← Table of contents
Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden

ZAMBOANGA.

Reading edition

Wij stoomden den 20sten December uit Manilla. Wij hadden het voornemen opgevat Laboean te bezoeken, dat voor mij, als gouverneur van Hongkong, van eenig belang was geworden, daar het laatstelijk tot een strafverblijf voor een zeker aantal Chinesche misdadigers was gemaakt. Twee groepen, ieder van zestig, waren daarheen gezonden en de gouverneur wenschte dat hun aantal mogt worden vergroot. Ik zie niet in hoe de kolonisatie voordeelig of productief kan zijn. De kolen, die het eiland oplevert, worden niet gaarne door de Engelsche ingenieurs en zelden gebruikt als men Engelsche of Welsh-kolen kan krijgen. Men zeide mij dat eene belangrijke hoeveelheid op het strand was neêrgelegd en opgehoopt, doch zonder aanvraag, maar noch van de zijde der zeemagt, noch van die der kooplieden, was men naar mijn bevinding geneigd ze te koopen. Ik verwacht dat zoowel China als Japan dit zoo belangrijke artikel goedkooper en van beter qualiteit kan leveren dan Laboean of eenig gedeelte van Borneo. Ik had gaarne gelegenheid gehad een meening, op eigen opmerkingen gegrond, te vormen nopens de vooruitzigten van Sarawak. Ik meen dat het gouvernement goed gehandeld heeft met te weigeren om de kolonie te koopen en de schatkist met de lasten te bezwaren, die hare vestigingen onvermijdelijk zouden veroorzaken. De argumenten, die ik heb zien vooropstellen ten gunste der kolonie, door hen, die vóór den aankoop gestemd waren, zijn inderdaad van weinig waarde. Men moet al buitengewoon onbekend zijn met de geographie en den handel, wanneer men de plaats als eene eenigzins beduidende aanlegplaats tusschen Europa en China voorstelt; zij is honderde mijlen buiten den gewonen koers en biedt zelfs geene afleiding aan voor een vaartuig, om den tijd te verspillen die het bij een bezoek daar zou doorbrengen. Zij heeft eene vruchtbaren grond, hetgeen van alle omliggende streken, van bijna ieder eiland in de tropische archipels, kan gezegd worden; doch zij moet voornamelijk afhangen van ingevoerden arbeid, kostbaar en ongestadig in den aanvoer, want het klimaat is en zal lang blijven onvoordeelig voor de gezondheid van Europesche kolonisten. De inlandsche bevolking is te barbaarsch om te werken; met weinige behoeften, hebben zij weinig reden tot oefening. Ik heb het voordeel gehad veel te spreken met den katholieken apostolischen vicaris van Borneo, wiens kennis van de inlanders waarschijnlijk grooter is dan die bij eenigen Europeaan, daar hij langen tijd in hun midden heeft gewoond, tot volbrenging van de pligten zijner zending. Hij stelt de verschillende stammen voor als in voortdurenden oorlog met elkander levende, terwijl zij elke gelegenheid te baat nemen om hunne naburen te plunderen of kwaad te berokkenen, en door ons zelven in inlandsche twisten te wikkelen, door kwalijk begrepen partijdigheid, moet, naar zijne meening, veel wreedaardigheid en onregtvaardigheid ontstaan. Hij gaf mij vele bijzonderheden van de woeste handelingen, waarvan hij ooggetuige was geweest, vooral bij het ten toon stellen en het maken van omgangen met menschenhoofden als trofeën van zegepraal. Ofschoon mij de gelegenheid ontbrak Borneo te bezoeken en mij te overtuigen van de vorderingen, die onder Europeschen invloed daar zijn gemaakt, heb ik zoo vele middelen gehad het karakter te bestuderen van de inlandsche en niet-onderworpen stammen op het grondgebied van Spanje en Nederland, dat ik met regt de conclusie meen te mogen stellen, dat men weinig heeft te verwachten van hunne medewerking, hetzij als producenten van tropische, of als consumenten van Europesche artikelen. Het groote element dat nu in deze streken eene omwenteling brengt, is de invoering van Chineschen arbeid, die een niet gemakkelijk te overkomen schok heeft geleden door den ongelukkigen opstand in Sarawak, na de gebeurtenissen in Canton; maar de invoering van Chinezen moet van zelve komen en niet gedwongen worden. De Chinesche veldarbeider werkt ongaarne voor een meester, die de voordeelen van zijn arbeid trekt; maar geheel verschillend zijn zijne gevoelens, zijne werkzaamheid en zijne volharding, wanneer al de winsten voor zijne rekening komen. Dan wordt hij inderdaad een geschikt kolonist, waarvan men veel verwachten kan. Onze nieuwe tractaten, de tegenwoordigheid van Britsche schepen in zoo vele Chinesche havens, de vervanging van de zware jonken door de ra-vaartuigen van het Westen, waartoe de gewoonte van assurantie, die de Chinezen thans aannemen, niet anders dan bevorderlijk kan zijn—dat alles zal de overbrenging in de hand werken van de overbevolking van China naar streken, waar hunne industrie grooter prikkels en een voordeeliger veld zal vinden. De avontuurlijke geest in China wordt meer en meer opgewekt. De tienduizenden die naar Californië en Australië zijn geëmigreerd, en de duizenden die met spaarpenningen zijn teruggekeerd, welke zij voldoende achtten, hebben de emigratie tot prikkels verstrekt, die sterk en zegenrijk zal werken in alle landen, waarheen zij zich zal rigten. In den loop der tijden en met medewerking der mandarijnen, die wezenlijk belang hebben bij de verwijdering van een kwaad, somtijds gebrek lijdend en altijd ontevreden, maatschappelijk element, zullen de zwarigheden, aan de emigratie van vrouwen verbonden, overwonnen worden en de Chinezen zuilen, hetgeen zij tot nog toe niet hebben gedaan, eene Chinesche gemeente vereeuwigen in de landen, waar zij zich vestigen. Ongetwijfeld is de mestizen-vermenging van stammen—de nakomelingen van Chinesche vaders en Indiaansche moeders—thans zeer uitgebreid en eene groote verbetering van het zuiver Maleische of Indiaansche ras. De type van den vader blijft sterker bewaard dan die van de moeder; zijne grootere kracht doet die voorheerschen. De Chinesche mesties staat physiek boven den Indiaan,—hij heeft een schooner uiterlijk, is sterker gespierd, meer actief, meer volhardend in den arbeid en spaarzamer in zijne gewoonten. De wonderbaarlijke verhuizing van Chinezen uit hun land is eene van de merkwaardigste ethnologische omstandigheden van de nieuwere geschiedenis, levert buitengewone en duurzame resultaten op en zal dit steeds blijven doen. Ik geloof niet dat een der andere Oostersche stammen zal kunnen weêrstaan den geheimen en ver verspreiden invloed van Chinesche mededinging en superioriteit. Regtvaardig en getrouw behandeld, zijn de Chinezen de handelbaarste menschen, doch zij zijn gevaarlijk, waar despotisme hen tot wanhoop drijft.

Den zesden dag van onze reis kwamen wij te Zamboanga aan. De Indiaansche huizen waren door de plantaanboomen zigtbaar en in het midden van de boschlanden aan de kust en eene breede fortificatie, waarop de geele en scharlaken Spaansche vlag wapperde, kondigde de nabijheid van den zetel van het Gouvernement aan. Wij zonden naar het strand en bevonden dat de geweren en het garnizoen niet in staat waren onze groeten te beantwoorden, maar wij verkregen spoedig eene heusche mededeeling van den Gouverneur, kolonel Navarro, die ons uitnoodigde ons verblijf in zijne residentie te vestigen, waarop wij bij een behoorlijk houten havenhoofd aanlandden, dat zich op eenigen afstand van de haven bevindt. Een klein corps soldaten was ons daar te gemoet gezonden. Bij het doorwandelen zagen wij eene straat, die geheel door Chinesche winkels was ingenomen, wel voorzien van Europesche en Chinesche koopwaren; de bewoners schenen over het algemeen tevreden en welvarend en zullen voorzeker de middelen vinden om te voorzien in hetgeen de bevolking mogt vragen; zij zullen niets nalaten wat hunnen handel kan uitbreiden of hunne winsten vermeerderen. Te Zamboanga zijn ongeveer drie honderd Chinezen gevestigd, meest allen inwoners van Fokien. Wij begaven ons naar de fortificatie en ontmoetten op onzen weg verscheidene Mohammedaansche vrouwen, die onlangs in een strijd met de inlanders krijgsgevangen waren gemaakt; hare borsten waren naakt en zij droegen niet den sluijer, die bijna altijd het gelaat van de dochters van Islam bedekt. Wij vernamen dat deze vrouwen tot de arbeidende en lagere klassen behoorden, maar in de fortificatie zagen wij de vrouwen en kinderen der hoofden, die mede waren krijgsgevangen gemaakt; deze vertoonden het meest wonderbare contrast tusschen de buitengewone leelijkheid van de ouderen en de wezenlijke schoonheid van sommige jongeren. Eene moeder vooral, die een kind op hare heupen droeg, scheen mij bijzonder lieftallig en gracieus toe. De meeste gevangen genomen hoofden waren naar Manilla gezonden, maar in een ander gedeelte van het fort bevonden zich eenige groepen gevangenen, waaronder een het toezigt over de overigen scheen te hebben en die eenige formulieren van den Koran in Arabische woorden prevelde. De Spanjaarden stelden hen als een ruwen, ontrouwen en wreeden stam voor, maar zij hebben voortdurend met goed geluk aan hunne vijanden weêrstand geboden.

Zamboanga kan niet ligt eene haven van eenig belang worden, dan vóórdat het geheel van fiscale bepalingen is losgemaakt. De oprigting van het tolhuis heeft de walvischvaarders verdreven, die vroeger de havens bezochten; er is weinig kapitaal en de handels-etablissementen zijn op zeer kleine schaal ingerigt. De wegen in de onmiddellijke nabijheid bevinden zich in een tamelijk goeden staat; de dorpen zien over het algemeen uit als Indiaansche pueblos; het land is rijk aan alle soorten van tropische gewassen, maar het binnenland, zelfs digt bij de cabaceras, is slechts onvoldoende bekend. Zijne productie is klein met het oog op de in het oog vallende vruchtbaarheid van den grond. Eenige compagniën troepen kwamen gedurende ons verblijf te Zamboanga, en het is waarschijnlijk dat eene poging gedaan zal worden om het gezag van het Spaansche Gouvernement te versterken en uit te breiden.

Van de door de Moros gebruikte wapenen heeft de gouverneur eene groote verzameling, bestaande uit lange speeren, zwaarden van verschillende vormen, schoon versierde krissen, dolken en messen, die veel fabriekskunst ten toon spreiden.

Beperkt als de Spanjaarden in eene naauwe plek lands langs de kust zijn, mag men veronderstellen dat er weinig gemakken voor vervoer aanwezig zijn; toch vonden wij een rijtuig en een paar paarden, benevens een harnas zoo als het was en een Indiaansche voerman, en zoo deden wij een zeer aangenaam avondridje door het land en werden wij in de gelegenheid gesteld zijne groote vruchtbaarheid en de verscheidenheid in producten te zien, hetgeen bij ons het natuurlijke gevoel van leedwezen deed opkomen, dat zoo vele gaven der Voorzienigheid ongenoten en onverbeterd bleven, vergezeld van de hoop, dat betere dagen mogen aanbreken. Maar de wereld is vol van onontwikkelde schatten en hare «onbekende duizendbladen» beloven eene heldere toekomst.

Het schijnt dat er eenige vermeerdering heeft plaats gehad in de bevolking van Zamboanga. In 1779 berigt Zuniga dat er zich 5,612 zielen bevonden, met de Indianen, Spanjaarden, soldaten en misdadigers; in 1818 wordt het aantal op 8,640 geschat; in 1847 op 7,190. De Guia van 1850 geeft 8,618; die van 1858, 10,191, waarvan 16 mestizen waren en 3,871 belasting-betalenden; maar ik weet niet of men veel vertrouwen kan schenken aan de statistieke opgaven. De laatste geeft op dat de huwelijken 55, de geboorten 429 en de sterfgevallen 956 bedroegen, hetgeen eene vreesselijke sterfte aantoont. In de provincie Misamis was in hetzelfde tijdvak de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen 2,155 tot 845.

Veel waarde wordt gehecht aan sommige rietsoorten, die men op het eiland Palawan of Paragua vindt, vooral waar zij gespikkeld, gekleurd, zuiver wit of zonder eenige bogt zijn, zoo als die welke tot wandelstokken dienen. Men zeide mij dat twee honderd dollars voor een fijn stuk waren betaald.

Een stok met een gouden knop, een zijden koord en een vederbos is het emblema van magt op de Philippijnen.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings