← Table of contents
Napoleon

ZIJN BESTEMMING.

Reading edition

Illustration from Napoleon

Als men zich nu afvraagt: wat was en wat is Napoleon nu eigenlijk voor de menschheid, dan kan men vrijelijk antwoorden: voor de menschheid was hij tijdens zijn leven een der grootste verschijnselen en verschijningen; is hij, ná zijn leven, niets meer.

Dit zonderling-tegenstrijdige feit wordt verklaard door den aard van zijn genie en enorme gaven, die toch alleen uit een bestaans-negativiteit groeien konden. Als ge den levenden bloei van een tarwe-bloem ziet, dan hebt gij vreugde in haar schoon, maar ook weet ge de gezegende kracht van het zaad, waaruit ze is opgeschoten. Ook de giftbloem heeft een levens-bloei, die in haar flonkering en gloed toch de kwaadsappigheid van haar bloed niet verbergen kan. Het oorlogs-genie, en het geestelijke genie staan in zulk een bange verhouding tot elkaar. Het oorlogs-genie gekoppeld aan een machts-wellusteling, een heerscher, nog angstwekkender.

Al Napoleon's levens-bewegingen waren gericht op stoffelijke glorie en op concrete geweldenarij, en daarmee al gebonden aan het vergankelijke en materieel-wegzinkende. Zijn veldheers-genie mag met een glans uit de hoogte omstraald zijn geweest, het miste den geestelijken ondergrond van de dingen die eeuwig blijven en altijd weerkeeren in het bestaan. Onder bepaalde voorwaarden kon dit genie stralen voor den tijd waarin het zich openbaarde, was het van levende waarde, daarna slechts werd het van historische beteekenis voor het nageslacht. Niet slechts zijn daadwerkelijke glorie, maar ook het innerlijk wezen eindigt bij en met den persoon zelf. Zijn scheppende daad heeft geen duur; ze vergaat met het gebeuren en de wisseling aller dingen, komt steeds verder en verder van ons af te staan. Dit is bij geestelijke grootheid en bij daden van scheppende werkers op geestelijk gebied, in ruimsten zin bezien, nooit het geval. Ik zou willen schrijven: die worden ons steeds klaarder en onbenevelder in hunne schoonheid door den tijd-afstand heen.

Ik verzoek u even een stap achterwaarts in de geschiedenis te doen. Voor wie onzer leeft nog het vechtgedoe van Alexander de Groote? Voor wie al de andere handelingen van vechthelden, als hun daden niet door een groot kunstenaar bezongen of in beeld gebracht zijn? Ge zult opmerken: dan léven toch hun daden. Zou 't? Of leeft alleen de geestelijke herscheppings-daad van den kunstenaar, die een doode en verwelkte stof met nieuw leven uit zijn hart bezielde? Over tienduizend jaar....

Nu lacht ge.... ik voel 't!

En toch allersnoepigste en gewiktste lezers.... en toch zal het moment over tienduizend jaar er even onafwendbaar zijn, als morgen.... uw „twaalfuurtje.”

Over tienduizend jaar,—ik ga voort ongestoord,—zal de gansche Napoleon uitsluitend een historische herinnering zijn.... Niets meer.

Nu nog bestaan onze rechtsinstellingen, onze militaire legers, onze scholen, onze klasse-verhoudingen.

Dán is er een geheel andere maatschappij, met een geheel andere techniek en door een gansch ander levens-ideaal gestuwd. Men zal de strategie van Napoleon achterlijk noemen, hoe geniaal ook in de lijst van zijn tijd, en om den waan van een wereldrijk-verovering, onder auspiciën van één schepsel, lachen. Onafhankelijk van de dán bestaande maatschappelijke ontwikkeling zal men zeker zijn persoonlijk genie, in geestelijke vormen naar buiten tredend, erkennen en ontzaglijk noemen, en toch in heel zijn individueele bestaan slechts een slachtofferschap zien van tijd, aanleg en gebeuren. Voor het geestelijke leven van het menschdom zal dit eens zoo groote genie waardeloos wezen. Want zelfs de inspiratie's die zijn daden kunnen wekken in jonge zielen, als koenheid, wilsvastheid, daadkracht, discipline, zullen andere uitwerking hebben, omdat ze op geheel andere objecten betrokken, ook slechts door geheel andere prikkels in actie worden gebracht. Een tijd, waarin het bloedvergieten als een afschuwelijke, lage en zieke daad, door de geheele menschheid zal worden gevoeld en beoordeeld, kan ook nooit moed- en koenheid-inspiratie doen putten uit de moordlessen eener achterlijke strategie.

Napoleon's naam zal historie, doodgewone historie geworden zijn, zoo goed als beschouwingen over zijn leven en werken, en eens zal het menschengeslacht zoo ver van hem afstaan, als wij van bepaalde helden uit de oudheid. Zijn menschelijke natuur, zijn verschijnen, zijn bloei en ondergang kunnen altijd door een groot beeldend kunstenaar naar voren gehaald, en ieder geslacht worden voorgehouden. Maar deze grootheid zal altijd weer een door andere opgewekte zijn, en slechts als herinnering blijven leven. Hij liet niets achter!

Juist,... met al zijn enorme gaven, is zijn genie voor den nazaat onvruchtbaar, stierf af mét zijn persoon.

Beethoven, Rembrandt, Shakespeare,.... wat ze deden en dachten bleef en blijft. Hun daden waren geestelijke handelingen, leefden zelfstandig, buiten en onafhankelijk van de lijflijkheid des scheppers.

Shakespeare, Rembrandt, Dante, ze gaan en leven mee met de menschheid, omdat ze van de eeuwige, wel vergankelijke, maar in haar vergankelijkheid zich altijd herhalende levenskern uit, hun werk hebben opgebouwd. De menschelijke hartstochten, de edele aandriften, de vreeselijke, ze gaven die in hun geestelijken oorsprong doorschouwd, ze vergeestelijkten er de zinnelijke werkingen van en schiepen een realiteit, door haar innerlijke kracht aan het eeuwig-keerende gebonden en dus onvernietigbaar als het bestaan zèlf. Ze maakten zich los van den greep der tijdelijkheid, door zelf léven te worden. Hun werk kon dus niet slinken, evenmin als het Bestaan ophouden.

Natuurlijk kan een deel van hun arbeid, persoon, toestand, verouderen, maar de dingen, waarin zij den eeuwig-onwijzigbaren aard en de diepste werkingen van liefde, begeerte, alle driften en verlangens der menschelijke natuur, in de algemeenste en tegelijk eigenste vormen vastgrepen, deze dingen blijven, onverwoestbaar. Hier openbaart zich de scheppende en onsterfelijke natuurmacht van een geestelijk-arbeidend genie, die in zijn daad,—zijn werk—het leven voortleeft als in het bestaande zelf, gecomprimeerd, saamgevat en onuitroeibaar.

Het militair genie, hoe groot ook in bepaalden tijd, is slechts een klein onderdeel van het uitsluitend geestelijk werkende genie. Zoo ook met Napoleon.

Zijn machtsglorie verblindde.... in den grond iets geheel materieels.

Napoleon was door het oorzakelijk gebeuren naar de plaats gedrongen, waar hij hoorde. Tijdgenoot van een Beethoven, nam hij de aandacht der geheele wereld oneindig meer in beslag. Omdat—het klinkt vreemd—de soort van zijn genie van een zooveel lagere orde was, en berustte op stoffelijke overheersching en stoffelijke glorie. Niet persoonlijk lijkt hij kleiner genie dan Beethoven, maar de soort die hij vertegenwoordigde was 't. Het gevolg is, dat Beethoven voor de menschheid zal blijven leven en millioenen al heerlijker genot schenkt, terwijl de heugenis aan Bonaparte al meer zal verzwakken, en aan het wezenlijke geestesleven der tijden geen deel meer kan nemen. Napoleon heeft ontzettende rampen en vreeselijke doodslaanderij uitgelokt. Ik heb aangetoond dat dit in hem geen individueele wreedheid mag genoemd worden. Hij was wat hij moest zijn: de meest overweldigende herleving van het geconcentreerde heerschersbewustzijn in den nieuweren tijd, toegerust met een demonische grootheid van eigenschappen. De noodzakelijkheid, welke voor zijn glorie had gezorgd, bracht hem met even vreeselijke onverbiddelijkheid zijn val. Eerst liet zij dezen armen, naakten mensch, in duizelende vlucht losschieten tot de wolken; toen weer angstwekkend snel neertuimelen in duistere diepte van rampen.

Als voorbeeld van daemonische persoonskracht lijkt Napoleon onder oorlogsvoerders ongeëvenaard, door zelfbewustheid, zelfvertrouwen en geconcentreerde wilsmacht. En toch is hij een der meest tragische slachtoffers van het lot geweest. Men bestudeere zijn leven en als wij de hoogere en fijnere onderscheidingen bezitten, leeren wij allen veel van zulk een experiment: op welke wijze een mensch, als stout individu de menschelijke machtsgrenzen kan voorbijsnellen. En hoe, óver deze grenzen heen, de grootste en vrijmoedigste heerscher der waereld, achter een bajonet van een Engelsch soldaat gedwongen wordt aan te loopen als machtelooze gevangene; beknelder leeft dan een landlooper, die zich nog vrij in de ruimte zijn ongedierte van 't lijf kan schurken.

Op den aard zijner eigene grootheid heeft Napoleon ten slotte zelf een merkwaardig klaren kijk gehad. Met Bertrand zich onderhoudend, zegt hij: „Generaal, wat zijn wij anders ten slotte dan lood. Zoo is het einde van ónze soort groote mannen. Evenals Caesar en Alexander, zoo word ik vergeten. Onze namen worden alleen nog voor de schoolbanken opgeroepen, en geheel naar gril en ingeving van den onderrichter hekelt of prijst hij onze daden. Als ik gestorven ben, is ook alles met mij verzonken. De scheppingen van onze grootheid gronden zich.... op het geweld.”

Dat Napoleon eerst zóó de oogen konden klaren en hij zoo vermocht te spreken even voor zijn dood, is misschien wel zijn grootste tragiek geweest.

Illustration from Napoleon
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings