← Table of contents
Weggeloopen!

ELFDE HOOFDSTUK. Meegevoerd.

Adona translation

Illustration from Weggeloopen!

De baas van het spel, 't welk zoo de opmerkzaamheid der jongens trok, had reeds op het kerkplein van het dorp met luider stem verkondigd, dat hij „met toestemming van de overheid en op herhaald en uitdrukkelijk verlangen van het publiek” (dat echter tot op dit oogenblik niet wist dat de baas bestond) dezen avond eene voorstelling zou geven, en dat hij reeds op weg was naar den molen, waar hij hoopte een voldoende ruimte voor dit doel te kunnen huren.

Over het huren waren mijnheer en juffrouw Boks het gauw genoeg met den spellebaas eens, want ze verheugden zich, net als een paar kinderen, op het genoegen dat hun te wachten stond.

Illustration from Weggeloopen!

De Markies van Galimedes.

De kooien, waarin de wilde beesten zaten, werden nu door den baas uit den wagen genomen en in het pakhuis, naast den molen, tegen den wand opgesteld.

Paul en Dickie hielpen mee zoo hard ze konden. Het was voor hen een onuitsprekelijk heerlijk werk en in de wolken waren ze, toen de eigenaar hun voor hun moeite een vrijkaartje gaf.

Voor we nu verder gaan wil ik een kleine beschrijving geven van den eigenaar van het spel, en zijn menagerie wat van dichterbij bekijken.

Hij was iemand van tusschen de 30 en 40 jaar, maar hij zag er veel ouder uit. Hij was lang, mager en had een regelmatig gezicht, maar een ongeregeld leven had zijn wangen vóór den tijd geel bleek gekleurd en doorgroefd met rimpels. Een tegenstelling met zijn wangen vormde zijn neus. Die was zoo dik en rood en glom zoo, dat het me niet verwonderd zou hebben als een bijziende mug er eens op was aangevlogen, in de veronderstelling dat het een lichtje was.

Zijn hoofd was geheel kaal, behalve van achteren in zijn nek, waar het haar in lange lokken bijna tot zijn schouders reikte. Hij droeg een lange bruine overjas, die waarschijnlijk vroeger heel mooi was geweest, maar nu verkleurd was en vol met vlekken. Zijn vest was van schitterend gebloemde zijde met slechts hier en daar een knoop. De pijpen van zijn broek, die op merkwaardige wijze links en rechts versteld was, verdwenen in een paar oude kaplaarzen, waarvan de zolen op vele plaatsen met bindtouw aan het bovengedeelte waren vastgenaaid. Om zijn hals droeg hij een verkleurden zakdoek en op zijn hoofd een ouden zijden hoed met vervaarlijk breeden rand. Wanneer hij niet praatte dronk hij bittertjes of rookte sigaretten.

Na deze beschrijving kunt ge u den Markies van Galimedes zeker duidelijk voorstellen.

Illustration from Weggeloopen!

... een ondankbare jonge beer.

Zijn ware naam was Louis Danglemont en hij behoorde tot een zeer aanzienlijk geslacht. Hij was naar de academie gezonden om te studeeren, doch, zooals het wel eens meer gaat, hij had geluierd toen hij moest werken. Zijn vader zond hem geld voor 't koopen van boeken en hij gebruikte het om plezier te maken.

Ten laatste begon dit zijn vader te vervelen. Hij zond geen geld meer en de zoon, die geld moest hebben, maakte een valschen wissel.

Het bedrog kwam uit en Louis moest vluchten om niet in de gevangenis te komen. Een tijdlang leefde hij van de opbrengst van zijn gouden ringen, horlogeketting en andere sieraden. Toen dit geld verteerd was, wist hij niet wat te beginnen; werken kon hij niet, hij had niets geleerd als pretmaken en... hij kreeg honger.

't Was op dit kritieke oogenblik van zijn leven, terwijl hij juist liep te denken over een sprong in het water, die een einde aan de ellende zou maken, dat hij op den straatweg waar hij langs liep, een groote dikke vrouw ontmoette, niet jong meer en zeer leelijk, maar die als tegenwicht voor het totaal gemis aan lichamelijk schoon, de eigenares was van een verplaatsbare menagerie.

Haar echtgenoot, de vroegere bezitter van 't spel, was voor eenige weken verscheurd door een ondankbaren jongen beer, dien hij met veel moeite gepoogd had te temmen.

Natuurlijk was zijn weduwe nu ontroostbaar. Maar nu scheen ze haar verdriet vrij wel te boven; zij knikte den eenzamen zwerver tenminste zoo aanminnig toe, dat Louis Danglemont niet kon nalaten een praatje met de schoone dame te maken, hetgeen zij niet onaardig scheen te vinden. Toen ze met haar menagerie weer door was gegaan, bleef Louis Danglemont nog zitten peinzen, volle drie uur lang op een bank aan den weg, maar daarna was zijn besluit genomen; hij achterhaalde de schoone weduwe met al haar hebben en houën, de beesten niet te vergeten.

Voor de nieuwe op te zetten huishouding bracht hij mede zijn voorname manieren en nette verschijning, een groote radheid van tong en een handigheid in het verrichten van kleine goocheltoeren, waarin hij zich vroeger, uit liefhebberij, geoefend had.

Illustration from Weggeloopen!

De menagerie.

Haar bruidsschat was een groote slokdarm—want ze was een „degenslikster”—een stuk of wat dochters uit haar eerste huwelijk, die allerlei acrobatische toeren konden verrichten, en dan: de menagerie.

Louis Danglemont doopte zichzelf: „Markies van Galimedes” en kroonde zijn vrouw tot „Koningin der Isofagus-eilanden.”

Hij begon zijn nieuwe loopbaan met meer moed dan men van hem verwacht zou hebben. Maar honger is een scherp zwaard dat wist hij bij ondervinding.

Tien lange jaren had dit wonderlijk paar menschen nu te zamen in voortdurende onmin geleefd. De vrouw was ontevreden, omdat de smaak van haar man zoo hemelsbreed met dien van haar verschilde en hij, de welopgevoede man, voelde zich ongelukkig in eene omgeving, waarin hij volstrekt niet paste.

Behalve dit „gelukkige” echtpaar en de bovengemelde kinderen behoorde er nog één persoon tot dezen ellendigen troep. Zijn naam was Jonas, maar aan het publiek werd hij gewoonlijk voorgesteld als Komus, de Groote Clown.

De menagerie was ook niet in een zeer schitterenden staat. Zij bestond uit een gedresseerd varken, een pelikaan, twee vossen, een aap, een paar konijnen, een angora-kat, een geit, een troepje kippen, en vier opgezette slangen. Deze doodgewone dieren, werden zoo nu en dan opgeverfd of op allerlei manieren versierd en vervormd aan de verbaasde dorpsbewoners als wonderen uit de dierenwereld vertoond.

Laat ons nu naar den molen terugkeeren.

Het was hoog noodig, dat de troep van den „Markies,” zooals we hem voortaan zullen noemen met eenige werkende leden vermeerderd werd, maar hij had geen geld om volleerde kunstemakers te betalen.

Illustration from Weggeloopen!

... aan de verbaasde dorpsbewoners als wonderen uit de dierenwereld vertoond.

Hij was er dan ook steeds op uit te trachten een paar nieuwelingen voor 't vak op te leiden.

Toen hij Paul en Dickie zag was hij dadelijk besloten hen voor zich te winnen en beiden met zich mee te voeren.

Hij en zijn vrouw waren een en al vriendelijkheid voor de beide jongens. Ze werden aan al de leden van het gezelschap voorgesteld en ze kregen van allen een hand. De kinderen voelden zich in een andere wereld en aan het eind van de voorstelling kwam de Markies naar hen toe, boog diep voor hen, alsof ze voorname heeren waren, en sprak:

„Jonge vrienden, ik kan u niet half zeggen, welk een leed het mij doet, wanneer ik twee jongens zooals gij zijt, beiden met zoo'n verstandig en aangenaam voorkomen, zulk een nietswaardige betrekking zie vervullen. Molenaarsknecht! Bah! Gij,” zoo zeide hij tot Paul, „schijnt me toe veel talenten te bezitten; ge zijt met uw knap uiterlijk voor wat beters in de wieg gelegd; ge moest u gaan bekwamen in het vak.”

„Ik geloof niet...” begon Paul met een nederig gebaar, terwijl zijn neus krulde van trots.

„Neem me niet kwalijk,” zei de Markies, „maar van zulke dingen heb ik meer verstand dan gij. Gij hebt talent. Ik durf er mijn geheele menagerie onder verwedden, dat ge talent hebt.”

„U zal het 't beste weten,” zei Paul.

„Dat spreekt, dat spreekt,” antwoordde de Markies, terwijl hij een groote rookwolk uitblies. „Ge hebt overal talent voor, zelfs om op het tooneel te gaan. Uit uw geheele houding spreekt de tooneelspeler.”

„Ja?” vroeg Paul en kleurde eventjes.

„Zeker, zoo is 't,” antwoordde de Markies, „gij zijt als voor 't tooneel geschapen.”

„O! mijnheer, ik kan 't haast niet gelooven,” viel Paul in; al die lof was te veel voor den jongen.

„Wie kan zeggen hoe beroemd ge nog eens zult worden?” vervolgde de spellebaas, terwijl hij gemakkelijk ging zitten, met de armen over elkander geslagen... op de kooi van de vossen. „Ge kunt een „ster” worden in de tooneelwereld. Dan zijt ge beroemd! Het publiek zal u toejuichen, het zal allerlei bijzonderheden uit uw leven willen weten. De courantenschrijvers zullen bij u komen en u uithooren; ze zullen uw meening vragen over de kunst en willen weten hoe dikwijls ge de nagels van uwe teenen knipt.”

Illustration from Weggeloopen!

Zeldzame dieren.

Hier hield de Markies even op en blies eenige groote rookwolken de lucht in.

„En gij,” zei hij, zich tot Dickie wendend, „ik zou mij zeer moeten vergissen als gij niet even begaafd waart als uw metgezel.”

„O neen,” zei 't kleine kereltje, „Paul kan op z'n hoofd staan en prachtig de ooren bewegen, maar ik kan heelemaal niks van dat alles.”

„En al wàs dat nu zoo,” zei de Markies, „dan behoeft dit toch uw roem op het tooneel niet in den weg te staan. Maar ge moet uw bekwaamheden niet onderschatten. Ik durf voorspellen, dat ge bijvoorbeeld een ongeëvenaard succès zult hebben in de rol van—laat ons zeggen van Coriolanus.”

Dickie antwoordde niet, maar 't leek wel of hij zich iets trachtte te herinneren wat hem maar niet te binnen wou schieten. Zijn voorhoofd trok hij op alle manieren in diepe rimpels.

„Waarom sta je zulke rare gezichten te trekken?” vroeg de Markies.

„Zou ik geen clown kunnen zijn?” stamelde Dickie, „dat was altijd 'n wensch van me.”

„Ja...a,” zei de spellebaas, „met 'n beetje goeden wil en wat oefening zouden we dat wel klaar spelen. Maar... gemakkelijk is het niet. Komaan,” voegde hij er bij, terwijl hij opstond en zijn handen op de schouders van de beide jongens legde, „zeg dien ouden tyran van een molenaar maar vaarwel en ga mee met mij en mijn gezelschap. Dan zult ge prachtig gekleed gaan in zijde en fluweel, geheel met goud omzoomd en allerlei lekkernijen krijgt ge: bijvoorbeeld elken dag... dikke sneden brood met boter en jam. Zoo'n aanbod komt nooit weer terug. Het is een zeldzaam buitenkansje.”

De jongens vonden dat ook.

„Dat is dus afgesproken,” zei de spellebaas. „Voor de zon opgaat breken we op. Waar slapen jelui?”

Illustration from Weggeloopen!

Dickie: Coriolanus.

Paul beschreef hun slaapplaats zoo nauwkeurig mogelijk.

„Begrepen,” zei de Markies, „ik zal jelui dan roepen als we op 't punt van vertrekken staan. Maak nu dat je wegkomt, anders krijgt de wreede molenaar nog achterdocht en sluit jelui op!”

Zoo gauw mogelijk gingen de jongens weg.

Nauwelijks waren ze buiten gehoor of de „Koningin van de Isofagus-eilanden” verscheen en sprak tot den „Markies van Galimedes” met een stem, schor door de vele degens en brandewijntjes: „Heb je die twee daar gefleurd?”

Illustration from Weggeloopen!

„Heb je die twee daar gefleurd?”

„Bedoel je daarmee of die beide jongens uit eigen vrijen wil er in hebben toegestemd lid van ons gezelschap te worden? Ja, dat hebben ze. Veni, vidi, vici.”

„En wat bedoel jij daar nou mee?” zei de vrouw boos, „ik denk niet veel goeds! Altijd zeg je rare dingen tegen me in die verschrikkelijke taal, waar ik niemendal van versta.”

Lang voor de hanen kraaiden stond de Markies voor het bed van de jongens.

Ze werden dadelijk wakker.

„Sst!” zei hij. „Kleedt je dadelijk aan en spreekt geen woord.”

Ze deden zooals hun bevolen was en de Markies nam hen ieder aan een hand en leidde ze voorzichtig de trappen af. 't Was pikdonker om hen heen; ze stommelden en stootten en de trappen kraakten, maar de molenaar en zijn vrouw sliepen vast. Hun gesnork klonk luide in de stilte van den nacht, door het geheele huis. Zonder stoornis bereikten ze dan ook de buitendeur.

De Markies opende die voorzichtig en na nog enkele schreden stonden ze voor een groot vierkant zwart voorwerp.

Het was het achterste gedeelte van den kermiswagen.

De Markies klopte aan de deur. Dadelijk ging die open. Een arm werd naar buiten gestoken en de jongens werden half naar binnen getrokken en half naar binnen geduwd. De spellebaas volgde en de deur werd gesloten en gegrendeld.

Illustration from Weggeloopen!
Illustration from Weggeloopen!
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings