EEN DROOM
Reading edition
Als ’k groot ben, wil ik tuinvrouw zijn;
Dan ga ik bloemen zaaien.
Dan mag ik altijd op het gras,
En kan ik het zelf maaien.
Dan jaag ik alle kinderen weg,
Die op ’t grasveld loopen;
Dan pluk ik bloemen, groot en klein,
’k Maak ruikertjes bij hoopen.
Zoo stond een eigenwijze zus
Eens in ’t plantsoen te droomen;
De tuinman keek de bloemen na,
Dicht bij de groote boomen.
Hij nam de dorre bladen weg
En pootte toen margrieten,
En Annie zuchtte: „mocht ik toch …
„Och! mocht ik éven gieten!” …

Zoo stond een eigenwijze zus te droomen.
[
Inhoud
]
