.
Voortarbeiden, arbeidde voort, heeft voortgearbeid.
Voortbabbelen, babbelde voort, heeft voortgebabbeld.
Voortblazen, blies voort, bliezen voort, heeft voortgeblazen.
Voortbouwen, bouwde voort, heeft voortgebouwd.
Voortbrengen, bracht voort, heeft voortgebracht.
Voortbrenger, M., voortbrengers.
Voortbrenging, V.
Voortbrengingskracht, V.
Voortbrengingsvermogen, O.
Voortbrengsel, O., voortbrengsels en voortbrengselen.
Voortbrengster, V., voortbrengsters.
Voortdommelen, dommelde voort, heeft voortgedommeld.
Voortdragen, droeg voort, heeft voortgedragen.
Voortdraven, draafde voort, is voortgedraafd.
Voortdrijven, dreef voort, dreven voort, heeft en is voortgedreven.
Voortdrijver, M., voortdrijvers.
Voortdrijving, V.
Voortduren, duurde voort, heeft voortgeduurd.
Voortdurend.
Voortduring, V.
Voortduur, M.
Voortduwen, duwde voort, heeft voortgeduwd.
Voorteeken, O., voorteekenen en voorteekens.
Voorteekenen, teekende voor, heeft voorgeteekend.
Voorteekening, V.
Voortellen, telde voor, heeft voorgeteld.
Voortelling, V.
Voortent, V.
Voorteten, at voort, aten voort, heeft voortgegeten.
Voortfladderen, fladderde voort, is voortgefladderd.
Voortgaan, gaat voort, ging voort, is voortgegaan.
Voortgang, M., voortgangen.
Voortgetogen (verl. deelw.).
Voortgeven, gaf voort, gaven voort, heeft voortgegeven.
Voortglijden, gleed voort, gleden voort, is voortgegleden.
Voorthelpen, hielp voort, heeft voortgeholpen.
Voorthollen, holde voort, heeft en is voortgehold.
Voorthuppelen, huppelde voort, heeft en is voortgehuppeld.
Voortijd, M., voortijden.
Voortijds.
Voortijlen (voortsnellen), ijlde voort, is voortgeijld.
Voortjagen, jaagde voort, heeft en is voortgejaagd; ook joeg voort.
Voortkomen, komt voort, kwam voort, kwamen voort, is voortgekomen.
Voortkrijgen, kreeg voort, kregen voort, heeft voortgekregen.
Voortkruien, krooi voort, krooien voort, heeft en is voortgekrooien; ook kruide voort, heeft en is voortgekruid.
Voortkruipen, kroop voort, kropen voort, is voortgekropen.
Voortkuieren, kuierde voort, is voortgekuierd.
Voortleiden, leidde voort, heeft voortgeleid.
Voortloopen, liep voort, is en heeft voortgeloopen.
Voortmaken, maakte voort, heeft voortgemaakt.
Voortmalen, maalde voort, heeft voortgemalen.
Voortocht, M., voortochten.
Voortooveren, tooverde voor, heeft voorgetooverd.
Voortop, M., voortoppen.
Voortpakken (zich voortpakken), pakte zich voort, heeft zich voortgepakt.
Voortplanten, plantte voort, heeft voortgeplant.
Voortplanting, V.
Voortplantingsorgaan, O., voortplantingsorganen.
Voortpraten, praatte voort, heeft voortgepraat.
Voortraken, raakte voort, is voortgeraakt.
Voortrap, V.
Voortreden, trad voor, traden voor, is voorgetreden.
Voortredeneeren, redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd.
Voortreffelijk, voortreffelijker, voortreffelijkst.
Voortreffelijkheid, V., voortreffelijkheden.
Voortrein, M., voortreinen.
Voortreizen, reisde voort, is voortgereisd.
Voortrekken (voor-trekken), trok voor, trokken voor, heeft voorgetrokken.
Voortrekken (voort-rekken), rekte voort, heeft voortgerekt.
Voortrennen, rende voort, is en heeft voortgerend.
Voortrijden, reed voort, reden voort, heeft en is voortgereden.
Voortroeien, roeide voort, heeft en is voortgeroeid.
Voortrollen, rolde voort, heeft en is voortgerold.
Voortrukken, rukte voort, heeft en is voortgerukt.
Voorts.
Voortscharrelen, scharrelde voort, is voortgescharreld.
Voortschieten, schoot voort, schoten voort, heeft en is voortgeschoten.
Voortschoppen, schopte voort, heeft voortgeschopt.
Voortschuiven, schoof voort, schoven voort, heeft en is voortgeschoven.
Voortslaan, sloeg voort, heeft en is voortgeslagen.
Voortsleepen, sleepte voort, heeft voortgesleept.
Voortslenteren, slenterde voort, is voortgeslenterd.
Voortsleuren, sleurde voort, heeft voortgesleurd.
Voortsluipen, sloop voort, slopen voort, is voortgeslopen.
Voortsnellen, snelde voort, is voortgesneld.
Voortspoeden, spoedde voort, is voortgespoed; ook spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed.
Voortspruiten, sproot voort, sproten voort, is voortgesproten.
Voortstappen, stapte voort, is en heeft voortgestapt.
Voortstoomen, stoomde voort, is voortgestoomd.
Voortstreven, streefde voort, is voortgestreefd.
Voortstrompelen, strompelde voort, is voortgestrompeld.
Voortstroomen, stroomde voort, is en heeft voortgestroomd.
Voortstudeeren, studeerde voort, heeft voortgestudeerd.
Voortstuiven, stoof voort, stoven voort, heeft en is voortgestoven.
Voortsturen, stuurde voort, heeft voortgestuurd.
Voortstuwen, stuwde voort, heeft voortgestuwd.
Voortsukkelen, sukkelde voort, heeft en is voortgesukkeld.
Voorttelen, teelde voort, heeft voortgeteeld.
Voortteling, V.
Voorttellen, telde voort, heeft voortgeteld.
Voorttrekken, trok voort, trokken voort, heeft en is voortgetrokken.
Voortvarend, voortvarender, voortvarendst.
Voortvarendheid, V.
Voortvertellen, vertelde voort, heeft voortverteld.
Voortvlieden, vlood voort, vloden voort, is voortgevloden.
Voortvliegen, vloog voort, vlogen voort, heeft en is voortgevlogen.
Voortvloeien, vloeide voort, is voortgevloeid.
Voortvluchtig.
Voortvragen, vraagde voort, heeft voortgevraagd; ook vroeg voort.
Voortwaaien, waaide voort, heeft en is voortgewaaid; ook woei voort, woeien voort.
Voortwaggelen, waggelde voort, is voortgewaggeld.
Voortwandelen, wandelde voort, heeft en is voortgewandeld.
Voortwerpen, wierp voort, heeft voortgeworpen.
Voortwillen, wilde voort, heeft voortgewild.
Voortwoekeren, woekerde voort, heeft en is voortgewoekerd.
Voortzeggen, zeide voort, heeft voortgezegd en voortgezeid.
Voortzeilen, zeilde voort, heeft en is voortgezeild.
Voortzenden, zond voort, heeft voortgezonden.
Voortzetten, zette voort, heeft voortgezet.
Voortzetter, M., voortzetters.
Voortzetting, V.
Voortzondigen, zondigde voort, heeft voortgezondigd.
Voortzweepen, zweepte voort, heeft voortgezweept.
Vooruit.
Vooruitbestellen, bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld.
Vooruitbestelling, V., vooruitbestellingen.
Vooruitbetalen, betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald.
Vooruitbetaling, V., vooruitbetalingen.
Vooruitbrengen, bracht vooruit, heeft vooruitgebracht.
Vooruitdraven, draafde vooruit, is vooruitgedraafd.
Vooruitdrijven, dreef vooruit, dreven vooruit, heeft en is vooruitgedreven.
Vooruitdringen, drong vooruit, heeft en is vooruitgedrongen.
Vooruitduwen, duwde vooruit, heeft vooruitgeduwd.
Vooruitgaan, gaat vooruit, ging vooruit, is vooruitgegaan.
Vooruitgang, M.
Vooruithebben, heeft vooruit, had vooruit, hadden vooruit, heeft vooruitgehad.
Vooruithelpen, hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen.
Vooruitijlen, ijlde vooruit, is vooruitgeijld.
Vooruitjagen, jaagde vooruit, heeft en is vooruitgejaagd; ook joeg vooruit.
Vooruitkomen, komt vooruit, kwam vooruit, kwamen vooruit, is vooruitgekomen.
Vooruitloopen, liep vooruit, is vooruitgeloopen.
Vooruitmaking, V., vooruitmakingen.
Vooruitnemen, nam vooruit, namen vooruit, heeft vooruitgenomen.
Vooruitraken, raakte vooruit, is vooruitgeraakt.
Vooruitreizen, reisde vooruit, is vooruitgereisd.
Vooruitrennen, rende vooruit, is vooruitgerend.
Vooruitrijden, reed vooruit, reden vooruit, is en heeft vooruitgereden.
Vooruitsnellen, snelde vooruit, is vooruitgesneld.
Vooruitsteken, stak vooruit, staken vooruit, heeft vooruitgestoken.
Vooruitstreven, streefde vooruit, is vooruitgestreefd.
Vooruitstrevend.
Vooruitvliegen, vloog vooruit, vlogen vooruit, is vooruitgevlogen.
Vooruitzeilen, zeilde vooruit, is vooruitgezeild.
Vooruitzenden, zond vooruit, heeft vooruitgezonden.
Vooruitzicht, O., vooruitzichten.
Vooruitzien, zag vooruit, zagen vooruit, heeft vooruitgezien.
Vooruitziend.
Voorvader, M., voorvaderen en voorvaders.
Voorvaderlijk.
Voorval, O., voorvallen; voorvalletje, O., voorvalletjes.
Voorvallen, viel voor, is voorgevallen.
Voorvechter, M., voorvechters.
Voorvenster, O., voorvensters.
Voorvertrek, O., voorvertrekken; voorvertrekje, O., voorvertrekjes.
Voorvijl, V., voorvijlen.
Voorvinger, M., voorvingers.
Voorvlak, O., voorvlakken.
Voorvliegen, vloog voor, vlogen voor, heeft en is voorgevlogen.
Voorvloed, M.
Voorvoegen, voegde voor, heeft voorgevoegd.
Voorvoeging, V.
Voorvoegsel, O., voorvoegsels.
Voorvoet, M., voorvoeten.
Voorvork, V., voorvorken.
Voorwaar.
Voorwaarde, V., voorwaarden.
Voorwaardelijk.
Voorwaarts (bijw.).
Voorwaartsch (bnw.).
Voorwacht, V., voorwachten.
Voorwagen, M., voorwagens.
Voorwal, M., voorwallen.
Voorwand, M., voorwanden.
Voorwegen, woog voor, wogen voor heeft voorgewogen.
Voorwenden, wendde voor, heeft voorgewend.
Voorwending, V.
Voorwendsel, O., voorwendsels en voorwendselen; voorwendseltje, O., voorwendseltjes.
Voorwereld, V.
Voorwereldlijk.
Voorwerk, O.
Voorwerken, werkte voor, heeft voorgewerkt.
Voorwerker, M., voorwerkers.
Voorwerp, O., voorwerpen; voorwerpje, O., voorwerpjes.
Voorwerpen, wierp voor, heeft voorgeworpen.
Voorwerping, V.
Voorwerpsnaam, M., voorwerpsnamen.
Voorwerpszin, M., voorwerpszinnen.
Voorweten, O.
Voorwetend.
Voorwetendheid, V.
Voorwetenschap, V.
Voorwiel, O., voorwielen.
Voorwimpel, M., voorwimpels.
Voorwind, M.
Voorwinter, M., voorwinters; voorwintertje, O., voorwintertjes.
Voorworp, M.
Voorzaal, V., voorzalen.
Voorzaat, M., voorzaten.
Voorzang, M., voorzangen.
Voorzanger, M., voorzangers en voorzangeren.
Voorzangersambt, O.
Voorzangerschap, O.
Voorzeggen, zeide voor, heeft voorgezegd en voorgezeid; ook voorzeide, heeft voorzegd en voorzeid.
Voorzegger, M., voorzeggers.
Voorzegging, V., voorzeggingen.
Voorzegster, V., voorzegsters.
Voorzeil, O., voorzeilen.
Voorzeiler, M., voorzeilers.
Voorzeker.
Voorzet, M.
Voorzetsel, O., voorzetsels.
Voorzetten, zette voor, heeft voorgezet.
Voorzichtig, voorzichtiger, voorzichtigst.
Voorzichtigheid, V.
Voorzichtigheidshalve.
Voorzien, voorzag, voorzagen, heeft voorzien.
Voorzienig.
Voorzienigheid, V.
Voorziening, V., voorzieningen.
Voorzijde, V., voorzijden.
Voorzingen, zong voor, heeft voorgezongen.
Voorzingen, O.
Voorzinger, M., voorzingers.
Voorzitten, zat voor, zaten voor, heeft voorgezeten.
Voorzitter, M., voorzitters en voorzitteren.
Voorzitterschap, O.
Voorzittershamer, M., voorzittershamers.
Voorzittersplaats, V., voorzittersplaatsen.
Voorzittersstoel, M., voorzittersstoelen.
Voorzitting, V.
Voorzolder, M., voorzolders.
Voorzomer, M., voorzomers.
Voorzoom, M., voorzoomen.
Voorzoon, M., voorzonen en voorzoons.
Voorzorg, V., voorzorgen.
Voorzorgsmaatregel, M., voorzorgsmaatregelen.
Voorzwemmen, zwom voor, zwommen voor, heeft en is voorgezwommen.
Voos, voozer.
Voosheid, V.
Vorderen (eischen), vorderde, heeft gevorderd.
Vorderen (voortkomen), vorderde, is gevorderd.
Vordering, V., vorderingen.
Vore. Zie Voor.
Voren en Voorn, M., vorens en voorns. Vorentje en voorntje, O., vorentjes en voorntjes.
Voren (Te voren).
Vorenstaand.
Vorig.
Vork, V., vorken. Vorkje, O., vorkjes.
Vorm, M., vormen. Vormpje, O., vormpjes.
Vormbak, M., vormbakken.
Vormbank, V., vormbanken.
Vormelijk, vormelijker, vormelijkst.
Vormelijkheid, V.
Vormeling, M. en V., vormelingen.
Vormen (den vorm geven), vormde, heeft gevormd.
Vormen (het vormsel toedienen), vormde, heeft gevormd.
Vormer, M., vormers.
Vorming, V., vormingen.
Vormkracht, V.
Vormleer, V.
Vormloos en Vormeloos, vormlooze en vormelooze.
Vormloosheid, V.
Vormnaad, M., vormnaden.
Vormoog, O., vormoogen.
Vormraam, O., vormramen.
Vormschool, V., vormscholen.
Vormsel, O.
Vormzand, O.
Vormzijde, V., vormzijden.
Vorsch, M., vorschen. Vorschje, O., vorschjes.
Vorschen, vorschte, heeft gevorscht.
Vorst (heerscher), M., vorsten. Vorstje, O., vorstjes.
Vorst (van het dak), V., vorsten.
Vorst (koude), V. Vorstje, O., vorstjes.
Vorstelijk, vorstelijker, vorstelijkst.
Vorstendeugd, V., vorstendeugden.
Vorstendom, O., vorstendommen.
Vorstengunst, V.
Vorstenhuis, O., vorstenhuizen.
Vorstenkroon, V., vorstenkronen.
Vorstenlanden (mv.), O.
Vorstentelg, M. en V., vorstentelgen.
Vorstenzoon, M., vorstenzonen en vortsenzoons.
Vorstin, V., vorstinnen.
Vorstvrij.
Vos, M., vossen. Vosje, O., vosjes.
Voskleurig.
Vossekop, M., vossekoppen.
Vossengat, O., vossengaten.
Vossenhaar, O.
Vossenhol, O., vossenholen.
Vossenjacht, V., vossenjachten.
Vossenjager, M., vossenjagers.
Vossenkuil, M., vossenkuilen.
Vossenval, V., vossenvallen.
Vossestaart, M., vossestaarten.
Vossevel, O., vossevellen.
Votiefmis, V., votiefmissen.
Votum, O., votums.
Vouw, V., vouwen. Vouwtje, O., vouwtjes.
Vouwbeen, O., vouwbeenen; vouwbeentje, O., vouwbeentjes.
Vouwblind, O., vouwblinden.
Vouwdeur, V., vouwdeuren.
Vouwdoos, V., vouwdoozen.
Vouwen, vouwde, heeft gevouwen.
Vouwer, M., vouwers.
Vouwing, V., vouwingen.
Vouwmachine, V., vouwmachines.
Vouwster, V., vouwsters.
Vouwstoel, M., vouwstoelen; vouwstoeltje, O., vouwstoeltjes.
Vouwtafel, V., vouwtafels; vouwtafeltje, O., vouwtafeltjes.
Vraag, V., vragen. Vraagje, O., vraagjes.
Vraagachtig, vraagachtiger, vraagachtigst.
Vraagal, M. en V., vraagallen.
Vraagbaak, V., vraagbaken.
Vraagpunt, O., vraagpunten.
Vraagspel (vragen opgeven), O., vraagspelen.
Vraagspel (van kaartspelers), O., vraagspellen.
Vraagster, V., vraagsters.
Vraagstuk, O., vraagstukken; vraagstukje, O., vraagstukjes.
Vraagteeken, O., vraagteekens.
Vraagwoord, O., vraagwoorden.
Vraat, M., vraten. Vraatje, O., vraatjes.
Vraatachtig, vraatachtiger, vraatachtigst.
Vraatzucht, V.
Vraatzuchtig, vraatzuchtiger, vraatzuchtigst.
Vracht, V., vrachten. Vrachtje, O. vrachtjes.
Vrachtboot, V., vrachtbooten.
Vrachtbrief, M., vrachtbrieven.
Vrachtgeld, O.
Vrachtkar, V., vrachtkarren.
Vrachtloon, O., vrachtloonen.
Vrachtpaard, O., vrachtpaarden.
Vrachtrijder, M., vrachtrijders.
Vrachtschip, O., vrachtschepen.
Vrachtschuit, V., vrachtschuiten.
Vrachtslede, V., vrachtsleden.
Vrachtvaarder, M., vrachtvaarders.
Vrachtvaart, V.
Vrachtvrij.
Vrachtwagen, M., vrachtwagens.
Vragen, vraagde, heeft gevraagd; ook vroeg.
Vragenboek, O., vragenboeken; vragenboekje, O., vragenboekjes.
Vragenderwijze en vragenderwijs.
Vrager, M., vragers.
Vrank, ook Frank (bnw.).
Vratig, vratiger, vratigst.
Vratigheid, V.
Vrede, M.
Vredebond, M., vredebonden.
Vredebreuk, V.
Vredehandel, M.
Vredelievend, vredelievender, vredelievendst.
Vredelievendheid, V.
Vrederechter, M., vrederechters.
Vredesconferentie, V., vredesconferenties.
Vredescongres, O., vredescongressen.
Vredesnaam (In vredesnaam).
Vredesonderhandeling, V., vredesonderhandelingen.
Vredespaleis, O.
Vredespijp, V.
Vredestichter, M., vredestichters.
Vredestijd, M.
Vredesverdrag, O., vredesverdragen.
Vredesvoorslag, M., vredesvoorslagen.
Vredesvoorwaarde, V., vredesvoorwaarden.
Vredig, vrediger, vredigst.
Vreedzaam, vreedzamer, vreedzaamst.
Vreedzaamheid, V.
Vreemd, vreemder, vreemdst.
Vreemde (In den vreemde).
Vreemdelijk.
Vreemdeling, M. en V., vreemdelingen; V. ook vreemdelinge.
Vreemdelingenboek, O., vreemdelingenboeken.
Vreemdelingenverkeer, O.
Vreemdelingschap, O.
Vreemdelingsrecht, O.
Vreemdenlegioen, O., vreemdenlegioenen.
Vreemdheid, V.
Vreemdigheid, V., vreemdigheden.
Vreemdsoortig, vreemdsoortiger, vreemdsoortigst.
Vreemdsoortigheid, V.
Vrees en Vreeze, V., vreezen.
Vreesachtig, vreesachtiger, vreesachtigst.
Vreesachtigheid, V., vreesachtigheden.
Vreeselijk en Vreeslijk, vreeselijker en vreeslijker, vreeselijkst en vreeslijkst.
Vreeselijkheid, V., vreeselijkheden.
Vreetster, V., vreetsters.
Vreetwolf, M., vreetwolven.
Vreevuur, O., vreevuren.
Vreezen, vreesde, heeft gevreesd.
Vrek, vrekker, vrekst.
Vrek, M., vrekken. Vrekje, O., vrekjes.
Vrekachtig, vrekachtiger, vrekachtigst.
Vrekachtigheid, V.
Vrekheid, V.
Vrekkig, vrekkiger, vrekkigst.
Vrekkigheid, V.
Vreten, vrat, vraten, heeft gevreten.
Vreter, M., vreters.
Vreterij, V.
Vreugde en Vreugd, V.
Vreugdebedrijf, O., vreugdebedrijven.
Vreugdebetoon, O.
Vreugdedag, M., vreugdedagen.
Vreugdeloos, vreugdeloozer.
Vreugdetraan, M., vreugdetranen.
Vreugdevol, vreugdevolle.
Vreugdevuur, O., vreugdevuren.
Vriend, ook Vrind, M., vrienden en vrinden. Vriendje en vrindje, O., vriendjes en vrindjes.
Vriendelijk, vriendelijker, vriendelijkst.
Vriendelijkheid, V., vriendelijkheden.
Vriendendienst, M., vriendendiensten.
Vriendenfeest, O., vriendenfeesten.
Vriendengroet, M., vriendengroeten.
Vriendenkring, M., vriendenkringen.
Vriendenmaal, O., vriendenmalen.
Vriendhoudend, vriendhoudender, vriendhoudendst.
Vriendhoudendheid, V.
Vriendin, V., vriendinnen. Vriendinnetje, O., vriendinnetjes.
Vriendinnenkring, M., vriendinnenkringen.
Vriendlief, M.; vriendliefje, O.
Vriendschap, V., vriendschappen.
Vriendschappelijk, vriendschappelijker, vriendschappelijkst.
Vriendschappelijkheid, V.
Vriendschapsband, M., vriendschapsbanden.
Vriendschapsbeker, M., vriendschapsbekers.
Vriendschapsbetoon, O.
Vriendschapsbetrekking, V., vriendschapsbetrekkingen.
Vriendschapsbetuiging, V., vriendschapsbetuigingen.
Vriendschapsdienst, M., vriendschapsdiensten.
Vriendschapsplicht, M., vriendschapsplichten.
Vriendschapsverbond, O., vriendschapsverbonden.
Vriespunt, O.
Vriesweder, en vriesweer, O.
Vriezen, vroor, heeft gevroren en gevrozen.
Vrij, vrijer, vrijst.
Vrijaf.
Vrijage, V., vrijages.
Vrijblijven, bleef vrij, bleven vrij, is vrijgebleven.
Vrijbrief, M., vrijbrieven.
Vrijbuiten, vrijbuitte, heeft gevrijbuit.
Vrijbuiter, M., vrijbuiters.
Vrijbuiterij, V., vrijbuiterijen.
Vrijburg, M, vrijburgen.
Vrijdag, M., Vrijdagen.
Vrijdagsch.
Vrijden en Vrijen (bevrijden), vrijdde en vrijde, heeft gevrijd.
Vrijdenker, M., vrijdenkers.
Vrijdenkerij, V.
Vrijdingen, dong vrij, heeft vrijgedongen.
Vrijdobbelen, dobbelde vrij, heeft en is vrijgedobbeld.
Vrijdom, M., vrijdommen.
Vrijelijk.
Vrijen (liefde betoonen), vrijde, heeft gevrijd; ook vree, vreeën, heeft gevreeën.
Vrijen (bevrijden). Zie Vrijden.
Vrijer, M., vrijers. Vrijertje, O., vrijertjes.
Vrijerij, V., vrijerijen. Vrijerijtje, O., vrijerijtjes.
Vrijerschap, O.
Vrijgeboren.
Vrijgeest, M., vrijgeesten.
Vrijgeesterij, V.
Vrijgelatene, M. en V., vrijgelatenen.
Vrijgeleibrief, M., vrijgeleibrieven.
Vrijgeleide, O.
Vrijgeven, gaf vrij, gaven vrij, heeft vrijgegeven.
Vrijgevig (mild), vrijgeviger, vrijgevigst.
Vrijgevigheid, V.
Vrijgezel, M., vrijgezellen.
Vrijhandelstelsel, O.
Vrijhaven, V., vrijhavens.
Vrijheer, M., vrijheeren.
Vrijheerlijk.
Vrijheerschap, O.
Vrijheid, V., vrijheden.
Vrijheidlievend.
Vrijheidminnend.
Vrijheidsboom, M., vrijheidsboomen.
Vrijheidsgeest, M.
Vrijheidshoed, M., vrijheidshoeden.
Vrijheidsliefde, V.
Vrijheidsmaagd, V.
Vrijheidsmin, V.
Vrijheidsmuts, V., vrijheidsmutsen.
Vrijheidszin, M.
Vrijheidszucht, V.
Vrijhouden, hield vrij, heeft vrijgehouden.
Vrijhuis, O., vrijhuizen.
Vrijjaar, O., vrijjaren.
Vrijkaart, V., vrijkaarten; vrijkaartje, O., vrijkaartjes.
Vrijkennen, kende vrij, heeft vrijgekend.
Vrijkenning, V.
Vrijkomen, komt vrij, kwam vrij kwamen vrij, is vrijgekomen.
Vrijkoop, M.
Vrijkoopen, kocht vrij, heeft vrijgekocht.
Vrijkooping, V., vrijkoopingen.
Vrijkorps, O., vrijkorpsen.
Vrijlaten, liet vrij, heeft vrijgelaten.
Vrijlating, V., vrijlatingen.
Vrijleen, O., vrijleenen.
Vrijloopen, liep vrij, is vrijgeloopen.
Vrijlot, O., vrijloten; vrijlootje, O., vrijlootjes.
Vrijloten, lootte vrij, heeft en is vrijgeloot.
Vrijmachtig, vrijmachtiger, vrijmachtigst.
Vrijmachtigheid, V.
Vrijmaken, maakte vrij, heeft vrijgemaakt.
Vrijmaker, M., vrijmakers.
Vrijmaking, V., vrijmakingen.
Vrijmarkt, V., vrijmarkten.
Vrijmetselaar, M., vrijmetselaars en vrijmetselaren.
Vrijmetselaarsloge, V., vrijmetselaarsloges.
Vrijmetselarij, V.
Vrijmoedig, vrijmoediger, vrijmoedigst.
Vrijmoedigheid, V., vrijmoedigheden.
Vrijmoediglijk.
Vrijplaats, V., vrijplaatsen.
Vrijpleiten, pleitte vrij, heeft vrijgepleit.
Vrijpostig, vrijpostiger, vrijpostigst.
Vrijpostigheid, V.
Vrijspraak, V., vrijspraken.
Vrijspreken, sprak vrij, spraken vrij heeft vrijgesproken.
Vrijspreker, M., vrijsprekers.
Vrijspreking, V., vrijsprekingen.
Vrijstaan, staat vrij, stond vrij, heeft vrijgestaan.
Vrijstaat, M., vrijstaten.
Vrijstad, V., vrijsteden.
Vrijstellen, stelde vrij, heeft vrijgesteld.
Vrijstelling, V., vrijstellingen.
Vrijster, V., vrijsters. Vrijstertje, O., vrijstertjes.
Vrijsterschap, O.
Vrijuit.
Vrijvallen, viel vrij, is vrijgevallen.
Vrijvaren, voer vrij, heeft vrijgevaren.
Vrijvechten, vocht vrij, heeft vrijgevochten.
Vrijverklaren, verklaarde vrij, heeft vrijverklaard.
Vrijverklaring, V., vrijverklaringen.
Vrijvrouw, V., vrijvrouwen.
Vrijwaarder, M., vrijwaarders.
Vrijwaren, vrijwaarde, heeft gevrijwaard.
Vrijwaring, V., vrijwaringen.
Vrijwillig, vrijwilliger, vrijwilligst.
Vrijwilliger, M., vrijwilligers.
Vrijwilligerskorps, O., vrijwilligerskorpsen.
Vrijwilligheid, V.
Vrijzinnig, vrijzinniger, vrijzinnigst.
Vrijzinnigheid, V.
Vrind. Zie Vriend.
Vroed, vroeder, vroedst.
Vroedheid, V.
Vroedkunde, V.
Vroedkundig.
Vroedkundige, M. en V., vroedkundigen.
Vroedmeester, M., vroedmeesters.
Vroedschap (vergadering), V.; (een lid daarvan), M., vroedschappen.
Vroedschapsvergadering, V., vroedschapsvergaderingen.
Vroedvrouw, V., vroedvrouwen.
Vroeg, vroeger, vroegst.
Vroegbeurt, V., vroegbeurten.
Vroegdienst, M.
Vroegkerk, V.
Vroegmis, V., vroegmissen.
Vroegpreek, V., vroegpreeken.
Vroegrijp.
Vroegte, V.
Vroegtijdig, vroegtijdiger, vroegtijdigst.
Vroegtijdigheid, V.
Vromelijk.
Vromigheid, V.
Vroolijk, vroolijker, vroolijkst.
Vroolijkheid, V., vroolijkheden.
Vroom, vromer, vroomst.
Vroomheid, V.
Vroon, O., vroonen.
Vroongoed, O., vroongoederen.
Vroonheer, M., vroonheeren.
Vroonland, O., vroonlanden.
Vroonrecht, O., vroonrechten.
Vroonvisscherij, V., vroonvisscherijen.
Vroonwater, O., vroonwateren.
Vrouw, V., vrouwen. Vrouwtje, O., vrouwtjes.
Vrouwachtig, vrouwachtiger, vrouwachtigst.
Vrouwelijk.
Vrouwelijkheid, V.
Vrouwenaard, M.
Vrouwenarbeid, M.
Vrouwenbeul, M., vrouwenbeulen.
Vrouwenbeweging, V.
Vrouwendag, M.
Vrouwendeugd, V.
Vrouwendienst, M.
Vrouwengek, M., vrouwengekken.
Vrouwengestalte, V., vrouwengestalten.
Vrouwenhaar, O.