BIJZONDERE GEBOUWEN EN INRIGTINGEN.
Reading edition
Behalve hetgene wij tot hiertoe wetenswaardigs van Vlieland hebben opgegeven, verdienen nog de volgende bijzonderheden aan de aandacht onzer Lezers aangeboden te worden:
1o. Aan den westkant van het eiland, op eenen afstand van ongeveer 1½ uur, in de duinstreek, staat het Rijks-Post-Veerhuis. Dit gebouw stond vroeger meer westwaarts, doch werd, uit hoofde van de verstuiving der duinen, ten jare 1838 op zijne tegenwoordige standplaats gesteld en merkelijk vernieuwd. Het werd vroebewoond door den postschipper en diens huisgezin, die elken nacht, met hoog water, naar Texel zeilde, om de brieven af te halen en over te brengen.
Ten gevolge eener verandering in het postwezen, is het post-veerhuis, thans onbewoond. De postmeester, die het vroeger bewoonde, en die de brievenmalen van Vlieland en Terschelling meestal bij nacht aan het Eijerlandsche huis (op Texel) bragt, en van dáár de brievenmalen voor Vlieland en Terschelling terug nam, is sedert Januarij 1857 ontslagen en vervangen door een schipper, te Cocksdorp woonachtig, die nu elken middag, omstreeks 12 ure, na aankomst der post van het Oude Schild op Texel, van de Roggesloot of het Eijerlandsche strand vaart tot de Vliehors, waar een postillon te paard, die des voormiddags ten 10 ure van Oost-Vlieland vertrekt, de brievenmalen verwisselt en des namiddags omstreeks 3 ure weder te Oost-Vlieland aankomt, met de brieven en nieuwsbladen, den vorigen avond te Amsterdam, of elders, op de postkantoren bezorgd. De postschuit van Terschelling komt, zooveel zulks mogelijk is, ’s morgens voor 10 ure te Vlieland aan, en vertrekt eerst ’s namiddags na aankomst der Vliepost, om ook denzelfden dag te Terschelling te zijn. Aan het distributiekantoor te Oost-Vlieland komen de brieven, enz. aan, en worden voor Terschelling door een postlooper naar de haven gebragt, die tevens verpligt is, ’s morgens bij het aankomen van de Terschellinger postschuit, het brievenmaal van de haven te halen en op het postkantoor te bezorgen. De Postpraaidienst voor de ter reede van Vlieland liggende of aankomende schepen, is nog niet geregeld, wordende deze door de Visiteurs, met behulp der loodsen, waargenomen.
2o. Nabij het bovengenoemde Post-Veerhuis, staat eene Quarantaineloods. Deze is sedert eenigen tijd verkocht, en zal welligt spoedig worden afgebroken.
3o. Oostwaarts van het voormelde Rijks-Post-Veerhuis, heeft men eene loods van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij; terwijl eene tweede loods dierzelfde Maatschappij in het dorp staat, beide voorzien van alle hulpmiddelen, welke bij het stranden van schepen noodig zijn tot redding van schipbreukelingen.
Eene belangrijke stranding had er plaats, op het toenmalige strand van Vlieland, waar nu meer dan twintig vademen waters staat, in Augustus 1799, toen hier het goudschip the Lutine totaal verongelukte; bij welke gelegenheid er slechts één enkel man van de vijf honderd schipbreukelingen behouden aan wal kwam. In datzelfde jaar werd een gedeelte van het toen verloren goud, zijnde Spaansche matten en staven, ter waarde van ruim tweemaal honderd duizend gulden, onder de leiding van den heer Robée, Baljuw van Terschelling, uit het water opgevischt; en, naardien er in het verongelukte schip zulk een aanzienlijk kapitaal geladen was geweest, heeft men later nog vele pogingen aangewend, ook met een duikerklok en met den toestel des Heeren van Geuns, te Haarlem, vooral onder de leiding van den heer Pieter Eschauzier, toen strandvonder van Terschelling, welke echter met geen gunstigen uitslag zijn bekroond geworden. (Zie Aant. XIV.)
4o. Voorts bestaat er op Vlieland eene inrigting tot verpleging van arme schipbreukelingen, welke in het Armhuis steeds voor 24 drenkelingen, de noodige hemden en andere gemaakte kleedingstukken in gereedheid houdt.
Ten zuiden van het dorp heeft men, om de toegang van het zeewater naar hetzelve te beletten, in 1826 een zeedijk gelegd, welke ter lengte van 725 ellen, boven vol zee gelegen is, en die door een oeverwerk, dat zich langs het Oostersche-veld uitstrekt, aan het havenwerk is verbonden. Dit werk nam eenen aanvang in 1832, en was in 1838 voltooid. Voormaals bood de Monnikensloot eene veilige legplaats aan aan een groot getal schepen, vooral koffen en smakken, die hier dikwerf in zoogenoemde winterlaag lagen.
6o. Oudtijds bestond hier een Weeshuis en Armhuis. Het eerste is opgeheven, en de Diaconie heeft zich ook belast met de verpleging der Weezen in het Oude-Mannen-Vrouwen- en Kinder-huis, welke inrigting gewoonlijk het Armhuis genoemd wordt.
7o. Het Raad- of Gemeentehuis, welks bouw in 1855 bij publieke aanbesteding aangenomen werd door den Heer P. Pronk, van Texel, voor eene som van twee duizend twee honderd en twintig gulden, werd gesticht, gedeeltelijk op dezelfde plaats waar het oude raadhuis stond, n.l. aan de noordzijde van de Groote Straat, tegen over het schoollokaal, en is met een houten rasterwerk van den publieken weg gescheiden.
Het is niet groot van omvang: slechts 10 Ned. ellen lengte bij eene breedte of diepte van 5 Ned. ellen. In het midden van den voorgevel is eene dubbele deur, dienende tot ingang, door welke men in een gang of portaal komt, waarop de deuren der onderscheidene vertrekken uitkomen. Aan de regterzijde is de Raadkamer; terwijl men aan den anderen kant de Secretarie vindt, beiden voorzien van het noodige ameublement, kasten, tot berging van het Gemeente-Archief, en nissen tot plaatsing van kagchels.
Op den zolder bevindt zich een uurwerk, geplaatst tusschen vier stijlen, waarop eenen kleinen koepeltoren rust, die echter te laag is om de klok over de geheele Gemeente te kunnen doen hooren. Overigens bevat het gebouw weinig merkwaardigs. Dat wat opmerking verdient, is eene schilderij, voorstellende de kerk van het voormalige dorp West-Vlieland; terwijl het „zwaard van Justitie” en de speer, de gedenkteekens van Vlielands voormalig eigen regt, dat sedert 1811 opgehouden heeft te bestaan, hier nog bewaard worden.
8o. Sedert 1838 staat op de hoogste duin bewesten het dorp, niet verre van de plaats waar eertijds op een licht of vuurbaak, bij nacht een kolenvuur brandde, een lichttoren van de tweede grootte, wiens top (de hoogte van het duin daaronder begrepen) 40 Ned. ellen boven volzee verheven is. De vroegere vuurbaak is vervangen door een gedenkteeken, opgerigt ter eere van den Generaal Kraaijenhof, ter aanwijzing van de punt der driehoeksmeting op dit eiland, waarnaar genoemde Generaal zijne kaart heeft vervaardigd. Dit gedenkteeken staat op 53° 17′ 48″ N.B. en op 5° 3′ 19″ O.L.
Eindelijk staat op Vlieland aan de Noordzijde van het dorp één korenmolen, die ook als baak in zee van dienst is.
Vlieland is bekend als de geboorteplaats van den Vice-Admiraal Albert Kikkert, die hier den 22sten November 1761 geboren werd, en in de West-Indiën overleed.