← Table of contents
Weggeloopen!

VIJFTIENDE HOOFDSTUK. Groote voorstelling.

Adona translation

Illustration from Weggeloopen!

... tot groote schade van de horloges, hoeden en duiven.

Illustration from Weggeloopen!

Paul en Dick bleven alleen en de voorstelling begon. Zij begon als gewoonlijk met de goocheltoeren van den Markies van Galimedes. Hij raakte slechts even het knoopsgat van zijn jas aan en... een prachtige roos kwam te voorschijn. Hij leende een horloge, hamerde dit aan kleine stukjes en haalde het dan weer gaaf en wel uit den zak van een ouden mijnheer, die bij hoog en laag gezworen had, dat hij geen horloge bij zich droeg. Dan vulde hij een glas met water, en als hij het in den schoot van een dame omkeerde was de inhoud in bloemen veranderd. Hij schonk uit dezelfde flesch een glas port, een glas sherry en een glas cognac; en de dames en heeren, die op zijn verzoek den inhoud der glazen mochten proeven, vonden dit vooral 'n prachtige toer. Hij sneed den kop van 'n duif af, sprak eenige hocus-pocussen en... de vogel was weer levend. Hij klutste eieren in 'n geleenden hoed en bakte er een ommelet in, die hij onder het publiek verdeelde. Daarna gaf hij den hoed geheel ongeschonden, weer aan zijn eigenaar terug, die al dat geknoei had aangezien met 'n gezicht bleek van angst, voor 't verlies van zijn hoofddeksel. Al deze toeren en nog een heeleboel meer hadden het succes dat ze altijd en overal hadden.

Wel 'n dag of veertien lang probeerden de dorpsbewoners of ze den goochelaar ook na konden doen tot groote schade van de horloges, hoeden en duiven uit het dorp, maar het gelukte hun niet. Treurig keken ze dan naar de slachtoffers, krabden zich achter de ooren en zeiden: „Maar wat drommel hoe deed hij dat dan toch?”

Na den Markies traden „de onvergelijkelijke en bewonderenswaardige gezusters Sylpha” op.

Het waren een paar leelijke dochters van de nog veel leelijker moeder en hunne verrichtingen bleven ver beneden het middelmatige. Het mooiste van de vertooning was, toen een van de zusters net deed of ze haar evenwicht verloor, bijna viel, maar gelukkig nog juist bij tijds het koord vastgreep. Het publiek begreep in 't geheel niet dat alles slechts voorgewend was. Het meende, dat een van de zusters werkelijk een oogenblik tusschen leven en dood zweefde en 't was een algemeen gejuich en handgeklap toen alles zoo gelukkig afliep.

De Slangenmenschen, die onderwijl van uit een hoek naar de kunsten van hare zusters hadden staan gluren, kwamen nu op het tooneel en deden het publiek „verstomd staan door hare buitelingen, draaiingen en wendingen.” Ook Komus, de Groote Clown, vertoonde zich. Hij beproefde na elke gymnastische toer de gezusters na te doen, maar natuurlijk gelukte dit hem nooit. Na elke mislukte poging boog hij diep voor het publiek, dat niet op hield te schaterlachen over zijn geestigheden. De vroolijkheid bereikte haar toppunt toen Komus overal liep te zoeken naar zijn muts, die hij in de hand hield; toen hij bij ongeluk tegen een paal aanliep met zoo'n schok, dat hij ervan op den grond tuimelde, waarna hij zichzelf weer ophielp bij het achterste gedeelte van zijn groote, wijde broek; toen hij zich een klinkenden slag op de wang gaf, om een denkbeeldige vlieg dood te slaan, en meer grappige kunsten vertoonde, die even geestig zijn als oorspronkelijk en waarover de toeschouwers zich bijna een ongeluk lachten.

Thans achtte de Markies het geschikte oogenblik gekomen, om den dorpelingen de eerste groote teleurstelling mee te deelen.

Illustration from Weggeloopen!

.... tegen een paal aanliep.

Met doodelijk verschrikt gelaat kwam hij plotseling van achter de coulissen te voorschijn.

„Ik moet u allen een hoogst treurig voorval meedeelen,” riep hij uit.

„Blijft allen rustig zitten, er is geen brand! Neen iets veel ergers dan brand is ons overkomen. Jon-Jon, de sterkste man der wereld, is dood!”

„Dood?” herhaalden allen fluisterend.

„Ja dood!” hernam de Markies. „Hier heb ik z'n brief, waarin hij mij schrijft, dat hij hedenavond, op zijn gewone wandeling, aangereden is door een dame op 'n fiets en gedood werd.”

„Gedood door een dame!” riep iedereen. „De sterkste man der wereld, gedood door een dame!”

Sommige vrouwen en kinderen die ook wel eens bijna door een rijwiel omvergereden waren, keken erg medelijdend, maar er waren velen onder de toeschouwers, die hun schouders ophaalden en blijkbaar niet veel van het verhaal van den Markies geloofden.

De Markies merkte dit wel degelijk op en daarom ging hij heel rad sprekend, zoo gauw mogelijk met zijn toespraak voort om verdere redeneeringen te voorkomen.

„Dames en heeren,” vervolgde hij, „nu zal ten tooneele verschijnen Hare Majesteit de Koningin van de Isofagus-eilanden.”

Daarop verscheen de Koningin met rood gezicht, rood haar, vuurroode bloote armen en gekleed in een verlepte rood zijden japon met schitterende loovertjes. Trompetgeschal achter de schermen kondigde de komst van Hare Hoogheid aan.

Illustration from Weggeloopen!

Trompetgeschal achter de schermen kondigde de komst van Hare Hoogheid aan.

Toen de „klaroenen” zwegen nam zij met een minzaam koninklijk gebaar een zwaard uit de handen van den knielenden Markies. Eenige malen zwaaide ze er mee in het rond, zoodat alle menschen op de eerste rij dachten, dat het op hen gemunt was, drukte het tegen haar borst en hield het heft ter hoogte van haar lippen, om te toonen hoe diep het zwaard in haar lichaam zou binnendringen.

Toen opende Hare Majesteit haar grooten mond en slokte het zwaard langzaam in.

Natuurlijk slokte ze het niet in werkelijkheid in, want het wapen was uit een menigte geledingen saamgesteld, die door een eenvoudig mechaniek in elkaar schoven.

Nadat de toejuichingen een weinig bedaard waren haalde ze het zwaard weer voor den dag en boog, met een indrukwekkende waardigheid, naar links en rechts.

„Dames en heeren,” zei de Markies, terwijl hij drie passen naar voren trad, „Hare Majesteit is getroffen door uwe vriendelijke ontvangst en wil u, uit dankbaarheid, nog eene van hare zeldzame kunstverrichtingen doen zien. Zij zal een goed loopend horloge met ketting naar binnen slikken. Zou een van de heeren zoo goed willen zijn mij een horloge te leenen?”

„O, dank u mijnheer! Dank u, één is genoeg! Eens toen de Koningin nog tusschen haar onbeschaafd volk verblijf hield, gebeurde het, dat zij spelenderwijs een horloge door haar keelgat liet zakken. Juist wilde zij het terugtrekken, toen de ketting brak en het onverteerbaar voorwerp zonk in haar koninklijke maag. Dit scheen een groot ongeluk, maar er is geen ongeluk zonder geluk; zoo ook hier. Het horloge was een repeteerhorloge en liep uitstekend.

Hierdoor kwam het, dat Hare Majesteit tot grooten zegen werd voor hare onderdanen op de Isofagus-eilanden. De bewoners van deze ver verwijderde landen zijn nomaden. Een algemeenen tijd als dien van Greenwich kennen zij niet. Wanneer nu een der zwervende stammen in de diepte der ondoordringbare wouden hun Koningin ontmoetten, zette men zich bij haar neder en wachtte geduldig tot het verborgen uurwerk sloeg, waarna een ieder zijn horloge gelijk zette en verder toog.”

„Wie wond het horloge op?” riep een van de ongeloovigen uit het publiek.

„Het was net als de tong van zeker iemand, altijd door in beweging,” antwoordde de Markies.

De man wilde nog iets zeggen, maar het gelach dat op het handige antwoord volgde was zóó luide, dat niemand hem verstond.

Toen alles weer stil was deed de Koningin het geleende horloge en daarna de ketting, schakel voor schakel in haar mond verdwijnen, doch droeg wel zorg dat het einde der ketting stevig tusschen hare gesloten lippen bleef zitten.

De Markies vroeg daarop aan een van de jeugdige toeschouwers, op het tooneel te willen komen, ten einde zich te overtuigen, dat het horloge wel degelijk in de maag der Koningin tikte.

Na veel gegrinnik kwam eindelijk een haveloos jongetje op het tooneel en verklaarde dadelijk, dat hij „het ergens hoorde tikken,” wat hij dan ook werkelijk deed, want er was een klein uurwerk verborgen in de plooien van de ceintuur der dikke vrouw.

Illustration from Weggeloopen!

... „het ergens hoorde tikken.”

Hare Majesteit tilde daarna nog enorm „zware” gewichten op van hol plaatijzer, waarop ongelooflijk groote getallen waren geschilderd, om te toonen hoe zwaar ze wel waren, waarna de Markies bekend maakte, dat er tien minuten pauze zou worden gehouden, als wanneer het tweede deel der voorstelling een aanvang zou nemen.

„En waar blijft Hyinski, de beroemde Japansche jongleur?” riep een van de ongeloovigen, want evenmin als Jon-Jon, was er ooit iemand die Hyinski heette aan het gezelschap verbonden geweest.

De Markies sloeg langzaam zijn oogen op en zag den spreker recht in 't gelaat.

„Niemand,” zeide hij, „zou deze vraag doen wanneer hij de oorzaak kende van Hyinski's afwezigheid. Al schijnen wij artiesten voor 't oog der wereld altijd vroolijk en opgewekt, wij hebben toch ook ons verdriet en onze zorgen. Hyinski knielt op 't oogenblik neder aan het ziekbed zijner stervende moeder...”

„Och arme!” riep het vrouwelijk deel van het publiek en keek met verwijtende blikken naar den vrager, „je moest je schamen, jij, om zoo iemand nog te willen laten optreden.”

De triomf van den markies was volkomen en hij leidde de Koningin van het tooneel onder een donderend applaus.

Illustration from Weggeloopen!
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings