← Table of contents
Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw

Wat daarvan geworden is.

J. G. (Jan Gerhardus) Ottema translation

Toen zij wel gezeten waren, ruilden hunne kooplieden schoone koperen wapenen en allerlei sieraden tegen onze ijzeren wapenen en huiden van wilde dieren, die in onze zuidelijke landen in menigte te bekomen waren, maar de Golen vierden allerhande vuile gedrochtelijke feesten, en dan dienden de Kadheimers die door toedoen van hunne wulpsche meisjes en de zoetheid van hunne vergiftige wijn. Was er iemand van ons volk die het zoo erg verbruid had, dat zijn leven in gevaar kwam, dan verleenden de Golen hem heul en schuilplaats, en voerden hem naar Phonisia, dat is Palmland. Was hij daar gezeten, dan moest hij aan zijne bloedverwanten, vrienden en aanverwanten schrijven, dat het land zoo goed was en de menschen zoo gelukkig, als niemand zich konde verbeelden. In Brittania waren zeer vele mannen, doch weinig vrouwen, toen de Golen dat wisten, lieten zij allerwege meisjes schaken, en deze gaven zij aan de Britten om niet. Doch al deze meisjes waren hunne dienaren die kinderen van Wralda stalen om ze aan hunne valsche afgoden te geven.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings