← Table of contents
Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden

Note 1 — ZAMBOANGA.

Reading edition

Na Luzon is Mindanao de grootste plaats op de Philippijnen. Ofschoon hare oppervlakte 3,200 vierkante mijlen in uitgestrektheid heeft, bezetten de Spanjaarden geen tiende gedeelte daarvan. Het aantal Mohammedanen (Moros) is groot in het binnenland en zij zijn de onderdanen van een onafhankelijken Sultan, wiens hoofdstad Selangan is en die vriendschappelijke relatiën met de Spaansche autoriteiten onderhoudt. Te oordeelen naar eenige hunner inlandsche fabrikaten, die ik te Zamboanga zag, moeten zij in lange niet als barbaren beschouwd worden. Het binnenland is bergachtig, maar er bevinden zich eenige schoone meren en rivieren, die weinig door vreemdelingen bezocht worden. Men vindt vele breede baaijen. Stormen en aardbevingen hebben dikwijls plaats. Men zegt dat de bosschen uitgestrekt en met reusachtige boomen gevuld zijn, maar reizigers zeggen dat het kreupelhout ondoordringbaar is. Goudmijnen, kwikzilver en zwavel moeten in overvloed aanwezig zijn. Behalve Zamboanga, hebben de Spanjaarden nederzettingen in Misamis, Caraga en Nieuw Guipuzcoa, maar deze streken moeten ongezond zijn door de zware uitwaseming van verrottende planten, die door een hoogst woesten grond, onder den invloed van eene tropische zon, voortgebragt worden. Buiten de Moros bevinden zich in de meest woeste gedeelten der bergen gekleurde rassen op den laagsten trap van onbeschaafdheid. Mindanao was eene der eerste veroveringen van Magalanes (1521). De Augustijner-monniken waren de eerste zendelingen en deze hebben bijna nog een monopolie van godsdienstig onderwijs, maar onder de Mohammedanen zijn zij slecht geslaagd. De Spanjaarden hebben meer dan eens pogingen aangewend om het binnenland te onderwerpen, maar hoe groot hun tijdelijk succes ook was, zij hebben het nooit lang kunnen volhouden tegen het fanatisme der Moros, tegen de gevaren en moeijelijkheden van het land en het klimaat, terwijl zij slechts door onevenredige militaire krachten werden ondersteund. Misamis wordt tot eene strafkolonie gebezigd. De Spanjaarden zijn niet ver in het binnenste van dit gedeelte van het eiland doorgedrongen, dat bevolkt is door een ras van Indianen dat wel niet vijandig moet zijn, maar daar zij voortdurend in oorlog leven met de meer krachtige Mohammedanen, worden zij door de Spanjaarden beschouwd als hun eenige bescherming aanbiedende, omdat hun land de Europesche koloniën van het grondgebied der Mooren scheidt. Hier ontwikkelen de landbouw en industrie zich intusschen weinig en niet een van de tien inwoners in de provincie betaalt belasting. De Jezuïten hadden vroeger veel succes in deze streken; toen zij verdreven werden, namen de Recoletos (barrevoet gaande Augustijners) hunne plaatsen in, doch naar het schijnt met geen goed gevolg. De kolonisten en de Indianen, die het Spaansche gezag erkennen, zijn zoo dikwijls door de Mooren aangevallen, dat hun aantal veel minder is dan het vroeger was, en men zegt dat de inkomsten geheel onevenredig zijn tot de uitgaven van de vestigingen, maar men zegt dat thans eenige vooruitgang merkbaar is en dat zoo alle hinderpalen tegen het handelsverkeer werden weggenomen, eene groote verbetering in den toestand en de uitzigten van de inlanders daaruit zou voortvloeijen. Caraga, waarvan Nieuw Guipuzcoa laatstelijk is losgemaakt, heeft Surigao tot hoofdstad en ligt aan den noord-oostelijken hoek van het eiland. Het grondgebied van den Sultan van Mindanao wijst de grenzen der provincie aan. Een ras van Indianen, dat merkwaardig is om de blankheid van hunnen huid, die men onderstelt dat van Japannesche afkomst zijn en Tago-balvoys genoemd worden, wonen aan de oevers van een meer in de nabijheid van eene stad, Bisig genaamd, eene verblijfplaats der Recoletos. Sommigen van dit ras betalen belasting en leven in een toestand van voortdurende vijandschap met de Moros. Zij zijn meer dan de nabij wonende stammen in beschaving gevorderd. Butuan, in deze provincie, was de laatste landingplaats van Magallanes; hij plantte daar een kruis en de Indianen namen aan de plegtigheid deel en belijden tot den huidigen dag het Christendom. De Moros hebben sommigen der vroegere etablissementen van de Spanjaarden vernield. Men vindt hier onmetelijke plekken onbebouwde en vruchtbare landen. Teak-hout moet in overvloed aanwezig zijn in de bosschen, die vlak aan de woningen der kolonisten liggen. De orang-oetan is algemeen en men heeft verscheidene soorten van apen, wilde beesten, vooral buffels en dassen, en verscheidene onbeschreven soorten van viervoetige dieren. De Spanjaarden zeggen dat de provincie Caraga de rijkste der Philippijnen is; zij is zeker eene van de minst geëxploiteerde. Een Franschman heeft zich bezig gehouden met het bewerken der goudmijnen; ik weet niet met welk succes. Eene geliefkoosde spijs van de inlanders is de wilde honig, die in belangrijke hoeveelheden wordt ingezameld en met vruchten en wortels wordt gegeten. De Butuan-rivier is bevaarbaar voor booten. Men vindt zeer vele afzonderlijke rassen van inlanders, waaronder de Mandajos schoon moeten zijn en Europesche gelaatstrekken hebben. Sommige stammen zijn geheel zwart, woest en niet te beheerschen. Kaneel en peper, zegt men, dat inlandsche producten zijn. Was, muskus en schildpad kan men mede hier verkrijgen, maar daar niet ver van de kust de Spaansche bezettingen gelegen zijn, wordt weinig gedaan tot aanmoediging der productive krachten van het binnenland. Goud intusschen is, ongetwijfeld door het gemakkelijke vervoer, een niet onbelangrijk artikel van uitvoer, en de Spanjaarden klagen dat de inlanders zich met niets anders bezig houden, zoodat dikwijls eene groote schaarschte bestaat, terwijl de ongezondheid van het klimaat vreemdelingen afschrikt zich hier te vestigen. Dit is te minder verwonderlijk, omdat de aanvallen der zeeroovers talrijk en de krachten van het gouvernement zwak zijn. Langs de kusten zijn torens met wapenen en ammunitie ter harer verdediging voorzien, maar de zeeroovers stremmen meermalen de communicatie ter zee, waarvan de inwoners bijna geheel afhangen, daar er geene begaanbare wegen zijn. Bij aankomst der zeerooversbooten verlaten de inlanders gewoonlijk de hunne en vlugten zij naar de bergen. Vele Mohammedaansche stammen nemen aan deze veroveringen geen deel, zooals de Bagobos, Cuamanes en anderen. Zelfs de mails worden door de zeeroovers gestremd en soms dagen lang op plaatsen opgehouden, waar zij eene schuilplaats zoeken. Niettegenstaande al deze hinderpalen, zegt men dat het aantal belasting betalenden zeer is vermeerderd en dat de invloed der monniken zich heeft uitgebreid. Ik heb verschillende statistieke opgaven vergeleken en daarin veel tegenspraak en onstandvastigheid gevonden1. Een bewijs van weinigen vooruitgang kan men vinden in het feit dat in de provincie Surigao, waar de census 18,848 Indianen geeft, slechts 148 mestizen zijn; in Misamis 266 mestizen op 46,517 Indianen; in Zamboanga, op 10,191 Indianen, 16 mestizen; Basilan, 447 Indianen en 4 mestizen; Bislig 12,718 Indianen en 21 mestizen; Davao, 800 Indianen en geen enkele mestizo. Deze staat van zaken bewijst maar al te zeer dat het eiland Mindanao, hoe vruchtbaar ook, weinig aantrekkelijks heeft voor vreemdelingen, anders zou de hoeveelheid van de gemengde rassen op de bevolking geheel verschillend zijn van hetgeen zij is. Pater Zuniga, die, in 1799, een verslag publiceerde van het bezoek aan generaal Alava, geeft vele bijzonderheden van den toenmaligen toestand van het eiland en geeft verscheidene plannen op tot uitbreiding van Spaanschen invloed.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings