VII.
Reading edition
Het paleis Foscari.—Het paleis Capello.—De Casa Goldoni.—De Scala antica.
Onder de vele geschiedenissen en overleveringen, aan onderscheidene paleizen van Venetië verbonden, maken Bladzijde 47wij slechts met een woord melding van die, welke zich aan twee vermaarde venetiaansche palazzi hechten: aan het paleis Capello (zie bladz. 37), waarin de bekende Bianca hare jeugd doorbracht, en aan het schitterende paleis Trevisani, dat zij later in hare vaderstad in eigendom bezat.
Wij verlaten daartoe het Canalazzo en volgen het kleine kronkelende kanaal del Carampana, in een van welks paleizen in 1563 een voornaam patriciër, Bartholomeo Capello, woonde, aan wiens bekoorlijke en eerzuchtige dochter Bianca het gelukte, zich tot een ongemeen schitterend maatschappelijk standpunt te verheffen, zonder zich echter af te vragen of de wegen en middelen, die zij daartoe bezigde, den toets der eerlijkheid en voegzaamheid konden doorstaan.
De schoone, blonde Bianca werd, evenals alle adellijke venetiaansche jonkvrouwen destijds, stil en ingetogen groot gebracht. Dit belette evenwel niet dat zij in haar zestiende jaar middel wist te vinden om in kennis te geraken met een jeugdigen Florentijner, Pietro Buonaventura, die op het kantoor van zijn oom, een der vermaarde bankiers Salviati, wier paleis (blz. 36) tegenover dat van haren vader lag, voor den handel werd opgeleid. Nadat de gelieven eenigen tijd in 't geheim verkeerd hadden, meenden zij ontdekt te zijn; en, vreezende dat Bianca's stiefmoeder haar naar het klooster zou zenden, kwamen zij tot het besluit om naar Pietro's ouders te Florence te vluchten, welk plan zij volvoerden.
De familie Capello wist, uit wraakzucht, te bewerken dat Pietro's oom, de bankier Salviati, in den kerker der inquisitie werd geworpen, waarin hij eenige maanden later omkwam, en dat er een prijs van tweeduizend dukaten op Pietro's hoofd werd gesteld. Het mocht den verbolgen vader echter niet gelukken den schaker zijner dochter in handen te krijgen. Pietro was terstond bij zijne aankomst te Florence met Bianca in den echt getreden, en had zich, uit vrees voor zijne machtige vervolgers, onder de hoede van den Groothertog Francesco de Medicis gesteld, wien juist destijds door zijn vader Cosmo de regeering was opgedragen. Deze stap van Pietro oefende een beslissenden invloed op Bianca's lot uit, en had voor hemzelven het noodlottigste gevolg. Francisco trok zich de zaak van het vervolgde paar met grooten, maar geenszins belangeloozen ijver aan. Reeds bij zijne eerste ontmoeting met Bianca had hij een hevigen hartstocht voor haar opgevat, die naar het schijnt spoedig door de ijdele schoone werd beantwoord. Hij hield de betrekking met haar geheim tot dat zijn huwelijk met de Aartshertogin Johanna van Oostenrijk, tot wie hij zich slechts weinig aangetrokken gevoelde, gesloten was, maar zag er toen geen noodzakelijkheid in om zijne neiging langer te verbergen. Hij gaf Bianca eene betrekking aan het hof en stelde Buonaventura tot zijn intendant aan. Van dit oogenblik af kantte Pietro zich ernstig tegen de betrekking tusschen zijne vrouw en den Groothertog; 't geen dezen deed besluiten om zijn lastigen intendant te laten ombrengen.
Bianca werd thans de verklaarde minnares van den vorst en bleef dit tot aan den dood van Johanna van Oostenrijk (1578). Dit sterfgeval bracht den hertog een oogenblik tot inkeer, en het scheen dat hij, door zijne broeders gedrongen, zijne betrekking met Bianca zou verbreken. Deze stelde echter terstond alle kunstgrepen, zelfs de onderschuiving van een kind, te werk om haren minnaar weder tot zich te brengen, en slaagde daarin, met behulp van 's vorsten biechtvader, zoo volkomen, dat Francesco, voordat er twee maanden na Johanna's dood verloopen waren, eene geheime echtverbindtenis met zijne minnares aanging. Hierdoor was echter Bianca Capello's eerzucht nog niet genoeg bevredigd, en zij haalde den hertog over om haar openlijk als zijne gemalin te erkennen. Het huwelijk werd met veel praal gevierd, door eene bezending van negentig leden uit den Grooten Raad van Venetië en door twee venetiaansche gezanten bijgewoond, en kostte Toskane 300,000 dukaten, op een tijdstip toen het volk door hongersnood en andere rampen geteisterd werd. Bianca, die kinderloos bleef, was eerst voornemens om het door haar ondergeschoven kind tot troonerfgenaam te laten verklaren. Zij deinsde hiervoor echter terug, en verzoende zich met den wettigen troonopvolger, kardinaal Fernando de Medicis. Weinige dagen nadat dit had plaats gehad, werden Francisco en zijne gemalin plotseling krank en stierven beiden onder sterk vermoeden van vergiftiging. Bianca had den ouderdom van even veertig jaren bereikt.
Een ander gebouw,,dat de aandacht in Venetië trekt, is de “casa Goldoni,” het huis waar in 1707 Venetië's vermaarde tooneeldichter Carlo Goldoni het eerste levenslicht aanschouwde. Ontegenzeggelijk was hij een der vruchtbaarste schrijvers van Italië, en reeds uit dien hoofde wordt hij niet ten onrechte de italiaansche Kotzebue genoemd. Men had hem voor de balie opgeleid, maar hij gevoelde evenmin roeping voor dit vak als voor de medicijnen, waarop hij zich vervolgens, op begeerte zijns vaders, toelegde. Eindelijk gaf hij zich geheel aan den lust voor het tooneel over, dien hij van jongs af gekoesterd had. In zijn achtste jaar reeds had hij een vertoog tegen den destijds heerschenden gekunstelden dramatischen smaak geschreven: een smaak, dien hij later met zooveel tact wist te vormen, dat hij in het midden der vorige eeuw het italiaansche tooneel—wat tooneel- en blijspel betreft—geheel beheerschte. In weerwil daarvan werd hij in zijn vaderland niet geheel naar waarde geschat, en na omstreeks tweehonderd stukken geschreven te hebben (in 1750 alleen zestien,) na in Italië achtereenvolgens als advokaat, geneesheer, tooneeldichter, tooneelspeler en tooneeldirecteur opgetreden te zijn, nam hij in 1761 eene uitnoodiging van het fransche hof aan om zich te Parijs te vestigen. Hier schreef hij eenige tooneelstukken en zijne belangwekkende Mémoires in het fransch. Ten gevolge der staatkundige gebeurtenissen in Frankrijk, verloor hij zijn jaargeld van vierduizend livres op een leeftijd, waarop hij niet meer in staat was door arbeid in zijne behoeften te voorzien. Hij bracht dien ten gevolge het laatst van zijn leven kommerlijk door en stierf te Parijs in 1793. Het huis, dat hij te Venetië bewoonde, en dat de type van een deftig venetiaansch burgerhuis is (bladz. 44), ligt niet ver van Bladzijde 48de brug dei Nomboli, bij den aanvang der via di Ca-Cent'anni, in een van Venetië's schilderachtigste canalettos.

Het kleine paleis Ferro.
Ten slotte nog een enkel woord over de vermaarde Scala antica of antieken wenteltrap van het aan het Bernardo-kanaal gelegen paleis Minelli. Deze trap, die zich, zoo als de plaat op bladz. 40 aantoont, buiten het gebouw bevindt, is een der sierlijkste bouwgewrochten die te Venetië worden gevonden. Hij is uit de vijftiende eeuw afkomstig, en naar men meent door een der Lombardi gebouwd. De geheele toren heeft eene hoogte van drie-en-twintig en eene doorsnede van ruim vier Ned. ellen, terwijl de trap, die zich om een marmeren kolom slingert, honderdtwintig treden telt.
Gaarne zouden wij nog bij menig schoon of gedenkwaardig gebouw, bij menig kunstvoorbrengsel en bij verscheidene beroemde mannen van Venetië stilstaan; maar ons bestek noopt ons thans onze omzwerving te staken en afscheid van de schoone doge-stad te nemen.