IV.
Reading edition
De Piazzetta en de Piazza van San Marco.
Wanneer men, uit zee of uit Venetië's groot binnen-kanaal (het Canalazzo) komende, aan de moelje of den marmeren trap der Slavonische kade uit den gondel stijgt, gaat men tusschen twee hooge zuilen van oostersch graniet de Piazzetta op, die als 't ware den voorhof der Piazza of van het St-Marcus-plein uitmaakt en daarmede een rechthoek vormt. Op een dier kolommen prijkt de groote gevleugelde bronzen leeuw van den Evangelist Marcus, den patroon der stad; terwijl op den top der linker-kolom zich het beeld verheft van den H. Theodorus, Venetië's eersten beschermheilige, een krokodil onder den voet tredende. Het uitzicht dat men hier heeft is betooverend schoon, en vindt misschien nergens zijne wedergade.
Aan de linkerhand heeft men de Zecca of het prachtige gebouw der Munt, door den beroemden bouwkunstenaar Sansovino gesticht, wien Venetië zijne voortreffelijkste monumenten te danken heeft. Achter de Zecca strekt zich het koninklijk park uit, een der zeer weinige groote tuinen, die de stad bezit. Vroeger bevatte het muntgebouw pok de vermaarde boekerij van S. Marco, uit 150,000 banden en eenige duizenden handschriften bestaande; maar deze kostbare verzameling werd in 1812 naar de groote zaal van het doge-paleis overgebracht. Rechts aanschouwt men den westelijken zijgevel van dit beroemde paleis, met zijn schoonen dubbelen bogengang en zijn façade van wit en rozerood marmer. Naast het hertogelijke paleis prijkt de wereldberoemde hoofdkerk van St. Marcus; met hare vijf tinnen koepels en hare vijfhonderd marmeren zuilen van allerlei kleur. Vlak tegenover deze basiliek, naast de Zecca en alzoo op den hoek der Piazza, verheft zich de trotsche Campanile, de op zich zelf staande toren der St.-Marcus-kerk, een der hoogste van geheel Italië. Deze toren—de reusachtige mast van het prachtige marmeren schip dat op de stille Lagunen drijft—bestaat uit eene breede vierkante zuil van ongeveer 320 voet, die van binnen langs een zóó zacht glooiend vlak—een trap zonder treden—bestegen wordt, dat men gemakkelijk te paard het klokkenspel zou kunnen bereiken, 't welk zich op eene hoogte van 170 voet van den grond bevindt. Boven het carillon rijst eene 154 voet hooge pyramide omhoog, op welker spits een groote bronzen engel staat. Van dezen toren, die aan Galileï tot observatorium verstrekte, en in weerwil van zijne hoogte de hem omringende gebouwen niet drukt, omdat hij tevens rank is, heeft men een allerprachtigst gezicht op Venetië met zijne paleizen, zijne honderde canalettos en het breede Canalazzo, dat de stad in twee bijna gelijke deelen verdeelt, die nagenoeg in het midden door den Ponte-Rialto vereenigd worden— een enkele, uit glad marmer gevormde boog, ter lengte van zeventig en ter breedte van drie-en-veertig voet, die aan weerszijden, even als de Pont-neuf te Parijs, met winkels bezet is. Niet minder schoon is het gezicht Bladzijde 39dat men hier heeft zoowel op de vele eilanden die de stad omringen, en op de Lagunen en de zee, als op een gedeelte van het italiaansche vasteland, door de blauwe Alpentoppen van Friaul begrensd.
Maar spoeden wij ons weder naar beneden, om al het schoone te bezichtigen dat zich daar aan ons ter beschouwing aanbiedt. Aan den voet der hooge Campanile ligt, als een dwerg aan de voeten van een der grootste reuzen, de Loggia of Loggietta, een kleine uit rozerood marmer in den renaissance-stijl opgetrokken zuilenhal: een gebouw, zoo sierlijk en fijn bearbeid, dat het meer van een kostbaar meubelstuk, een article de luxe, dan van een monument heeft. Aan de noordzijde der Piazzetta, naast de schoone kathedraal en tegenover de Campanile, rijst boven een prachtigen boog, die den doorloop naar la Merceria, de breedste straat der stad, vormt, de een-en-tachtig voet hooge Torre del Orologio of klokketoren. Zijn uurwerk doet, naar beweerd wordt, in kunstigbeid niet onder voor dat van den Straatsburger dom. Zijne wijzerplaat, een azuren grond met vergulde cijfers, is ongemeen prachtig, en verdient evenzeer de aandacht als de twee bronzen reuzen, die met een grooten hamer op eene loshangende klok het uur slaan, dat in Italië niet zoo als bij ons tot twaalf, maar tot vier-en-twintig gaat.
Bij de Campanile links omslaande, komt men op de Piazza. Terwijl de oostzijde van dit plein door de hoofdkerk wordt ingenomen, zijn zijne drie overige zijden door drie prachtige kolossale paleizen bezet, te weten: de noordzijde door de Procurazie vecchie, een gebouw in renaissance-stijl, waarin weleer de procuratoren van St. Marcus gehuisvest waren, en dat thans aan particulieren wordt verhuurd; de zuidzijde door de Procurazie nuove, waarvan het gedeelte dat aan de Piazzetta grenst tot Sansovino's meesterstukken behoort. De Procurazie nuove, even als de Procurazie vecchie, met drie op elkander rustende bovengangen prijkende, werden door de Franschen in een residentie-slot voor den onderkoning van Italië herschapen, en strekten sedert 1815 tot verblijf aan den keizer van Oostenrijk, wanneer hij de Lagunenstad bezocht. De westzijde der Piazza werd eertijds ingenomen door de kerk van S. Geminiani; daar echter dit gebouw de bogenrij afbrak, die zich langs de noord- en zuidzijde van het plein uitstrekt, werd het in 1810 op last van Napoleon afgebroken, en in de plaats daarvan een vleugel van het residentie-slot gebouwd, waardoor de rij arkaden kon worden doorgetrokken. Dit nieuwe gebouw draagt den naam van Nuovo-fabbrico.
In de gaanderijen, door de reeks van honderd-acht-en-twintig arkaden gevormd, bevinden zich, even als in het Palais Royal te Parijs, rijke winkels en sierlijke koffiehuizen. Onder de zeilen of verandahs dezer laatsten worden, vooral des avonds, door eene menigte bezoekers, vrouwen van allen ouderdom, zoowel als mannen, ijs en koffie en andere ververschingen gebruikt. Het koffiehuis van Florian is het vermaardste van allen: van oudsher was het de beurs en het rendez-vous van het patricische deel der bevolking.
Het St-Marcus-plein wordt het hart van Venetië genoemd; en daar die stad tegenwoordig kwijnt en treurt, zoo zijn—wij vernamen het reeds van Paul de Musset—de kloppingen van dat hart veel flauwer dan vroeger. Als er echter slechts eenige lust en leven in de Lagunenstad heerscht, is dit plein niet alleen de wandelplaats, maar de vergaderzaal der Venetianen, het salon harer beau-monde, eene plaats waaraan enkel eene zoldering ontbreekt om haar tot eene werkelijke zaal te maken; dan ziet men er zich onophoudelijk eene bont en weelderig gekleede menigte bewegen, en hoort men er bijkans alle talen en tongvallen spreken. Des middernachts is het tooneel er zelfs nog vroolijker dan op het midden van den dag: want te Venetië begint men in den laten avond pas te leven: eerst na het uitgaan der opera nemen er de avondgezelschappen of conversazioni een aanvang.
Ofschoon het plein niet meer, zooals in den bloeitijd der republiek, het vereenigingspunt van allerlei Oosterlingen is, ziet men er ook thans nog vele Grieken en Armeniërs, die, onder de purperen zeilen der koffiehuizen gemakkelijk uitgestrekt, hunne koffie slurpen of schaakspelen.
Het St.-Marcus-plein was ten allen tijde en onder de meest verschillende omstandigheden het toevluchtsoord van het venetiaansche volk; de plaats waar het bij overwinningen of heugelijke uitreddingen vreugdekreten kwam aanheffen, en waar het in oogenblikken van misnoegen en lijden kwam samenrotten; de plaats der openbare terechtstellingen zoowel als het hoofdtooneel van het karneval en van andere volksverlustigingen.
De Piazza is 800 voet lang en ruim 500 voet breed, en evenals de Piazzetta en de Slavonische kade met groote marmeren tegels bevloerd. In de gebouwen van de Piazza en de Piazzette merkt men dezelfde scherpe contrasten op als bij hunne bezoekers, zoodat die pleinen met recht gezegd kunnen worden, eene in steen gebeitelde historie van de ontwikkeling van den bouwstijl gedurende de laatste dertien eeuwen te zijn.
Beschouwen wij thans een paar der vluchtig aangeduide gebouwen nog een weinig meer van nabij.

De antieke trap (Scala antica).