BROERTJES ONTBIJT
Reading edition
Als Broertje ’s morgens pap krijgt
Staat kleine Zus er bij,
En zegt met grage oogjes:
„Zoo’n fijne lekkernij!
Zou Broer wel alles blieven?
’t Is nog zoo’n kleine man,
Toe moesje, krijg ik anders
Het restje uit de pan!”
Dan gaat klein zusje smullen,
Ze legt pop op den grond
En zegt: „Jij blieft niet, is ’t wel,
Jij hebt zoo’n dichten mond.”
[
Inhoud
]
